Summary Inleiding in de psychologie

-
575 Flashcards & Notes
45 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Inleiding in de psychologie". The author(s) of the book is/are Marc Brysbaert. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Inleiding in de psychologie

  • 1 Wat is psychologie

  • Wat is psychologie?
    Psychologie is een wetenschap waarbij het gedrag wordt bestudeerd en waarbij de gedragsevidentie wordt gebruikt om de interne processen te begrijpen die ten grondslag liggen aan dat gedrag. 
  • Welke 3 bronnen van kennis benoemt Brysbaert als oorzaak voor het globaal en stereotiep beeld over psychologen dat in de samenleving lijkt te leven?
    1. Populaire boeken die vaak door pseudopsychologen geschreven zijn en zelden bijdragen aan een beeld van Psychologie als wetenschap.
    2. Films en boeken waarin 'de psycholoog' figureert.
    3. Verslaggeving over misdaad en rechtszaken waarbij geoordeeld moet worden over toerekeningsvatbaarheid en verzachtende omstandigheden.
  • Welke 'bronnen' van 'kennis' over de psychologie zijn er?
  • Wat is psychologie?
  • Wat is rationalisme?
    Het rationalisme is een filosofische doctrine die stelt dat de Waarheid achterhaald kan worden door gebruik te maken van de rede. Om een mens te begrijpen moest men de mens niet observeren, maar over hem nadenken. 
  • welke vier kenmerken heeft dit boek?
    Het beoogt: de klassieke theorieën over psychologie over te brengen, het beoogt een goed beeld te schetsen van de recente ontwikkelingen, het beoogt een overzicht te geven van de stavaza in de benelux, ze hebben ook gepropbeerd zo min mogelijk referentie materiaal te gebruiken op de traditionele manier.
  • Men denkt over psychologen vaak negatief en stereotiep. Dit komt door drietal redenen: 1. pseudopsychologie ; Psychologie en symboliek van de Chakra's.
    2. Films en boeken, stereotiep beeld van mannelijke psych, sofa, ondergeschikte rol.
    3. verslaggeving misdaad en criminaliteit

