Summary Inleiding in de filosofie

-
2490 Flashcards & Notes
14 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Inleiding in de filosofie
  • E E den Hartog de Haas
  • or

Summary - Inleiding in de filosofie

  • 1.1 De filosofische traditie

  • Wat is de letterlijke betekenis van filosofie

    Liefde voor de wijsheid, NL synoniem wijsbegeerte

  • Welke twee vormen van wijsheid onderscheiden de Grieken

    -Theoretisch, in de ruimste zin van het woord betreft dit de wetenschap
    -Praktische, richt zich op ethische vraagstukken, goede en zinvolle leven

  • Welke opvatting geeft weer dat theoretische en praktische wijsheid bij Grieken met elkaar verweven was

    De veronderstelling dat inzicht in het waarlijk goede tot dientovereenkomstig handelen zou leiden, het goede kennen leidt tot het goede doen. Men deed niet het kwade uit vrije wil maar uit onwetenheid omtrent het goede.

  • Wat was het gevolg van het onbegrensde vertrouwen in de kracht van de rede

    Een met argumenten en tegenargumenten gevoerde discussie zodat men niet over filosofie kan spreken maar over de filosofische traditie met uiteenlopende onderwerpen, en onderzoeksterreinen.

  • Descartes en Wittgenstein hebben geprobeerd de filosofische traditie te beeindigen en opnieuw te beginnen

  • Hoe moet men zich de filosofische traditie voorstellen

    Een los netwerk van invloeden en afhankelijkheden van tegenstellingen en onverwachte parallellen

  • Wat is kenmerkend voor de grootste filosofen

    Zij weten verschillende onderdelen van de traditie in een nieuwe samenhang te plaatsen, gesprek tussen verschillende posities binnen tradite vormt een van de levenselementen van de filosofie, die binnen elke cultuur eigen vragen en antwoorden geeft.

  • 1.2 Filosofische vragen

  • Wat onderscheidt filosofie van andere wetenschappelijke disciplines

    Het is niet mogelijk om filosofie te definieren aan de hand van haar object.

  • Wat is de reden hiervoor

    Er is binnen de filosofie geen grens gesteld aan de onderwerpen, die praktisch en/of theoretisch behandeld worden

  • Schopenhauer stelt twee vereisten om te filosoferen, welke zijn dat

    1 De moed hebben om elke vraag te stellen
    2 Bewust worden van elke vanzelfsprekendheid en dit als problematisch gaan zien

  • Noem de vier hoofdvragen in de filosofie volgens Kant

    1 Wat kan ik weten?
    2 Wat moet ik doen?
    3 Wat mag ik hopen?
    4 Wat is de mens?

  • De vragen drukken gevoel van verwondering uit, filosoof stelt vragen over de wereld. Door de onbevangenheid van de filosofische vragen bieden ze weerstand aan de neiging om een pasklaar antwoord te geven maar nodigen uit tot een systematisch onderzoek.

  • Noem een tweede kenmerk van filosofie

    De methodische aanpak bij de behandeling van vragen

  • Waarin onderscheidt de filosofie zich van andere wetenschappen bij het stellen van vragen

    De expliciete en systematische wijze waarop de fundamenten, vooronderstellingen en vanzelfsprekendheden van het gebruikelijke mens- en wereldbeeld wordt onderzocht, door middel van een wisselwerking met andere wetenschappen.

  • 1.3 De verhouding van filosofie en wetenschap

  • Noem de vier periodes en de daarbij behorende verhouding

    1 Griekse en Romeinse oudheid, geen onderscheid
    2 Middeleeuwen idem wel veranderde positie alleen nog maar in samen hang theologie, waardering werd hierdoor bepaald.
    - Filosofie hoogste waarheid geopenbaard Bijbel op eigen rationele manier bereiken
    - Waarheid kan alleen door geloof bereikt worden en filosofie kan geen bijdrage leveren
    - Domeinen theologie en filosofie zijn gescheiden bestaat dubbele waarheid
    3 Moderne tijd los maken van verschillende vakwetenschappen, leek filosofie overbodig te maken herdifinitie vond plaats

  • Wat is gevolg van verzelfstandiging van de wetenschappen

    Onderwerpen die tot filosofie behoorden nu object van afzonderlijke wetenschappen zijn, filosofie moet zich verdedigen tegen mening dat alle echte kennis door wetenschappen wordt geleverd.

