Summary Inleiding strafrecht

-
ISBN-10 9035815017 ISBN-13 9789035815018
945 Flashcards & Notes
26 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Inleiding strafrecht
  • A J H De Bruijn John Dohmen Carmen Schots Trenado Castro
  • 9789035815018 or 9035815017
  • 12e, herz. dr.

Summary - Inleiding strafrecht

  • 1 Grondvormen van het strafproces

  • Iemand wordt door overheid vervolgd en berecht: in een strafproces. In dit strafproces zijn twee grondvormen te herkennen: een accusatoire en inquisitoire procesvorm. Strafproces is niet bij een van beide onder te brengen, maar vertoont kenmerken van beide vormen.

  • 1.1 Inquisitoire en accusatoire procesvormen

  • Twee grondvormen van proces: de inquisitoire procesvorm en de accusatoire procesvorm. Termen accusatoir en inquisitoir komen van latijnse woorden: accusatio (=beschuldiging) en inquisitio (=onderzoek). Inquisitoir en accusatoir vormen geen tegenstelling op een lijn. Zijn twee verschillende grondmotieven.

     

  • Noem de grondvormen van het strafproces.
    - Accusatoire procesvorm --> accusatio = beschuldigen
    - Inquisitoire procesvorm --> inquisitio = onderzoeken
  • Accusatoire vorm is als procesvorm oudste, maar oervorm van accusatoire motief is al te zien in situatie waarin nog geen sprake is van recht of rechtspleging: twee mensen die ruzie hebben en het letterlijk gaan uitvechten. De eerste stap in de richting van een rechtsgeding is er, als het meningsverschil wordt uitgevochten ten overstaan van een scheidsrechter. Daaraan is benaming 'accusatio' ontleend. Men gaat niet meer onmiddellijk vechten, maar klagen bij autoriteit (beschuldiging, accusatio). Deze autoriteit organiseert in eerste instantie louter de vechtpartij. Hij treedt op als scheidsrechter die erop toeziet dat eerlijk wordt gevochten. Met de inhoud van het gevecht of de inhoud van het daaraan ten grondslag liggende geschil heeft hij echter nog niets te maken. Hij bewaakt alleen de fairheid van de procedure. Dit is in de geschiedenis als 'godsoordeel' te herkennen. Dat bestond vaak uit een letterlijke vechtpartij: de tweekamp. De gedachte was dat God diegene zal laten winnen die gelijk heeft. De wereldlijke autoriteit had nog geen andere rol dan die van scheidsrechter. Een echt rechtsgeding wordt het, als de strijd niet meer lijfelijk wordt uitgevochten, maar pp hun standpunten gaan beargumenteren (en de argumenten van de tegenpartij weerleggen). Dat maakt de functie van een beslisser nodig: iemand die op grond van de door pp aangedragen argumenten het geschil beslist. Deze ontwikkelingslijn is goed zichtbaar in de juryrechtspraak van het Engelse en Amerikaanse proces, waar de rechter de functie heeft van een scheidsrechter die erop toeziet dat pp een faire strijd voeren, en waar de beslissing wordt overgelaten aan een groep 'gewone' burgers: de jury. 

  • Wat is de 'oervorm' van het accusatoire en de inquisatoire procesvorm?
    - Accusatoire procesvorm: het 'godsoordeel', de strijdende partijen gaan letterlijk op de vuist met elkaar onder het toeziend oog van een (scheids)rechter die niet inhoudelijk hierbij betrokken is, maar toeziet op een ordelijk verloop.

    - Inquisitoire procesvorm: een autoriteit met absolute zeggenschap over mensen en zaken.
  • In ons rechtsstelsel kennen we een zuiver accusatoire procedure: het civiele proces.

  • Waarom is een civiel proces een accusatoire procesvorm in het Nederlandse rechtsstelsel?
    Het is een zuiver accusatoire procesvorm omdat, de rechter lijdelijk is.

    De rechter bewaakt de procedure en neemt op basis van de door partijen aangedragen argumenten een beslissing om het geschil te beslechten.

    Alleen onderzoek op de punten waarover de partijen het oneens zijn.
  • Net als de oervorm van een accusatoire procedure is ook de oervorm van een inquisitoire procedure ouder dan recht en overheidsgezag. De kern van een inquisitoire procedure is juist een autoriteit: iemand met gezag, met zeggenschap over andere mensen.

    De oervorm van de inquisitoire procedure is: de vader met een absoluut gezag over zijn familie, die in zijn hoogheid beslist over 'zijn' zaken en mensen.

    Ook daarin zijn vele stappen mogelijk naar een werkelijk rechtsgeding. De eerste stap is hier: het inzicht dat niet elke beslissing van een autoriteit zonder meer door zijn zeggenschap gerechtvaardigd wordt. Zo'n beslissing moet slaan op de werkelijkheid waarover hij beslist: de autoriteit moet dus onderzoeken hoe de zaak in elkaar zit om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen. Daarop duidt de termijn inquisitio. Voor een helder zicht zit hier in de weg dat de term inquisitio als associatie niet zozeer onderzoek oproept, maar de historische inquisitie van de katholieke kerk tegen ketters. Die associatie kan niet een totale afkeer van de inquisitiore vorm rechtvaardigen: ook de accusatoire procedure heeft gevaren. Maar die associatie laat wel de gevaren van de inquisitoire vorm duidelijk zien: een juist verloop is hier geheel afhankelijk van de openheid, onpartijdigheid en onbevooroordeeldheid van de inquisiteur.

     

    Een volgende stap kan zijn, dat de autoriteit verplicht wordt zijn beslissing te motiveren. Deze stap gaat vaak samen met een andere: de mogelijkheid van controle door een hogere autoriteit. Ook kan het onderzoek zelf geformaliseerd worden en aan allerlei regels gebonden, zoals: wie er allemaal gehoord moeten worden.

     

  • Noem nog enkele rechtsstelsels welke een accusatoire procesvorm hanteren.
    In Anglo-Amerikaanse landen (Engeland en Amerika).
    Zgn. juryrechtspraak, de rechter ziet toe op een eerlijke strijd tussen partijen en een jury bestaande uit 'gewone' burgers neemt een beslissing.
  • Bestuursbeschikking twee verschillende uitgangspunten:

    - accusatoir proces: twee pp die het niet eens zijn en die ieder ten overstaan van een beslisser argumenten voor hun standpunt aandragen;

    - inquisitoir proces: een autoriteit die over iets moet beslissen en zelf verantwoordelijk is voor het onderzoek dat voor die beslissing nodig is.

    In een accusatoir proces vindt alleen onderzoek plaats op punten waar pp het oneens zijn.

  • Waardoor heeft de inquisitoire procesvorm zich ontwikkeld?
    Door het inzicht dat niet elke beslissing van een autoriteit zondermeer door zijn zeggenschap gerechtvaardigd wordt.

