Summary Insolventierecht Class notes

Course
- Insolventierecht
- Mw. mr. Ch.A.M. Domingus, Prof. mr. P.M. Veder, Mr. drs. N.B. Pannevis
- 2013 - 2014
- Radboud Universiteit Nijmegen
1356 Flashcards & Notes
30 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Insolventierecht Class notes

  • 1391382000 Hoorcollege 1: Hoofdlijnen en hoofdrolspelers

  • Wanneer is de Faillissementswet voor het eerst ingevoerd?
    1896
  • Is er sinds de invoering van de faillissementswet veel veranderd?
    Sinds de invoering van de faillissementswet is er weinig veranderd, enkel een ingrijpende verandering in 1998: Invoering wet schuldsanering natuurlijke personen.
  • Wat houdt het fixatiebeginsel in?
    Het fixatiebeginsel is een belangrijk beginsel, op het moment van het uitspreken van het faillissement wordt de bedoel gefixeerd, ofwel: wordt er bepaald wat zich in de boedel bevindt.
  • Voorbeeld van Polare boekwinkels, zijn rond 31 januari 2014 hoop winkels van Polare (oude Selexys) gesloten. Er werd daarbij als reden vermeld dat er sprake is van een strategische reorganisatie. Ze hadden probleem met levering van het Centraal Boekenhuis, die leverde sinds kort weer boeken maar toch is Polare dicht gegaan. Louis Deterink zei in FD dat hij het dom vond: je sluit winkels dus er komt geen geld binnen, wel moet je je personeel doorbetalen ofwel: je roept versneld het faillissement op je af.
  • Wie is Louis Deterink?
    Louis Deterink is een ervaren curator. Heeft een kantoor dat wordt gezien als een van de meest gerenommeerde kantoren op gebied van insolventierecht.
  • Op welke dag spreken de rechtbanken faillissementen uit?
    Op elke dinsdag.
  • Wat is Pre-Pack?
    Bij bedrijven die faillissement aan zien komen kan met in alle stilte een herstart voorbereiden. Dit wordt Pre-Pack genoemd. Voorbeeld was Schoenenreus vorig jaar: in alle stilte had zij afspraken gemaakt over een doorstart. Op dinsdag werd zij failliet verklaard en op woensdag was zij eigendom van een ander, diezelfde woensdag waren de filialen van Schoenenreus gewoon geopend.
  • Wat is er belangrijk bij een Pre-pack m.b.t. rechtbanken en curatoren?
    Voor de Pre-Pack is de handtekening van de curator nodig, die is namelijk bevoegd om de verkoopovereenkomst te ondertekenen. Zonder zijn handtekening kan een dergelijk verkoopcontract niet worden opgesteld. Het probleem is echter dat een curator door de rechtbank wordt benoemd, artikel 14 FW. De rechtbanken moeten daarom bereid zijn om op voorhand aan te geven wie de curator zal zijn bij het faillissement. De curator moet zich ervan vergewissen dat de juiste verkoopprijs voor de onderneming wordt betaald zodat de crediteuren er zo goed mogelijk vanaf komen. Voor de koper is dit ook van belang, omdat dit voor hem de grootst mogelijke zekerheid biedt dat het ook echt aan hem geleverd zal worden, want de curator heeft immers meegekeken.
  • Ander voorbeeld van Pre-Pack Garnalenbedrijf Heijploeg van vorige week (week van 31 januari 2014), ging op dinsdag failliet, op woensdag was er een doorstart.
  • Wat is de taak van de curator? 
    De curator neemt het beheer en de beschikking over de boedel over, hij moet het vermogen van de failliet te gelde maken en zoveel mogelijk geld genereren voor de schuldeisers/crediteuren.
  • Hoe ga je te werk als curator wanneer je de boedel te gelde gaat maken?
    Je gaat niet op moment dat je binnen komt rustig kijken wat de schuldenpositie is, er gaat een aantal dagen overheen voordat dat is gedaan. In die periode treedt veel waardeverlies op. Wederpartij van zo'n partij gaat natuurlijk niet meer leveren op leverancierskrediet en wil het geld direct contant hebben.
  • Wat is een belangrijk krediet dat bij faillissement vaak verloren gaat?
