Summary individueel gedrag op de werkvloer, HvA TP aangepaste versie S. Jansma & I. Boelhouwer

-
ISBN-13 9781784343538
210 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "individueel gedrag op de werkvloer, HvA TP aangepaste versie S. Jansma & I. Boelhouwer". The author(s) of the book is/are Stephen P Robbins and Timothy A Judge. The ISBN of the book is 9781784343538. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - individueel gedrag op de werkvloer, HvA TP aangepaste versie S. Jansma & I. Boelhouwer

  • 1 What is organizational behaviour?

  • Wat wordt er bedoeld met interpersonal skills. Noem 3 voordelen van een manager met good personal skills. 
    3 voordelen een manager met good interpersonal skills
    - het helpt met het aantrekken en vasthouden van (high-performing employees)
    - de job satisfaction is hoger, doordat er een positieve werksfeer hangt. 
    - relaties tussen met werknemers zijn beter
  • Welke 4 functies heeft een manager, licht ze kort toe
    1. Planning: strategieen maken, doelen maken, 
    2. Organiseren: bepalen welke taken gedaan moeten worden, organiseren van alles
    3. leading: leidinggeven
    4. controlling: in de gaten houden, controleren
  • Mintzberg heeft manager rollen onderverdeeld in 10 rollen, die rollen vallen onder 3 groepen. Licht zowel de rollen als de groepen toe. 
    Interpersonal
    1. Figurehead (voorbeeldfunctie):
    routine klussen, zoals diploma's uitdelen
    2. leader (leidinggevenden): verantwoordelijk zijn over motivatie en direction leidinggevende. 
    3. Liaison (netwerken): onderhouden van contacten

    Informationeel
    monitor:
    in de gaten houden van trends, informatie belangrijk voor het bedrijf binnenhalen
    Disseminator(verspreiden van info): verspreiden van informatie onder bijvoorbeeld werknemers, werkgevers of klanten
    Spokesperson(aanspreekpunt): het verspreiden van informatie naar de buitenwereld.

    Decisional (beslissing)
    entrepreneur(ondernemer): nieuwe dingen ondernemen
    Disturbance handler(problemen handelaar): reageren op problemen
    Resource allocator: gebruikmaken van resources zoals personeel, materieel etc
    Negotiator(onderhandelaar)
    beslissingen maken over onderhandelingen
  • Welke 4 functies heeft een manager (polc)
    1. Planning: strategieen maken, doelen maken, 
    2. Organiseren: bepalen welke taken gedaan moeten worden, organiseren van alles
    3. leading: leidinggeven
    4. controlling: in de gaten houden, controleren
  • In het boek worden de volgende management activiteiten besproken: traditionele management, communicatie, netwerken en humanresource management besproken. Welke van deze eigenschappen laat je het snelst promoveren en welke 2 eigenschappen maken je de "effectiefste" manager? 
    Netwerken laat je het snelst promoveren

    Netwerken en communicatie = maken je de effectiefste manager
  • 3 managementrollen
    1. Interpersoonlijk
    2. Informationeel
    3. Beslissing
  • Wat wordt er bedoeld met organizational behaviour?
    De impact die individuen, groepen, en structuur hebben op gedrag in organisaties
  • Welke groepen vallen onder interpersoonlijke rol
    1. Voorbeeldfunctie         -routine klussen, zoals diploma's uitdelen
    2. leidinggevenden        -verantwoordelijk zijn over motivatie en direction leidinggevende. 
    3. Netwerken                   -onderhouden van contacten
  • Welke 3 determinanten worden er bestudeerd binnen organizational behaviour? 
    - individuen 
    - groepen
    - structuren binnen een bedrijf
  • Welke groepen vallen onder Informationele rol
    • Monitor               

    in de gaten houden van trends, informatie belangrijk voor het bedrijf binnenhalen

    • Infoverspreider (Disseminator)     
    verspreiden van informatie onder bijvoorbeeld werknemers, werkgevers of klanten

    • Aanspreekpunt  (Spokesperson)           
    het verspreiden van informatie naar de buitenwereld.
  • Wat wordt er bedoeld met evidence based management?
    Management gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek
  • Welke groepen vallen onder de beslissingsrol
    Entrepreneur/ondernemernieuwe dingen ondernemen

    Disturbance handler (problemen ) reageren op problemen

    Resource allocator: gebruikmaken van resources zoals personeel, materieel etc

    Negotiator
    beslissingen maken over onderhandelingen
  • Wat wordt er bedoeld met "reflected best self"? wat is het idee hierachter? Welke stroming binnen organizational behaviour heeft dit onderzocht? 
    Uit de stroming positive organizational behaviour. De gedachte is dat iedereen een eigenschap heeft die hij uitzonderlijk goed kan. Doordat we ons teveel richten op wat we nog niet kunnen komt dit er niet goed uit. Bij Reflected best self wordt er gevraagd aan werknemers wanneer ze op hun best zijn. 
  • Management activiteiten

