Summary Inleiding in de psychologie

-
575 Flashcards & Notes
44 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Inleiding in de psychologie
  • Marc Brysbaert
  • or
  • 4
Be the first one to add content
Discover the Study Smart Package

Summary 2:

  • Inleiding in de psychologie
  • Marc Brysbaert
  • or
  • 2011

Summary - Inleiding in de psychologie

  • 1.1 een definitie van psychologie

  • Wat is de definitie van psychologie?

    De wetenschap die het gedrag bestudeerd door gebruik te maken van gedragsevidentie om de interne processen die aan het gedrag ten grondslag liggen te begrijpen

  • Uber das gedachtenis  van herman ebbinghaus in 1885 is het eerste psychologisch boek

  • wat is het beeld over de psychologie?

    Slecht beeld beinvloed door de media, boeken etc. 

  • 1.2 ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben

  • Welke drie ontwikkelingen in de filosofie hebben de weg geeffend voor de ontwikkeling van de psychologie? geef een naam bij elke ontwikkeling

    Mens is niet het centrum van het heelal (Copernicus), lichaam kan wetenschappelijk onderzocht worden (Descarters) en Inhoud van de geest ontstaat door ervaringen (Locke, Hume).

  • Welke  3 ontwikkelingen in de natuurwetenschappen maakten de geboorte van psychologie mogelijk?

    Evolutieleer (Darwin), proeven in de geneeskunde, meten van psychische ervaring bij een fysische stimulus: meten van reactietijd)

  • 1.2.1 Ontwikkelingen in de filosofie

  • Copernicus kwam er achter dat niet alles om de aarde draaide maar dat alles om de zon draaide. Dit betekende dat de mens ook aan natuurwetten onderworpen waren. 

  • Rene Descartes was een franse filosoof en wiskunde met een mechanische visie over het leven. Hij ging uit van het rationalisme en het nativisme. Rationalisme : de waarheid kan achterhaald worden door gebruik te maken van reden. Nativisme: vanuit aangeboren kennis kon de reden volledig de waarheid achterhalen.

  • Er groeide een beweging tegen het rationalisme namelijk het empirisme door Thomas Hobbes, Hume en Locke. 

    Zij beweerde dat het juist ging om zintuigelijke ervaring .

  • Locke lanceerde ook nog de term "associaties van idee." hierbij bedoeld hij dat hogere orde kennis een samenspel is van verschillende associaties. Het associationisme.

  • Welke wetenschapper toonde aan dat de aarde om de zon draait, en waarom was dit belangrijk in de psychologie?

    Copernicus, Omdat hij hiermee aantoonde dat de mens ook onderworpen was aan natuurwetten.

  • 1.2.3 de eerste psychologische experimenten

  • Wat is de trichromatische theorie over kleurpercetpie ? en van wie is deze?

    Alle kleuren die mensen kunnen waarnemen zijn een combinatie van rood, groen en blauw licht. Thomas Young

  • 1.3 de beginjaren van psychologie

  • Wat zijn de 5 verschillende stromingen ? en vat de essentie van hun programma samen

    Structuralisme(de elementen van de bewuste ervaringen), Gestaltpsychologie(samenhang van losse delen), Functionalisme(functies van het bewustzijn), Behaviorisme(alleen het wetenschappelijk observeerbare gedrag) en psychoanalyse(Zweverig gedoe van freud)

  • Wie wordt beschouwd als de grondlegger van de wetenschappelijke psychologie en wat was zijn kijk op de psychologie?

    Wilhem Wundt, dat men onderzoek moet doen dmv introspectie in een gestandaardiseerde situatie, werd lang afgeschilderd als enkel geïnteresseerd in structuralisme. 

  • waarom spraken de gestaltepsychologen over een psychologisch veld?

    Omdat gedrag volgens deze stroming niet als los component bestudeerd kan worden, de interactie met de omgeving speelt een belangrijke rol.

  • Waarom had darwin zo'n invloed op het functionalisme?

    De functionalisten wilde weten wat het nut van het bewustzijn was bij de overleving en hoe het beter kon worden.

  • Waarom werd het behaviorisme beïnvloed door het logisch positivisme ?

    Het logisch positivisme probeerde te achterhalen welke de kenmerken van de natuurwetenschappelijke methode was, om die toe te kunnen passen op andere kennisgebieden, dit sloot aan op de ambities van het behaviorisme.

