Summary Informatie en communicatie: technologie en systemen

-
ISBN-13 9789085790389
212 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Informatie en communicatie: technologie en systemen". The author(s) of the book is/are Wilfried Lemahieu, Geert Monsieur. The ISBN of the book is 9789085790389. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Informatie en communicatie: technologie en systemen

  • 1 Positionering van ICT

  • Wat is het verschil tussen ICT en IT?
    ICT is de nieuwe term, waar men vroeger gebruik maakte van IT. 
    ICT = Informatie- en communicatietechnologie
    IT = Informatietechnologie
  • Wat is informatica?
    - De leer van methoden en technieken ter ontwikkeling en gebruiken van informatiesystemen
    - De leer van gegevensverwerking dmv computers. 
  • Wat is een informatiesysteem?
    Geheel van samenwerkende componenten die gegevens verwerken tot bruikbare informatie
  • Wat is verschil tussen gegevens en informatie?
    Gegevens zijn de verzameling van ruwe feiten. Dit gebeurt in de vorm van numeriek, alfanumeriek en grafische gegevens. 

    Informatie zijn gegevens met een concrete betekenis. Overdraagbare kennis die gecommuniceerd kan worden. 
  • Wat zijn de eigenschappen van informatie?
    - Accuraatheid
    - Volledigheid
    - Relevantie
    - Tijdigheid
    - Verifieerbaarheid
  • Wat is het volledige gegevensverwerkingsproces?
    - invoerfase
    Gegevens ontstaan en worden verzameld, geverifieerd op accuraatheid en volledigheid. Worden soms gecodeerd en vertaald. (bijv een klantennummer)


    - verwerkingsfase
    Gegevens worden geclassificeerd en gesorteerd. Bewerkingen worden uitgevoerd. Samenvattingen en overzichten worden gemaakt. 

    - uitvoerfase
    De verwerkte gegevens worden omgezet in een leesbare vorm voor de eindgebruiker. Bijv een grafiek. 

    - opslag
    Bewaren en beschermen van gegevens. Deze stap kan in elk van bovenstaande stadia gebeuren. 

    *kan vergeleken worden met fysiek productieproces. 
  • Wat is en waaruit bestaat een digitale computer?
    Is een programmagestuurde machine met intern geheugen voor afwerken van in en uitvoer van gegevens. De hardware is de apparatuur die gebruikt wordt.
  • Teken het schema van een computer

    CPU: ALU < --- > Control Unit
    Computer: CPU + Interngeheugen
    Invoer Uitvoer: Invoer -> geheugen -> uitvoer
    Internn geheugen < ---- > extern geheugen

    Control unit communicceerd met allemaal.  
  • Wat is het intern geheugen?
    De tijdelijke parkeerplaats van gegevens en programma opdrachten. Dit dmv een computerprogramma, een voorschrift dat de hardware taken laat uitvoeren. 

    Hulpgeheugens zijn externe geheugens. Dit is permanente opslag zoals harddisks, cd en dvdroms, USB sticks. 
  • Wat is het centrale verwerkingseenheid?
    De uiteindelijke verwerking van gegevens. 

    1. CU, controle unit
    - haalt gegevens/opdrachten uit interne geheugen
    - schrijft resultaat opnieuw weg
    - Interpreteert, initieert en bestuurt programmaopdrachten
    - bestuurt in en uitvoer bewerkingen

    2. ALU, reken en logisch orgaan voor bewerkingen op gegevens
    - gegevens uit intern geheugen worden op tijdelijke opslag in ALU
    - resultaten opnieuw gekopieerd naar interne geheugen
    - logische bewerkingen hebben als resultaat, 'waar' of 'onwaar'.
  • Wat zijn in- en uitvoerapparatuur?
    Invoer:
    - brengen gegevens en programma's in het interne geheugen
    - vb zijn toetsenbord, muis, optische en magnetische lezers. 
    - gegevens kunnen ook uit hardware, bv magneetschijf

    Uitvoer:
    - verwerkte gegevens uit intern geheugen opnieuw beschikbaar
    - vb, beeldscherm en printer
  • Wat is het verschil tussen applicatie en systeem programmatuur?
    Applicatie:
    - Programmatuur waarmee eindgebruiker werkt
    - Oplossing voor eindgebruikersproblemen
    - Specifieke betekenis binnen waardeketen bedrijf
    - Bv tekstverwerkers, boekhoudpakket.