    Het leverancierskrediet, ofwel dat je bij levering niet direct hoeft af te rekenen maar een aantal dagen hebt om het te betalen. Wanneer iemand failliet gaat wil de leverancier niet meer leveren op leverancierskrediet, die wil het geld bij een levering dan direct 'handje contantje hebben.
  • Waarom heeft men het Pre-Pack bedacht?
    Je gaat niet op moment dat je binnen komt als curator rustig kijken wat de schuldenpositie is, er gaat een aantal dagen overheen voordat dat is gedaan. In die periode treedt veel waardeverlies op. Wederpartij van zo'n partij gaat natuurlijk niet meer leveren op leverancierskrediet en wil het geld direct contant hebben. Om deze levering-stop tegen te gaan heeft men dus bedacht dat men het faillissement gaat voorbereiden, dit levert zo min mogelijk rumoer op.
  • In welk artikel staat dat de rechtbank bij het uitspreken van het faillissement een curator en een rechter commissaris moet benoemen?
    Artikel 14 lid 1 FW.
  • Werken alle rechtbanken al mee aan het Pre-Pack?
    Nee, niet alle rechtbanken werken mee. Van 3 rechtbanken is bekend dat zij hier niet aan meewerken, omdat het niet in de wet is geregeld. Wetgever is bezig met Wet Continuïteit ondernemingen I en eind deze zomer zal het als wetsvoorstel worden ingediend. Ook wel het pre-pack wetsvoorstel genoemd. Deze wet moet het mogelijk maken om van tevoren door de rechtbank een curator aan te laten stellen. Het gaat dan dus om een voorbereid faillissement
  • In Nederland is het lastig om je werknemersbestand te reorganiseren. Wanneer je een werknemer ontslaat heb je toestemming van het UWV nodig. Wanneer een onderneming overgaat dan gaan de werknemers automatisch mee over, dit is bepaald in artikel 7:662 BW. In geval van een een voorbereid faillissement zou dat dus betekenen dat de werknemers ook mee overgaan. In artikel 7:666 BW is echter een uitzondering neergelegd dat in geval van faillissement de artikelen met de rechten van de werknemer bij overgang van onderneming niet van toepassing zijn. Voorbeeld is Siebel (juweliersketen) dat onlangs failliet is gegaan, in krantenbericht stond dat werknemers niet mee overgaan.
    Het is echter wel fraudegevoelig, in een dergelijk geval wordt er gesproken van faillissementsfraude.
  • In welk artikel is bepaald dat in geval van verkoop van de onderneming door faillissement de werknemers niet automatisch mee overgaan?
    Artikel 7:666 BW.
  • In welk artikel zijn uitzonderingen neergelegd met betrekking tot de rechten van de werknemer bij overgang van onderneming?
    Artikel 7:666 BW.
  • Programma Herrijking Faillissementsrecht, waar bestaat dit onder meer uit?
    Het programma Herrijking faillissementsrecht bestaat onder meer uit de twee eerder aan bod gekomen onderwerpen:
    1. De Pre-Pack
    2. De aanpak van faillisementsfraude.
  • Waarom wil de minister faillissementsfraude aanpakken?
    Wanneer je nu als frauderende bestuurder in geval van faillissement, tegen de lamp loopt dan wordt je in strafrechtelijke zin vervolgd. De minister wil ook een civielrechtelijke straf mogelijk maken, dat wanneer je als bestuurder of commissaris betrokken bent geweest bij fraude dat je dan geen functie als bestuurder of commissaris bij een rechtspersoon mag vervullen.
  • Nederlandse recht kent te weinig manieren om faillissement te voorkomen. In buitenland bestaat dit al wel, zoals de dwangakkoorden. In Nederland lastig te realiseren omdat alle crediteuren in een dergelijk geval het ermee eens moeten zijn. Je kan daarnaast een dergelijk dwangakkoord niet buiten een officiële faillissementsprocedure opleggen. Er is nu een Pre-insolventieakkoord neergelegd in wetsvoorstel en zal deze cyclus in consultatie gaan.
  • Welke soorten insolventieprocedures zijn er?
    De insolventieprocedures uit de Faillissementswet:
    1. Faillissement, Titel 1 FW;
    2. Surseance van betaling, Titel 2 FW;
    3. Schuldsanering natuurlijke personen, Titel 3 FW.

