Summary inleiding in de pedagogiek

-
ISBN-13 9789023255635
789 Flashcards & Notes
21 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • inleiding in de pedagogiek
  • annemarie becker
  • 9789023255635
  • 3rd

Summary - inleiding in de pedagogiek

  • 1.1 Inleiding

  • Wat zijn de vier basisdimensies van de opvoeding?
    1. Ondersteuning bieden
    2. instructies geven
    3. controle uitoefenen
    4. grenzen stellen
  • 1.2 Beschrijving van het begrip pedagogiek

  • Pedagogiek betekend 'kinderleiding'. Wat zijn andere woorden voor pedagogiek en waarin verschillen deze drie begrippen van elkaar?
    • Opvoedkunde: richt zich op de vaardigheden van de opvoeder.
    • Opvoedingsleer: richt zich op het vergaren van kennis over opvoeden.
    • Opvoedingswetenschap: richt zich op het ontwikkelen van theorieën over en methoden met betrekking tot het opvoeden.
  • De pedagogiek ontleent zijn theoretische gegevens ook aan andere wetenschappen, zogenoemde hulpwetenschappen. Welke?
    In de meeste gevallen maakt men gebruik van de psychologie, sociologische, filosofische, theologische (levensbeschouwing) en andragogische wetenschappen.
  • Wat is de definitie van opvoeden?
    Opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind waarbij gericht een relatie wordt aangegaan. In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal het kind tot zelfontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de nodige zelfstandigheid en zelfredzaamheid beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven.
  • Wanneer is er sprake van opvoeding?

    Als de volgende drie punten spelen in de omgang tussen ouder en kind:
    1. Er is sprake van wederzijds respect tussen ouder en kind.
    2. Het kind ervaart voldoende veiligheid bij, heeft vertrouwen in, kan rekenen op, voelt zich geaccepteerd door en krijgt ondersteuning van de ouder.
    3. Het kind wordt door de ouder uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen en te experimenteren met nieuwe dingen, waardoor hij vertouwen krijgt in zijn omgeving.
  • 1.3 De vier basisdimensies van het opvoeden

  • De vier basisdimensies zijn met elkaar verbonden, waar zorgen zij gezamelijk voor?
    Samen zorgen zij ervoor dat het kind zich door verschillende ontwikkelingsfasen heen kan slaan om volwassen te worden.
  • 1.3.1 Ondersteuning bieden

  • Waar duiden warmte en affectie op in de opvoeding?
    Warmte en affectie duiden op emotionele beschikbaarheid van de ouders. Dit zorgt voor positieve ontwikkeling van het kind.
  • Wanneer een kind wordt afgewezen of affectief verwaarloosd, loopt het kind een verhoogd risco op blijvende schade op te lopen. Wat kan er gebeuren?
    Gebrek aan warmte en affectie in samenhang met harde fysieke straffen blijken goede voorspellers te zijn voor agressie, vandalisme en delinquentie bij het kind tot ver in de volwassenheid.
  • Nauw verwant aan het warmteaspect is het begrip responsiviteit, dat de mate van adequaat reageren van de ouder op de signalen die het kind aanduidt. Wat gaat er op responsiviteit vooraf?

    Aan responsiviteit gaat sensitiviteit vooraf, dat het gevoelig zijn inhoudt voor de signalen die het kind afgeeft ten aanzien van zijn behoefte en gevoelens.

    Een responsieve ouder is gericht op de signalen die het kind uitzendt. De signalen worden door de ouder opgemerkt (sensitief) en er wordt adequaat op gereageerd (responsief).
  • Noem een voorbeeld van een psychische of emotionele beloning en van een materiële beloning.

    Psychische of emotionele: knuffel, kusje, opgestoken duim, schouderklopje of knipoog.
    Materiële beloning: extra zakgeld, stickerboekje of iets dergelijks.
  • Ondersteuning kan op meerdere manieren gegeven worden, welke?