    Systeemprogrammatuur
    - Vormt brug tussen hardware en toepassingssoftware
    - bv. besturingssysteem, vertaalprogramma (eiffel)
  • Wat zijn user interface, interactieve applicaties en batch verwerking?
    user interface = interactie tussen computer en gebruiker

    interactieve applicatie = gebruikers voert online in via muis/keyboard en krijgt online output terug via scherm. 

    batch verwerking = computer leest input van vooraf klaargezette bestanden, schrijft output weg naar bestanden. 
  • Wat is de beleidsinformatica?
    Studie van informatica zoals die wordt ingezet en beheerd in bedrijfscontext.
  • Wat is een kenniseconomie?
    Een economie waar informatie de de productiefactor is
  • 2 De voorstelling van gegevens: binaire gegevenscodes

  • Hoe werkt een computer?
    Door middel van stroomstoten op preciese tijdstippen gegenereerd door een klok. 2 toestanden, aan of afwezigheid van pulsen. Vormgegeven door het binaire talstelsels van 0en en 1en. (BIT = Binaire digIT)
  • Wat is het verschil tussen digitaal en analoog?
    Digitaal = beperkte hoeveelheid toestanden die voorgesteld kunnen worden
    Analoog = onbeperkte aantal toestanden (volume knop bijv)
  • Welke gegevenssoorten zijn er?
    -Booleaans
    aan of afwezigheid van een fenomeen

    -Numeriek
    Gegevens voorgesteld in getalvorm

    -Alfanumeriek
    Gegevens voorgesteld door letters, cijfers en tekens

    -Grafische
    afbeeldingen, zowel stilstaande en bewegende beelden

    -Geluid
    klanken

    -Computergegevens
    opdrachten bijvoorbeeld

    *problematiek wanneer analoog moet omgezet worden naar digitaal en vice versa. 
  • Hoe werkt aftrekking in een binair getalstelsel?
    Dit gebeurt dmv optelling van het tweecomplement. Dat als volgt werkt. 

    Alle 0 en 1 omwisselen, ook wel het tussenresultaat genoemd. Vervolgens bijtellen van 1 op positie 0. Mocht er een bijkomende positie ontstaan, dan wordt deze weggelaten. 

    Wanneer het resultaat een tekenbit heeft van waarde 0, dan is het een positief getal. Wanneer het resultaat een tekenbit heeft van 1 dan is deze de complementsvoorstelling van een negatief getal. De absolute waarde kan vervolgens bepaald worden door weer het complement ervan te berekenen. 
  • Hoe werkt de voorstelling van gegevens dmv PandA?
    PandA betekens presence and absence. 
    Daarom de basisvoorstelling van digitale vorm en werkt met true en false, on en off, + en -, etc. 
  • Hoe werkt de hexadecimale voorstelling?
    Grondtal = 16
    16 symbolen, cijfers 0 t/m 9 en letters A t/m F (10 tot 15)
    Elk symbool in hexadecimale vorm kan vertaald worden naar 4 bits (ook wel een tetrade)

    Deze vorm wordt voornamelijk gebruikt bij kleuren. #FF0000
    Waarbij de voorstelling opgedeeld is in 3 paren voor: Rood, Groen en Blauw
  • Hoe worden numerieke getallen vertoont?
    zuivere gehele getallen worden met een vast aantal bits getoond, meestal 32 of 16 bits. Het eerste bit is het tekenbit. Wanneer een negatief getal wordt getoond, wordt deze voorgesteld door hun tweecomplement en het tekenbit 1 is. Dit zodat er vlotter uitvoeringen van basisbewerkingen gedaan kunnen worden. Er kunnen dan 2^(n-1) negatieve getallen, en 2^(n-1)-1positieve aangezien 0 als positief wordt gezien.
  • Wat is de drijvendekommavoorstelling?
    Meestal enkele, 32, en dubbele, 64 bit precisie. 
    m: mantisse
    r: grondtal  (meestal 16)
    e: exponent

    Voorstelling van de bits:
    1                - tekenbit
    2 t/m 8     - exponent
    9 t/m 64   - mantisse 

    exponent wordt verondersteld dat deze -64 is. Zodat zonder een tekenbit alsnog negatieve exponenten gemaakt kunnen worden. 
  • Hoe werkt alfanummerieke voorstelling?
    De manier van voorstellen van karakters, cijfers en tekens. Elk teken heeft zijn eigen binaire code. 