    Een andere insolventieprocedure is te vinden in de Wft:
    4. De noodregeling financiële ondernemingen. Dit is eigenlijk de surseance van betaling voor kredietinstellingen en verzekeringsmaatschappijen. Die kunnen de surseance niet inroepen en moeten daarom een beroep doen op de noodregeling, artikel 214 FW.
  • Wat zijn de kenmerken van faillissement?
    1. Bij faillissement is er sprake van een collectieve verhaalprocedure, artikel 3:276 BW.
    2. Bij faillissement wordt er door de rechtbank een vereffenaar benoemd: de curator, artikel 14 lid 1 FW.
    3. Het faillissement omvat het gehele vermogen van de schuldenaar, artikel 20 en 21 FW.
    4. Tijdens faillissement is individueel verhaal door een crediteur niet mogelijk, artikel 33 FW. Met uitzondering van separatisten (artikel 57 FW), die kunnen hun recht uitoefenen als ware er geen faillissement.
    5. Aan de curator komt tijdens faillissement bijzondere bevoegdheden toe.
  • Omvat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar?
    In artikel 20 FW staat dat faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar omvat. Zowel de dingen di ten tijde van de faillietverklaring in het vermogen aanwezig zijn als de dingen die de schuldenaar ten tijde van het faillissement verwerft.
  • In welk artikel staan de 'dingen' vermeld die niet binnen het faillissement vallen?
    Artikel 21 FW. Bijvoorbeeld op het vruchtgenot van de ouder van het vermogen van het kind mag geen beslag worden gelegd (1:253l BW) en het beddengoed, etc. zoals vermeld in artikel 447 nrs. 1-3 RV.
  • In welk artikel staat dat individueel verhaal is uitgesloten tijden faillissement?
    Artikel 33 FW.
  • Wat staat er in artikel 33 lid 2 FW?
    Dat alle gelegde beslagen op het vermogen vervallen. Ook is het niet mogelijk om tijdens faillissement individueel beslag te laten leggen op spullen van de schuldenaar. In artikel 57 FW is een uitzondering neergelegd m.b.t. separatisten.
  • Wat is bepaald in artikel 57 FW?
    Separatisten kunnen wel individueel beslag leggen ten tijde van de faillissementsprocedure. Pand en hypotheekhouders kunnen hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement was. De pand en hypotheekhouders worden dus niet 'in het keruslijf' van het collectieve verhaal gedwongen.
  • In welk artikel is bepaald dat separatisten ten tijde van de faillissementsprocedure wel individueel beslag kunnen leggen?
    Artikel 57 FW.
  • Wat is het faillissement?
    Het faillissement is de belangrijkste insolventieprocedure. Faillissement wordt gezien als algeheel beslag op het vermogen van de schuldenaar ten bate van de gezamenlijke schuldeisers.
  • Wat gebeurt er tijdens faillissement?
    Tijden faillissement komt er een algeheel gerechtelijk beslag op het vermogen van de schuldenaar, de boedel wordt te gelde gemaakt en de opbrengst wordt uitgekeerd aan de gezamenlijke schuldeisers.
  • Wat zijn de kenmerken van surseance van betaling?
    1. Surseance van betaling is een saneringsinstrument. Verificatie van vorderingen is niet vereist, tenzij er sprake is van een akkoord (artikel 257 FW).
    2. De surseance van betaling treft alleen de concurrente schuldeisers, artikel 232 en 233 FW. Dit is ook meteen een groot nadeel van de surseance van betaling, daarom werkt zij vaak ook niet omdat de preferente schuldeisers niet mee zullen doen aan een akkoord.
    3. De rechtbank benoemt een bewindvoerder, artikel 215 lid 2 FW.
    4. Het beheer en de beschikking van het vermogen vindt door de schuldenaar en de bewindvoerder gezamenlijk plaats, artikel 228 FW.
    5. Het grote nadeel voor de bewindvoerder is ook dat hij geen actio pauliana uit kan voeren.
  • In welk geval is er bij surseance van betaling wel een verificatie van de vorderingen vereist? 
    In geval van een akkoord, artikel 257 FW.
  • Wat is het doel van de surseance van betaling?
    De surseance van betaling is bedoeld om de schuldenaar een adempauze te verschaffen om zo zijn financiën weer op orde te krijgen en zijn verplichtingen niet na hoeft te komen. Het is een saneringsinstrument. Er wordt ruimte gegeven om tot een akkoord te komen (met de concurrente schuldeisers). 
  • Wat is een van de belangrijkste manieren waarop een surseance kan eindige?
    Door middel van een akkoord. Ook de tegenstemmers worden hieraan gebonden.
  • Heeft de fiscus ook een voorrecht?
    Ook de fiscus heeft een voorrecht, artikel 3:278 BW. Dit heeft zij te danken aan de invorderingswet, zij zijn niet gebonden aan de surseance en kunnen ook tijdens de surseance beslag leggen en verhaal nemen: individueel dus.
  • Wat is het verschil tussen de positie van de bewindvoerder tijdens surseance en de positie van de curator tijdens faillissement?
    In faillissement neemt de curator alle rechten van beheer en beschikking over van de schuldenaar, artikel 23 FW. Bij surseance neemt de bewindvoerder niet alle rechten van beheer en beschikking over, maar is bepaald dat de schuldenaar alleen kan handelen met toestemming van de bewindvoerder. De bewindvoerder kan echter niet zelfstandig handelen, want die heeft bij zijn handelen medewerking van de schuldenaar nodig. Je kan dus zeggen dat de bewindvoerder en de schuldenaar een soort 'Siamese tweeling' zijn; zij kunnen geen van beide zonder de ander handelen.