    Inquisitio houdt in dat de autoriteit moet onderzoeken hoe het zit om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen. Het vergt een actieve rol van de rechter.
  • Het accusatoire Engelse strafproces kent de 'guilty plea'. Aan de verdachte wordt aan het begin van de terechtzitting gevraagd of hij schuldig is of niet. Zegt hij 'guilty', dan wordt het delict in de regel in het geheel niet onderzocht, en gaat het alleen nog over de straf.

    In het van oorsprong inquisitoire Nedse strafproces past dit niet. Daar moet de rechter zelf door zijn onderzoek overtuigd zijn, dat de verdachte het delict heeft gepleegd.

  • Noem een 'valkuil' voor de inquisitoire procesvorm.
    Een juist verloop is geheel afhankelijk van de openheid, onpartijdigheid en onbevooroordeeldheid van een enkel persoon (= de inquisiteur).
  • Op de punten waar pp het oneens zijn, wordt het in een accusatoir proces ook aan de pp zelf overgelaten de relevante feiten als argument naar voren te brengen. Is meest kenmerkende beeld van het Engelse en Amerikaanse strafproces: de 'cross-examination'. De advocaten van de vervolging en de verdediging brengen ieder hun eigen getuigen naar voren. Iedere getuige wordt eerst ondervraagd door de advocaat die hem heeft opgeroepen, en vervolgens door de advocaat van de tegenpartij.

  • Wat is het meest kenmerkende beeld van het Engelse en Amerikaanse strafproces?
    Cross-examination: De advocaten van de verdediging en van de vervolging brengen ieder hun eigen getuigen in. Die getuigen worden eerst gehoord door de advocaat die hen heeft opgeroepen, daarna door de advocaat van de tegenpartij. De rechter (= lijdelijk) en stelt zelf nauwelijks vragen.
  • In inquisitoir proces kunnen er twee pp zijn, maar dit hoeft niet. Een rechter die zelf onderzoekt wat hij voor zijn beslissing noodzakelijk acht, heeft geen twee pp nodig die ieder een eigen standpunt naar voren brengen. In een zuiver inquisitoir proces is het aan de inquisiteur overgelaten ervoor te zorgen dat hij de betrokken belangen ontdekt in de zaak waarover hij moet beslissen.

  • Hoe is het Nederlandse strafproces het beste te typeren (in de zin van inquisitoir of accusatoir)?
    Het vooronderzoek als inquisitoir

    Het onderzoek terechtzitting als inquisitoir vanuit de positie van de rechter (actief, verantwoordelijk voor het onderzoek)
    Vanuit de verdachte gezien als accusatoir (twee partijen).

    De OvJ is de geconstrueerde tegenpartij van de verdachte. Hiermee is de over de zaak beslissende rechter (inquisitio) ingebed in een accusatoire constructie
  • Welke van beide grondmotieven leent zich nu beste voor strafproces? In accusatoir proces is uitgangspunt: twee pp. Maar wie is verdachtes natuurlijke tegenpartij? Het slachtoffer van zijn delict. Lang niet ieder delict maakt rechtstreeks slachtoffers: het ontbreken van een aanwijsbare benadeelde is zelfs één van de redenen om onrecht aan het strafrecht toe te delen. En zonder duidelijk slachtoffer ontbreekt één van de twee natuurlijke partijen voor een accusatoir strafproces. Maar ook wanneer er wel slachtoffers zijn, is het strafrecht niet gericht op herstel voor die slachtoffers, zoals aan de meest voorkomende straffen - geldboete en gevangenisstraf- duidelijk is te zien. Daarvoor is immers civiele sanctiestelsel bedoeld. Dat het strafrecht niet primair is gericht op herstel voor slachtoffers betekent overigens niet dat herstel voor slachtoffers in het strafproces in het geheel geen rol kan spelen. Dat kan het wel.

     

  • Ligt het accent in het huidige Nederlandse strafproces op het vooronderzoek of op het onderzoek terechtzitting?
    Meer op het vooronderzoek, waarbij het onderzoek terechtzitting meer dient als een verificatie van het gedane vooronderzoek ten aanzien van het bewijsmateriaal.
  • In accusatoire strafprocessen is dan ook tendens dat functie van benadeelde partij wordt overgenomen namens de samenleving door publiek orgaan. In Engeland was dit tot 1986 formeel niet gebeurd. Daar was de grondgedachte dat de benadeelde zelf een strafvervolging kan beginnen, maar feitelijk werden verreweg de meeste zaken vervolgd door de politie. In 1986 is deze stand van zaken geformaliseerd door de instelling van een publiek vervolgingsorgaan: de Crown Prosecution Service. In Amerika bestaat de 'public prosecutor' al veel langer.

     

  • Wat houdt de bezwaarschriftprocedure in bij het strafprocesrecht?
    Een procedure die de verdachte kan instellen om zijn bezwaren tegen zijn vervolging door het OM aan een rechter voor te leggen, voordat de zaak op de openbare terechtzitting komt.
  • Het publiek orgaan, een openbare aanklager, is een geconstrueerde tegenpartij van verdachte. In de concrete belangen die in het geding zijn, is die immers nooit verdachtes eigenlijke tegenpartij, aangezien de openbare aanklager niet zelf is benadeeld. Vanuit het materiele strafrecht geredeneerd, ligt een inquisitoire procesvorm voor het strafproces meer voor de hand dan een accusatoire procesvorm. In een inquisitoir strafproces is geen tegenpartij nodig. Een onderzoekende rechter kan zijn taak immers ook verrichten zonder een geconstrueerde tegenpartij van de verdachte.

    Toch heeft zich vroeger of later overal een afzonderlijk vervolgend orgaan ontwikkeld. Niet in de eerste plaats als tegenpartij van de verdachte, maar als afsplitsing van de zelf onderzoekende rechter, een kwestie van taakverdeling. Bij ons is dit afzonderlijk vervolgend orgaan het OM, dat als enige instantie de bevoegdheid tot vervolgen heeft. Dat het OM de bevoegdheid tot vervolgen heeft, blijkt uit de art. 167 en 242 Sv (zie ook art. 124 RO). 

    Aan de taakverdeling zit een puur praktisch-administratieve kant: de afsplitsing van de verantwoordelijkheid voor het daadwerkelijke onderzoek in de fase vóór de terechtzitting. In die voorfase moet veel onderzoek onmiddellijk gebeuren (bijv. allerlei technisch onderzoek van sporen, wapens, boekhouding, medisch onderzoek van een slachtoffer enz.). Er moeten soms vele (deels niet relevant blijkende) getuigen worden gehoord.