    ASCII:
    - American standard Code for Information Interchange
    - 8 bit code
    - gedeeltelijk aanvulbaar, gedeeltelijk gestandaardiseerd
    - *spatie heeft een lage waarde, dus namen worden soms anders gesorteerd. 

    UNICODE:
    - Recenter en uitgebreider
    - alle bestaande tekens, daarom universeel
    - 16 bits dus 65536 tekens
    - met uitbreiding tot 1 miljoen tekens. 
  • Wat is de bitmapnotatie?

    Voorstelling van grafische beelden. 

    - Beeld verdeeld in pixels
    - Elk punt heeft een bitrij aan gegevens over bijv kleur. 
    - Kwaliteit = pixels * bitrij
    - Resolutie = pixels horizontaal * verticaal
    - Nood aan opslagcapaciteit en netwerkcapaciteit -> compressie
  • Wat is de vectornotatie?
    Voorstelling van grafische beelden

    - Figuur wordt gemaakt uit lijst van instructies
    - Gebruikt bij tekenprogramma's
    - Minder opslag, makkelijke aanpassing kwa kleur en schaling
    - Enkel toepasbaar op te beschrijven beelden
  • Hoe worden bewegende beelden vertoond?
    Is een som van stilstaande beelden (frames)
    Opslagcapaciteit hangt af van kwaliteit en aantal frames
    Veel compressie nodig: MPEG, AVI, DVIX
  • Hoe wordt geluid vertoond?
    Problematiek is analoog omzetten in digitaal. 
    Geluid is bestaande uit frequentie en amplitude. 

    1 binair getal voor elk punt in de tijd, dat hoogte weergeeft
    - Sampling, aantal meetingen per seconde
    - Nauwkeurigheid, aantal bits die de amplitude voorstelt. 

    Sampling-snelheid wordt standaard gekozen als 44k herz, wat dubbel is van het waarneembare voor menselijk oor. 

    *bij berekenen geluid ook denken aan stereo, ofwel: 2*T*Hz*Bits
  • Hoe werkt datacompressie?
    Is het verminderen van de vereiste aantal bits. 

    Compressieratio = oud bestand : nieuw bestand

    lossless CODEC:
    - na decompressie terug naar exacte staat bestand
    - techniek: run length encoding = een sequentiek 1 maal opslaan plus aantal herhalingen, of adaptive pattern substitution= 1 kleur voor x pixels. 

    Lossy CODEC:
    - na decompressie niet terug naar exacte staat bestand
    - door tolereren van verlies, grotere compressieratios
    - techniek: resolutie verminderen, details weghalen. (te hoge/lage tonen, subtiele donkere / lichte kleuren) en interframe coding, nauwelijks verschillende frames worden weggelaten. 
  • Hoe worden computeropdrachten voorgesteld?
    Een instructie bestaat uit twee onderdelen:
    -operator = geeft de bewerking aan
    -operand = heeft de gegevens aan 
    eerste 8 bits = instructie
    volgende 4    = register adress van operand 1
    volgende 4    = register adress van operand 2

    2 vormen van code bron en machinetaalcode
    - broncode is geschreven voor en door mensen, JAVA bijv.
    - machine is vertaalde broncode door een compiler dat een computer kan uitvoeren. 
  • Hoe gebeurt zelfcontrole bij codes?
    door middel van een extra positie voor het pariteitsbit.

    pare pariteitsregel:

    Wanneer oneven aantal 1-bits, pariteit = 1. ofwel aantal 1 bits is altijd paar. 

    onpare pariteitsregel:
    Omgekeerde van pare: 1 wanneer even. Voordeel is hier dat wanneer alle bits wegvallen dit wordt opgemerkt, terwijl bij pare niet. 
  • Welke bestandsformaten van Bitmapnotatie zijn er?
    JPG, GIF, BMP, TIFF en PNG
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn webservices , en wat voor soorten interacties zijn er?
webservices zijn onafhankelijke softwarecomponenten die functionaliteit aanbieden op het web, die door andere applicaties aangeroepen kan worden. 

