Summary Inleiding in de filosofie

-
ISBN-13 9789033491603
322 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Inleiding in de filosofie". The author(s) of the book is/are T Heysse. The ISBN of the book is 9789033491603. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Inleiding in de filosofie

  • 1 Probleemstelling met Socrates

  • het griekse mirakel?
    de ontwikkeling/ het tot stand komen van democratie, geschiedenischrijving, meetkunde, impact van het woord & schrift op zeer korte tijd. 

  • wat is het impact van het woord
    dit is argumentatie en discussie. men heeft het recht om deel te nemen aan politieke beraadslaging. 
  • wat is het impact van het schrift?
    dit is het gevolg van de democratische bestuursvorm.
    wetten moeten worden opgeschreven zodat de machthebbers het niet zomaar kunnen veranderen en de broers hun eigen interpretatie kunnen confronteren met die van de machthebbers. 
    de analoge gevolgen: het bied de mogelijkheid om inzichten en kennis te bewaren en te verspreiden.
  • arete
    goed zijn in hetgene waarin men goed hoort te zijn, alles wat een mens hoort te kunnen moet deze ook kunnen. 
  • eudaimonia
    je goed voelen door te bloeien maar om te kunnen bloeien moet je soms dingen doen die minder leuk zijn. de toestand waarin een plant zich bevindt als deze goed bloeit.
  • niemand doet willens en wetens kwaad
    men doet fout doordat men de rangorde tussen wat goed is en wat niet, niet begrijpt (foute inschatting). bewust iets kwaadwillig doen bestaat niet. 
  • apologie
    belangrijkste bron voor het leven van socrats.
  • sofisten
    tijdgenoten van socrates, rondreizen leraars die betaald werden voor hun onderwijs in de retoriek (eerste die betaald werden hiervoor). boden een opleiding voor wie zich wilde voorbereiden op een rol in de politie
  • retoriek
    Bewust beoefende kunst van het goed en overtuigend spreken voor een groot politiek. de praktische vaardigheid om goed en overtuigend te spreken en naar de theoretische wetenschap die de regels en voorwaarden van een goed en overtuigend betoog bestudeert. doel: leerlingen in staat stellen in alle omstandigheden gelijk te halen
  • homo mensura-leer (van protagoras)
    maatstaf voor het onderdeel. alle waarheid is relatief, niemand weet iets met zekerheid. van alle dingen is de mens de maat, van die welke zijn, dat ze zijn, van die welke niet zijn, dat ze niet zijn. 
  • subjectivistisch standpunt van protagoras
    er is geen realiteit achter en onafhankelijk van de verschijnselen. wat voor mij als waarheid verschijnt is waar. 
  • zingeving
    wat goed, waardevol of zinvol voor de mens is. wat mensen in beslag neemt, raakt, beangstigt of bedroeft.
  • neiging tot transcedentie
    het verlangen van de mensen om hun leven, overtuigingen en betekenisconstructies te beschouwen vanuit een ander standpunt dan hun persoonlijk of subjectief standpunt. ze streven naar een standpunt van iets/iemand anders dan het persoonlijk standpunt bevestigt.
  • hulpwetenschappen
    vaststellen wat er precies in het verleden het geval is geweest.
  • geschiedenischrijving
    feiten in een zinvol verband plaatsen
  • narratio
    historische feiten selecteren en ze in een structuur plaatsen -> de feiten krijgen een betekenis (niet chronologisch, kan een metafoor zijn.
  • filosofische vragen
    filosofische vragen hebben 3 kenmerken:
    1) filosofie gebeurt in de marge- onrechtstreeks
    2) filosofie loopt in een kring (vragen stellen over wat we al weten)
    3) filosofen zijn geinterreseerd in filosofen uit het verleden (in dialoog rechtstreeks/onrechtstreeks)
  • 1.1 Het Griekse mirakel