    Aan taakverdeling tussen beslissende rechter en vervolgend orgaan zit ook meer principiele kant. Deze taakverdeling is ook een waarborg dat het onderzoek ter zitting een echt onderzoek is, dat de rechter ter zitting open kan staan voor alle argumenten. Zij dient om te voorkomen dat de beslissende rechter al bevooroordeeld is door allerlei eigen opsporingsactiviteiten, waarbij partij kiezen bijna onvermijdelijk is. Van deze kant bekeken, heeft een afzonderlijk vervolgend orgaan in een inquisitoir strafproces de functie om juist de gevaren die aan een inquisitoire procedure eigen zijn, te minimaliseren. Deze kant is ook aan de taakverdeling tussen de rechters af te lezen. Het is niet voor niets, dat art. 268, tweede lid, Sv de R-C verbiedt deel te nemen aan onderzoek op de terechtzitting in een zaak waarbij hij in het voorbereidend onderzoek betrokken is geweest.

  • De rol van de verdachte verschuift in de loop van het strafproces. Wat is hiervoor de graadmeter?
    Dat is de inwendige openbaarheid. De mogelijkheden van de verdachte om kennis te kunnen nemen van de processtukken.

    Art. 30 Sv geldt voor de fase van het vooronderzoek.
    Art. 33 SV geldt voor de fast van het rechtsgeding.
  • In de verschillende landen met een van oorsprong inquisitoir strafproces is de grenslijn tussen de taken van rechter en vervolgend orgaan verschillend getrokken, en bovendien vaak veranderd in de loop van de tijd.

    Die taakverdeling wordt verder gecompliceerd doordat alle landen met een van opzet inquisitoire procedure ook al een taakverdeling tussen de rechters kennen: enerzijds de rechters op de terechtzitting, en anderzijds een rechter die in de voorfase onderzoek doet en over de toepassing van dwangmiddelen beslist (in Nederland de rechter-commissaris (R-C).

    In de landen om ons heen is ook voor het vooronderzoek in principe een rechter verantwoordelijk: de Franse juge d'instruction, de Belgische onderzoeksrechter. In Duitsland wordt de uiteindelijke beschuldiging in principe door een rechter geformuleerd. Dit was onder het oude WvSv in NL ook zo. Sinds 1926 is hiervan nog overgebleven het gerechtelijk vooronderzoek door een R-C in wat ingewikkelder zaken en de bezwaarschriftprocedure, een procedure die de verdachte kan instellen om zijn bezwaren tegen zijn vervolging door het OM aan een rechter voor te leggen, voordat de zaak op de (openbare) terechtzitting komt.

  • In NL is de positie van de rechter tijdens het onderzoek ter terechtzitting duidelijk inquisitoir. Hoeveel er ook al aan voorbereidend onderzoek is gedaan, het is de beslissende rechter die verantwoordelijk is voor het onderzoek waarop hij zijn beslissing baseert. De rechter is niet afhankelijk van wat pp aandragen (niet lijdelijk, zoals in civiele proces), maar zelf verantwoordelijk voor het uitzoeken van de waarheid:

    - de rechter doet ter zitting het onderzoek (in meervoudige strafkamer leidt de voorzitter het onderzoek, art. 272, eerste lid, Sv);

    - het is primair de rechter die de verdachte en getuigen ondervraagt (art. 286, 292 Sv);

    - als de rechter bij zijn beraadslaging na de zitting ontdekt dat hij onvoldoende gegevens heeft voor zijn beslissing, kan hij het onderzoek alsnog hervatten (art. 346 Sv).

  • Deze 'inquisitio' door de over de zaak beslissende rechter is als het ware ingebed in een accusatoire constructie. De Nedse OvJ is vrij vergaand als tegenpartij van de verdachte geconstrueerd. De OvJ heeft een grote vrijheid om wel of niet te vervolgen (art. 167 Sv) en om alsnog van verdere vervolging af te zien (art. 242 Sv). In zijn dagvaarding formuleert hij de beschuldiging (de 'tenlastelegging') van de verdachte. Deze beschuldiging begrenst het onderzoek van de rechter, zoals dat in een accusatoir proces zou passen (art. 350 Sv: 'op grondslag van de tenlastelegging'). 

    Deze accusatoire constructie - de OvJ als tegenpartij van de verdachte - is in de opstelling in de rechtszaal niet geheel doorgetrokken. De OvJ zit weliswaar niet bij de rechters aan tafel (art. 268, derde lid, Sv), maar wel op het podium met een eigen tafel vlak tegen die van de rechters aan.

  • De inquisitoire en accusatoire vormen naast vanuit taak en positie van beslisser ook te vergelijken op de positie van verdachte. Dat is gebruikelijke benadering. Dan wordt de tegenstelling voor een strafproces gesteld als: in een inquisitoir strafproces is de verdachte object van onderzoek, in een accusatoir strafproces is hij procespartij. In ieder heden ten dage bestaand strafproces is de verdachte beide.

  • In het accusatoire Engelse strafproces zijn twee rollen van verdachte verdeeld over de twee personen die samen de verdediging uitmaken: de verdachte en zijn advocaat. De advocaat voor de verdediging en die voor de vervolging zijn volkomen gelijke procespartijen. De verdachte heeft als persoon eigenlijk geen functie, tenzij hij door zijn advocaat als getuige in eigen zaak wordt opgeroepen. Dan wordt hij als object van onderzoek - net als andere getuigen- beëdigd en ondervraagd. Hij is dan verplicht te spreken en bovendien om de waarheid te spreken.

    In Nedse strafproces is dit anders: de verdachte hoeft niet te spreken. Hij wordt nimmer beëdigd  ook niet wanneer hij dit zelf zou wensen en verzoeken. Op onwaarheid spreken staat voor verdachte geen straf.

  • Geschiedenis van Nedse strafproces is een van uitersten. De oudste vorm is puur accusatoir. Vanuit tweekamp heeft zich een accusatoir strafproces ontwikkeld, totdat daarnaast een uitgesproken inquisitoir proces is ontstaan (dat toen ook 'extraordinaire' proces werd genoemd), waarna gaandeweg het oudere accusatoire ('ordinaire') strafproces geheel is verdwenen.

    In dit vroege inquisitoire proces lag accent geheel op (niet openbaar) onderzoek door een autoriteit met alle middelen om dat onderzoek ook door te zetten: de tijd van de tortuur van verdachten.

    Op deze basis van een puur inquisitoir proces heeft ons strafproces zich vervolgens voortdurend in accusatoire richting verder ontwikkeld. 

    Het huidige Nedse strafproces - en strafproces elders op Europese vasteland- is dus op de inquisitoire grondvorm gebouwd.

  • In Engeland heeft omslag naar inquisitoire procesvorm in strafproces niet plaatsgevonden. Daar vinden we nu nog een - uiteraard ook verder ontwikkeld-  accusatoir strafproces. Het Amerikaanse strafproces is aan het Engelse ontleend.

    Er bestaan daadwerkelijk zowel strafprocessen met een accusatoir grondmotief als strafprocessen met een inquisitoir grondmotief.

  • In de loop van Nedse strafproces gaat de verdachte geleidelijk van ene rol over in andere. In voorbereidend onderzoek is hij vooral object van onderzoek, in rechtsgeding vnl. procespartij.