- extern is enkel interface zichtbaar
- implimentatie blijft verborgen
- interactie gebasseerd op XML messages 

twee vormen van interactie op basis van SOAP:
- Method invocations = XML tags omschrijven een methode-aanroep met bijbehorende parameters
- Business documenten = elektronische tegenhanger van papiere documenten, denk aan facturen. 

Naast SOAP:
Web Service Description Language (WSDL)
- Maakt gebruik van standaard tags uit de WSDL standaard. 
- Beschrijft wat ernaar gestuurd kan worden, en wat als antwoord kan verwacht worden.
Wat is B2Bi?
Business-to-business integration

Synchronisatie en integratie van de supply chain overheen alle partners. Moet leiden tot optimalisatie van de gehele 'pipeline'. 

Heeft impact op operationeel, tactisch als ook strategich niveau. 

Verondersteld accurate, real-time informatie
Wat zijn SaaS, PaaS en IaaS?
Software as a Service
Platform as a Service
Infrastructure as a Service

Allemaal via de cloud
Wat zijn de eigenschappen van de client/server architectuur. En welke varianten zijn er?
LAN: bestanden kunnen gedeeld worden tussen meerdere PCs op zelfde locatie
Server: computer die toegang biedt en beheert van 'shareable resources'
Client: computer die gebruik maakt van diensten server
Hogere fleibiliteit en schaalbaarheid

3 varianten:
file server architectuur (two-tier, fat client)
database server architectuur (two-tier, fat client)
application server architectuur (three-tier, thin client)
Hoe werkt de NFC-chip?
NFC Tag Emulation 
- gedraagd als een RFID-tag

NFC Reader
- kan in deze stand RFID tags lezen

NFC peer-to-peer
- Interactieve communicatie tussen 2 chips
Wat is de uitdaging bij randapparatuur? En welke soorten zijn er?
Computer werkt enkel met digitale gegevens, daaro moet de invoergegevens omgezet worden in digitale signalen.

Soorten:
- Invoer
- Uitvoer
- Opslagmedia
Wat zijn: overerving, substitutie, dynamic binding en polymorfisme?
Overerving:
- klassen kunnen georganiseerd worden in een hiërarchie
- wanneer van een klasse erft, erf je alle features
- klasse kan features toevoegen, overschrijven, annuleren of hernoemen

Substitutie
- Wanneer een variable gedeclareerd werd met een bepaald type, mag deze steeds verbonden worden met een object behorend tot een subtype van het gedeclareerde type. 
- Niet met een supertype
-Voorbeeld:  PERSOON ---> MAN, VROUW
ARRAY[PERSOON] mag gevuld worden met MAN en VROUW. Maar ARRAY[MAN] niet met PERSOON

Dynamic binding
- Wegens substitutie is het mogelijk dat variabelen verbonden worden met een object behorend tot het gedeclareerde type of subtype ervan
- zodoende kan pas tijdens de uitvoering van het programma een oproep verbonden worden met de correcte code
- de code die zal uitgevoerd worden is de code uit de klase van het object dat op dat moment verbonden is met de variabele
-Voorbeeld: Bij uitvoering code: personen[i].gaOmhoog gaat de MAN 1 stap omhoog en de vrouw 2 stappen omhoog. Zelfde code, andere uitvoering :D

Polymorfisme
- door overerving, substitutie en dynamic binding kunnen de objecten die in een variabele van een bepaald (super)type worden bijgehouden verschillende vormen aanneemen. Dit is polymorfisme
Wat is een pagerank?
een methode om de menselijke interesse voor een webpagine te meten (kwaliteitswaarde). Hoe meer pagina's naar pagina X verwijzen, hoe hoger de kwaliteit. En tevens wordt er waarde gehecht aan de verscheidene links.
Welke bestandsformaten van Bitmapnotatie zijn er?
JPG, GIF, BMP, TIFF en PNG
Wat is een kenniseconomie?
Een economie waar informatie de de productiefactor is