Summary IBR - Athena Studies

242 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - IBR - Athena Studies

  • 1.1 Stof

  • Wat is een verbintenis?
    • Een verbintenis is een juridische plicht die inhoudt dat een bepaalde partij (meestal een natuurlijk persoon) iets moet doen, moet geven of moet nalaten. 
    • Verbintenissen kunnen slechts ontstaan als dit uit de wet voortvloeit op grond van art. 6:1 BW. 
  • Waaruit kunnen verbintenissen voortvloeien?
    • Overeenkomst
    • Onrechtmatige daad
    • Onverschuldigde betaling
  • Belangrijk!

    • Het verbintenissenrecht zorgt voor het bestaan van relatieve of persoonlijke rechten die iemand heeft jegens een andere partij.  
    • Het zijn geen rechten die jegens een ieder afdwingbaar zijn, alleen de wederpartij is gebonden aan de overeenkomst
    • Dergelijke verbintenisrechtelijke rechten gaan dus ook niet over op een rechtsopvolger van de wederpartij onder bijzondere titel  
  • Wat zijn relatieve rechten?
    Een relatief recht is een vermogensrecht dat slechts in relatie tot een of meer bepaalde rechtssubjecten kan worden uitgeoefend. Een relatief recht staat tegenover een absoluut recht, wat de rechthebbende tegenover ieder rechtssubject kan doen gelden.
  • Wat zijn absolute/zakelijke rechten?
    Absoluut recht is recht van één tegenover allen, dus tegenover eenieder te handhaven. Absoluut recht is het tegenovergestelde van relatief recht. Het makkelijkste voorbeeld van een absoluut is het eigendomsrecht en de beperkte rechten die de wet opsomt (vruchtgebruik of hypotheek). 
  • Wat is numerus clausus?
    Een gesloten wettelijk stelsel van beperkte rechten. 
    --> zakelijke/absolute rechten zijn beperkt in omvang tot wat de wet als opties biedt.
  • Zakelikje rechten kennen ook zaaksgevolg (Droit de suite), wat is dit?
    Het recht op een zaak blijft op die zaak rusten, ook als die zaak in andere handen komt. Het recht volgt dus de zaak.
  • Zakelijke rechten hebben ook droit de préférence, wat is dat?
    voorrecht dat aan zaken of zakelijke rechten aanhangt, de eigenaar of zakelijk gerechtigde heeft ten aanzien van deze zaken een voorrecht in bijv. een faillissement van een derde
  • Wat is het vermognsrecht?
    Het verbintenissen- en goederenrecht tezamen.
  • Wat is een overeenkomst?
    Een juridisch bindende afspraak tussen twee (of meer) partijen waaruit verbintenissen voortvloeien.
  • Wat zijn relatieve of persoonlijke rechten?
    Rechten die alleen tussen bepaalde personen gelden.
  • Wat zijn absolute of zakelijke rechten?
    Rechten die gelden op een bepaald goed ten behoeve van een bepaald persoon en die jegens iedereen gelden.
  • Wat is een debiteur?
    Een schuldenaar jegens een ander, de crediteur.
  • Wat is een crediteur?
    Een schuldeiser jegens een ander, de debiteur.
  • Wat is een rechtsverhouding?
    Een juridische band tussen twee of meer partijen die bijvoorbeeld door een overeenkomst tot stand is gekomen.
  • Wat is eigendom?
    Het meest omvangrijke recht dat iemand op een zaak kan hebben. (art. 5:1 BW).
  • Wat is mede-eigendom?
    De situatie waarin een zaak in eigendom is van twee of meerdere personen.
  • Wat zijn goederen?
    Zaken en vermogensrechten tezamen (art. 3:1 BW).
  • Wat zijn zaken?
    Voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke voorwerpen (art. 3:2 BW). Bijvoorbeeld een fiets.
  • Wat zijn vermogensrechten?
    Rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel (art. 3:6). (bijv. Geldvordering van een op een ander)>
  • Wat zijn beperkte rechten?
    Absolute rechten die op een eigendomsrecht (of ander bepekrt recht) rusten. Bijv. Recht van hypotheek.
  • Wat zijn afhankelijke rechten?
    Beperkte rechten die afhankelijk zijn van een moederrecht.
  • Wat zijn nevenrechten?
    Een afhankelijk recht dat afhankelijk is van een vorderingsrecht (art. 6:142 BW).
  • Wat zijn de rechten van een eigenaar (art. 5.1 BW)?
    • Zaak exclusief gebruiken
    • De vruchten ervan gebruiken
    • De zaak in eigendom overdrachten
    • OF bijv. Bezwaren in het kader van zekerheidsstelling. 
  • Een eigenaar heeft ook een bijzondere rechtsactie, welke is dat?
    Revindicatie (art. 5:2 BW); Revindicatie is het recht van een eigenaar om zijn zaak op te eisen van een ander, die de zaak zonder recht onder zicht houdt. Revindicatie wordt ook wel opeising van eigendom genoemd. In sommige gevallen wordt de houder van de zaak, tegen de vordering tot revindicatie beschermd.
  • Wat is een rechtshandeling?
    Een handeling met een daarmee beoogd rechtsgevolg. Bij de totstandkoming van een rechtshandeling staan de wil en verklaring centraal.
  • Art. 3:33 BW: 
    Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.
  • Welke drie vormen van rechtshandelingen zijn er?
    • Eenzijdige ongerichte rechtshandelingen
    • Eenzijdig gerichte rechtshandelingen
    • Meerzijdige rechtshandelingen
  • Wat zijn eenzijdig ongerichte rechtshandelingen?
    Geen instemming/ontvangst van een andere persoon vereist.
    Bijvoorbeeld testament.
  • Wat zijn eenzijdig gerichte rechtshandelingen?
    Geen instemming, wel ontvangst van de andere persoon vereist. 
    Bijvoorbeeld opzegging van huur/arbeidsovereenkomst.
  • Wat zijn meerzijdige rechtshandelingen?
    Worden door meer dan één persoon verricht. 
    Belangrijkste voorbeeld = de overeenkomst (6:217 BW).
  • De persoon die de rechtshandeling uitvoert dient handelingsbekwaam te zijn. 

