Summary Infecties van het maagdarmkanaal

-
386 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Infecties van het maagdarmkanaal

  • 5.1 Inleiding

  • Wat zijn de meest voorkomende klachten van darminfecties?
    Diarree, misselijkheid  met of zonder braken en buikpijn. Afhankelijk van de verwekker kunnen er ook koorts, pijnlijke buikkrampen en bloed en slijm in de feces aanwezig zijn.
  • Noem drie mogelijke oorzaken van diarree.
    1. Door bepaalde systematische infectieziekten: legionellose, listeriose, mazelen, influenza, toxischeshocksyndroom en virale hepatitus A)
    2. Voedselvergiftiging
    3. Niet-infectieuze darmziekten: colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn.
  • In welk geval spreken we van voedselvergiftiging?
    Als microbiële toxinen zich in het voedsel hebben gevormd voorafgaand aan consumptie en verschijnselen als diarree en braken veroorzaken.
  • Wat is de algemene definitie van diarree?
    Het drie of meer malen per 24 uur lozen van ongevormde ontlasting.
  • Wanneer spreken we van acute diarree?
    Wanneer de klachten nieuw zijn en niet langer dan veertien dagen bestaan.
  • Wanneer spreken we van respectievelijk persisterende en chronische diarree?
    Wanneer de diarree minstens 14 dagen of een maand bestaat.
  • Wat is dysenterie?
    Diarree waarbij bij macroscopische observatie bloed vermengd met ontlasting kan worden gezien.
  • Wat is waterige diarree?
    Ongevormde ontlasting waarbij macroscopisch geen bloed kan worden waargenomen.
  • Wat is het verschil tussen ''community-acquired'' en nosocomiale diarree?
    Community-acquired is diarree die buiten het ziekenhuis is opgelopen en noscomiale diarree is in het ziekenhuis opgelopen.
  • Naast ''community-aqcuired'' en noscomiale diarree is er ook nog onderscheid  gemaakt voor diarree bij reizigers.
  • 5.2 Epidemiologie

  • epidemiologie is wetenschappelijk onderzoek naar de verbreiding van ziekten binnen bevolkingsgroepen.
  • Gastro-intestinaal betekent: met betrekking tot de maag en darm.
    Gastro-intestinale infectie is in Westers landen een van de belangrijkste oorzaken voor werkverzuim. Bij zeer jonge kinderen, ouderen en patiënten met afweerstoornissen kan een gastro-intestinale infectie een ernstig soms fataal beloop hebben.
  • Wat zijn de belangrijkste verwekkers van infectieuze diarree in Nederland?
    bacterieel
    Campylobacter jejuni (79.000 per jaar)
    Salmonella spp. (43.000)
    Shigella spp.
    Yersinia enterocolitica
    shigatoxine producerende E. coli (STEC)
    Clostridium difficile
    viraal
    rotavirus (300.000)
    norovirus (640.000)
    parasitair
    Giardia lamblia (110.000)
    Cryptosporidium parvum (56.000)
  • Wat is meestal de oorzaak van braken en/of diarree bij kinderen <5 jaar en bij volwassenen?
    Bij kinderen onder de vijf jaar is de oorzaak veelal viraal waarbij het rotavirus en norovirus de meest voorkomend verwekkers zijn. Bij volwassenen worden meer bacteriële infecties (vooral Campylobacter jejuni) en parasitaire infecties (vooral Giardia lamblia) gezien, naast norovirussen.
  • In derdewereldlanden is infectieuze diarree samen met luchtweginfecties de belangrijkste oorzaak voor ziekte en sterfte. Het ontbreken van een strikte scheiding tussen rioolwater en drinkwater speelt een belangrijke rol bij het verwerven van deze infecties.
  • Wat zijn de belangrijkste verwekkers van infectieuze diarree in derdewereldlanden?
    bacterieel
    enterotoxische Escherichia coli (etec) (ook belangrijkste oorzaak reizigersdiarree)
    Shigella spp.
    Campylobacter spp.
    Salmonella spp.
    Vibrio cholerae
    viraal
    rotavirus
    norovirus
    parasitair
    Giardia lamblia
    Entamoeba histolytica
    Cryptosporidium parvum
    Cyclospora cayetanesis
  • 5.3 Pathogenese

  • pathogenese is wijze van ontstaan en ontwikkeling van een ziekte.
  • Wat zorgt ervoor dat een infectie met een bacterie, virus of een parasiet leidt tot diarree?
    Verstoring van de normale processen van resorptie en secretie in de dunne en dikke darm.
  • 7-9 L vocht passeert het deodenum: 2 L in eten en drinken aangevuld met speeksel, maagsap, gal, pancreasvocht en vocht uit de darm zelf.
    100-200 ml ontlasting geloosd per dag
    7-9 L vocht wordt geresorbeerd in de tractus digestivus (maag-darmstelsel):
    gemiddeld 6 L in het duodenum, jejunum en ileum en ongeveer 2 L in het colon.
  • Een enterocyt is een darmcel.
  • Op welke drie manieren zijn micro-organismen in staat te interfereren met resorptie en secretie? Geef bij elke manier een voorbeeld.
    1. Door vorming van enterotoxinen die leiden tot verminderde resorptie en toegenomen secretie (speelt zich vooral af in de dunne darm).