    Daarnaast krijgt de curator bijzondere bevoegdheden zoals bijvoorbeeld de actio pauliana. De bewindvoerder in surseance heeft die bevoegdheid niet.
  • Hoe werken de surseance en het faillissement uit in de praktijk?
    De surseance werkt niet als saneringsinstrument, 90% van de surseances worden omgezet in faillissement. Faillissement werkt wel als saneringsinstrument.
    Bij surseance kan je niet eenvoudig van je werknemers afkomen, bij faillissement is een uitzondering gemaakt (artikel 7:666 BW).
  • Wat zijn de nadelen van surseance?
    De Surseance werkt vaak niet in de praktijk, 90% wordt uiteindelijk omgezet in een faillissement. Daarnaast is het zo dat alleen de concurrente schuldeisers worden getroffen en zijn er onvoldoende saneringsmogelijkheden. Enkel het akkoord kan een positief effect hebben vaak, artikel 214 lid 3 FW.
    Bij surseance kan je niet eenvoudig van je werknemers afkomen, bij faillissement is een uitzondering gemaakt (artikel 7:666 BW).
  •  Waarom is een surseance eigenlijk ook een soort van 'Pre-pack'?
    Bij de aanvraag van surseance kan je direct een akkoord neerleggen waarbij je verzoekt om erover te laten stemmen. Vooraf kan je dan met je belangrijkste crediteuren om tafel zitten om te kijken of je tot een akkoord kan komen. In de praktijk zie je echter weinig akkoorden, probleem is namelijk dat een akkoord alleen bindend is voor concurrente schuldeisers. De preferente schuldeisers kun je niet tegen hun wil in binden aan het akkoord, dat maakt dat de surseance ook niet echt een effectief middel is.
  • Waarvoor was het faillissement bedoeld en hoe werkt het in de praktijk?
    Het faillissement was eigenlijk door de wetgever bedoeld als liquidatieprocedure, maar werkt in de praktijk vaak als reorganisatieinstrument. Niet als reorganisatie van de vennootschap waarin de onderneming wordt gedreven, maar in de zin van reorganisatie van de onderneming zelf. De onderneming wordt dan door de curator van BV A verkocht aan BV B, personeel wordt dan vaak ingekrompen en vaak gaan niet alle activiteiten over. De onderneming draait dan door in BV B en BV A is een failliete lege huls. 
  • Wat is het verschil tussen surseance en faillissement wat betreft de opening van de procedure?
    Bij faillissement kan de procedure worden geopend door de schuldeiser of de schuldenaar, artikel 1 lid 1 FW.
    Bij surseance kan de procedure slechts worden geopend door de schuldenaar zelf, artikel 214 lid 1 FW.

    Bij faillissement is het criterium dat de schuldenaar in de toestand verkeerd dat hij is opgehouden te betalen, artikel 1 FW. Er is daarbij vereist dat er minstens 2 schuldeisers zijn, pluraliteit van schuldeisers.
    Bij surseance is het criterium dat de schuldenaar voorziet dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn opeisbare schulden, artikel 214 FW.

    Bij faillissement wordt bij aanvraag van het faillissement niet meteen het faillissement verleend, er vindt eerst een hoorzitting plaats in de raadkamer (dit vindt altijd op dinsdag plaats).
    Bij surseance van betaling wordt er bij de aanvraag van de surseance automatisch (voorlopige) surseance verleend.