    Anderzijds; groeiende interesse en waardering voor psychologisch onderzoek
  • Wat is het nativisme?
    Sommige kennis is aangeboren. En vanuit de aangeboren kennis kon de rede volledige waarheid afleiden. 
  • Wat is het empirisme?
    Als tegenbeweging tegen het rationalisme ontstaat het empirisme. Volgens het empirisme komt de inhoud van de geest niet tot stand op basis van aangeboren ideeen, maar via zintuigelijke ervaringen. 
  • Wat is het associationisme?
    Hogere-orde kennis komt tot stand door combinaties (associaties) van eenvoudiger ideeen. Associaties tussen ideeen worden vooral bepaald door gelijkenis en het samen voorkomen in tijd of ruimte (continguiteit). 
  • Wat is de evolutietheorie?
    Veel kenmerken en gedragingen van  mensen en dieren worden overgeerfd. Het proces van natuurlijke selectie zorgt er voor dat wanneer de omgeving verandert, sommige eigenschap van organismen meer voordeel kunnen bieden dan andere, waardoor deze organismen zich beter zullen kunnen voortplanten. Deze struggle for life en survival of the fittest zorgt er voor dat dieren veranderen onder invloed van hun omgeving. 
  • Wat is mentale chronometrie?
    In de mentale chronometrie probeert met te achterhalen hoeveel mentale processen er nodig zijn voor het  uitvoeren van een taak en hoe moeilijk deze processen zijn. Dit doet men door te kijken naar de snelheid waarmee proefpersonen de taak kunnen  uitvoeren. 
  • Wat is introspectie?
    Introspectie is het proces waarbij naar het eigen bewustzijn werd gekeken van binnenuit. 
  • Wat is structuralisme?
    Structuralisme is een stroming in de psychologie die op basis van introspectie de structuur van het bewustzijn probeerde te ontdekken. 
  • Wat is de gestaltpsychologie?
    De gestaltpsychologie reageerde tegen het atomisme van de structuralisten, de overtuiging dat men het bewustzijn van de mens kon begrijpen door het te ontleden in zijn meest elementaire componenten. Volgens de gestaltpsychologen bestond de waarneming niet uit een reeks onafhankelijke sensaties, maar nemen mensen de wereld waar in gehelen of gestalten. De mens is niet te begrijpen als een som van onafhankelijke, elementaire gedragingen, net zomin als men de waarneming kan begrijpen door een stimulus uiteen te trekken in afzonderlijke componenten. Een mens bestaat uit een voortdurende interactie met de omgeving. 
  • Wat is het functionalisme?
    Het onderzoek naar het nut van het bewustzijn. En dus niet zoals bij het structuralisme naar de structuur van het bewustzijn. 
  • Wat is het behaviorisme?
    Hoe kunnen we de mens wetenschappelijk bestuderen? Psychologie als de wetenschap van gedrag. Alleen observeerbaar, meetbaar gedrag kan het onderwerp vormen van psychologisch onderzoek en theorievorming. 
  • Wat is S-R-psychologie?
    Mentale processen bestaan niet. Een stimulus lokt automatisch een respons uit. 
  • Wat is het logisch positivisme?
    Een wetenschappelijke theorie bestaat uit het beschrijven van de precieze relatie tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele, liefst in de vorm van een wet. 
  • Wat is de psychoanalyse?
    Het bewustzijn en het gedrag zijn slechts zeer oppervlakkige fenomenen en de ware oorsprong van het ontstaan van persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen lag bij onbewuste krachten. 
  • Waat is de homonculus?
    "De geest in de machine". Ergens in de hersenen leek een klein mensje te zitten dat doelgericht was, een vrije wil had, beslissingen nam en helemaal geen machine-achtige eigenschappen vertoonde. 
  • Wat is cognitieve psychologie?
    Menselijk gedrag kan begrepen en voorspeld worden door een beroep te doen op de informatieverwerkende (cognitieve) processen die zich afspelen in de hersenen. 
  • Wat is inprenting?
    Inprenting is de vroege en snelle impuls om de band met een ouder te versterken. Kippen en eenden volgen het eerste grote en bewegende voorwerp dat ze binnen 3 dagen na uitbroeding tegenkomen. Baby's glimlachen als ze zich goed voelen. 
  • Wat is de cognitieve neurowetenschap?
    Cognitieve neurowetenschap is het onderzoeksgebied dat et psychologische en neurologische onderzoek naar de cognitieve functies combineert. 
  • Wat is het erfelijkheid-milieu-debat of het nature-nurturedebat?
    Binnen dit debat probeert men te achterhalen hoeveel van de verschillen tussen mensen wordt bepaald door aangeboren, genetische karakteristieken en hoeveel bepaald wordt door de eraringen die het individu heeft opgedaan in de omgeving waarin het is opgegroeid. 
  • Wat is een theorie?
    Een theorie is een samenhangend geheel van ideeen dat gebruikt wordt om een fenomeen te verklaren. 
  • Wat is literatuurstudie?
    Bij literatuurstudie wordt onderzocht wat al bekend is over de problematiek en helpt om de onderzoeksvragen nauwkeuriger te formuleren en het vermijden van valkuilen. 
  • Wat is naturalistische observatie?
    Dit is een onderzoekstechniek waarbij het gedrag systematisch wordt geobserveerd in een natuurlijke context. De onderzoekers noteren hoe vaak, wanneer en in welke context allerhande gedragingen vertoond worden. 

    Een nadeel van deze manier van onderzoeken is dat mensen en dieren de neiging hebben zich anders te gedragen wanneer ze weten dat ze geobersveerd worden. 

    Naturalistische observatie is vaak nuttig als eerste stap in het onderzoek en kan aanwijzingen bieden voor later, meer gericht onderzoek. 
  • Wat zijn reactieve gedragingen?
    De aanwezigheid van de onderzoeker heeft invloed op het geobserveerde gedrag. 
  • Wat is een vragenlijst?
    Een vragenlijst is een reeks van vragen die de ondervraagden in hun eigen tempo beantwoorden, gewoonlijk zonder dat de onderzoeker aanwezig is. 

    Een nadeel van de vragenlijst kan zijn dat de antwoorden de indruk van de ondervraagde weerspiegelen en niet noodzakelijk overeenstemmen met de realiteit. 
  • Wat is een interview?
    Bij een interview wordt informatie verzameld over gedrag en attitudes van mensen door mondeling vragen te stellen en de antwoorden te registreren. Bij een gestructureerd interview heeft de onderzoeker een vaste lijst van vragen die in een bepaalde volgorde aan bod komen. Bij een ongestructureerd interview liggen de vragen niet van te voren vast, maar wordt ingehaakt op wat de ondervraagde zegt. 

