Summary Inleiding Nederlands sociaal recht

-
ISBN-10 9462906254 ISBN-13 9789462906259
153 Flashcards & Notes
2 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Inleiding Nederlands sociaal recht
  • Gustaaf Jan Jacob Heerma van Voss Guus Heerma van Voss Barend Barentsen
  • 9789462906259 or 9462906254
  • 2019
Be the first one to add content
Discover the Study Smart Package

Summary 2:

  • Inleiding Nederlands Sociaal Recht
  • G J J Heerma van Voss
  • or
  • 2013

Summary - Inleiding Nederlands Sociaal Recht

  • 1 Het begrip sociaal recht

  • Wat behelst de theorie van 'de onzichtbare hand' van Adam Smith?
    De economie komt in evenwicht als de krachten van de vrije markt hun gang kunnen gaan.
  • 1.1 Het sociaal recht als juridisch vakgebied

  • Welke term voor sociaal recht is het meest gangbaar?
    De overkoepelende benaming voor het arbeidsrecht en het sociale zekerheidsrecht. Hieronder valt het individueel arbeidsrecht en het collectieve arbeidsrecht.

  • Wat wordt verstaan onder sociaal recht?
    Arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht, inclusief ambtenarenrecht en medezeggenschapsrecht
  • 1.2 Geschiedenis

  • Wat houdt de theorie van de 'onzichtbare hand' in en van wie was deze theorie afkomstig?
    De economie komt vanzelf in evenwicht als men de krachten van de vrije markt zijn gang laat gaan - Adam Smith.
  • Tot welke ontwikkeling leidde de Industriële Revolutie?

    Afschaffing van gilden, contractsvrijheid, uitbuiting van arbeiders, weerstand vanuit arbeiders en kerken
  • Wanneer werd arbeid in ondergeschikt verband met name een maatschappelijk vraagstuk?
    Tijdens de Industriëe Revolutie in de 18e en 19e eeuw. Door het opkomen van de machinale industrie werd arbeid op grote schaal mogelijk. Er kwamen meer mensen met een arbeidscontract.
  • Welke vier perioden zijn te onderscheiden in het Nederlands sociaal recht?

    1870-1900: Aanpak van sociale missstanden
    1900-1945: Basis sociaal recht
    1945-1975: Ontwikkeling verzorgingsstaat
    1975- : Stagnatie en modernisering
  • Welke juridische veranderingen vonden plaats eind 18e/begin 19e eeuw?
    - Grotere vrijheid van ondernemen: de overheid moest zich niet in de economie mengen.
    - Oude arbeidsverbanden met veel regulering, werden afgeschaft en verboden (bijv. gilden)
    - Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap
    - Eigendomsrecht werd individueel en absoluut
    - Contractsvrijheid
    - Arbeidsverhoudingen hadden een sterk eenzijdig karakter.

    --> Dit alles riep grote misstanden op.
  • Noem vier wetten uit de periode van aanpak van sociale misstanden (1870-1900)

    1872: Verbod kinderarbeid Van Houten, weinig effect vanwege ontbreken van sancties
    1889: Arbeidswet, beperking arbeidstijd van vrouwen en jeugdigen, aanstelling eerste arbeidsinspecteur
    1895: Veiligheidswet, bescherming voor alle arbeiders
    1901: Ongevallenwet regelde uitkeringen na ongevallen, eerste sociale-verzekeringswet
  • Welke vier perioden zijn te onderscheiden in de geschiedenis van het Nederlandse sociaal recht?
    1. 1870-1900: Aanpak sociale misstanden.
    2. 1900-1945: Basis sociaal recht
    3. 1945-1975: Ontwikkeling verzorgingsstaat
    4. 1975-2014: Stagnatie en modernisering
  • Noem vijf mijlpalen uit de periode van basis sociaal recht (1900-1945)

    1909: Arbeidscontract
    1927: Wettelijke regulering cao
    1937: Mogelijkheid om cao wettelijk verbindend te verklaren
    Sociale verzekering: 1911: Invaliditeitswet, 1913: Ziektewet
    1911 en 1919: Aanpassing Arbeidswet (1889) met achturige werkdag
  • Wat gebeurde er in periode 1?
    De geachte aan sociaal recht moest ingang vinden. Deze werd aanvaard tav de ernstigste problemen:

    • 1872: Kinderwetje Van Houten: Verbod kinderarbeid. Weinig praktisch effect, er ontbraken adequate sancties.
    • 1880: Parlementaire enquête over toestanden in fabrieken/werkplaatsen
    • 1889: Arbeidswet: arbeidstijden vrouwen, arbeidsinspecteur
    • 1895: Veiligheidswet: Bescherming volwassen mannen tegen industrie.
    • 1901: Ongevallenwet: Voorzieningen voor slachtoffers van arbeidsongevallen en hun nabestaanden.
  • Noem mijlpalen in de ontwikkeling van de verzorgingsstaat (1945-1975)

    Opbouw van sociale zekerheid in samenwerking tussen werkgevers en werknemers
    Centrale loonvorming
    Socialeverzekeringswetten tegen werkloosheid, ouderdom en overlijden van de kostwinner
    Invoer volksverzekeringen die voor alle ingezetenen gelden
    Streven naar 'rechtsorde van arbeid'
    Invoering OR
    Minimumloon
    Recht op vakantie
    Ontslagbescherming
  • Wat zijn de belangrijkste gebeurtenissen die plaatsvonden in de tweede periode?
    1. Rechtzetten misstanden
    • 1911: Verbetering Arbeidswet
    • 1919: Invoering Invaliditeitswet
    • 1919: Uitbreiding Arbeidswet: wettelijke achturige werkdag werd ingevoerd.
    • 1930: Invoering Ziektewet