  • Geef een fundamentele overeenkomst en een fundamenteel verschil tussen het structuralisme en de psychoanalyse.

    Overeenkomst: het gebruik van introspectie als onderzoeksmethode. Verschil : het belangrijste deel van de geest (onbewuste vs het bewuste ).

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is een tweede belangrijke ( naast de biologische componenten) karakteristiek van mensen en dieren?
De onmisbaarheid van cognitieve processen.Mensen en dieren leren constant. Hun gedrag verandert op basis van eerdere ervaringen. Behavioristen dachten de leerprocessen te kunnen verklaren middels de S-R verklaring, maar schieten daarin tekort.

Cognitieve processen spelen ook een rol bij minder complexe processen, zoals het waarnemen van een stimulus, of juist meer complexe processen, zoals abductieve logica. Psychologen bestuderen ook wat er kan gebeuren als cognitieve processen verkeerd gaan, waarbij dit bv. kan leiden tot ongevallen, depressies etc.
Wat is het belang van biologie?
Onder invloed van de evolutieleer en ontdekkingen binnen de biologie en geneeskunde, wordt momenteel algemeen aanvaard dat de biologie op vier manieren een rol speelt bij de psychologie.

1. Zo goed als al het gedrag wat mensen vertonen, verloopt via het centrale zenuwstelsel wat bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Een stoornis in deze structuren kan gevolgen hebben voor het psychologisch functioneren.

2. De biologie speelt ook een invloed in de genen en de erfelijkheid. Genen bepalen niet alleen lichamelijke kenmerken van kinderen, maar in zekere mate ook hun intelligentie, persoonlijkheid en de problemen die ze zullen ondervinden. Voor een hele reeks eigenschappen staat wetenschappelijk vast dat ze een erfelijke component hebben.

3. Een derde manier waarop biologie invloed uitoefent op gedrag heeft te maken met evolutie. Sommige genetische eigenschappen verhogen de kans op nakomelingen. Elk dier, elke soort heeft hierdoor bepaalde dominante eigenschappen verworven die van invloed zijn op het gedrag van dat subject. Een goed voorbeeld hiervan is inprenting bij jonge vogels. Mens is geen tabula rasa zoals vroeger wel eens werd beweerd.

4. De processen die zich in het lichaam afspelen kunnen ook een rol spelen in het beinvloeden van de geest ( en daaropvolgende gedragingen). Denk aan de productie van hormonen bij aanvang van de pubertijd of de gevolgen van zwaarlijvigheid en de staat van algemeen welbevinden van lijders aan zwaarlijvigheid.
Hoe ontstond de cognitieve psychologie?
Omdat men doorkreeg dat theorieën ter verklaring van menselijk handelen en oplossingsgerichtheid noodzakelijkerwijs steeds complexer bleken werd uiteindelijk de cognitieve psychologie geboren.

Men kan menselijk functioneren slechts begrijpen door ook een beroep te doen op de informatieverwerkende processen die zich afspelen in de hersenen.

Tegelijkertijd stelden onderzoekers ook vast dat het psychische niet helemaal los viel te zien van het fysieke. Veel psychologische problemen bleken een erfelijke component te hebben. ( je hebt meer kans op x als een van beide ouders ook x heeft etc.) Ook bleken sommige ingrijpende fysiologische veranderingen in de hersenen bepaalde ingrijpende psychologische veranderprocessen tot gevolg te hebben.

Toen men eenmaal actief de hersenen kon observeren bij het uitoefenen van bepaalde taken bleek dat bepaalde delen actief werden bij bepaalde taken.