    Van belang voor zowel faillissement als surseance van betaling zijn de Richtlijnen faillissement en surseance van betaling, www.rechtspraak.nl
  • Wat is er te vinden in de richtlijnen faillissement en surseance?
    In de richtlijnen faillissement en surseance vindt je de vereisten waaraan faillissementsverzoeken en surseanceverzoeken moeten voldoen. Bij surseance krijg je ogenblikkelijke bescherming wanneer je als schuldenaar surseance van betaling aanvraagt.
  • Wat is belangrijk voor het uitspreken van faillissement?
    Voor het uitspreken van faillissement zijn tenminste twee schuldeisers vereist = pluraliteit van schuldeisers. Gedachte hierachter is dat wanneer er maar 1 schuldeiser is, hij maar individueel verhaal moet zoeken. Wanneer er 2 schuldeisers zijn wordt niet altijd faillissement uitgesproken. Was een zaak dat er één van de twee schuldeisers was waarmee was afgesproken dat schuld alleen hoefde te worden betaald in geval van faillissement, daarmee is er wel sprake van twee schuldeisers, maar er was volgens de rechter geen sprake van een toestand waarin de schuldenaar is opgehouden te betalen aangezien 1 van de 2 schuldeisers pas bij faillissement behoefte te worden voldaan.
    Ander vereiste is dat tenminste één van de vorderingen opeisbaar moet zijn, want als er geen opeisbare vorderingen zijn dan is er ook geen reden voor verhaal omdat de schuldenaar nog helemaal niet hoefde te betalen.
  • Mag alleen de crediteur met de opeisbare vordering het faillissement aanvragen?
    De schuldeisers die het faillissement aanvraagt hoeft niet perse de schuldeisers met de opeisbare vordering te zijn. Wanneer die schuldeiser aannemelijk weet te maken dat er een andere schuldeiser is die wel een opeisbare vordering heeft dan kan die schuldeiser zonder opeisbare vordering ook gewoon het faillissement aanvragen.
  • Wordt er bij faillissement direct een openbare mededeling gedaan?
    Bij faillissement wordt niet direct een openbare mededeling gedaan. De schuldeisers en de schuldenaar worden eerst in de raadkamer gehoord, want op het moment dat je een faillissement publiekelijk maakt ontstaat er ook vrijwel altijd direct een faillissement. Daarnaast kan het zijn dat een aanvraag van faillissement wordt afgewezen omdat de steunvordering voor de zitting is betaald en dan is er geen sprake meer van pluraliteit van schuldeisers. Wanneer faillissement wordt afgewezen wordt er ook geen openbare mededeling gedaan. Wanneer de rechter faillissement daadwerkelijk uitspreekt wordt er wel openbare melding van gemaakt.
  • Waarom is publicatie van belang?
    De buitenwereld moet op de hoogte worden gebracht, dit is namelijk voor belang voor de persoon die handelt of wil gaan handelen met de failliete rechtspersoon. Hij moet dan weten dat die rechtspersoon failliet is zodat hij zijn onderhandeling af kan breken of weet dat hij met de curator moet onderhandelen, dat is de enige die bij faillissement bevoegd is.
  • Waar moet er gepubliceerd worden?
    Er moet zowel bij faillissement (artikel 14 lid 3 FW) als bij surseance (artikel 216 FW) in de Staatscourant worden gepubliceerd.
  • Waar is voor het faillissement het publicatiebeginsel neergelegd?
    Artikel 14 lid 3 FW.
  • Wat bepaalt artikel 14 lid 3 FW?
    Artikel 14 lid 3 FW bepaalt dat een uittreksel van het vonnis van faillietverklaring door de curator in de Staatscourant moet worden gepubliceerd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is bepaald in arrest Bobo/König?
In R.o. 3.5.2 zegt de HR: het deponeren van jaarrekening is van objectief belang; feit dat je al tijden geen activiteiten ontplooide, etc. maakt niks uit en maakt ook voor het feit dat je te laat bent met indienen dan heb je gewoon niet goed bestuurd.

In r.o. 3.6.2 verklaart de HR dat wanneer de bestuurder van een vennootschap betoogt dat er geen sprake is van een belangrijk verzuim (als genoemd in artikel 2:248 lid 1 BW), de omstandigheden die kunnen leiden tot een onbelangrijk verzuim ook in de eigen privé-sfeer van de bestuurder kunnen liggen. De aard van de omstandigheden zijn van belang.
Welk arrest is voor de curator een 'fijn wapen' bij de 
Arrest Bobo/König. 

