Summary Huurrecht begrepen

-
ISBN-10 9089749551 ISBN-13 9789089749550
345 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Huurrecht begrepen". The author(s) of the book is/are H N Middelhoven J Kist. The ISBN of the book is 9789089749550 or 9089749551. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Huurrecht begrepen

  • 1.1 Wat is huur?

  • Huur is een bijzondere overeenkomst, wat wil dit zeggen?
    Er is een aparte regeling in het BW opgenomen, namelijk in titel 4 van boek 7.
  • Waarop kan huur betrekking hebben?
    Allerlei verschillende zaken, zoals roerende en onroerende zaken, gebouwde en ongebouwde zaken enz.
  • Drie kenmerken van art. 7:201 BW:
    1. Verschaffen van het gebruik van een bepaalde zaak of vermogensrecht (lid 2);
    2. Tegenprestatie (lid 1);
    3. Negatief geformuleerd (lid 3).
  • Wat is geen huur?
    Pacht
  • Wanneer is er sprake van een pachtovereenkomst?
    Wanneer de ter beschikking gestelde zaak een landbouwbestemming heeft.
  • Als aan alle voorwaarden van art. 7:201 BW is voldaan, is er ALTIJD sprake van een huurovereenkomst.
  • 1.2 Wat kun je huren? Schema overzicht huurobjecten

  • Wat kun je volgens de wet huren?
    Zaken en vermogensrechten.
  • Hoe wordt het totaal van de toepasselijke wetsartikelen genoemd?
    Huurregime
  • Huurobjecten:
  • Waarop hebben huurovereenkomsten in de praktijk het meest betrekking?
    Op roerende of onroerende zaken.
  • Wat is een woonruimte (art. 7:233 BW)?
    Een gebouwde onroerende zaak, die zelfstandig of niet zelfstandig als woning wordt verhuurd, of een woonwagen, standplaats of onroerende aanhorigheden.
  • Wat is een bedrijfsruimte (art. 7:290 lid 2 BW)?
    A. Een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan, die krachtens overeenkomst van huur en verhuur is bestemd voor de uitoefening van een kleinhandelsbedrijf;
    B. Een gebouwde onroerende zaak of gedeelte daarvan die krachtens zulk een overeenkomst bestemd is voor de uitoefening van een hotelbedrijf;
    C. Een onroerende zaak die krachtens zulk een overeenkomst is bestemd voor de uitoefening van een kampeerbedrijf.
  • Voorbeelden 230a-regime:
    - Kantoren
    - Musea 
    - Sporthallen
    - Bibliotheken
    - Buurthuizen
    - Tandartspraktijken
  • 1.3 (Semi)dwingend recht

  • In tabel 1.1 is opgenomen welke wettelijke huurrechtbepalingen voor welke huurrechtregimes van (semi)dwingend recht zijn.
  • 1.3.1 Regelend recht (of aanvullend recht)

  • Wat is regelend/aanvullend recht?
    Als een bepaling regelend recht is, dan kunnen huurder en verhuurder daar in de huurovereenkomst zonder meer van afwijken.
  • 1.3.2 Semidwingend recht

  • Wat is semidwingend recht?
    Als een bepaling van semidwingend recht is, kunnen huurder  en verhuurder afwijkende afspraken maken voor zover deze niet nadelig voor de huurder zijn.
  • Wat kan een huurder doen als de huurovereenkomst een bepaling kent die in strijd is met semidwingend recht?
    De huurder kan dan een beroep doen op die bescherming door de betreffende bepaling in de huurovereenkomst te vernietigen.
  • Wat is de algemene gedachte achter het huurrecht?
    De huurder is de zwakkere partij, die bescherming van de wet nodig heeft.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de voorwaarden als een opvolgend verhuurder gebruik wil maken van ontbinding krachtens het verwezenlijken van een bestemmingsplan (art. 7:310 BW)?
A. Het bestemmingsplan moet onherroepelijk zijn vastgesteld.
B. De verhuurder kan de huurovereenkomst alleen ontbinden als de verwezenlijking van de bestemming noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de gemeente.
Waaraan moet je denken bij vergoeding in verband met afbraak met het oog op het algemeen belang?
Aan de aanleg van een nieuw stratenplan of uitbreiding van de bebouwde kom waarvoor het gehuurde moet wijken (art. 7:309 BW).
Afwijking is mogelijk onder de volgende omstandigheden (art. 7:291 BW):
A. Het afwijkende beding tast de rechten van de verhuurder niet wezen aan.
B. Of de maatschappelijke positie van de huurder is in vergelijking met die van de verhuurder dusdanig sterk dat de huurder geen extra bescherming nodig heeft.
Eisen indeplaatsstelling:
A. Het moet gaan om de overdracht van de onderneming.
B. De zittende huurder moet aantonen dat hij een zwaarwichtig belang heeft bij de verkoop van de onderneming.
C. Biedt de huurder onvoldoende waarborg voor de volledige nakoming van de huurovereenkomst, dan moet de kantonrechter de vordering tot indeplaatsstelling afwijzen.
D. De belangen van beide partijen moeten worden afgewogen om tot een beslissing te komen.
Wat is het recht op indeplaatsstelling?
De wet geeft een bijzondere regeling voor de voortzetting van de huurovereenkomst door een andere partij dan de zittende huurder van de 290-bedrijfsruimte (art. 7:307 BW).
Wat is een belangrijk verschil met de andere opzeggingsgronden?
Als de kantonrechter vaststelt dat er sprake is van een van de andere opzeggingsgronden, dan moet hij de beëindiging uitspreken. Op grond van de algemene belangenafweging kan de kantonrechter de beëindiging uitspreken.
Wanneer kan de kantonrechter de beëindiging uitspreken?
Als hij tot het oordeel komt dat na weging van de belangen niet van de verhuurder kan worden gevergd dat de huurovereenkomst wordt voortgezet.
Voorwaarden bedrijfsruimte:
A. Er moet sprake zijn van een huurovereenkomst.
B. Er moet sprake zijn van een gebouwde onroerende zaak.
C. Er moet een kleinhandelsbedrijf worden uitgeoefend, of een restaurant, café, afhaal- of besteldienst of een ambachtsbedrijf.
D. Er moet sprake zijn van een publiek toegankelijk lokaal. 
E. Pas als er twijfel bestaat over deze criteria, kijk je of er sprake is van plaatsgebondenheid (zal de ondernemer klanten verliezen als hij verhuist).
Wat gebeurt er in geval van fondsvorming?
De huurder betaalt dan maandelijks een vaste vergoeding voor een bepaalde servicekostenpost.
Wanneer mag de verhuurder geen servicekosten in rekening brengen?
Als hij dit gebruikt om een extra vergoeding te krijgen, die hij niet mag krijgen.