Summary iEconomie

-
204 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "iEconomie". The author(s) of the book is/are Youri Hermes. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - iEconomie

  • 1 Crisis

  • Arbeidsverdeling en arbeidsproductiviteit

    Ooit leefden de mensen in stammen en waren ze zelfvoorzienend. Dat is niet efficiënt.
    Het is handiger om het arbeidsproces te verdelen in afzonderlijke taken. Dit noemen we arbeidsverdeling. Dan kunnen mensen zich specialiseren en toeleggen op 1 activiteit. Je doet meer ervaring op waardoor je bekwaamheid toeneemt.

    Door arbeidsverdeling en specialisatie stijgt de arbeidsproductiviteit. De arbeidsproductiviteit is de productie per werknemer per tijdseenheid.

    Door arbeidsverdeling en specialisatie ontstaan verschillende beroepen. Om ieder in zijn behoeften te laten voorzien, moet er geruild worden. Essentieel voor het ontstaan van een vrijwillige ruil of transactie is dat beide partijen er beter van worden. Bij vrijwillige ruil is er een win-winsituatie.

    Directe ruil (goederen tegen goederen) is ruil in natura. Ruil in natura heeft ook nadelen:
    • het is niet gemakkelijk iemand te vinden die jouw spullen wil;
    • het kan lastig zijn de ruilwaarde vast te stellen;
    • producten kunnen bederfelijk zijn;
    • producten kunnen groot en onhandig zijn; en,
    • sommige producten zijn moeilijk deelbaar.
  • De ruilverhouding tussen twee producten is twee fietsen tegen zeven voetballen.
    Wat is het probleem als een voetbalproducent maar 1 fiets wil kopen?
    Een voetbal kun je niet in tweeën delen.
  • In een straat met veel ruilhandelaren zit iemand met een stapel paraplu's. Hij wil groente en vlees kopen. Welk probleem kan hij krijgen?
    Als het niet regent wil niemand een paraplu.
  • Transactiekosten

    Als twee partijen ruilen en er dus een transactie tot stand komt, moet er heel wat geregeld worden.

    Johanna wil een scooter kopen. Ze zal van tevoren uitzoeken wat voor haar de beste koop is. Ze vergelijkt scooterprijzen. Ze bestudeert de verschillende scootertypes en let scherp op het benzineverbruik. Alle kosten van de inspanning die ze vooraf doet, behoren tot de transactiekosten.
    Maar er zijn meer transactiekosten verbonden aan de aanschaf van een scooter. Ze moet controleren of ze de juiste scooter krijgt en deze in goede staat is. Als ze ermee aan het rijden is en blijkt dat de scooter gebreken vertoont, zal ze moeite moeten doen om die gratis gerepareerd te krijgen of in te ruilen tegen een nieuw exemplaar. Misschien moet ze daarbij een advocaat in de arm nemen. Ook deze kosten die samenhangen met de ruil zijn transactiekosten.
  • Noem 3 voorbeelden van transactiekosten bij ruil in natura.
    • onderhandelen over de prijs kost tijd;
    • je moet een geschikte ruilpartner zoeken, die jouw product wil kopen en tegelijkertijd een product aanbiedt dat jij wilt kopen (dat kost ook tijd); en,
    • het vervoer van bepaalde producten kan een grote inspanning met zich meebrengen.
  • Noem 3 voorbeelden van transactiekosten bij het kopen van een huis.
    • zoektijd om een geschikt huis te vinden;
    • makelaarskosten;
    • overdrachtsbelasting; en,
    • afsluitkosten van de hypothecaire lening.
  • Transactiekosten

    Het afwikkelen van transacties wordt eenvoudiger als er een algemeen aanvaard ruilmiddel, dus geld, is. Kopers kunnen met dat ruilmiddel van alles kopen als verkopers het accepteren. Het gebruik van geld maakt de transactiekosten kleiner.
     Bij ruil met behulp van een ruilmiddel kunnen ook factoren een rol spelen, die niet in geld uit te drukken zijn en die transactiekosten kunnen veroorzaken, zoals onzekerheid en wantrouwen.
  • Op een tweedehandsmarkt worden honderd auto's aangeboden. Kopers weten dat van deze auto's er twintig verborgen gebreken hebben. Maar ze weten niet welke auto's dat zijn. Kopers en verkopers vertrouwen elkaar niet en verkeren in onzekerheid.