Arrest Bobo/König gaat over de laatste zin van 248 lid 2 BW: "...en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
In artikel 2:248 BW is een wettelijk vermoeden neergelegd. 
Lid 1 zegt: Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling is bestuurder aansprakelijk. En lid 2 zegt: kennelijk onbehoorlijke taakvervulling heb je in ieder geval gedaan als er strijd is met 2:15 (geen administratie) of als je de jaarrekening te laat hebt gedeponeerd. Dit wordt dan vermoed een belangrijke oorzaak te zijn van het faillissement, en hierbij mag de bestuurder tegenbewijs leveren. 

Een onbelangrijk verzuim wordt niet in aanmerking genomen, en daar deed bestuurder van Bobo een beroep op,. De e Apeldoornse Asbest-sanering ging failliet, er waren maar 2 schuldeisers en die vorderingen bestonden al sinds 2002 en pas in 2005 gaan ze failliet. De jaarrekening was te laat gedeponeerd (één maand te laat). De curator bracht daarom in stelling dat jaarrekening een maand te laat was gedeponeerd, en de bestuurder moest maar tegenbewijs leveren dat dit geen belangrijke oorzaak van het faillissement was. 
De bestuurder zei: we deden al jaren niks meer, en de enige 2 schuldeisers hadden al een schuld van voor de jaarrekening (die zijn van 2002) en het gaat hier om jaarrekening van 2003. In r.o. 3.5.2 zegt de HR hierover: dat het belang van het deponeren los staat van de feiten, het deponeren van jaarrekening is van objectief belang; feit dat je al tijden geen activiteiten ontplooide, etc. maakt niks uit en maakt ook voor het feit dat je te laat bent met indienen dan heb je gewoon niet goed bestuurd. Een maand te laat is dan een onbelangrijk verzuim, voorop staat: hoe langer je te laat bent, hoe beter je excuus moet zijn. 

Wat was hier aan de hand, de accountant diende normaal gesproken de jaarrekening in, maar nu had hij het naar de bestuurder zelf opgestuurd. Privé stond die bestuurder echter op het punt te gaan verhuizen, de post viel door brievenbus en pas later met uitpakken van de dozen kwamen ze die post weer tegen, daarnaast was deze bestuurder dyslectisch en had niet goed door welk belangrijk document hij in de verhuisdoos gooide. 

Verweer van de bestuurder waarom hij de jaarrekening te laat had ingediend was als volgt: 
1. Ik deed het nu zelf en normaal deed accountant dat; 
2. Na een tijd hadden we dozen pas uitgepakt en kwam ik het document pas tegen ;
3. Ik ben dyslectisch. 

Het Hof zei hierover dat er onder genoemde omstandigheden geen sprake was van een onbelangrijk verzuim. De Hr zegt in 3.6.2 echter dat die omstandigheden wel leiden tot een onbelangrijk verzuim en dat die omstandigheden ook in je eigen sfeer (in sfeer van bestuurder zelf) liggen, het is een redelijke verklaring voor de overschrijding van de termijn zegt de HR! Het was ook nog korte termijn van overschrijding, het maakt dus niet uit wat voor excuus je hebt: het kunnen dus ook excuses zijn die in privé van de bestuurder liggen. Deze gedachte is in lijn van rechtsgeschiedenis want ik (de HR) wil zo de scherpe kantjes van 248 lid 2 afhalen. Hij probeert begrip onbelangrijk verzuim ruimer uit te leggen om zo de scherpe kantjes van 2:248 lid 2 af te halen.
Wat is er kort gezegd bepaald in arrest MyGuide?
Wanner er (bijvoorbeeld) sprake is van de volgende verhouding: "Nederlandse BV – Duitse BV – Nederlandse bestuurder" dan kan de laatste Nederlandse bestuurder niet aansprakelijk worden gesteld op grond van artikel 2:11 BW.
Wat is er bepaald in artikel 2:248 lid 7 BW?
Dat artikel gaat over de feitelijk beleidsbepaler.
Wat is er bepaald in arrest MyGuide?
Arrest MyGuide, er was vennootschap MyGuide gevestigd in Nederland en de bestuurder daarvan was een Zwitserse vennootschap. De bestuurder van de Zwitserse vennootschap Roel Pieper. MyGuide NL ging failliet. 