    Graadmeter daarvoor is in inquisitoir proces de inwendige openbaarheid jegens verdachte. Voor onderzoek is handiger als object van onderzoek -waarvan bovendien te verwachten valt dat niet van harte aan onderzoek zal meewerken- niet precies op hoogte is van wat onderzoeker uit andere bron wel of niet te weten is gekomen. Evenzeer is duidelijk, dat procespartij om haar belangen te kunnen behartigen moet weten over welke gegevens en beweringen beslisser wel of niet beschikt.

    Overgang van verdachte als object van onderzoek naar die van procespartij is af te lezen uit de bep. over de inwendige openbaarheid betr. de kennisneming van processtukken: art. 30 en 33 Sv.

    - Art. 30 Sv geldt voor de fase van het voorbereidend onderzoek: in die fase geldt dat de verdachte kennisneming van de processtukken kan verzoeken, maar deze kennisneming kan hem worden onthouden in het belang van onderzoek;

    - Art. 33 Sv geldt voor de fase van het rechtsgeding: in die fase heeft de verdachte zonder meer recht op kennisneming van alle processtukken.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Inleiding strafrecht
  • A J H De Bruijn John Dohmen Carmen Schots Trenado Castro
  • or
  • 2012

Summary - Inleiding strafrecht

  • 1 grondvormen van het strafproces

  • Hoe onstond de accusatoire procesvorm?

    Eerst had je twee mensen die ruzie hebben en het uitvechten: de strijd aangaan. Dat is nog geen recht of rechtspleging.

    Daarna volgde: twee mensen die ruzie hebben een beschuldiging uiten ten overstaan van een scheidsrechter:

    men klaagt bij een autoriteit (beschuldigt de ander= accusatio), de autoriteit regelt de vechtpartij en ziet erop toe dat er eerlijk gevochten wordt: controleert de procedure niet de inhoud.

    (godsoordeel: god liet degene die gelijk had winnen in de vechtpartij!)

    Het wordt een rechtsgeding als er niet meer letterlijk gevochten wordt maar wanneer standpunten worden beargumenteerd. en daarvoor is dan een beslisser nodig, die op grond van die argumenten het geschil beslist.

  • Accusatio (=beschuldiging) en Inquisitio (=onderzoek) zijn twee verschillende grondmotieven (geen tegenstelling). Welke van de twee is het oudste?

    Accusatio
  • Welke procesvorm is ouder: de accusatoire of de inquisitoire?

    De accusatoire

  • Wat is de kern van inquisatoire recht?

    Een autoriteit  met gezag zeggenschap over anderen. Zijn beslissing moet echter wel slaan op de werkelijkheid zoals hij die onderzoekt: inquisitio. De autoriteit moet onderzoeken hoe de zaak in elkaar zit om tot een verantwoorde beslissing te kunnen komen: inquisitio.

  • Waar komt de term accusatoire vandaan? en waar de term inquisitoire?

    van het Latijn: accusatio = beschuldiging. inquisitio = onderzoek

  • Wat zijn de uitgangspunten voor accusatoir onderzoek en inquisitoir onderzoek?

    Accusatoir: twee partijen die het oneens zijn en die ieder t.o.v. een beslisser argumenten voor hun standpunt aandragen.

    Inquisitoir: een autoriteit die over iets moet beslissen en zelf verantwoordelijk is voor onderzoek dat voor die beslissing nodig is.

  • Welk procedure in ons rechtsstelsel is zuiver accusatoire?

    het civiele procesrecht

  • Wat is de kern van inquisatoire recht?

    Een autoriteit  met gezag zeggenschap over anderen. Zijn beslissing moet echter wel slaan op de werkelijkheid zoals hij die onderzoekt: inquisitio. De autoriteit moet onderzoeken hoe de zaak in elkaar zit om tot een verantwoorde beslissing te kunnen komen: inquisitio.

  • Stappen in inquisitoir onderzoek zijn:

    1. onderzoek
    2. motiveren beslissing
  • Uit welk jaar dateert ons huidige wetboek van strafvordering? 

    En dat daarvoor?

    Bekrachtigd in 1921 en in werking getreden in 1926. Daarvoor 1838.

  • uitgangspunt accusatoir onderzoek en inquisitoir onderzoek

    accusatoir: twee partijen die het oneens zijn en die ieder t.o.v. een beslisser argumenten voor hun standpunt aandragen (er vindt alleen onderzoek plaats over zaken waar partijen het niet over eens zijn).

    inquisitoir: een autoriteit die over iets moet beslissen en zelf verantwoordelijk is voor onderzoek dat voor die beslissing nodig is.

  • Zijn er bij een inquisitoir proces geen twee partijen?

    Dat kan wel maar hoeft niet. De rechter onderzoekt zelf en heeft daarvoor geen twee partijen nodig.

  • Wat is voor het strafproces de beste vorm en waarom? (2 partijen? onderzoek?) Is de overheid onderzoeker of één van de twee partijen?

    Soms zijn er geen twee partijen, de uitslag is niet dat één partij - het slachtoffer - wint maar dat de dader straf krijgt. De overheid neemt de rol van het slachtoffer over en daardoor weer een beetje 2 partijen.

    overal is de onderzoeker uiteindelijk afgesplitst van de rechter. en dan heb je dus: 2 partijen: onderzoeker en dader en de beslisser beslist.

  • Waarom scheiding tussen onderzoekende overheid en beslissende overheid in een strafproces

    Waarborg dat alle argumenten ter zitting ook daadwerkelijk gehoord worden en leiden tot een beslissing door een onbevoordeelde rechter. Let op: art. 268 2e lid Sv verbiedt de R-C om deel te nemen aan onderzoek op de terechtzitting waarbij hij in de voorbereiding betrokken was.

  • Wat betekent in de praktijk: de inquisitio door de over de zaak beslissende rechter is ingebed in een accusatoire constructie?

    De Nl OvJ is min of meer de tegenstander van de verdachte. beslist al dan niet tot vervolging 167 Sv, formuleert de beschuldiging in de dagvaarding (tenlastelegging) en deze beschuldiging begrenst het onderzoek van de rechter (art. 350 Sv "op grondslag van de tenlastelegging).

  • Hoe is de rol (inquisitoir/accusatoir) van de verdachte in het strafproces?

     

    In een inquisitoir strafproces is hij object van onderzoek, in een accusatoir sp een procespartij.

    In nl beide: eerst inquisitoir later accusatoir zie art. 30 en 33 Sv nog geen kennis nemen van processtukken tijdens onderzoeksfase.

  • Op welke grondvorm is het huidige Nl strafprocesrecht gebouwd?

    Ook al begon de oervorm met de accusatoire vorm, deze verdween op een bepaald moment helemaal na ontwikkeling van de inquisitoire grondvorm. Deze is later met het beter beschermen van de verdachte tegen de overheid uitgebouwd  in accusatoire richting.

  • uit welk jaar dateert ons huidige wetboek van strafvordering? en dat daarvoor?

    Bekrachtigd in 1921 en in werking getreden in 1926. Daarvoor 1838.

