Summary Inleiding in zorgverbreding en orthodidactiek

-
ISBN-10 9055744786 ISBN-13 9789055744787
171 Flashcards & Notes
13 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Inleiding in zorgverbreding en orthodidactiek". The author(s) of the book is/are Cor den Dulk Michiel Janssens. The ISBN of the book is 9789055744787 or 9055744786. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Inleiding in zorgverbreding en orthodidactiek

  • 1.1 Inleiding

  • Wat is een stoornis?
    De afwezigheid of afwijking van een lichamelijke of geestelijke functie.
  • Wat is een beperking?
    Een probleem waar je van af kunt komen door te oefenen.
  • Wat is een handicap?
    Het sociale/ praktische gevolg van een stoornis/ beperking.
  • Welke 4 clusters zijn er en welke beperking hoort hierbij?
    1. Visuele beperkingen: blinden, slechtzienden, meervoudig gehandicapten blinde
    2. Auditieve, communicatieve problemen: meervoudig gehandicapte doven, of ernstige taal of spraakproblemen
    3. Lichamelijke/ verstandelijke beperkingen: zeer moeilijk leren, langdurig zieken, lichamelijke handicap
    4. Ernstige ontwikkelingspsychopathologische problemen: ontwikkelingsproblemen en/of psychiatrische problemen
  • Welke speciale scholen waren er tot 1 augustus 1998?
    1. Dove kinderen
    2. Slechthorende kinderen
    3. Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden
    4. Visueel gehandicapte kinderen
    5. Lichamelijk gehandicapte kinderen (mytyl)
    6. Kinderen die zijn opgenomen in ziekenhuizen
    7. Langdurig zieke kinderen
    8. Moeilijk lerende kinderen (mlk)
    9. Zeer moeilijk lerende kinderen (zmlk, zml)
    10. Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok)
    11. Kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (mok)
    12. Kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten (pi)
    13. Meervoudig gehandicapte kinderen (tyltyl)
    14. In hun ontwikkeling bedreigde kinderen (iobk)
  • Wat is zorgverbreding?
    Doelbewust ingaan op verschillen van leerlingen, lessen inrichten op de mogelijkheden van leerlingen, kinderen moeten op hun individuele mogelijkheden gevormd en onderwezen worden.
  • Welke 7 competenties behoren bij de sbl-competenties?
    1. Interpersoonlijk competent
    2. Pedagogisch competent
    3. Vakinhoudelijk en didactisch competent
    4. Organisatorisch competent
    5. Competent in het samenwerken met collega's
    6. Competent in het samenwerken met de omgeving
    7. Competent in reflectie en ontwikkeling
  • 1.2 Terreinverkenning