    Leg uit dat er op deze markt weinig transacties tot stand zullen komen en noem een manier om op deze markt de transactiekosten te verlagen.
    Men wil geen risico lopen een auto met een verborgen gebreken te krijgen en ziet af van de koop.
    Transactiekosten verlagen door:
    • een autohandelaar kan een jaar garantie geven; en,
    • auto's een keurmerk geven.
  • Arbeidsverdeling binnen het huishouden

    Arbeidsverdeling en specialisatie leiden ertoe dat iedereen doet waar hij het beste in is.

    Hoe zit het met de taakverdeling binnen het huishouden? Een optimale verdeling is de beste verdeling binnen de gegeven mogelijkheden.
  • 1.1 Aantekeningen

  • Ruilen

    • directe ruil: goed <> goed
    • indirecte ruil: goed <> geld <> goed
  • Directe ruil

    • goed <> goed

    Nadelen:
    • niet gemakkelijk iemand te vinden die jouw product wil;
    • het kan lastig zijn de ruilwaarde vast te stellen;
    • producten kunnen bederfelijk zijn; en,
    • sommige producten zijn moeilijk deelbaar.


    • als het wel lukt: transactiekosten
  • Arbeidsverdeling

    • specialiseren in waar je relatief het beste in bent
  • Voordelen

    • absoluut: een voordeel in het benodigde aantal uren per taak
    • comparatief: de achterstand is relatief het kleinst bij deze taak
  • 6.1 H1

  • De concurrentiepositie van een bedrijf geeft de mate weer waarin dit bedrijf in staat is om hetzelfde product beter en/of goedkoper te produceren dan andere bedrijven. De concurrentiepositie van bedrijven in een land ten opzichte van bedrijven in andere landen, de internationale concurrentiepositie, wordt in de eerste plaats bepaald door de productiekosten, zoals de loonkosten en de machinekosten. Ook de kwaliteit van de producten die een land maakt, is belangrijk.
  • Internationale handel is internationale ruil. Landen importeren producten die goedkoper in andere landen gemaakt kunnen worden en exporteren producten die zij zelf goedkoop kunnen maken. Als verschillende landen zich toeleggen op verschillende producten is er sprake van internationale arbeidsverdeling. Door specialisatie is ruil noodzakelijk. Toenemende specialisatie leidt tot meer internationale handel.
  • Belangrijke oorzaken waarom landen zich specialiseren zijn:
    • natuurlijke omstandigheden;
    • de loonkosten per product en de kwaliteit van de producten;
    • infrastructuur; en,
    • stabiliteit.
  • Natuurlijke omstandigheden

    Het klimaat speelt een rol bij het ontstaan van internationale handel.
    Een ander verschil in natuurlijke omstandigheden is de aanwezigheid van grondstoffen.
  • Loonkosten per product

    De arbeidsproductiviteit geeft aan hoeveel een werknemer gemiddeld in een bepaalde periode (b.v. per uur of per arbeidsjaar) produceert.
    Belangrijk is om naar de loonkosten per product te kijken als het gaat om de concurrentiepositie. De loonkosten per product hangen af van de loonkosten per werknemer en de arbeidsproductiviteit.

    Als de loonkosten per product stijgen en deze stijging wordt doorberekend in de prijzen, dan verslechtert de internationale concurrentiepositie.

    Veel productie van internationale bedrijven vindt plaats in lagelonenlanden. Toch vindt er nog veel productie in het Westen en Japan plaats, met name de productie van technisch hoogwaardige producten zoals auto's en machines. De hoge scholingsgraad van de beroepsbevolking in deze landen en de technische ontwikkeling door computerisering en automatisering zorgen voor een hoge arbeidsproductiviteit.


    Kwaliteit producten

    Niet alleen de kosten, maar ook de kwaliteit van de productie is van belang. Lage productiekosten en goede kwaliteit worden vooral bereikt door innovatie. Dat zijn investeringen in betere en modernere kapitaalgoederen zoals machines. Ook het ontwikkelen van geheel nieuwe productieprocessen, veelal sterk geautomatiseerd, is een vorm van innovatie. Een hoge scholingsgraad van de beroepsbevolking bevordert eveneens de innovatie. De hoge arbeidsproductiviteit die dan mogelijk is, drukt de productiekosten. Een land met veel bedrijven die verregaand gemechaniseerd en geautomatiseerd zijn of een goedgeschoolde bevolking hebben, kan zich toeleggen op productie van hoge kwaliteit.
  • Zullen Westerse bedrijven vooral arbeidsintensieve of juist kapitaalintensieve productie in lagelonenlanden laten plaatsvinden?
    Arbeidsintensieve, omdat daar de lonen relatief laag zijn.
  • Infrastructuur