    Een nadeel kan zijn dat interviews niet de mogelijkheid bieden met zekerheid uitspraken te doen over het gedrag of de oorzaken daarvan. Daarnaast speelt de perceptie van de geïnterviewde een rol en kunnen de antwoorden worden vertekend door sociale wenselijkheid. 
  • Wat is sociale wenselijkheid?
    Dit is de neiging van mensen om op vragen te reageren op een manier die maatschappelijk gewaardeerd wordt, waardoor in sociaal opzicht een gunstiger indruk maken. 
  • Wat is een opiniepeiling?
    Een opiniepeiling is een inventaris van de opinies bij een representatieve steekproef van de bevolking op basis waarvan men conclusies trekt over de hele bevolking. 

    Een mogelijk probleem kan zijn dat de ondervraagden niet oprecht en eerlijk zijn in hun antwoorden (of dat ze niet neutraal werden gesteld). 
  • Wat is een psychologische test?
    Psychologen hebben een groot aantal tests ontworpen om menselijke vaardigheden en eigenschappen te meten. Vooral interessant zijn gestandaardiseerde tests. Dit zijn procedures voor het meten van vaardigheden of eigenschappen die aan een zorgvuldig en uitgebreid vooronderzoek werden onderworpen zodat de onderzoeker een duidelijk beeld van de scores die veracht kunnen worden en voldoende waarborgen heeft dat de test op een betrouwbare manier de vaardigheid of eigenschap meet die men wil meten. 
  • Wat is een gevalsstudie?
    Een intensief, gedetailleerd onderzoek over één persoon, of één gebeurtenis in de hoop principes te vinden die gelden voor het fenomeen in het algemeen. 
  • Wat is een variabele?
    Elk kenmerk dat kan veranderen en gemeten worden (in een getal uitgedrukt). 
  • Wat is een correlatie?
    Een correlatie verwijst naar de mate waarin twee variabelen met elkaar samenhangen, naar de mate waarin wijzigingen in de ene variabele gepaard gaan met wijzigingen in de andere variabele. Let op: een correlatie hoeft geen causaal verband te zijn!
  • Wat is de correlatiecoefficient?
    Een getal tussen -1,00 en +1,00 die de mate en richting van het verband tussen twee variabelen uitdrukt. 

    Een positieve correlatie treedt op wanneer twee variabelen in dezelde richting varieren. Een negatie correlatie treedt op wanneer de ene variabele afneemt terwijl de andere toeneemt. 
  • Wat is experimenteel onderzoek?
    Onderzoekers manipuleren één of meer variabelen en kijken of dat effect heeft op een andere variabele. 
  • Wat is een hypothese?
    Een voorspelling op basis van een theorie die in een proef getoetst wordt. 
  • Welke soorten variabelen zijn er?
    De onafhankelijke variabele is de variabele die de onderzoeker manipuleert tijdens een experiment om het effect er van op het gedrag te achterhalen. 

    De afhankelijke variabele is de variabele die een onderzoeker meet als deel van het experiment. 

    De controlevariabelen zijn de aspecten van het experiment die de onderzoeker constant wil houden. 
  • Wat is het operationaliseren van variabelen?
    De onderzoeker moet de afhankelijke en onafhankelijke variabelen omzetten in concrete en meetbare handelingen. 
  • Wat is interne validiteit?
    Onderzoek heeft interne validiteit wanneer de conclusies die getrokken worden over de oorzaak-gevolgrelaties gerechtvaardigd zijn. Mag een onderzoeker de conclusie trekken dat een verandering in de afhankelijke variabele toe te schrijven is aan de onafhankelijke variabele?
  • Wat is externe validiteit?
    Externe validiteit verwijst naar de veralgemeenbaarheid van de onderzoeksresultaten buiten de gebruikte onderzoekssetting? Zijn de gevonden resultaten ook van toepassing op andere proefpersonen, andere settings, ander manipulaties en metingen?
  • Wat is een veldexperiment?
    Bij een veldexperiment proberen onderzoekers controle aan te brengen in een natuurlijke situatie en daarna bepaalde factoren te varieren om te zien hoe deze het gedrag beinvloeden. 
  • Wat is informed consent?
    Proefpersonen moeten toestemming geven  voor medewerking aan een onderzoek. Voordat ze toestemmen, moeten ze informatie krijven over wat de proef in algemene termen zal inhouden
  • Wat is debriefing?
    Na afloop van de proef worden proefpersonen ingelicht over het doel van de proef en wat men hoopt er van te leren. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is een tweede belangrijke ( naast de biologische componenten) karakteristiek van mensen en dieren?
De onmisbaarheid van cognitieve processen.Mensen en dieren leren constant. Hun gedrag verandert op basis van eerdere ervaringen. Behavioristen dachten de leerprocessen te kunnen verklaren middels de S-R verklaring, maar schieten daarin tekort.