  • Wat is pedagogiek?
    De wetenschap die zich bezighoudt met opvoedingsvraagstukken. Het is een handelingswetenschap: de praktijk moet iets hebben aan de verwordeven kennis en inzichten.
  • Wat is folk pedagogy?
    Verwijst naar opvattingen en meningen die zich in de persoon hebben gevormd onder invloed van eigen ervaringen en de omgang met anderen.
  • Welke 3 dimensies behoren bij de leraar als pedagoog?
    1. De sociale dimensie: organiserende rol binnen de klas, opvoedingsgezag.
    2. De didactische dimensie: heeft oog voor leerstof en de invloed van de leerlingen hierop.
    3. De persoonsdimensie: de voorbeeldfunctie van de leraar.
  • Wat is didactiek?
    Het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van leeromgevingen voor leerlingen die verkeren in een problematische onderwijssituatie.
  • Wat is orthopedagogiek volgens van Gelder?
    Orthopedagogiek is de leer van het opvoedkundig handelen ten behoeven van het in zin opvoedbaarheid beperkte kind.
  • Wat is orthopedagogiek volgens Ter Horst?
    De problematische opvoedingssituatie die door de betrokkenen als nagenoeg perspectiefloos wordt ervaren en waarin men er zonder deskundige hulp van buiten niet in slaagt het geheel zodanig weer te veranderen dat het weer perspectief biedend wordt.
  • Wat is orthopedagogiek volgens de Kok?
    De leer van het speciale pedagogische handelen ten behoeven van kinderen die in hun ontwikkelingen zodanig belemmeringen ondervinden dat voor hen de normale pedagogische middelen niet toereikend zijn.
  • Wat is het verschil tussen de definitie van van Gelder en ter Horst?
    Bij van Gelder is het kind het probleem en bij ter Horst ook de anderen.
  • Wat zijn opvoedingsmiddelen?
    Dit zijn handelingen die bewust worden gedaan om een opvoedingsdoel te bereiken. Hierbij gaat het niet zozeer om het middel zelf, maar om het hanteren ervan.
  • Wat zijn opvoedingsfactoren?
    Een spontane opvoedingssituatie waarin opvoeders en kinderen allerlei zaken die, zonder dat ze nadrukkelijk zijn gesteld, van grote betekenis zijn voor de kwaliteit van opvoeden.
  • Wat zijn onderzoeksmethoden?
    Deze komen tot wetenschappelijk kennis, verschillende methodes.
  • Wat is fenomenologie?
    Hierbij wordt de nadruk gelegd op de belevingswereld van het kind zelf en de interactie tussen kind en volwassene in de opvoedingsrelatie. Het uitgangspunt is de opvoedingspraktijk die men zo indringend en btrokken mogelijk probeert te beschrijven.
  • Wat gaat de empirische cyclus van uit?
    Men gaat uit van objectief waarneembaar en te onderzoeken gedrag.
  • Uit welke stappen bestaat de empirische cyclus?
    1. Observatie
    2. Formuleren hypothese
    3. Toetsing hypothese
    4. Evaluatie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de 5 kenmerken van coöperatief leren?
  1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid: elkaar nodig voor het succesvol uitvoeren van een taak.
  2. Individuele verantwoordelijkheid: ieder groepslid is verantwoordelijk
  3. Directe interactie: voldoende interactie tussen groepsleden tijdens de taak.
  4. Samenwerkingsvaardigheden: hier beschikken leerlingen voldoende over.
  5. Evaluatie groepsproces: aan het einde-> hoe was de samenwerking?
Welke fasen bevat het directe instructiemodel?
- Dagelijkse terugblik
- Presentatie
- Inoefening
- Individuele verwerking
- Periodieke terugblik
- Terugkoppeling
Welke verschillende groepen didactische werkvormen zijn er?
- Instructievormen - uitleggen, voordoen
- Interactievormen - kringgesprek
- Opdrachtvormen
Wat zijn bekende leerstoornissen?
Dyslexie, dyscalculie, dysgrafie.
Wat is een leerstoornis?
Een leerprobleem die resistent blijkt te zijn voor planmatige en didactische beïnvloeding. Ze zijn hardnekkig en de leerlingen blijven duidelijk achter met hun prestaties.
Wat is een leerprobleem?
Leerprocessen bij kinderen die niet op gang komen of stagneren.
Wat is het verschil tussen signalerende en diagnosticerende instrumenten?
Bij signaleren is er sprake van een betrekkelijk eenvoudig af te nemen, te verwerken en te interpreteren instrument. (Registratieformulieren)
Bij diagnosticeren gaat het meer om het vaststellen wat er precies aan de hand is: dit instrument geeft dus een bredere kijk. (Diagnostische gesprekken, observaties, informatie van ouders/collega's)
Welke drie fasen kun je onderscheiden bij didactisch handelen?
- Ontwerpen van passend onderwijs
- Uitvoeren van passend onderwijs
- Evalueren van passend onderwijs
Wat is het verschil tussen een interne begeleiding en remedial teaching?
Het belangrijkste verschil tussen RT en IB is dat een RT direct met leerlingen werkt. IB verzorgt de indirecte hulp.
Welke drie kernprincipes zijn geformuleerd voor RT?
- RT dient aangeboden te worden vanuit een (ortho)pedagogische basishouding.
- RT dient onderdeel te zijn van een (groeps/handelings)plan.
- RT dient gericht te zijn op de mogelijkheden en moeilijkheden en de onderwijsbehoeften van een individuele leerling.