  • Noem de vier visies op relatie van filosofie tot de wetenschappen

    1 Filosofie behandelt hoogste en omvattende vragen en betrekt resultaten van wetenschappen in synthese
    2 Wetenschappen feiten maar niet betekenis voor menselijk leven, wetenschap causaal, filosofie, redenen en waarden
    3 Neopositivisme, filosofie kan alleen de wetenschappen helpen om deze van schijnzekerheden los te maken en verwarring uit verleden door analyse op te helderen
    4 Filosofie naast andere wetenschappen, gespecialiseerd in systematisch en redelijk denken met interesse voor onderzoeken van eigen en andermans maatstaven.

  • Lees de uitgebreide beschrijving op bladzijde 18 en 18

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Inleiding in de filosofie
  • E E den Hartog de Haas
  • 9789035802537 or 9035802535
  • 1e dr.

Summary - Inleiding in de filosofie

  • 1.1 De filosofische traditie

  • Volgens de Grieken is filosofie in twee delen te splitsen:
    • theoretische filosofie = wetenschap
    • praktische filosofie = juiste levenswandel

    Onbegrensd vertrouwen in de kracht van de rede
    Geen algemeen aanvaarde definitie van filosofie
    Kenmerk voor de grootste filosofen is het herordenen van verschillende onderdelen
    Echte filosofische traditie vereist geschreven filosofische teksten
  • woord filosofie : afkomst, samenstelling, betekenis

    afkomst: Grieks

    Samenstelling: philia = liefde of vriendschap, sophia= wijsheid

    betekenis= wijsbegeerte

  • Wat is wijsheid voor de Grieken?

    1. theoretische wijsheid:  wetenschap

    2. praktische wijsheid: levenswandeling, filosofische vraagstukken

  • theoretische en praktische wijsheid is verweven met elkaar waarom? en wie ontdekte deze?

    De Grieken, zij veronderstelden dat een mens geen kwade dingen deed uit vrije wil maar onwetendheid omtrent het goede

  • 'Niet de waarheid deed ter zake, maar de overtuigingskracht, waarmee een standpunt verdedigd werd.' Wie zei dit en waarom? 

    sceptici en cynici trokken 'ware kennis' in vraag

    sofisten en retorici vond deze zelfs niet nastrevenswaardig geacht

  • hoe word filosofie gekenschetst in het boek? 

    als een traditie, een losse samenhang van verschillende denkstijlen en stromingen.

  • wat bedoelen ze als ze filosofie kenschetsen als een traditie?

    als een los netwerk van invloeden en afhankelijkheden, van tegenstellingen en onverwachte parallellen

  • wie heeft er geprobeerd om een streep te zetten onder de traditie van filosofie?

    en waarom blijven ze pakken bij de traditie?

    1. Descartes, middeleeuwen 

     Wittgenstein, begin twintigste eeuw

    2. omdat fundamentele inzichten honderden jaren vruchtbaar kunnen blijven, filosofen zetten ze telkens in een ander daglicht.

  • cultuur gebonden filosofie

    bestaand op geschreven filosofische teksten

  • 1.2 Filosofische vragen

  • Filosofie heeft geen eigen (onderzoeks)object
    Filosofische vragen zijn niet gericht op oplossingen maar op vooronderstellingen die aan ons wereldbeeld ten grondslag liggen
    Onderscheid zich door expliciete en systematische wijze van onderzoeken van vanzelfsprekendheden
  • Wat is het verschil tussen filosofie en andere wetenschappen?

    filosofie heeft geen object. filosofie wordt gekarakteriseerd door de wijze waarop zij bepaalde vragen stelt.

  • op welke wijze behandelt de filosofie haar vragen?

    door een epliciete en systematische wijze waarop zij de fundamenten en vanzelfsprekendheden van het eigen wereldbeeld onderzoekt. 

    wisselwerking cultuurgebonden, omringende wetenschappen en historische omstandigheden

     

  • verwachtingen van filosofie

    geen kant en klaar antwoord, beter en scherper stellen van de vragen.