Cognitieve processen spelen ook een rol bij minder complexe processen, zoals het waarnemen van een stimulus, of juist meer complexe processen, zoals abductieve logica. Psychologen bestuderen ook wat er kan gebeuren als cognitieve processen verkeerd gaan, waarbij dit bv. kan leiden tot ongevallen, depressies etc.
Wat is het belang van biologie?
Onder invloed van de evolutieleer en ontdekkingen binnen de biologie en geneeskunde, wordt momenteel algemeen aanvaard dat de biologie op vier manieren een rol speelt bij de psychologie.

1. Zo goed als al het gedrag wat mensen vertonen, verloopt via het centrale zenuwstelsel wat bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Een stoornis in deze structuren kan gevolgen hebben voor het psychologisch functioneren.

2. De biologie speelt ook een invloed in de genen en de erfelijkheid. Genen bepalen niet alleen lichamelijke kenmerken van kinderen, maar in zekere mate ook hun intelligentie, persoonlijkheid en de problemen die ze zullen ondervinden. Voor een hele reeks eigenschappen staat wetenschappelijk vast dat ze een erfelijke component hebben.

3. Een derde manier waarop biologie invloed uitoefent op gedrag heeft te maken met evolutie. Sommige genetische eigenschappen verhogen de kans op nakomelingen. Elk dier, elke soort heeft hierdoor bepaalde dominante eigenschappen verworven die van invloed zijn op het gedrag van dat subject. Een goed voorbeeld hiervan is inprenting bij jonge vogels. Mens is geen tabula rasa zoals vroeger wel eens werd beweerd.

4. De processen die zich in het lichaam afspelen kunnen ook een rol spelen in het beinvloeden van de geest ( en daaropvolgende gedragingen). Denk aan de productie van hormonen bij aanvang van de pubertijd of de gevolgen van zwaarlijvigheid en de staat van algemeen welbevinden van lijders aan zwaarlijvigheid.
Hoe ontstond de cognitieve psychologie?
Omdat men doorkreeg dat theorieën ter verklaring van menselijk handelen en oplossingsgerichtheid noodzakelijkerwijs steeds complexer bleken werd uiteindelijk de cognitieve psychologie geboren.

Men kan menselijk functioneren slechts begrijpen door ook een beroep te doen op de informatieverwerkende processen die zich afspelen in de hersenen.

Tegelijkertijd stelden onderzoekers ook vast dat het psychische niet helemaal los viel te zien van het fysieke. Veel psychologische problemen bleken een erfelijke component te hebben. ( je hebt meer kans op x als een van beide ouders ook x heeft etc.) Ook bleken sommige ingrijpende fysiologische veranderingen in de hersenen bepaalde ingrijpende psychologische veranderprocessen tot gevolg te hebben.

Toen men eenmaal actief de hersenen kon observeren bij het uitoefenen van bepaalde taken bleek dat bepaalde delen actief werden bij bepaalde taken.