    Bijvoorbeeld door infecties met enterotoxische:
    - Escherichia coli (etec)
    - Vibrio cholerae
    - rotavirus

    2. Door resorberend oppervlak van de dunne darm te beschadigen. Dit kan leiden tot beschadiging van de ''brush border''  waarin zich enzymen bevinden die onder andere nodig zijn voor de afbraak van koolhydraten (disacharidasen).

    Ontstaan bijvoorbeeld door infectie met Giardia lamblia

    3. Door enterocyten te infecteren, waardoor die versneld worden afgestoten en worden vervangen door minder goed gedifferentieerde cellen, waardoor verlies van resorberend oppervlak plaatsvindt.

    Bijvoorbeeld door een infectie met rotavirus

    4. Door invasie en beschadiging van enterocyten in het terminale ileum en colon. Dit leidt tot een ontstekingsreactie met diarree met bloed en diarree met pus/slijm.

    Voorbeelden van invasieve micro-organismen zijn:
    - Shigella spp.
    - Campylobacter spp.
    - Salmonella spp. (behalve tyfus en paratyfus)
    - Yersinia enterocolitica
  • Welke twee belangrijke transportmechanismen van het Na-ion komen voor in de dunne darm?
    Het co-transport van Na+ en Cl- en co-transport van Na+ met glucose.
  • Waarom is het zo belangrijk dat het co-transport van Na+ en glucose bij alle gastro-intestinale infecties intact blijft?
    Het intact blijven van het co-transport van Na+ en glucose vormt de basis van de werking van orale rehydratatieoplossingen.
  • Waarom is het zo belangrijk dat het co-transport van Na+ en glucose bij alle gastro-intestinale infecties intact blijft?
    Het intact blijven van het co-transport van Na+ en glucose vormt de basis van de werking van orale rehydratatieoplossingen.
  • Blijft het co-transport van Na+ en Cl- bij alle gastro-intestinale infecties intact?
    Nee, het kan worden verstoord. Dit gebeurt onder andere bij cholera en rotavirusinfectie.
  • Waterresorptie volgt het actieve en passieve transport van Na+ ionen en van voedingsbestanddelen
  • Wat is inoculum? Leg uit.
    De hoeveelheid micro-organismen waarmee iemand besmet wordt. Bij sommige bacteriesoorten zijn 10-100 bacteriën voldoende om tot ziekte te leiden (Shigella), bij andere soorten zijn meer dan een miljoen nodig om tot ziekte te leiden (Salmonella en cholerabacterie).
  • Bij het norovirus en rotavirus is de infectieuze dosis laag. (10-100 virusdeeltjes).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe wordt leveramoebiasis behandeld?
Metronidazol en nabehandeling met paramomycine om herinfectie te voorkomen. Bij hele grote leverabcessen moet therapeutische aspiratie worden overwogen.
Hoe wordt infectie met E. histolytica behandeld?
Metronidazol voor de vegetatieve trofozoïeten en nabehandeling met paramomycine voor de cysten.
Hoe wordt S. stercoralis behandeld?
Ivermectine
Hoe wordt Schistosomiasis behandeld?
Praziquantel voor alle soorten
Hoe wordt buiktyfus behandeld?
Cotrimoxazol (volgens boek) is meest gebruikt. Webcollege zegt: ciprofloxacine 14 dagen met azytromycine 7 dagen.
Hoe wordt Cryptosporidium behandeld?
Bij immunocompetente personen zelflimiterend en bij immuundificiënte personen is de belangrijkste therapie het herstellen van de cellulaire afweer door bijvoorbeeld antiretrovirale therapie
Hoe wordt Cystoisospora behandeld?
Niet, ziekte is zelflimiterend
Hoe wordt Cyclospora behandeld?
Cotrimoxazol gedurende 7 dagen.
Hoe wordt G. lamblia behandeld?
Metronidazol gedurende 3 dagen
Hoe wordt norovirus behandeld?
Geen AB, rehydratie staat voorop