Summary Inleiding Taal- en Spraakpathologie

-
410 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Inleiding Taal- en Spraakpathologie

  • 1 Introductie

  • Waar zijn afasie, dyspraxie en dyslexie voorbeelden van?

    Taalpathologieën

  • Waar zijn stembandknobbels, paralyse en larynxcarcinoom voorbeelden van?

    Stempathologieën

  • Waar zijn dysartrie, stotteren, schisis en hypernasaliteit voorbeelden van?

    Spraakpathologieën

  • Waar zijn congenitale en verworven doofheid voorbeelden van?

    Gehoorstoornissen

  • Wat is de wet BIG?

    BIG staat voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg en is bedoeld om de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg te bevorderen en te bewaken en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door beroepsbeoefenaren.

  • Wat is ICF?

    ICF staat voor International Classification of Functioning, Disability and Health. Hiermee worden pathologieën geclassificeerd aan de hand van drie elementen: Functies, Activiteiten en Participatie.

  • Aan de hand van welke drie elementen worden pathologieën volgens het ICF geclassificeerd?

    Functies (stoornissen), Activiteiten (beperkingen) en Participatie (participatieproblemen). Verder wordt ook rekening gehouden met externe factoren en persoonlijke factoren.

  • Wat verstaan we onder Functies?

    Fysiologische en mentale eigenschappen van het menselijk organisme

  • Wat verstaan we onder Activiteiten?

    Onderdelen van iemands handelen

  • Wat verstaan we onder Participatie?

    De deelname van een persoon aan het maatschappelijk leven

  • Wat verstaan we onder Vermogen?

    Wat men zou kunnen (competentie)

  • Wat verstaan we onder Vaardigheden?

    Daadwerkelijk toepassen van de competentie(s)

  • Wat verstaan we onder Externe en Persoonlijke factoren?

    Natuurlijke omgeving, producten en technologie, ondersteuning en relaties, attitudes, diensten etc.

  • Wat verstaan we onder Typering van beperkingen?

    Geen, licht, matig, aanzienlijk of volledig

  • Wat is incidentie?

    Het aantal mensen per jaar dat een bepaalde aandoening krijgt (in % of per 10000).

  • Wat is prevalentie?

    Het aantal mensen in de bevolking dat een bepaalde aandoening heeft (in % of per 10000).

  • Wat zijn de locatie en het effect van de pathologie afasie?

    Locatie: hersenen
    Effect: problemen met woordvinding, syntaxis  en spraakverstaan

  • Wat zijn de locatie en het effect van de pathologie dysartrie?

    Locatie: hersenen
    Effect: slechte articulatie (aansturing spieren) en fouten voorspelbaar

  • Wat zijn de locatie en het effect van de pathologie dyspraxie?

    Locatie: hersenen (spraakplanning)
    Effect: moeilijk verstaanbare spraak; onvoorspelbare verhaspeling

  • Wat zijn de locatie en het effect van de pathologie stotteren?

    Locatie: hersenen
    Effect: herhalingen en blokkades

  • Wat zijn de locatie en het effect van de pathologie hypernasaliteit?

    Locatie: velum-pharyngale dysfunctie
    Effect: verstaanbaarheid en afwijkende plofklanken

  • Wat zijn de locatie en het effect van de pathologie stemstoornissen?

    Locatie: glottis, larynx
    Effect: heesheid, vermoeidheid en verstaanbaarheid

  • Wat zijn de locatie en het effect van de pathologie gehoorstoornissen?

    Locatie: middenoor/binnenoor
    Effect: problemen met spraakverstaan en spraakproductie

  • Wat zijn de locatie en het effect van de pathologie dyslexie?

    Locatie: hersenen
    Effect: problemen met lezen en schrijven

  • Wat zijn de locatie en het effect van de pathologie SLI (Specific Language Impairment)?

    Locatie: hersenen
    Effect: divers: woordvinding, syntaxis, morfologie en morfosyntaxis

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke Fletcherindex zou men kunnen verwachten van een persoon met de leeftijd van 45 jaar op basis van het onderstaande figuur? 

Fletcher Index (FI): (2+5+11)/3 = 18/3 = 6 dB.

Geef een korte beschrijving van de werking van een CI. 

Het implantaat bestaat uit een dun siliconen snoertje dat operatief wordt ingebracht in het slakkenhuis. Aan het uiteinde van het snoertje bevindt zich een serie minuscule elektroden. Het geluidssignaal wordt door de uitwendige processor via de magnetische spoel doorgegeven naar het inwendige deel, waar het via de elektroden de gehoorzenuw op verschillende plaatsen elektrisch stimuleert. De elektroden worden in de eerste maanden herhaaldelijk opnieuw afgesteld voor het beste luisterresultaat. 

Benoem de in het onderstaande figuur met pijlen gemarkeerde onderdelen van de hersenen.

A: Grote hersenen, B: Corpus Callosum, C: Cerebellum, D: Hersenstam, E: Verlengde merg

Geef de Nederlandstalige namen van de nummers 3, 4, 5, 6, 11 en 12.

3: trommelvlies, 4: hamer, 5: aambeeld, 6: stijgbeugel, 11: slakkenhuis, 12: centrale gehoorzenuw (1 + 2: buitenoor, 7: ovale venster, 8: ronde venster, 9: evenwichtsorgaan, 10: buis van eustachius).

Noem minstens 4 risicofactoren voor de ontwikkeling van persisterend stotteren die in het onderzoek van Yairi & Ambrose (de Illinois studie) naar voren kwamen.

- patroon in familiegeschiedenis
- geslacht (meisjes herstellen eerder en sneller)
- vlakke of toenemende SLD trend (SLD = Stuttering Like Disfluencies)
- duur: vanaf 1 jaar lang stotteren
- leeftijd bij aanvang (groter risico bij 4-5 jaar)
- lengte van de stotters
- klankverlengingen/blokkades
- stotterernst (na >12 maanden)
- secundaire bewegingen (na > 12 maanden)
- zwakke fonologie
- vertraagde expressieve taal
- comorbiditeit
- bewustzijn

Wat heeft het spreken in ellipsen voor effect op de luisteraar?

De luisteraar moet de ontbrekende woorden uit de situationele of linguïstische context opmaken.

Wat houdt de adaptatietheorie in?

Dat individuele verschillen tussen afatici liggen aan het verschillend omgaan met hun stoornis.

Noem een oorzaak van bemoeilijkte foutendetectie in pathologische spraak.

???

Noem twee voorbeelden van objectieve en subjectieve uitkomstmaten voor verstaanbaarheid.

 

???

Noem enkele e-health applicaties t.b.v. mensen met communicatieve beperkingen.

???