Tot slot ontdekte men dat de mensen in de traditionele filosofie veel te geisoleerd zijn geobserveerd. Mensen zijn sociale dieren en hun gedrag wordt in relatief hoge mate beinvloed door de interactie met derden.
Wat gebeurde er daarna?
Door onder andere de uitvinding van de computer. Van oudsher waren onderzoekers gefascineerd door de overeenkomsten tussen mens en machine, anderszijds stootte het idee van overeenkomsten ook af. Deels vanwege de filosofische perceptie over het idee van de homunculus ofwel de geest in de machine. Men had het idee dat er ergens in de hersenen een heel klein mensje zou leven, dat doelgericht leefde, een eigen vrije wil had en helemaal geen machinale eigenschappen vertoonde. Een computer had een dergelijk mensje helemaal niet nodig en leek puur te functioneren op grond van informatiefeedback. ( denk aan een boiler +thermostaat)

Daarnaast bood de computer nog meer mogelijkheden: namelijk het schrijven van computerprogramma's die bv. menselijk gedrag konden nabootsen. Tot slot verschafte de pc nieuwe inzichten over de rol van een psycholoog t.o.v. een anatoom of een fysioloog. ( anatoom onderzoekt structuur, fysioloog onderzoekt werking)
Waardoor overleefde het behaviorisme als psychologische school?
Omdat de natuurwetenschappelijke methode die zij gebruikten superieur bleek als het gaat om het opleveren van bruikbare informatie.
Wat is psychoanalyse?
Volgens de psychoanalyse zijn het bewustzijn en het gedrag slechts zeer oppervlakkige fenomenen en ligt de ware oorsprong van het ontstaan van persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen bij onbewuste krachten.

De grondlegger van deze school was Sigmund Freud (1856-1939). Volgens Freud konden mensen herinneringen verdringen, omdat ze te veel angst opriepen. Mensen konden geholpen worden door hun onbewuste conflicten in het bewustzijn te brengen. Dit kon gebeuren door middel van vrije associatie en droominterpretatie.

Hoewel psychoanalyse heel aantrekkelijk is, is zij uiteindelijk verder los komen te staan van de wetenschap omdat zij weigerde introspectie los te laten als primaire methodiek.
Wat viel volgens behavioristen niet verder te bestuderen?
Het bewustzijn en de processen die zich daarin afspelen, omdat dit niet objectief kon worden vastgesteld. Volgens behavioristen ging het echter niet om de mentale processen om te voorspellen hoe iemand zou reageren, je moet kijken naar welke gedragingen iemand gaat vertonen.

Behavioristen waren zeer geinteresseerd in leerprocessen. Burrhus Frederic Skinner (1904-1990) was een van de belangrijkste behavioristen, hij geloofde echter niet in mentale processen omdat ze niet belangrijk waren maar omdat ze niet bestonden. Hij geloofde alleen in het bestaan van de S en R.
Welke drie grote ideeën haalden de behavioristen uit het logisch positivsme?
1. Theorieën zouden gebaseerd moeten worden op directe observaties die door anderen herhaald kunnen worden.
Dit betekent dat je gebruikte methodieken moet koppelen aan de gebruikte concepten.
Dit noemt men een operationele definitie: bv. de hond heeft vier uur niet meer gegeten ipv de hond had honger.

2. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen afhankelijke en onafhankelijke variabelen. De afhankelijke variabel is afhankelijk van de onafhankelijke variabele. De afhankelijke variabele is het gedrag of zijn de gedragingen van het onderzoekssubject wat een onderzoeker kan meten om na te gaan of de onafhankelijke variabele een effect heeft gehad.
S-R psychologie: stimulus (onafhankelijke variabele) lokt een respons (afhankelijke variabele) uit.

3. Een wetenschappelijke theorie bestaat uit het beschrijven van de precieze relatie tussen de onafhankelijk en afhankelijke variabele, liefst in de vorm van een wet.

Alleen als onderzoekers zich aan deze drie criteria zouden houden zou er sprake zijn van een wetenschappelijke studie.
Wat was het logisch positivisme en wat was haar invloed op het behaviorisme?
Een beweging in de filosofie die er vanuit ging dat de wetenschap de meest succesvolle manier was om de wereld te begrijpen en kennis te genereren. Daarom was het de taak van de kennisleer om nader te specifieren wat de wetenschappelijke methode precies inhield zodat deze methode beschikbaar kon worden gesteld aan nieuwe disciplines en op die manier het behaviorisme kon worden uitgebouwd.
Wat wordt gezien als het beginpunt van het behaviorisme?
Het pamflet wat John Watson in 1913 publiceerde. Het behaviorisme stelt dat alleen observeerbaar en meetbaar gedrag het onderwerp kan vormen van theorievorming en psychologisch onderzoek. Dit is een duidelijke vernauwing van het functionalisme en alles wat de kern uitmaakt van het structuralisme werd hiermee verworpen.