  • Wanneer en waar begint het verhaal van de filosofie?
    399 v.C. in Athene, op dat ogenblik het centrum van de Griekse cultuur.
  • Wat houdt 'Het Griekse mirakel' in?
    Omdat zoveel nieuwe belangrijke zaken tot stand kwamen in een zo korte tijd. Er kwamen enkele fundamentele aspecten van onze Europese cultuur tot stand; democratie, geschiedbeschrijving, meetkunde, theater, sport, atheisme. 
  • Welke eerste cruciale stap in het proces van ontwikkeling werd gezet?
    Men begon oude mythes te bekritiseren en uiteindelijk op te geven. Sommige Grieken verwierpen geleidelijk de traditionele religieuze verklaringen over de natuur en de wereld. Ze waren zich er duidelijk van bewust dat een verklaring voor de natuur niet zomaar voor het grijpen lag; dat een dergelijke verklaring het resultaat is van een lang en moeizaam leerproces waarbij de verschillende verklaringen die zijn voorgesteld, uitvoerig worden bediscussieerd en bekritiseerd.
  • Welke verklaringen zijn van belang geweest bij de ontwikkeling van het Griekse mirakel?
    Een deel van de verklaring bestaat uit economische welvaart en twee culturele factoren zijn ook van belang geweest: de impact van het woord en van het schrift. 
  • Wat wordt er bedoelt met de impact van het woord?
    Gevolg van de democratische bestuursvorm: Argumentatie en discussie. Als vanzelf werd discussie, argumentatie en polemiek de regel van het intellectuele en culturele spel. Als vanzelf werd ook de gedachte meer plausibel dat geen enkel discussiethema taboe is of dat geen enkele man uitgesloten mag worden.
  • Wat wordt er bedoelt met de impact van het schrift?
    Gevolg van de democratische bestuursvorm: voor een democratische bestuursvorm heb je wetten nodig. Twee ontzaglijke voordelen van geschreven wetten:
    1. De machthebber kan de wet niet zomaar naar eigen dunken veranderen.
    2. Burgers kunnen hun eigen interpretatie van de wet confronteren met die van de machthebbers. 
    Analoge gevolgen van het schrift: het bevordert het kritische houding tegenover de inzichten. (informatie kan keer op keer worden herlezen, overdacht en geevalueerd worden).
  • Welke eerste belangrijke stap heeft de heel vroegere verklaring van de natuur door de Grieken gezet?
    Ze hebben duidelijk uitgelegd welde twee algemene voorwaarden vervuld moeten zijn opdat een menselijke verklaring van de natuur mogelijk is. 
    1. Een menselijke verklaring vereist dat de natuur kan verklaard worden door middel van enkele principes. 
    2. Die principes moeten door mensen kunnen begrepen, uitgesproken en beschreven in teksten worden.
  • Welke twee essentiele verschillen bestaan er tussen de huidige natuurwetenschappen en de pogingen van de Grieken om een verklaring te vinden voor fenomenen in de natuur?
    1. De Grieken gebruikten bijna geen experimenten en instrumenten; bij hun verklaring van de natuur beperkte ze zich tot alledaagse observaties van fenomenen. 
    2. De rol van wiskunde. De Grieken gingen er van uit dat wat er op aarde gebeurt niet exact geformuleerd kan worden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

a posteriorie uitspraken
de onwaarheid kan alleen gekend worden door een beroep te doen op waarnemingen
a priori uitspraken
de waarheid kan onafhankelijk vand e waarneming gekend worden.
corpernicaanse theorie
de aarde is niet het centrum, maar de zon wel.
geocentrisme
de leer dat de aarde het centrum van het zonnestelsel/universum is en dat de zon&andere hemellichamen rond de aarde draaien (dit is een verlaten theorie.
secundaire eigenschappen
dingen aan onze zintuigen verscheinen
primaire eigenschap
werkelijk zijn alleen die eigenschappen van de dingen die we met onze reden kennen.
transcendent standpunt
= neutraal standpunt -> een standpunt dat volkomen vrij is van al wat typisch menselijk is.
neutrale voorstelling van de werkelijkheid
een voorstelling van de werkelijkheid die niet typisch is voor een bepaald individu of zelfs een bepaald mens. een voorstelling die mensen ook met wezens kunnen delen die heel andere zintuigen hebben.
project van zuiver onderzoek.
descartes wil niet gewoon de waarheid vinden, hij wil:
1) zoektocht naar de waarheid helemaal van in het beginnen
2) en zo obetwijfelbare uitspraken bekomen. (zuiver = niet gewoon, niet alledaagse dingen)
objectiviteit
bedoelen we niets anders dan het feit da het mogelijk is een onderscheid te maken tussen zijn en schijnen.