Tot slot ontdekte men dat de mensen in de traditionele filosofie veel te geisoleerd zijn geobserveerd. Mensen zijn sociale dieren en hun gedrag wordt in relatief hoge mate beinvloed door de interactie met derden.
Wat gebeurde er daarna?
Door onder andere de uitvinding van de computer. Van oudsher waren onderzoekers gefascineerd door de overeenkomsten tussen mens en machine, anderszijds stootte het idee van overeenkomsten ook af. Deels vanwege de filosofische perceptie over het idee van de homunculus ofwel de geest in de machine. Men had het idee dat er ergens in de hersenen een heel klein mensje zou leven, dat doelgericht leefde, een eigen vrije wil had en helemaal geen machinale eigenschappen vertoonde. Een computer had een dergelijk mensje helemaal niet nodig en leek puur te functioneren op grond van informatiefeedback. ( denk aan een boiler +thermostaat)

Daarnaast bood de computer nog meer mogelijkheden: namelijk het schrijven van computerprogramma's die bv. menselijk gedrag konden nabootsen. Tot slot verschafte de pc nieuwe inzichten over de rol van een psycholoog t.o.v. een anatoom of een fysioloog. ( anatoom onderzoekt structuur, fysioloog onderzoekt werking)
Waardoor overleefde het behaviorisme als psychologische school?
Omdat de natuurwetenschappelijke methode die zij gebruikten superieur bleek als het gaat om het opleveren van bruikbare informatie.
Wat is psychoanalyse?
Volgens de psychoanalyse zijn het bewustzijn en het gedrag slechts zeer oppervlakkige fenomenen en ligt de ware oorsprong van het ontstaan van persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen bij onbewuste krachten.

De grondlegger van deze school was Sigmund Freud (1856-1939). Volgens Freud konden mensen herinneringen verdringen, omdat ze te veel angst opriepen. Mensen konden geholpen worden door hun onbewuste conflicten in het bewustzijn te brengen. Dit kon gebeuren door middel van vrije associatie en droominterpretatie.

Hoewel psychoanalyse heel aantrekkelijk is, is zij uiteindelijk verder los komen te staan van de wetenschap omdat zij weigerde introspectie los te laten als primaire methodiek.
Wat viel volgens behavioristen niet verder te bestuderen?
Het bewustzijn en de processen die zich daarin afspelen, omdat dit niet objectief kon worden vastgesteld. Volgens behavioristen ging het echter niet om de mentale processen om te voorspellen hoe iemand zou reageren, je moet kijken naar welke gedragingen iemand gaat vertonen.

Behavioristen waren zeer geinteresseerd in leerprocessen. Burrhus Frederic Skinner (1904-1990) was een van de belangrijkste behavioristen, hij geloofde echter niet in mentale processen omdat ze niet belangrijk waren maar omdat ze niet bestonden. Hij geloofde alleen in het bestaan van de S en R.
Welke drie grote ideeën haalden de behavioristen uit het logisch positivsme?
1. Theorieën zouden gebaseerd moeten worden op directe observaties die door anderen herhaald kunnen worden.
Dit betekent dat je gebruikte methodieken moet koppelen aan de gebruikte concepten.
Dit noemt men een operationele definitie: bv. de hond heeft vier uur niet meer gegeten ipv de hond had honger.

2. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen afhankelijke en onafhankelijke variabelen. De afhankelijke variabel is afhankelijk van de onafhankelijke variabele. De afhankelijke variabele is het gedrag of zijn de gedragingen van het onderzoekssubject wat een onderzoeker kan meten om na te gaan of de onafhankelijke variabele een effect heeft gehad.
S-R psychologie: stimulus (onafhankelijke variabele) lokt een respons (afhankelijke variabele) uit.

3. Een wetenschappelijke theorie bestaat uit het beschrijven van de precieze relatie tussen de onafhankelijk en afhankelijke variabele, liefst in de vorm van een wet.

Alleen als onderzoekers zich aan deze drie criteria zouden houden zou er sprake zijn van een wetenschappelijke studie.
Wat was het logisch positivisme en wat was haar invloed op het behaviorisme?
Een beweging in de filosofie die er vanuit ging dat de wetenschap de meest succesvolle manier was om de wereld te begrijpen en kennis te genereren. Daarom was het de taak van de kennisleer om nader te specifieren wat de wetenschappelijke methode precies inhield zodat deze methode beschikbaar kon worden gesteld aan nieuwe disciplines en op die manier het behaviorisme kon worden uitgebouwd.
Wat wordt gezien als het beginpunt van het behaviorisme?
Het pamflet wat John Watson in 1913 publiceerde. Het behaviorisme stelt dat alleen observeerbaar en meetbaar gedrag het onderwerp kan vormen van theorievorming en psychologisch onderzoek. Dit is een duidelijke vernauwing van het functionalisme en alles wat de kern uitmaakt van het structuralisme werd hiermee verworpen.