Summary Inleiding Nederlands Sociaal Recht

-
328 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Inleiding Nederlands Sociaal Recht". The author(s) of the book is/are G J J Heerma van Voss. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Inleiding Nederlands Sociaal Recht

  • 1.1 Het sociaal recht als juridisch vakgebied

  • Welke term voor sociaal recht is het meest gangbaar?
    De overkoepelende benaming voor het arbeidsrecht en het sociale zekerheidsrecht. Hieronder valt het individueel arbeidsrecht en het collectieve arbeidsrecht.

  • 1.2 Geschiedenis

  • Wat houdt de theorie van de 'onzichtbare hand' in en van wie was deze theorie afkomstig?
    De economie komt vanzelf in evenwicht als men de krachten van de vrije markt zijn gang laat gaan - Adam Smith.
  • Wanneer werd arbeid in ondergeschikt verband met name een maatschappelijk vraagstuk?
    Tijdens de Industriëe Revolutie in de 18e en 19e eeuw. Door het opkomen van de machinale industrie werd arbeid op grote schaal mogelijk. Er kwamen meer mensen met een arbeidscontract.
  • Welke juridische veranderingen vonden plaats eind 18e/begin 19e eeuw?
    - Grotere vrijheid van ondernemen: de overheid moest zich niet in de economie mengen.
    - Oude arbeidsverbanden met veel regulering, werden afgeschaft en verboden (bijv. gilden)
    - Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap
    - Eigendomsrecht werd individueel en absoluut
    - Contractsvrijheid
    - Arbeidsverhoudingen hadden een sterk eenzijdig karakter.

    --> Dit alles riep grote misstanden op.
  • Welke vier perioden zijn te onderscheiden in de geschiedenis van het Nederlandse sociaal recht?
    1. 1870-1900: Aanpak sociale misstanden.
    2. 1900-1945: Basis sociaal recht
    3. 1945-1975: Ontwikkeling verzorgingsstaat
    4. 1975-2014: Stagnatie en modernisering
  • Wat gebeurde er in periode 1?
    De geachte aan sociaal recht moest ingang vinden. Deze werd aanvaard tav de ernstigste problemen:

    • 1872: Kinderwetje Van Houten: Verbod kinderarbeid. Weinig praktisch effect, er ontbraken adequate sancties.
    • 1880: Parlementaire enquête over toestanden in fabrieken/werkplaatsen
    • 1889: Arbeidswet: arbeidstijden vrouwen, arbeidsinspecteur
    • 1895: Veiligheidswet: Bescherming volwassen mannen tegen industrie.
    • 1901: Ongevallenwet: Voorzieningen voor slachtoffers van arbeidsongevallen en hun nabestaanden.
  • Wat zijn de belangrijkste gebeurtenissen die plaatsvonden in de tweede periode?
    1. Rechtzetten misstanden
    • 1911: Verbetering Arbeidswet
    • 1919: Invoering Invaliditeitswet
    • 1919: Uitbreiding Arbeidswet: wettelijke achturige werkdag werd ingevoerd.
    • 1930: Invoering Ziektewet

    2. Algemene regelingen voor sociaal recht. Civiel recht werd socialer.
    • 1909: 80 artikelen in BW over arbeidsrecht. 
    • 1927: Regulering collectieve arbeidsovereenkomst in BW
    • 1937: Mogelijkheid CAO's algemeen verbindend te verklaren in BW
  • Noem de hoogtepunten uit de derde periode.
    De derde periode vormde een reactie op de WOII. Dit was de tijd van de nationale wederopbouw.
    • Loonvorming werd centraal geleid
    • Ontslag mocht alleen met toestemming van de overheid
    • Socialeverzekeringswetten kwamen tot stand.
    • Volksverzekeringen werden ingevoerd.
    • Oprichting verzorgingsstaat
    • Minimumloon + vakantiegeld
    • Ondernemingsraden: overleg tussen ondernemingen werd bevorderd.
  • Wat gebeurde er in periode 4?
    • Stijgende werkloosheid, groeiend aantal arbeidsongeschikten
    • Arbeidsmarkt inflexibel
    • Erkenning bescherming werknemer had geleid tot verstarring
    • 1990: Eind communisme Oost-Europa
    • Flexibelere arbeidstijden/arbeidsrelaties
    • 1997: Regeling arbeidsovereenkomst vervangen door modernere terminologie
    • Betere regelingen combinatie arbeid + zorg voor kinderen
    • Uitbreiding pensioenregelingen
    • Verhoging pensioengerechtigde leeftijd
    • Modernisering ontslagrecht
    • Beperking duur WW-uitkering
  • 1.3 Ongelijkheidscompensatie