    2. Algemene regelingen voor sociaal recht. Civiel recht werd socialer.
    • 1909: 80 artikelen in BW over arbeidsrecht. 
    • 1927: Regulering collectieve arbeidsovereenkomst in BW
    • 1937: Mogelijkheid CAO's algemeen verbindend te verklaren in BW
  • Noem vier aanleidingen voor de periode van stagnatie

    Economische terugval door twee oliecrises
    Stijging werkloosheid en arbeidsongeschikten
    Inflexibele arbeidsmarkt
    Verlies van vertrouwen in de overheid om arbeid te reguleren door val van het communisme
  • Noem de hoogtepunten uit de derde periode.
    De derde periode vormde een reactie op de WOII. Dit was de tijd van de nationale wederopbouw.
    • Loonvorming werd centraal geleid
    • Ontslag mocht alleen met toestemming van de overheid
    • Socialeverzekeringswetten kwamen tot stand.
    • Volksverzekeringen werden ingevoerd.
    • Oprichting verzorgingsstaat
    • Minimumloon + vakantiegeld
    • Ondernemingsraden: overleg tussen ondernemingen werd bevorderd.
  • Noem mijlpalen uit de periode van stagnatie en modernisering (1975-)
    1994: Arbeidstijdenwet: flexibelere werktijden
    1999: Wet flexibiliteit en zekerheid
    2013: Verhoging AOW-leeftijd, 2016: Wet werken na AOW
    2015: Modernisering ontslagrecht, wet werk en zekerheid
    2015: Decentralisatie bijstand en zorg naar gemeenten
    2020: Wet arbeidsmarkt in balans
  • Wat gebeurde er in periode 4?
    • Stijgende werkloosheid, groeiend aantal arbeidsongeschikten
    • Arbeidsmarkt inflexibel
    • Erkenning bescherming werknemer had geleid tot verstarring
    • 1990: Eind communisme Oost-Europa
    • Flexibelere arbeidstijden/arbeidsrelaties
    • 1997: Regeling arbeidsovereenkomst vervangen door modernere terminologie
    • Betere regelingen combinatie arbeid + zorg voor kinderen
    • Uitbreiding pensioenregelingen
    • Verhoging pensioengerechtigde leeftijd
    • Modernisering ontslagrecht
    • Beperking duur WW-uitkering
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de kenmerken van de verlengde uitkering?

Wekeneis en jareneis van toepassing
70% van het laatst verdiende loon
Duur afhankelijk van arbeidsverleden
Wat zijn de kenmerken van de basisuitkering?
  1. 26-uit-36-wekeneis
  2. Duur: drie maanden
  3. Hoogte: eerste twee maanden 75% van het dagloon, laatste maand 70% van het dagloon

(art. 47 WW)
Wat zijn de gronden waarop een WW-uitkering eindigt?
  1. De uitkeringsduur is verstreken
  2. Een uitsluitingsgrond wordt van toepassing
  3. De werknemer weet een arbeidsinkomen van 87,5% van zijn oude loon te verwerven
Wat is een fictieve opzeggingstermijn?
Vanaf het sluiten van een beëindigingsovereenkomst loopt een termijn die net zo lang duurt als wanneer de werkgever zou hebben opgezegd voordat het recht op WW ontstaat.
Wat zijn de belangrijkste uitsluitingsgronden uit art. 19 WW?
  1. Ontvangen van een ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering
  2. In het buitenland verblijven
  3. Vakantie houden (zonder toestemming)
  4. Verblijf in de gevangenis
  5. AOW-leeftijd
  6. Werkloosheid als gevolg van staking
In welke situatie gelden de referte-eisen niet?
Bij werkloosheid door buitengewone natuurlijke omstandigheden (vorst, sneeuw, hoog water), art. 18 WW
Wat houdt de referte-eis of wekeneis uit art. 17 WW in?
  1. Voor het recht op basisuitkering is vereist dat de werknemer tenminste 26 van de voorgaande 36 kalenderweken tenminste één uur als werknemer heeft gewerkt (26 uit 36-eis)
  2. Voor de verlengde uitkering dient de werknemer in de voorafgaande 5 kalenderjaren in ten minste 4 jaar over 208 uur of meer loon moet hebben ontvangen. (vier uit vijf-eis)
Wat zijn de criteria voor werkloosheid uit art. 16 WW?
  1. Verlies van tenminste vijf of tenminste de helft van zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per week over de afgelopen 26 weken
  2. Beschikbaarheid om arbeid te aanvaarden
Welke stappen moeten worden doorlopen bij het toepassen van de WW?

1. Beoordelen van het recht op uitkering aan de hand van de voorwaarden
  • werknemerschap
  • werkloosheid
  • referte-eis
  • niet-toepasselijk zijn van uitsluitingsgronden

2. Beoordelen of het recht geldend kan worden gemaakt
3. Betaling, waarbij ook naar andere inkomsten van de betrokkene wordt gekeken
Wat dient te gebeuren met ten onrechte betaalde uitkeringen?
  • Deze dienen te worden teruggevorderd, ongeacht de reden van het ten onrechte uitbetalen. (art. 24 AOW, art. 36 WW)
  • Uitzondering: bij de Participatiewet is dat alleen verplicht als er sprake is van verzwijging of verstrekking van valse informatie door betrokkene (art. 58 PW)