    ZO niet? Dan volgt op grond van art. 3:32 lid 2 BW vernietigbaarheid (bijv eenzijdige ongerichte rechtshandelingen nietigheid).
  • Wat is een wilsgebrek?
    Een discrepantie van wil en verklaring. De naar buiten gerichte wil en verklaring zijn dan niet meer in overeenstemming en zo komt er geen rechtshandeling tot stand. 

    !! Soms wel --> derdenbescherming art. 3:34/35
  • Art. 3:34 BW

    Derdenbescherming (Geestelijke Stoornis)
    Vereisten om je op dit artikel te beroepen zijn:
    • Een partij diens geestvermogens moeten gestoord zijn 
      • Bijv. Ziekte of iemand die onder invloed is van bedwelmende middelen;
    • De stoornis moet een redelijke waardering van de belangen beletten
      • Het moet door die stoornis komen dat de persoon niet meer helder kan denken --> Causaliteit    


    Hieraan voldaan?
    lid 2 --> vernietigbaar of nietig
  • Art. 3:35 BW

    Derdenbescherming (Gerechtvaardigd vertrouwen)
    Cumulatieve vereisten:
    • Er moet sprake zijn van een verklaring of gedraging van een persoon die; 
    • De wederpartij op een bepaalde manier heeft opgevat en die; 
    • Deze wederpartij ook , gelet op alle omstandigheden, zo mocht opvatten. 
  • Wat is handelingsonbekwaamheid (3:32 BW)?
    Tenzij anders bepaald, is iedere persoon bekwaam tot het verrichten van eigen rechtshandelingen.
  • Wie zijn handelingsonbekwaam, bepaalt de wet?
    • Minderjarigen (arrt. 1:234 lid 1 BW)
      • Kan wle toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger handelen (art. 1:234 lid 1 BW)
    • Personen die onder curatele zijn gesteld (art. 1:381 lid 2 BW)
  • Handelingsonbekwame personen kunnen wel rechtshandelingen verrichten op naam van een ander.

    • vertegenwoordiging (art. 3:63 lid 1 BW) 




    Ze kunnen ook door feitelijke gedragingen juridische gevolgen veroorzaken (6:162 BW) 
  • Gevolg van handelingsonbekwaamheid voor verrichte rechtshandeling is vernietigbaarheid (3:32 li2 BW)

    Voor eenzijdige ongerichte rechtshandeling is die nietig (art.3:32 lid 2 BW).
  • Wat is handelingsonbevoegdheid?
    Bij handelingsonbevoegdheid is een persoon in bijzondere gevallen niet in staat zich onaantastbaar te verbinden. 