  • Welke twee belangen staan bij het inrichten van een strafproces i.h.a. tegenover elkaar

    de strafwet moet op de werkelijk schuldige toegepast worden maar vervolging van de niet-schuldige voorkomen.

  • Op welke 2 manieren kan een compromis het belang van het zeker willen vervolgen van de schuldige en het vooral niet willen vervolgen van de onschuldige in een strafproces gestalte gegeven worden? En waar is in Nl voor gekozen?

    1. het beperken van aan de overheid toe te kennen bevoegdheden.

    2. het in ruime mate bevoegdheden geven aan de overheid maar ook aan het individu.

    Voor de tweede manier.

  • hoe is de keuze van de wetgever in termen van accusatoire of inquisitoire procesvorm te kenschetsen?

    De wetgever beschouwt het als gematigd accusatoire.

     

  • Welke aspecten van ons strafprocesrecht zijn zuiver accusatoir?

    De lijdelijkheid van de rechter, hij wacht af alvorens hij tot onderzoek kan overgaan, op een vordering van het OM en ook als hij vervolging gelast, dan blijft die vervolging in handen van het OM.

  • Op welke gronden wordt het vooronderzoek inquisitoir beschouwd?

    tijdens het onderzoek zijn OM en verdachte geen gelijke partijen.

  • Hoe moet het eindonderzoek worden aangemerkt (zitting)

    als meer accusatoir, in grotere mate als gelijkgerechtigde procespartijen t.o. elkaar.

  • vanuit welk perspectief kan ment accusatoire dan wel inquisitoire aspecten vh strafpoces benaderen en welke benadering is het meest gebruikelijk.

    Vanuit dat van de rechter en van de verdachte. Vanuit de verdachte is het meest gebruikelijk.

  • is de vroegere door een autoriteit georganiseerde tweekamp, uitmondend in een godsoordeel, te beschouwen als accusatoir of als inquisitoir.

    accusatoir

  • inquisitoire kenmerken van een terechtzitting zijn:

    en wat is dan de accusatoire inbedding?

    de beslissende rechter doet ter terechtzitting onderzoek

    primair verhoort de beslissende rechter de verdachte en getuigen

    als de beslissende rechter vindt dat hij onvold. gegevens heeft kan hij tot nader onderzoek opdracht geven/besluiten

     

    dat de OvJ de tenlastelegging doet en dat de rechter daaraan gebonden is.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Inleiding strafrecht
  • A J H De Bruijn John Dohmen Carmen Schots Trenado Castro
  • 9789035815001 or 9035815009
  • 11e, herz. dr.

Summary - Inleiding strafrecht

  • 1 Grondvormen van het strafproces

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • 1.1 LE 1 Grondvormen van het strafproces

  • 2 grondvormen van een proces
    1. accusatoir (beschuldiging)
    2. inquisitoir (onderzoek)
  • Het strafproces kent twee grondvormen. Welke zijn dat en wat houden zij in?

    De grondvormen van een proces zijn de inquisitoire procesvorm en de accusatoire procesvorm. De inquisitoire vorm heeft een onderzoekende karakter. Accusatoire procesvorm verwijst naar de beschuldigende karakter van de ze procesvorm.

  • In het strafproces zijn twee grondvormen te herkennen: een accusatoire en inquisatoire procesvorm. Het strafproces is namelijk niet bij een van de twee onder te brengen, maar vertoont kenmerken van beide vormen.
  • accusatio = beschuldiging
    inquisitio = onderzoek
  • Geef een voorbeeld van beide procesvormen.

    Accusatiore procesvorm: Twee mensen die ruzie hebben en deze voor een scheidsrechter uitvechten. Deze scheidsrechter bewaakt alleen de fairheid van de procedure. Een zuivere vorm van accusatoire is de civiele proces.

    Inquisitor procesvorm: De vader met absoluut gezag over zijn familie, die in zijn hoogheid beslist over zijn zaken en mensen.

    Een autoriteit die over iets moet beslissen en zelf verantwoordelijke is voor het onderzoek dat noodzakelijk is om tot een beslissing te komen.

    In de zuivere vorm is aan de inquisateur om te achterhalen wat de betrokken belangen zijn.

  • Verschillende uitgangspunten in strafproces in UK en NL
    UK: accusatoir strafproces:
    • advocaat verdediging gelijk aan advocaat vervolging
    • verdachte als persoon heeft geen functie, tenzij: hij als getuige wordt opgeroepen. De verdachte wordt nu als object beëdigd en ondervraagd en is nu verplicht te spreken en waarheid te zeggen.
    NL: gemengde procesvorm:
    • verdachte eerst object,later procespartij.
    • Verdachte niet verplicht waarheid te spreken, nimmer beëdigd.
  • In een accusatoire proces is het uitgangspunt dat er twee partijen zijn, wie is de verdachtes natuurlijk partij?

    Een verdachte maakt niet altijd een slachtoffer. Het strafrecht is er niet op gericht om slachtoffers te herstellen. De functie van een benadeelde partij wordt namens de samenleving door een publieke orgaan overgenomen.

    Dit publieke orgaan is de openbare aanklager, de geconstrueerde tegenpartij.

  • De taakverdeling tussen de rechters ziet er als volgt uit: je hebt een rechter voor de terechtzitting en een rechter die in de voorfase een onderzoek doet en over de toepassing van dwangmiddelen beslist. In Nederland noem je deze rechter een rechter-commissaris (R-C).

  • Voorbereidend onderzoek: verdachte Object


    Rechtsgeding: verdachte Procespartij


    Wat bepaalt de overgang?
    Inwendige openbaarheid
    = kennisneming processtukken

    • art 30 Sv: tijdens vooronderzoek kan verdachte om kennisneming processtukken verzoeken, maar kan geweigerd worden in belang van onderzoek.
    • art 33 Sv: ter terechtzitting heeft verdachte zonder meer recht op kennisneming van alle processtukken.
  • Nederland is tijdens het onderzoek ter terechtzitting duidelijk inquisitoir. De rechter is niet afhankelijk van wat partijen aandragen. Zij is zelf verantwoordelijk voor het uitzoeken van de waarheid.  vb art. 286 en 292 SV.

  • Geschiedenis Nlse strafproces en Europese vasteland en apart UK
    NL en Eur. mainland
    1. op inquisitoire grondvorm gebouwd
    2. oudste: puur accusatoir (ordinaire strafproces), vanuit 2-kamp ontwikkeld. Nu verdrongen en verdwenen.
    3. hiernaast: inquisitoir (extra-ordinaire strafproces). Alleen inquisitoir.
    4. Hierna ontwikkeling accusatoire richting
    UK:
    omslag inquisitoire procesvorm niet geweest, nog steeds alleen accusatoire grondvorm
  • OvJ

    Hoewel de beslissende rechter inquisitio is, is deze als het ware ingebed in een accusatoire constructie. In Nederland is de OvJ de geconstrueerd tegenpartij.