    Door betere infrastructuur kan de aanvoer van benodigde grondstoffen of het overleg over de productie soepeler verlopen en dat leidt tot lagere productiekosten.
  • Stabiliteit

    Veel stakingen leiden tot sociale onrust en productieverlies waardoor het onzeker is of de grondstoffen en goederen op tijd geleverd kunnen worden.
    Grote maatschappelijke tegenstellingen leiden tot extra kosten van bijvoorbeeld controle en beveiliging.
  • Vrijhandel en protectionisme

    Vrije internationale handel leidt ertoe dat landen datgene produceren waar ze relatief goed en goedkoop in zijn.

    Soms is er sprake van protectionisme. Er is sprake van protectionisme als overheden de binnenlandse producenten beschermen door hen subsidies te geven en door buitenlandse producten van de binnenlandse markt te weren. Enkele protectionistische maatregelen zijn:
    • invoerheffingen: importproducten worden belast met een heffing waardoor deze producten duurder op de binnenlandse markt verschijnen;
    • een invoerquotum: een vastgestelde maximumhoeveelheid van een buitenlands product mag worden ingevoerd;
    • overheidssubsidies aan binnenlandse producenten: hierdoor kunnen ze makkelijker het hoofd boven water houden;
    • kwaliteitseisen: door zware kwaliteitseisen op te leggen aan buitenlandse producten kunnen sommige van deze producten makkelijker geweerd worden.


    Protectionisme leidt ertoe dat niet altijd de producten daar worden geproduceerd waar ze het beste geproduceerd kunnen worden. Door protectionistische maatregelen worden de binnenlandse productie en werkgelegenheid beschermd. Een gevolg van de heffingen op ingevoerde landbouwproducten is dat de consument meer betaalt dan nodig is.
  • Geef van de volgende groepen aan hoe zij staan tegenover het protectionisme in de Europese landbouw:
    • Europese boeren;
    • boeren van buiten Europa;
    • de consument in Europa; en,
    • de belastingbetaler in Europa.
    Europese boeren: positief
    • dankzij de invoerheffingen hebben zij geen last van buitenlandse concurrentie
    Boeren van buiten Europa: negatief
    • door de invoerheffingen kunnen zij niet concurreren met de Europese boeren
    Consument in Europa: negatief
    • door de invoerheffingen is de prijs die de consument betaalt te hoog
    Belastingbetaler in Europa: negatief
    • een deel van de belasting gaat via subsidies naar de boeren
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

In tijden van laagconjunctuur stijgt de arbeidsproductiviteit.Geef hiervoor een verklaring.
In tijden van laagconjunctuur worden bedrijven vaak sterk afgeslankt. De minst productieve werknemers worden ontslagen en nieuw personeel wordt niet aangenomen. Ditzelfde vindt plaats met het machinepark. De minst productieve machines worden het eerst stilgelegd of uit het bedrijf genomen. Hierdoor stijgt de arbeidsproductiviteit (de productie per arbeidskracht).
Trendmatige groei/Trend
De gemiddelde groei van de productie over een langere periode.
Neutraliteit van geld
Op de lange termijn heeft het geld (M) geen invloed op de groei van de reële productie (Y).
Verkeersvergelijking van Fisher
Een vergelijking waarmee de invloed van het geld op de economie op de korte en lange termijn kan worden geanalyseerd (M x V = P x Y)
Omloopsnelheid van het geld
Het aantal keer dat het geld van hand tot hand gaat in een periode.
Maatschappelijke geldhoeveelheid
De hoeveelheid geld in handen van het publiek.
Ingebouwde stabilisator
Mechanismen waardoor conjunctuurschommelingen automatisch worden afgezwakt (bijvoorbeeld sociale uitkeringen en progressieve belastingen).
Procyclisch conjunctuurbeleid
Beleid van de overheid dat de conjunctuurgolf versterkt.
Anticyclisch conjunctuurbeleid
Beleid van de overheid dat tegen de conjunctuurgolf ingaat om zo conjunctuurschommelingen te dempen.
Prijsrigiditeit/Prijsstarheid
De prijzen kunnen op de korte termijn (door bijvoorbeeld loonstarheid) niet gewijzigd worden.