    Materiële ondersteuning (door bijvoorbeeld een bijtring bij doorkomende tandjes, een schoolagenda) of samen iets leuks doen, het kind aanwijzingen of adviezen geven. Alle vormen van ondersteuningen leiden tot een emotioneel goed gevoel bij het kind.
  • 1.3.1.1 Ondersteuning door middel van beloning

  • Waar leidt beloning door middel van ondersteuning toe?
    Ondersteuning door middel van belonen bestaat uit handelingen die leiden tot een emotioneel prettig gevoel bij het kind.
  • 1.3.1.1.1 Ondersteuning door middel van straffen

  • Staffen heeft een negatieve lading, toch heeft straffen ook een positieve functie, welke?

    Door te straffen biedt de ouder het kind de gelegenheid om te reflecteren op zijn gedrag en ongewenst gedrag af te leren.

    Probeer straffen wel tot het minimale te houden, door gewenst gedrag te belonen.
  • Als de ouder uit frustratie straft, zal de straf niet passen bij de ernst van het ongewenste gedrag en zal het bij het kind leiden tot agressief gedrag. Als de ouder een straf oplegt die buiten proportie is, zal de opgelegde straf ook voor de ouder als straf aanvoelen, waardoor ook hij gefrustreerd raakt.
  • Wat is belangrijk bij straffen?
    Consequent zijn van de ouders, ook is het raadzaam om na de opgelegde straf met het kind te bespreken wat de bedoeling was van zijn straf, anders zal straffen zijn doel voorbij schieten.
  • Wat is gedragsregulatie?
    Door bij ongewenst gedrag het kind een korte time-out te geven wordt het kind uit de situatie gehaald om over zijn gedrag na te denken, om daarna met het kind te bespreken waarom hij die time-out heeft gehad.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Inleiding in de pedagogiek
  • Annemarie Becker
  • 9789023248286 or 9023248287

Summary - Inleiding in de pedagogiek

  • 1 Het begrip opvoeding

  • noem 3 andere woorden voor pedagogiek
    opvoedkunde, opvoedingsleer en opvoedingswetenschap
  • Definitie opvoeding?
    Opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind, waarbij de ouder gericht een relatie met het kind aangaat. In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht, instructie, controle, grenzen en ondersteuning. Het kind zal hierdoor tot zelfontplooing komen en zal over het nodige zelfvertrouwen en de nodige zelfredzaamheid en zelfstandigheid beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven.

  • noem de pedagogische hulpwetenschappen
    de psychologische, sociologische, filosofische en andragogische wetenschappen
  • Waneer is er sprake van opvoeding? (Drie Punten).
    1. Als er sprake is van wederzijds respect tussen ouder en kind.

    2. Als het kind voldoende veiligheid bij, vertrouwen in, kan rekenen op,  zich geaccepteerd voelt door en ondersteuning krijgt van de ouder.

    3. Het kind door de ouder uitgedaagd wordt om eigen beslissingen te nemen en te experimenteren met nieuwe dingen, waardoor hij vertrouwen krijgt in zijn omgeving.



  • noem de 4 basishandelingen/basisdimensies
    ondersteuning bieden, instructie geven, controle uitoefenen en grenzen stellen
  • 1.1 Inleiding 16

  • wat is pedagogiek?
    een opvoedingswetenschap met eigen theorieën en methoden
  • Wat zijn de vier basisdimensies?
    ondersteuning bieden, instructie geven, controle, grenzen stellen
  • 1.2 Beschrijving van het begrip pedagogiek 16

  • Wat betekent pedagogiek?

    Pedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen en jeugdigen van 0-18 jaar. Pedagogiek betekent kinderleiding. Andere woorden voor pedagogiek zijn: opvoedkunde, opvoedingsleer of opvoedingswetenschap. Deze drie begrippen verschillen enigszins in betekenis:

    1. opvoedkunde richt zich op de vaardigheden van de opvoeder.