    Traditionele management: Decision making, planning and controlling
    Communicatie :Exchanging routine information and processing paperwork
    Netwerken :Socializing, polithicking and interacting with outsiders
    Human resource management :Motivating, disciplining, managing conflict staffing and training
  • Wat is citizenship behaviour. 
    Citizenship behaviour is een afhankelijke variabele uit het OB model. 
    Het houdt in dat werknemers met een hoge mate van citizenship behaviour meer dingen voor het werk doen buiten hun standaard taken
  • In het boek worden de volgende management activiteiten besproken:
    • traditionele management
    • communicatie
    • netwerken
    • humanresource management  

    Welke van deze eigenschappen laat je het snelst promoveren 
    Netwerken

    Welke 2 eigenschappen maken je de "effectiefste" manager?   
    Netwerken en communicatie    
  • Wat is withdrawal behaviour? 
    Het tegenovergestelde van citizenship behaviour. Werknemers die hun taken niet uitvoeren of veel absent zijn. Ook een afhankelijke variabele in het OB model. 
  • Productiviteit is een afhankelijke variabele op het OB model. Op welk niveau is deze variabele en in welke twee dingen wordt productiviteit gemeten, leg ze uit. 
    Productiviteit is een afhankelijke variabele op organisatie niveau. Wordt gemeten in effectiviteit en efficientie. iets is effectief als het doel snel wordt bereikt. Iets is efficient als dat tegen lage kosten kan. 
  • Wat wordt er bedoeld met turnover?
    Het weggaan van personeel bij een bedrijf. 
  • Wat is een van de belangrijkste redenen voor managers om persoonlijkheid te meten? 
    Omdat persoonlijkheidstests heel bruikbaar kunnen zijn tijdens het sollicitatieproces
  • Productiviteit is een afhankelijke variabele op het OB model. Op welk niveau is deze variabele en in welke twee dingen wordt productiviteit gemeten, leg ze uit.
    Productiviteit is een afhankelijke variabele op organisatie niveau. Wordt gemeten in effectiviteit en efficientie. iets is effectief als het doel snel wordt bereikt. Iets is efficient als dat tegen lage kosten kan.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

the ABC of the kaleidoscope career model
- Need for authenticity
- Need for balance
- Need for challenge
Locus of control
De mate waarin mensen denken dat ze zelf veel invloed hebben op hun leven of dat dingen juist invloed hebben op hun leven
Wat is het Job Characteristics model?
Een model met 5 dimensies de job satisfaction voorspellen


  • Skill variety
  • Task identity
  • Autonomy
  • Task significance 
  • Feedback
Hoe werkt de expectancy theorie, leg hem uit.
1. het gevoel dat individuele inspanning gaat leiden tot prestatie (performance)
2. het gevoel dat performance leidt tot beloningen (organizational rewards)
3. het gevoel dat je met deze beloningen je persoonlijke doelen (nieuwe auto/huis kleren kopen) kunt bevredigen
Hoe bereken je de equity theorie?
Eigen output : eigen input = 

collega's output : collega's input = 

verschil hiertussen veroorzaakt ongelijkheid. Bijv ene verdient veel maar doet weinig. niet eerlijk

Binnen bedrijf A werken zeventien werknemers, die zich allemaal bezighouden met het verkopen van verzekeringspolissen. Binnen het bedrijf word echter gewerkt met een maandsalaris dat alleen gebaseerd is op het aantal gewerkte uren, het aantal verkochte verzekeringspolissen heeft hier geen enkele invloed op. Werknemer X en werknemer Z krijgen allebei precies hetzelfde bedrag per maand, echter verkoopt werknemer X twee maal zoveel polissen als werknemer Z. Werknemer X is dan ook net nieuw bij het bedrijf en zet zich ten volle in om zo goed mogelijk te presteren. Na een maand echter, bemerkt werknemer X dat werknemer Z veel minder inzet vertoont dan hem, maar hier niet voor berispt wordt en hetzelfde salaris krijgt. Tevens is de mate van waardering voor het werk van Z even groot als dat van X.

Werknemer X heeft nu gezien dat het principe van gelijkheid niet opgaat; hij krijgt hetzelfde als werknemer Z, maar doet veel meer. Werknemer X zal proberen dit verschil weg te werken op de makkelijkste manier; aangezien hij zijn eigen salaris of waardering niet kan aanpassen, zal hij zijn eigen inzet gaan aanpassen aan het lage niveau van werknemer Z
Cognitieve-evaluatietheorie
Wanneer iemand extrinsieke beloning ontvangt voor een interessante taak, is het gevolg dat de intrinsieke belangstelling afneemt.
Zelf-determination theory Leiders nodig die
Empathisch zijn, keuzes bieden, initiatief stimuleren, vertrouwen in competenties medewerkers, groepsgevoel aanspreken, aansluiting zoeken bij waarden medewerkers.

Transformationeel leiderschap
Zelf-determination theory
Belangrijke begrippen:
- Autonome versus gecontroleerde motivatie
- Intrinsieke versus extrinsieke doelen

Kern ZDT:
Aangeboren psychologische behoeften: autonomie, competentie en relationele verbondenheid > mensen verschillen in mate van bevrediging deze behoeften > Motivatie
HErzberg's two-factor theorie
Links: Extrinsieke factoren
Recht instrinsieke
Maslow’s Hierarchy of Needs Theory
Niet valide.

Geen bewijs:
-dat niet bevredigde behoeften motiveren
- bevredigde behoefte > niveau omhoog in motivatie-drive.