    De OvJ formuleert de tenlastelegging, dit begrenst het onderzoek van de rechter. Dit past bij een accusatoire proces, de rechter beslist alleen over wat er wordt betwist.

  • 1.1.1 1. Inquisitoire en accusatoire procesvormen

  • De 2 grondvormen zijn geen tegenstelling; het zijn verschillende grondmotieven


    Ontwikkelingslijn accusatoir goed zichtbaar in Engelse en Amerikaanse proces, waarbij rechter functie heeft van scheidsrechter
  •  De termen accusatoir en inquisitoir komen van het Latijn: accusatio (= beschuldiging) en inquisitio (= onderzoek). Zij vormen geen tegenstelling op één lijn, het zijn twee verschillende grondmotieven.

     

    De accusatoire vorm is als procesvorm de oudste:

    1.  Eerst: Twee mensen die een geschil letterlijk uitvechten, dan;
    2.  Eerste stap in de richting van een rechtsgeding: het ‘godsoordeel’ = God zal diegene laten winnen die gelijk heeft. De wereldlijke autoriteit heeft hier  nog geen andere rol dan die van scheidsrechter: na de beschuldiging (accusatio) van één, volgt tweekamp georganiseerd door autoriteit.
    3. Een echt rechtsgeding wordt het, als de strijd niet meer lijfelijk wordt uitgevochten, maar partijen hun standpunten gaan beargumenteren (en de argumenten van de tegenpartij weerleggen). Dit maakt de functie van een beslisser nodig (dus, autoriteit nog steeds scheidsrechter).

     

     In ons rechtsstelsel kennen we zo’n zuiver accusatoire procedure: het civiele proces.

     

    De kern van de inquisitoire procedure is juist de autoriteit: iemand met gezag/zeggenschap over andere mensen.

     

    •  Oervorm: vader met een absoluut gezag over zijn familie, die in zijn hoogheid beslist over ‘zijn’ zaken en mensen.
    •  Eerste stap: het inzicht dat niet elke beslissing van een autoriteit zonder meer door zijn zeggenschap gerechtvaardigd wordt. Zo’n beslissing moet slaan op de werkelijkheid waarover hij beslist: de autoriteit moet dus onderzoeken hoe de zaak in elkaar zit om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen (inquisitio).
    •  Volgende stap: de autoriteit verplichten zijn beslissing te motiveren. Dit gaat vaak samen met een andere stap, de mogelijkheid van controle door een hogere autoriteit. Ook het onderzoek zelf wordt geformaliseerd en aan regels gebonden.

     

    Uitgangspunten:

     

    ·         Accusatoir proces: twee partijen die het niet eens zijn en die ieder ten overstaan van een beslisser argumenten voor hun standpunt aandragen, beslist door een scheidsrechter (onderzoek = er enkel op punten waar partijen het oneens zijn; wordt ook aan partijen overgelaten de relevante feiten als argumenten naar voren te brengen).

     

    ·         Inquisitoir proces: autoriteit die over iets moet beslissen en zelf verantwoordelijk is voor het onderzoek dat voor die beslissing nodig is (onderzoeker).

     

    In een inquisitoir proces geen twee partijen? Kan wel, hoeft niet. Een rechter die zelf onderzoekt wat hij voor zijn onderzoek noodzakelijk acht, heeft geen twee partijen nodig die ieder een eigen stanspunt naar voren brengen. In een zuiver inquisitoir proces is het aan de inquisiteur overgelaten ervoor te zorgen dat hij de betrokken belangen ontdekt in de zaak waarover hij moet beslissen.

     

    Welke leent zich het beste voor het strafproces? In een accusatoir proces is het uitgangspunt twee partijen. Niet ieder delict maakt rechtstreeks slachtoffers, maar ook wanneer er wél slachtoffers zijn, is het strafrecht niet gericht op herstel voor die slachtoffers.  In accusatoire strafprocessen is dan ook de tendens dat de functie van de benadeelde partij wordt overgenomen, namens de samenleving, door een publiek orgaan. Dit publieke orgaan, een openbare aanklager, is een geconstrueerde tegenpartij van de verdachte. Deze is immers nooit verdachte ’s eigenlijke tegenpartij, aangezien de openbare aanklager niet zelf is benadeeld.

     

    Vanuit het materiële strafrecht geredeneerd, ligt een inquisitoire procesvorm dan ook meer voor de hand dan een accusatoire procesvorm. In een inquisitoir strafproces is geen tegenpartij nodig. Een onderzoekende rechter kan zijn taak immers ook verrichten zonder een geconstrueerde tegenpartij van de verdachte. Toch heeft zich vroeger of later overal een afzonderlijk vervolgend orgaan ontwikkeld. Niet in de eerste plaats als tegenpartij van de verdachte, maar als afsplitsing van de zelfonderzoekende rechter, een kwestie van taakverdeling.

     

    NL: OM = enige instantie met de bevoegdheid tot vervolging.

     

    De taakverdeling is puur praktisch-administratief: de afsplitsing van de verantwoordelijkheid voor het daadwerkelijke onderzoek in de fase vóór de terechtzitting. Ook is er de principiële kant: een waarborg dat het onderzoek ter zitting een echt onderzoek is, dat de rechter ter zitting open kan staan voor alle argumenten. Zij dient om te voorkomen dat de beslissende rechter al bevooroordeeld is door allerlei eigen opsporingsactiviteiten, waarbij partij kiezen bijna onvermijdelijk is.

     

    In NL is de positie van de rechter tijdens het onderzoek ter terechtzitting duidelijk inquisitoir. Hoeveel er ook al aan voorbereidend onderzoek is gedaan, het is de beslissende rechter die verantwoordelijkheid is voor het onderzoek waarop hij zijn beslissing baseert. De rechter is niet afhankelijk van wat partijen aandragen (dus hij is niet ‘lijdelijk’ zoals in het civiele proces), maar zelf verantwoordelijk voor het uitzoeken van de waarheid:

     

    ·         De rechter doet ter zitting het onderzoek (272 Sv)

     

    ·         Het is primair de rechter die de verdachte en getuigen ondervraagt (286, 292 Sv)

     

    ·         Als de rechter bij zijn beraadslaging na de zitting ontdekt dat hij onvoldoende gegevens heeft voor zijn beslissing, kan hij het onderzoek alsnog hervatten (346 Sv)

     

     

    • Tijdens onderzoek ter terechtzitting: inquisioir
    • Rechter is niet lijdelijk in het strafproces! 

     

    Deze ‘inquisitio’ door de over de zaak beslissende rechter is als het ware ingebed in een accusatoire constructie. De Nederlandse Officier van Justitie is vrij vergaand als tegenpartij van de verdachte geconstrueerd. De OvJ heeft een grote vrijheid om wel of niet te vervolgen (167 Sv) en om alsnog van verdere vervolging af te zien (242 Sv). In zijn dagvaarding formuleert hij de beschuldiging (= tenlastelegging) van de verdachte. Deze beschuldiging begrenst het onderzoek van de rechter, zoals dat in een accusatoir proces zou passen (350 Sv).