    2. Opvoedingsleer richt zich op het vergaren van kennis over opvoeden.

    3. Opvoedingswetenschap richt zich op het ontwikkelen van theorieën over en methoden met betrekkeing tot opvoeden.

  • Wat zijn andere woorden voor pedagogiek?
    Opvoedkunde, opvoedingsleer en opvoedingswetenschap
  • Wat betekent de term pedagogiek letterlijk?
    kinderleiding
    (pais = kind, agogein = leiden)
  • Onderscheid Opvoedkunde, Opvoedingsleer en opvoedingswetenschap.
    1. Opvoedkunde richt zich op de vaardigheden van de opvoeder.
    2. Opvoedingsleer richt zich op het vergaren van kennis over opvoeden.
    3. Opvoedingswetenschap richt zich op het ontwikkelen van theorieën over methoden met betrekking tot opvoeden.
  • Wat is pedagogiek?
    Pedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen en jeugdigen van 0-18 jaar.
    De term pedagogiek is afgeleid van het Griekse woord paidagogia, pais= kind en agogein= leiden. Pedagogiek betekent dus "kinderleiding". 

    Andere woorden voor pedagogiek zijn: opvoedkunde, opvoedingsleer of opvoedingswetenschappen.

    deze begrippen verschillen toch enigszins:
    1. opvoedkunde richt zich op de vaardigheden van de opvoeder
    2. opvoedingsleer richt zich op het vergaren van kennis over opvoeden
    3. opvoedingswetenschap richt zich op het ontwikkelen van theorieën over en methoden met betrekking tot opvoeden. 

    Definitie opvoeding:
    opvoeding is alle omgangen  tussen ouder en kind waarbij de ouder gericht een relatie met het kid aangaat. In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. Hierdoor zal het kind tot zelfontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de nodige zelfstandigheid en zelfredzaamheid beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven. 

    Naar aanleiding van de definitie kan gesteld worden dat er sprake is van opvoeding als de volgende 3 punten spelen in de omgang tussen ouder en kind:
    1. Er is sprake van wederzijds respect tussen ouder en kind
    2.Het kind ervaart voldoende veiligheid bij, heeft vertrouwen in, kan rekenen    op, voelt zich geaccepteerd door en krijgt ondersteuning van de ouder.
    3.Het kind wordt door de ouder uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen    en te experimenteren met nieuwe dingen, waardoor hij vertrouwen krijgt         in zijn omgeving.

     
  • de defenitie van opvoeding
    opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind waarbij de ouder gericht een relatie met het kind aan gaat. in deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle. hierdoor zal het kind tot zelfontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven. 
  • Wat betekent de term pedagogiek letterlijk?
    kinderleiding
    (pais = kind, agogein = leiden)
  • Wat is de definitie van opvoeding?

    Opvoeding is alle omgang tussen ouder en kinder waarbij de ouder gericht een relatie met het kind aangaat. In deze omgang biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle.

    Hierdoor zal het kind tot zelfontplooiing komen en over het nodige zelfvertrouwen en de nodige zelfstandigheid en zelfredzaamheid beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven.

  • Waar richt opvoedkunde zich op?
    de vaardigheden van de opvoeder
  • Wat is pedagogiek?
    • Pedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding kinderen en jeugdigen (0-18)
    • Pedagogiek is de wetenschap die systematisch de opvoedingsverschijnselen beschrijft, analyseert, onderzoekt en toepast
  • wanneer is er sprake van opvoeding?
    - sprake van wederzijds respect tussen ouder en kind
    - het kind ervaart voldoende veiligheid bij, heeft vertrouwen in, kan rekenen op, voelt zich geaccepteerd door en krijgt ondersteuning van de ouder
    - het kind wordt door de ouder uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen en te experimenteren met nieuwe dingen, waardoor hij vertrouwen in zijn omgeving krijgt.
  • Van welke drie onderdelen is er sprake als het gaan om opvoeding?
    1. Wederzijds respect.
    2. Het kind ervaart veiligheid, heeft vertrouwen in, kan rekenen op, voelt zich geaccepteerd door en krijgt ondersteuning van de ouder.
    3. Het kind wordt uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen en te experimenteren.
  • Naar aanleiding van de definitie kan gesteld worden dat er sprake is van opvoeding als de volgende drie punten spelen in de omgang tussen de ouder en het kind:

    1. Er is sprake van wederzijds respect tussen ouder en kind.

    2. Het kind ervaart voldoende veiligheid bij, heeft vertrouwen in, kan rekenen op, voelt zich geaccepteerd door en krijgt ondersteuning van de ouder.

    3. Het kind wordt door de ouder uitgedaagd om eigen beslissingen te nemen en te experimenteren met nieuwe dingen, waardoor hij vertrouwen krijgt in zijn omgevin.

  • Waar richt opvoedingsleer zich op?
    op het vergaren van kennis over opvoeden
  • Wat is het verschil tussen opvoedkunde, opvoedingsleer en opvoedingswetenschap?
    1. Opvoedkunde richt zich op de vaardigheden van de opvoeder
    2. Opvoedingsleer richt zich op het vergaren van kennis over opvoeden
    3. Opvoedingswetenschap richt zich op het ontwikkelen van theorieën met betrekking op opvoeden
  • Waar richt opvoedingswetenschap zich op?
    het ontwikkelen van theorieën over en methoden met betrekking tot opvoeden
  • Wat is opvoeden?
    Alle omvang tussen kind en volwassenen (interactie en relatie)
  • Definitie van opvoeding? 
    Opvoeding is alle omgang tussen ouder en kind waarbij de ouder gericht een relatie met het kind aangaat.
  • Wat heeft een kind nodig?
    • affectie
    • liefde
    • geborgenheid
    • aandacht
  • Wanneer is er sprake van opvoeding?

    1. wederzijds respect tussen ouder en kind.

    2. het kind ervaart veiligheid, vertrouwen, kan rekenen op, acceptatie en ondersteuning van de ouders.

    3. het kind wordt uitgedaagd door de ouders om eigen beslissingen te nemen en te experimenteren met nieuwe dingen. Hierdoor ontstaan vertrouwen in de omgeving.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Goede opvoedrelatie
- gelijkwaardigheid
-wederzeids respect
- wisselwerking
- de ouder en kind geven en nemen beide. Ze zijn beide ontvanger en gever
- beide partijen leren veel van elkaar inleven in elkaar wereld
Ouderlijk opvoedgedrag kent volgens Rigter(2013) 3 kenmerken die de kans op een veilige hechting zo groot mogelijk maken
1. Het gedrag moet SENSITIEF zijn(Signalen herkennen en geruststellen)
2. Het gedrag moet RESPONSIEF zijn(Directe juiste reactie op signalen)  
3. Er moet CONTINUITEIT  EN REGELMAAT IN HET GEDRAG zijn.
Opvoedrelatie
Is de liefdevolle relatie tussen ouder en kind
Drie punten in de omgang tussen ouder en kind
- sprake van wederzijdse respect
- veiligheid,vertrouwen en ondersteuning
- kind wordt uitgedaagd voor nieuwe beslissingen en ouder laat kind experimenteren
Een bevelshuishouden wordt gekenmerkt door
Duidelijke gezagsverhoudingen en rolpatronen tussen de ouder en het kind. De mening van het kind is ondergeschikt aan die van de ouder. In de 18 de en 19 de eeuw was het gebruikelijk om met bevelen op te voeden. De opvoeding was toen voornamelijk gericht op gehoorzaamheid, doen wat de ouder zei, niet tegenspreken, ook op het werk ging het zo(directeur is de baas)
Later kwam er een verschuiving. In sommige gezinnen maakt de volwassenen nog gebruik van zijn machtspositie. De ouder wil controle uitoefenen om het kind op het rechte pad te houden.  Vaak is ouder zelf ook zo opgevoed, denk ook aan gezinnen met migratie achtergrond. Een kind dat in een bevelshuishouden opgroeit, heeft vaak moeite met het geven van een eigen mening, kan niet omgaan met kritiek en doet dingen vaak stiekem.
Draagkracht
is volgens Bakker et al. Het geheel van competenties en beschermende factoren die de ouder en het kind in staat stellen deze taken en bedreigende factoren het hoofd bieden. Zoals intelligentie, humor, positieve levenservaringen, hulp vanuit de omgeving van de ouder en het vermogen om problemen op te lossen.