    Dus; bekwaamheid zit dus op kunnen handelen, bevoegdheid op mogen handelen.
  • Wat is een overeenkomst?
    6:217 BW

    Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij door op elkaar aansluitende wilsverklaringen van partijen tussen hen rechtsgevolgen ontstaan.
  • Het overeenkomsten- of contractenrecht kent een aantal belangrijke beginselen:
    1. Contractsvrijheid
    2. Pacta sunt servanda
    3. Consensualisme
  • Wat is contractsvrijheid?
    De vrijheid om overeenkomsten te sluiten met partij en inhoud naar keuze (tenzij beperkt door de wet, zie art. 3:40).
  • Wat is pacta sunt servanda?
    Het beginsel van de verbindende kracht van de overeenkomst. (6:248 lid 1 BW).
  • Wat is consensualisme?
    Vormvrijheid. Dit houdt in dat partijen zelf de vorm en werking van hun overeenkomst bepalen (art. 3:37 BW).
  • Voor de obligatoire overeenkomst als meerzijdige rechtshandeling zijn dus twee op elkaar aansluitende wilsverklaringen nodig, een aanbod, en de aanvaarding daarvan.
  • Voordat het is aanvaard, is een aanbod in beginsel herroepelijk (art. 6:219 lid 1 BW), tenzij sprake is van een termijn van aanvaarding, de onherroepelijkheid op andere wijze voortvloeit uit het aanbod of sprake is van een optiebeding (art. 6:219 lid 3 BW).
  • Nietigheid werkt van rechtswege (automatische) en het inroepen daarvan is dus niet nodig.

    Vernietigbaarheid moet door een partij worden ingeroepen.
  • Let op!!
    Er wordt pas van aanbod gesproken, als het aanbod daadwerkelijk de persoon heeft bereikt (daarvoor is het een verklaring).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is vruchtgebruik?
Geeft het recht om goederen die aan een ander toebehoren, te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten (art. 3:201 BW). De vruchtgebruiker mag de goederen (vruchten) gebruiken en verbruiken, onder voorwaarde dat hij zich aan de regels houdt zoals deze zijn afgesproken bij de vestiging of naar de aard van de goederen of de plaatselijke gewoonten.
Wat is opstal?
Een zakelijk recht om in, op, dan we boven een aan een ander in eigendom toebehorende onroerende zaak, gebouwe, werken of bepalntingen in eigendom te hebben of te verkrijgen. De opstaller wordt eigenaar van de opstallen, dit recht doorbreekt de natrekkingsregel.
Wat is erfpacht?
Geeft de bevoegdheid aan  de erfpachter om een aan een ander toebehorende onroerende zaak te houden en te gebruiken. Erfpacht rust niet alleen op de grond, maar kan ook rusten op de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verbonden, en op bepalntingen --> 5:85 BW.
Wat is de erfdienstbaarheid?
Een last waarmee een onroerende zaak (het dienende erf) ten behoeve van een andere zaak ( het heersende erf) is bezwaard. Een erfdienstbaarheid houdt een last op het dienede erf in, die bestaat uit een verplichting om iets toe te laten of om iets niet te doen. Het is dus nooit een verplichting om iets te doen --> art. 5:70 bw.
  Hoe kunnen beperkte rechten ontstaan?
  • Door vestiging daarvan op de zaak van een ander op grond van art. 3:84 lid 1 BW jo. Art 3:98 BW
  • Door verjaring x art. 3:99 bw en art 3;99 lid 1 bw
Wat is vereist voor een stille cessie
Een authentieke (notariële) of onderhands geregistreerde akte

(geen mededeling nodig)

Indien succesvol, moet er hierna door de schuldenaar nog steeds aan de oude rechthebbende van de vordering betaald worden
Wat is vereist voor een openbare cessie?
  1. Akte
  2. mededeling aan de schuldenaar
Indien succesvol, moet hierna doro de schuldenaar aan de nieuwe rechthebbendevan de vordering betaald worden.
Wie is de debitor cessus?
Degene die moet betalen
Wie is de cedent?
Degene die na cessie geen schuldeiser meer is
Wat is e cessionairs?
Degene die na cessie de nieuwe schuldeiser is