     

    Strafproces

     

    1.     Voorgaand: inquisitoir vs accusatoir vanuit taak en positie van de beslisser (de rechter)

     

    2.      Nu: tegenstelling vanuit positie van de verdachte is gebruikelijke redenering

     

    Tegenstelling strafproces:

     

    ·         Inquisitoir: verdachte is eerst object van onderzoek;

     

    ·         Dan, accusatoir: rol gaat over in procespartij (tijdens het rechtsgeding) 

     

    Nederlandse strafproces: verdachte hoeft niet te spreken; wordt nimmer beëdigd, op onwaarheid spreken staat voor hem geen straf.

     

    In de loop van een Nederlands strafproces gaat de verdachte geleidelijk van de ene rol over in de andere. In het voorbereidend onderzoek is hij vooral object van onderzoek, in het rechtsgeding is hij voornamelijk procespartij.

     

    Een graadmeter daarvoor is in een inquisitoir proces de inwendige openbaarheid: o.a. openbaarheid van processtukken, bewijsmateriaal jegens de verdachte.

     

    De overgang van de verdachte als object van onderzoek naar die van procespartij is af te lezen uit de bepalingen over de inwendige openbaarheid betreffende de kennisneming van processtukken: art. 30 + 33 Sv:

     

    ·         Art. 30 Sv: geldt voor de fase van het voorbereidend onderzoek: in die fase geldt dat de verdachte kennisneming van de processtukken kan verzoeken, maar deze kennisneming kan hem onthouden worden in het belang van het onderzoek.

                         = object van onderzoek = inquisitoir

     

    ·         Art. 33 Sv: geldt voor de fase van het rechtsgeding: hier heeft de verdachte zonder meer recht op kennisneming van alle processtukken.

                                = procespartij = accusatoir

    Geschiedenis van het Nederlandse strafproces:

    De oudste vorm = puur accusatoir. Vanuit een tweekamp heeft zich een accusatoir strafproces ontwikkeld, totdat daarnaast een uitgesproken inquisitoir proces is ontstaan (= extraordinaire proces), waarna gaandeweg het oudere accusatoire proces (= ordinaire proces) geheel is verdwenen. In dit vroege inquisitoire proces lag het accent geheel op (niet openbaar) onderzoek door een autoriteit met álle middelen om dat onderzoek ook door te zetten (= tijd van de tortuur). Op deze basis van een puur inquisitoir proces heeft ons strafproces zich vervolgens voortdurend in accusatoire richting verder ontwikkeld. Het huidige Nederlandse strafproces – en elders op het Europese continent – is dus op de inquisitoire grondvorm gebouwd.

     

  • Grondvormen van het strafproces:
    1.
    Inquisitoir = onderzoekend = verdachte is object (in voorbereidend onderzoek) - Autoriteit heeft gezag over mensen
    - Onderzoek naar de zaak
    verantwoorde beslissing
    - Juist verloop bij openheid, onpartijdigheid en onbevooroordeeld.
    - Er is geen tegenpartij nodig

    2. Accusatoir = beschuldigend = verdachte is partij (tijdens rechtsgeding) - Klacht bij een autoriteit die de fairheid van procedure bewaakt.
    - Alleen onderzoek over punten waar men het over oneens is.
    - Verdachte versus benadeelde partij (publiek orgaan namens samenleving) - Lijdelijkheid van rechter; vervolging door OM 

  • Ontwikkeling accusatoire procesvorm
    oudste procesvorm:
    Van:
    1. godsoordeel / tweekamp ,
    naar:
    2. partijen gaan standpunten beargumenteren
    (-> beslisser nodig)
    naar:
    3. Autoriteit = scheidsrechter + beslisser
  • Graadmeter: inwendige openbaarheid wanneer zijn stukken voor wie in te zien Het huidige Nederlandse strafproces is dus op de inquisitoire grondvorm gebouwd; Thans Ned. stelsel = gematigd accusatoir. Verdachte is eerst object vanb onderzoek, daarna partij. Vooronderzoek = inquisitoir niet gelijkelijk berechtigde partijen Onderzoekt ter zitting = accusatoir gelijkgerechtigde procespartijen Rechter: 1. doetonderzoekterzitting 2. hetisprimairderechterdieverdachtenengetuigenondervraagt 3. als er onvoldoende gegevens zijn voor beslissing kan rechter het onderzoek hervatten 
  • Inquisitoire procesvorm:
    1. Kern:
    2. Oervorm:
    1. Iemand met gezag
    2. Vader met absoluut gezag over zijn familie
  • Ontwikkeling inquisitoire procesvorm
    van:
    1. pater familias
    naar:
    2. autoriteit moet onderzoeken hoe zaak in elkaar zit om verantwoorden beslissing te kunnen nemen.
    naar:
    3. autoriteit heeft motiveringsplicht

  • Voorbeeld inquisitoir proces:
    - Bestuursbeschikking
  • Wordt in accusatoir onderzoek niets onderzocht?
    Wel, maar alleen wat de partijen zelf aandragen.
  • guilty plea
    • 2 partijen
    • als verdachte schuld bekent, geen onderzoek, alleen strafbepaling
  • In inquisitoir prces ook 2 partijen
    Kan wel, hoeft niet
  • In inquisitoir proces heeft inquisiteur eigen verantwoordelijkheid om:
    - betrokken belangen te ontdekken
  • Verschillende uitgangspunten bij accusatoir en inquisitoir:
    Accusatoir:
    Ten overstaan beslisser standpunt beargumenteren
    Inquisitoir:
    Autoriteit moet beslissen en is zelf verantwoordelijk voor onderzoek
  • Welke van beide procesvormen leent zich nu het beste voor een strafproces?
    1. accusatoir: 2 partijen, maar niet altijd rechtstreeks slachtoffers -> overgenomen namens samenleving door publiek orgaan -> geconstrueerde tegenpartij,openbare aanklager
    2 inquisitoir: meest geschikt vanuit materieel strafrecht, er is geen tegenpartij nodig.
  • UK: formeel pas in 1986 -> Crown Prosecution Service (hiervoor benadeelde zelf verantwoordelijk via politie
  • Bij strafrecht uiteindelijk toch een afzonderlijk vervolgend orgaan ontwikkeld; Dus:
    taakverdeling
    beslissende rechter & vervolgend orgaan omdat:
    1. afsplitsing van de zelf onderzoekende rechter ivm taakverdeling;
    2. puur-administratieve kant: afsplitsing van verantwoordelijkheid voor daadwerkelijk onderzoek in fase voor terechtzitting;
    3. principiële kant: waarborg dat het onderzoek ter zitting een echt onderzoek is, voorkomen dat de rechter al bevooroordeeld is door allerlei eigen opsporingsactiviteiten; minimaliseren gevaren van inquisitoire procedure.
  • taakverdeling tussen rechters:
    bijvoorbeeld ipv rechter een r.c. als in nL
  • In NL: hoe is de positie van de rechter (of voorzitter bij meervoudige kamer) tijdens het onderzoek ter terechtzitting?
    Duidelijk inquisitoir, omdat:
  • In omringende landen:
    rechter verantwoordelijk voor vooronderzoek