Tussen draaglast en draagkracht dient een stabiel evenwicht te zijn. Zie casus rode boek blz. 71/72
Draaglast
wordt door Bakker et al. Gedefinieerd als het geheel van ontwikkelings-, opvoedings- en levenstaken die de ouder en het kind hebben.
Deze taken gaan verder dan opvoeding en ontwikkeling en gaan ook over bv. inkomen, huisvesting, kleding.
Risicofactoren zijn bv. Werkeloosheid, overlijden, aangeboren afwijking. Deze kunnen stress veroorzaken waardoor de taken van de ouder zwaarder woorden en de draaglast groter wordt.
Opvoedingsopgaven Adolescentieperiode (12 - 18 jaar)
In de adolescentiefase is de jongere het meest gebaat bij leeftijdsadequate grenzen. Een 12/13 jarige heeft andere grenzen nodig dan een 17/18 jarige. Hoewel de jongere niet zit te wachten op instructies van de ouders is het zeer belangrijk die wel te blijven geven. Doordat de jongere te maken heeft wisselende stemmingen kan het geven van instructie leiden tot conflicten omdat het zich onbegrepen voelt. Nog meer dan in de vorige ontwikkelings
fasen heeft de jongere ruimte nodig om te experimenteren met de eigen positie.  In de moeilijke fase is de steun van de ouder hard nodig. Het beste is om de nieuwe gedragingen te accepteren en te respecteren hij zal de adolescentie periode dan met zelfvertrouwen ingaan.
Jongere in deze fase identificeren zich sterk met de ouder. De ouder vervult een voorbeeldfunctie. Daarbij ontstaat een Symmetrische relatie waarbij beide partijen dichter bij elkaar komen.
Cognitieve ontwikkeling Adolescentieperiode (12 - 18 jaar)
Cognitieve ontwikkeling: De jongere kan naarmate hij volwassen wordt ingewikkeldere vraagstukken beredeneren en oplossen. Zelfstandigheid en zelf keuzes maken over belangrijke zaken bv studierichting. Deze ontwikkeling zet zich voort richting volwassenheid.
Psychologische ontwikkeling Adolescentieperiode (12 - 18 jaar)
Psychologische ontwikkeling: De Adolescentieperiode wordt ook wel puberteit genoemd. Deze fase wordt gekenmerkt door emotionele zelfstandigheid. Dat proces gaat gepaard met conflicten tussen oudere en en jongere en gaan voornamelijk over schoolprestaties, huisregels, vrienden enz. De jongere is gericht op zichzelf en leeftijdsgenoten daardoor ontstaat het proces van losmaking van de ouder en de opvoedrelatie verandert.
Er zijn 3 indelingen in deze fase:
1. De vroege adolescentie: Lichamelijke rijping, proces van losmaking van de ouder komt op gang.
2. De midden adolescentie: Waarin het experimenteren met diverse keuzemogelijkheden centraal staat.
3. De late adolescentie: De jongere begint verplichtingen aan te gaan m.b.t zijn maatschappelijke positie en persoonlijke relaties.

De jongere is in staat om goede beslissingen te nemen en verantwoordelijkheid te dragen als hij in de vorige 3 leeftijdsfases de juiste ondersteuning en instructie heeft gehad. Hoewel de weg ernaar toe vaak gepaard gaat met een innerlijk conflict gaat. De jongere wil enerzijds een kind zijn en anderzijds een volwassenen.