  • Wat zijn de basiswaarden van het sociaal recht?
    1. Verantwoordelijkheid
    2. Bestaanszekerheid
    3. Bescherming
    4. Solidariteit
    5. Non-discriminatie
    6. Participatie
  • Hoe is de sociaalrechtelijke waarde 'bescherming' juridisch uitgewerkt?
    In het leerstuk van de ongelijkheidscompensatie. Een werknemer heeft vaak een zwakkere positie dan een werkgever. Het sociaal recht tracht de economische ongelijkheid te compenseren.
  • Hoe brengt sociaal recht partijen op gelijkere voet?
    1. Vakbonden: Gezamenlijk staan werknemers sterker
    2. Sociale zekerheid: Werknemers blijven inkomen ontvangen als arbeidsloon wegvalt
    3. Arbeidscontracten zijn aan strenge wettelijke bepalingen onderworpen. 
    4. De rechter laat in zijn beoordeling soms meewegen of partijen op gelijke voet hebben kunnen onderhandelen.
  • 1.4 Flexibilisering

  • Waarom is het noodzakelijk om productie snel aan te passen aan ontwikkelingen op de markt? Wat is het gevolg?
    • Hevigere concurrentie door Europese eenwording en globalisering
    • Gevolg: Van werknemers wordt gevraagd om meer aanpassingsvermogen te hebben dan vroeger.
  • Welke vormen van flexibiliteit zijn er?
    1. Externe flexibiliteit: Werkgevers maken gebruik van werknemers in vaste dienst, maar ook van wisselend personeel. Het gaat dan niet alleen om tijdelijke contracten, maar ook om uitzendwerk en oproepcontracten.

    2. Interne flexibiliteit: De werknemer werkt mee aan wijzigingen binnen de onderneming. Van werknemers wordt onder het mom van 'goed werknemerschap' verwacht dat zij meewerken aan detachering of overplaatsing naar een ander onderdeel.

    3. Eisen werknemer: Zij willen meer in deeltijd werken en er bestaat behoefte aan verlofmogelijkheden.
  • Wat houdt individualisering in?
    Werknemers willen steeds meer hun eigen regeling beïnvloeden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wie zijn belang op regionaal niveau voor het publiekrechtelijke overleg?
UWV en de SV.
De UWV ook functie in ontslagbeleid.
Wie zijn van belang op bedrijfstakniveau voor publiekrechtelijk overleg?
Bedrijfs- en productschappen, zoals bedoeld in de WBO. Deze organen kunnen veroderningen uitvaardigingen, waarin onder andere arbeidsvoorwaarden worden geregeld. Direct dwingende werking. De SER stelt deze organen in en benoemt hun leden overeenkomstig de genoemde richtlijnen voor de representativiteit.
Wie zijn van belang op bedrijfstakniveau voor privaatrechtelijk overleg?
De werkgevers en werknemersorganisaties die deelnemen aan het overleg over de cao.
Wat is een belangrijk orgaan op ondernemingsniveau voor het overleg tussen werkgevers en werknemers?
De arbodienst. Verplicht.
Wat voor overleg vindt vooral plaats op het ondernemingsniveau?
  • Privaatrechtelijk overleg, betreffende het overleg tussen de werkgever en de vakbonden over de totstandkoming van een ondernemings-cao als die bestaat, maarook over bijv. sociale plannen bij reorganisaties
  • Grotere ondernemingen kennen de ondernemingsraad.
Wat zijn de criteria om toegelaten te worden bij privaatrechtelijke vormen van overleg?
Uitgangspunt: contractvrijheid.
Vakbonden kunnen toegang afdwingen door erkenningsstaking.
Als het gaat om evident representatieve verenigingen, kan de rechter een verzoek tot toelating toewijzen op grond van onrechtmatige daad.
Wat zijn de criteria om toegelaten te worden bij publiekrechtelijke vormen van overleg?
Organen die door overheid in het leven zijn geroepen.
In beginsel moet iedere vertegenwoordiging van werkgevers en werknemers gelijke kans hebben op toegang tot deze overlegvormen.

Criterium: representativiteit.
  • Kwalitatieve eisen (continuïteit)
  • Kwantitatieve eisen (ledental, spreiding)
Wat voor kapitalistisch model heerst er in Nederland?
Het laat zich karakteriseren door veel onderlinge solidariteit en zoeken naar consensus. Er is wel in een aantal opzichten een verschuiving richting het Angelsaksische model te constateren: minder sociale zekerheid, minder invloed van de sociale partners op het beleid, meer invloed voor aandeelhouders. Toch is de karakterisering 'overlegeconomie' nog steeds toepasselijk.
Welke vormen van kapitalisme zijn er?
1. Angeslaksische model: Staat voor de onbelemmerde werking van het marktmechanisme: individueel succes en senl geld verdienen staan voorop, bedrijven zijn eigendom van de aandeelhouders, de aandelenbeurs domineert.

2. Rijnlandse model: Kenmerkt zich door sociale zekerheid, spaarzin, gemeenschapsgevolg en investeren op lange termijn.
Wat bedoelt men met een overlegeconomie?
De centrales van werkgevers en werknemers en de overheid proberen de belangrijkste kwesties van sociaaleconomisch beleid in overleg op te lossen. Ze proberen te voorkomen dat er maatschappelijke strijd ontstaat.