    In NL was dit ook zo tot 1926 (oude WSv). Hiervan is overgebleven:
    1. gvo door rc bij wat ingewikkelder zaken)
    2. bezwaarschriftprocedure: igv beroep tegen vervolging van OM aan rechter voorleggen voor terechtzitting/
  • NL: INQUISITIO door rechter in ingebed in accusatoire constructie:


    Inquisitio:
    1. rechter zelf verantwoordelijk voor onderzoek tijdens terechtzitting waar hij zijn beslissing op baseert, ongeacht wat partijen zelf inbrengen.
    2. rechter die ter zitting zelf verdachten en getuigen ondervraagt (art 286, 292 Sv).
    3. rechter kan alsnog onderzoek hervatten als hij na beraadslaging na zitting ontdekt dat hij onvoldoende gegevens heeft voor zijn beslissing.
    Accusatoire constructie:

    OvJ als tp verdachte:
    • vervolgingsmonopolie, art 242 Sv, Opportuniteitsbeginsel
    • bepaalt tenlastelegging: formulering en begrenzing beschuldiging.
  • Opportuniteitsbeginsel, art 242 Sv
    Uitgangspunt en betekenis
    Kenmerk strafprocesrecht
    Uitgangspunt:
    een OvJ zelf beslist of een strafbaar feit vervolgd wordt.
    Betekenis:
    de bevoegdheid van het openbaar ministerie (OM) om af te zien van vervolging van een strafbaar feit als dat opportuun (wenselijk) is.

  • In de wet is bepaald dat het OM van vervolging kan afzien "op gronden aan het algemeen belang ontleend". Zo kan de OM van onder meer van strafvervolging afzien als de zaak te onbeduidend is, als een beroep op een strafuitsluitingsgrond waarschijnlijk zal slagen, als er onvoldoende bewijs is, of als de belangen van de verdachte en/of gezin door een strafvervolging bovenmatig zouden worden geschaad. Afzien van strafvervolging door het openbaar ministerie wordt "seponeren" of "sepot" genoemd. Op grond van het opportuniteitsbeginsel voert het OM een zogeheten sepotbeleid uit.Als de officier van justitie beslist om niet te vervolgen, kan een belanghebbende op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering, daarover een klacht indienen bij het gerechtshof met het verzoek alsnog opdracht te geven tot vervolging. Dit gebeurt echter zelden.
  • In strafproces heeft de positie van een verdachte 2 kanten. Welke
    1. Object van onderzoek in inquisitoir strafproces
    2. Procespartij in accusatoir straproces.

    In huidige strafproces is verdachte beide
  • Hoe zit het bij landen met een van oorsprong inquisitoir strafproces?
    • grenslijn rechter/vervolgend orgaan verschillend
    • taakverdeling tussen rechters verschillend
  • Zuiver accusatoire procesvorm
    civiele proces
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wanneer mag je aanhouden?
Aanhouden is mogelijk als het op heterdaad gebeurt of buiten heterdaad wanneer er een redelijk vermoeden is van een strafbaar feit. 


art. 53 en 54 SV. 

Bij heterdaad mag iedereen aanhouden, zij kan dan de aangetroffen voorwerpen meteen overdragen samen met dader aan een opsporingsambtenaar.  ontdekking op heterdaad heeft plaats wanneer het strafbare feit wordt ontdekt terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan is.  

dat kan zowel van een feit als van een overtreding. 

Buiten heterdaad is alleen een bevoegd opsporingsambtenaar bevoegd. 

men is verdachte als art. 27 SV 
er moet dus een redelijk vermoeden zijn van schuld aan een strafbaar feit. 

de opsporingsambt heeft een bevel nodig van de OvJ of H OvJ, maar bij spoed kan het zonder bevel
Wanneer mag je staande houden?
Art. 52 Sv

ieder opsporingsambtenaar als bedoeld in art. 141 SV bevoegd tot staande houden ter identificatie.

Dus ook bijv. Als iemand wordt stilgezet op de autosnelweg ter identificatie. Maar voor dit specifiek geval biedt de wet ook in de WvW een zelfde basis. Art. 160 WvW.
Categoriseer de structuur van artikel 225 lid 1 Sr.
delictsomschrijving: Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan kwalificatieaanduiding: valsheid in geschrifte gestraft, met strafbedreiging: gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Wat is de structuur van een strafbepaling?
Een strafbepaling bestaan in het algemeen uit 

1. Delictsomschrijving: welke ongewenste gedraging in de wet strafbaar wordt gesteld. 

2. Kwalificatieaanduiding: de juridische benaming van de DO
3. Strafbedreiging: de bepaalde straf en het maximum. 
De 4e vraag van 350 gaat over?
Of het de dader verweten kan worden. Is de schuld de dader verwijtbaar? 

als de menselijke gedraging die valt binnen de delictsomschrijving en wederrechtelijk is dan kan worden aangenomen dat het aan de dader te wijten is. Dat is anders wanneer er een schulduitsluitingsgrond is. 
Wat is van belang in de 3e vraag van art. 350 SV
Hier gaat het om of de wederrechtelijkheid kan worden aangenomen ofwel.  De vraag is dan of het bewezen verklaarde feit dat binnen de delictsomschrijving valt ook wederrechtelijk (in strijdt met de wet/ ofwel onrechtmatig?)? 

de wederrechtelijkheid kan worden gerechtvaardigd. 
Hoe luidt de 2e vraag van de materiële vragen? En wat is het gevolg?
De tweede vraag van de materiële vragen luidt als volgt. ' Welk strafbaar feit het bewezenverklaarde oplevert volgens de wet. Dus wat is de kwalificatie. 

Als het tot deze vraag is gekomen dan is de Tll wel bewezen verklaard dus de rechter heeft de bewijsmiddelen wettig en overtuigd bewezen en dus aangenomen.  als de 2de vraag bevestigd wordt geantwoord dan volgt de derde vraag. Maar wanneer het niet kwalificeerbaar is in de delictsomschrijving dan  volgt OVAR art. 352 lid 2 SV 
Wat is de eerste vraag van art. 350 Sv en waar vind je het gevolg daarvan?
Kan de Tll worden bewezen verklaard? Wanneer de tll niet bewezen kan worden verklaard omdat het bewijs niet door de rechter is aangenomen en daaruit niet wettig en overtuigd bewezen. Art. 338 Sv dan volgt vrijspraak art. 352 lid 1 SV
In welk artikel is de verklaring  van de verdachte als bewijsmiddel te vinden?
Art. 341 SV.
In welk artikel wordt de eigen waarneming van de rechter geformuleerd?
Art. 340 sv. De bij het onderzoek op de terechtzitting door hem persoonlijk waargenomen.