  • 1.3 De verhouding van filosofie en wetenschap

  • Verhouding tot wetenschap van fundamenteel belang voor Westerse filosofie
    In de klassieke oudheid geen onderscheidt tussen filosofie en wetenschap
    In de middeleeuwen was de verhouding filosofie - theologie het belangrijkste, er waren drie visies:
    1. filosofie op dezelfde hoogte als als theologie: hoogste waarheid uit de bijbel ook via de filosofie te bereiken
    2. filosofie is slechts een hulpwetenschap van de theologie (dienstmaagd)
    3. beide zijn zo volkomen gescheiden dat er twee waarheden kunnen zijn:
    • de geloofswaarheid
    • de filosofische waarheid

    In de moderne tijd legt de filosofie de grondslag voor de wetenschap
    In de tegenwoordige tijd zijn er vier visies:
    1. aansluiting bij traditie dat filosofie de hoogste en meest omvattende vragen behandelt. Synthese van alle kennis via filosofie
    2. wetenschap kan alleen feiten aan het licht brengen en niet de betekenis voor het leven van deze feiten bepalen. Wetenschap kan geen zinvragen beantwoorden.
    3. pretenties van 1 en 2 zijn achterhaald, filosofie kan niet tot een totaalwetenschap leiden maar dient om deze pretenties teniet te doen en de drogbeelden los te laten. Neopositivistische filosofie.
    4. filosofie naast de andere wetenschappen als specialisatie in het systematisch en redelijk denken met speciale interesse voor het rechtvaardigen van eigen en andermans maatstaven
  • verhouding filosofie en wetenschap in de oudheid?

    geen onderscheid

  • middeleeuwen

    geen onderscheid, wel verandering positie filosofie.

    filosofie in samenhang met theologie : 3 verhoudingen:

    1 filosofie gelijkwaardig aan theologie:  filosofie de hoogste waarheid geuit in de bijbel

    2. filosofie ondergeschikt aan de theologie : 

    3. filosofie en theologie totaal verschillend: dubbele waarheid: A geloofswaarheid B filosofische en wetenschappelijke waarheid

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Taylor noemt dit substraction stories: neem alle bijgeloof en religie weg en mensheid komt vanzelf tot één en dezelfde liberale, moderne cultuur. Om welke redenen hekelt Taylor deze overtuiging.
  1. Bij de a-culturele benadering van moderniteit gaat men uit van de eigen culturele neutraliteit. In werkelijkheid berust deze op specifieke westerse ontwikkelingen
  2. Deze houding is aanmatigend en arrogant, westerse cultuur is enige waardevolle cultuur, superioriteit staat al van te voren vast maakt dialoog met andere culturen overbodig
Wat is typerend voor deze a-culturele benadering
De ontwikkelingen worden als vooruitgang beschouwd
Waar gaan sociale en wetenschappelijke ontwikkelingen mee samen
Nieuwe filosofische overtuigingen: belang van de rede, instrumentele houding tegenover de natuur en de medemens.
Welk moderniseringsproces bestaat er op wetenschappelijk vlak
Ontwikkeling van de technologie.
Welk moderniseringsproces bestaat er op sociaal vlak
Scheiding tussen religie en politiek, alfabetisering, universeel stemrecht en verstedelijking
Volgens Taylor heeft westerse liberalisme een a-culturele benadering van moderniteit meegebracht, wat bedoelt hij met a-cultureel
Dat de moderniteit bepaalde essentiële operaties kan uitvoeren op welke cultuur dan ook, onafhankelijk van de inhoud van die cultuur kunnen moderniseringsprocessen zich doorzetten.
Wat is multiple modernities
Verschillende vormen van moderniteit.
Culturele consensus op praktische niveau van gedragsnormen is mogelijk voorafgaand aan consensus over juridische vormen of filosofische rechtvaardiging. De horizonversmelting moet later tot stand komen, waarom blijft deze versmelting een vereiste
Alleen respect voor elkaars filosofische overtuigingen biedt een basis om met kans op slagen te debatteren
Discours van de mensenrechten wordt verweten dat het tot individualisme leidt, volgens Taylor is dit niet het grote probleem, wat dan wel
Het politieke vertrouwen waarop het berust. Hoe groter de vrijheid, des te sterker moeten burgers vertrouwen op elkaars welwillende bijdrage aan de samenleving.
Het achterliggende mens- en wereldbeeld brengt een probleem, hoe valt westerse klemtoon op individu te rijmen met de confucianistische of boeddhistische ethiek. Taylor vindt dat analytische benadering tot driedelig onderscheid leidt, welke
  1. Op zoek gaan naar mondiale consensus over gedragsnormen
  2. Om deze aanvaard te krijgen moeten deze in die samenleving berusten op een algemeen aanvaard filosofisch kader
  3. Om ze bekrachtigd te krijgen moeten ze uitgedrukt worden in een juridisch apparaat