De curator zegt dat Pieper het geld zit, idee dat Piper feitelijk beleidsbepaler zou zijn geweest gaat niet op, want hij had nauwelijks bemoeienis met MyGuide Nederland dus directe de weg van 2:248 lid 7 is niet haalbaar. 
Dus moet de curator het proberen via de 'gewone band' van artikel 2:248 BW. De curator spreekt de bestuurder van MyGuide Zwitserland aan o.g.v. 2:248 en steekt door naar Pieper o.g.v. artikel 2:11 BW. 
Wat zegt Pieper? Dat kan niet, omdat de BV Zwitsers is, en D-Group was toen net gewezen en dus zegt Pieper dat het daar ophoudt bij de Zwitserse BV, maar nee zegt de curator: de casus is iets anders, want je kan Pieper direct in de wettekst lezen. “… rust tevens hoofdelijk op Pieper die …” Ofwel Pieper wordt rechtstreeks in artikel 2:11 getrokken, anders dan bij D-Group waar je 3 stappen moest maken, hoef je er eigenlijk maar 2 te maken. Pieper staat dus in artikel 2:11 met ‘naam en toenaam’ en bovendien wordt het anders wel heel makkelijk om 2:11 te ontlopen, want wat je dan doet: Nederlandse BV – Duitse BV – Nederlandse bestuurder, en daarmee werk je de misbruik juist weer in de hand zegt curator. De Rechtbank vond dit een goede gedachte, wat zegt HR? Pieper kan slechts o.g.v. 2:11 aansprakelijk worden gehouden, als het door hem bestuurde MyGuide-Zwitserland een Nederlandse rechtspersoon is en dus kan je Pieper niet aanspreken o.g.v. artikel 2:11.
Wat is er bepaald in arrest D-Group?
In arrest D-Group ging het om een buitenlandse vennootschap die bestuurder was van een Nederlandse vennootschap en men op grond van artikel 2:11 BW probeerde door die vennootschap heen te prikken.

Wat was er bij D-Group aan de hand? D Freight was hoofd van groep en had allemaal dochtervennootschappen waarvan zij bestuurder én enig aandeelhouder was. Één van de dochters gaat failliet. Daarnaast was er een Belgische vennootschap die bestuurder was van D-Freigt (het hoofd) en die had een Belgische natuurlijke persoon als bestuurder. 
De curator probeerde door te steken naar de Belgische vennootschap, D-Freight is Nederlandse vennootschap. Het Nederlandse recht is van toepassing op de verhouding tussen D-Freight en de Belgische vennootschap, dit staat in artikel 10:118 e.v. BW (Nederlands IPR). In Nederland kennen we incorporatiestelsel: de vennootschap wordt beheerst door het recht volgens welke hij is opgericht en dus waar hij zijn statutaire zetel heeft (leer van statutaire zetel). 
Andere leer (die niet in Nenderland wordt aangehangen) is de leer van de werkelijke zetel dat recht is van toepassing waar de werkelijke zetel zich bevindt.

Hoe zit het met de Belgische meneer? Kan curator van deze dochter de Belgische meneer aanspreken o.g.v. artikel 2:11 BW?  Voor het lijntje tussen de Belgische vennootschap en de Belgische bestuurder moet je kijken naar Belgisch recht dus bij de Belgische BV houdt artikel 2:11 op! De rest wordt gewoon beheerst door Belgisch recht omdat er ook sprake is van Belgische vennootschap.
Welk arrest is van toepassing wanneer een buitenlandse vennootschap bestuurder is van een Nederlandse vennootschap?
Arrest D-Group.
Wat kunnen we stellen op basis van arrest Montedison en Lammers/Aerts q.q.?
Het eerste woordje bestuurder uit artikel 2:11 BW moet je ruim uitleggen (arrest Lammer/Aarts) en tweede woord bestuurder uit artikel 2:11 BW moet je beperkt uitleggen (arrest Montedison).
Wat is kort gezegd de rechtsregel die volgt uit arrest Lammers/Aerts q.q. (2008)?
Het tegengaan van misbruik van rechtspersoonlijkheid is de strekking van rechtspersoonlijkheid en daarom valt de concstructie uit dit arrest wel onder artikel 2:11 BW.
Wat is bepaald in arrest Lammers/Aerts q.q. (2008)?
BV 1 ging failliet, die had een feitelijk beleidsbepaler en dat was BV 3, en BV 3 had statutair bestuurder en dat was een mevrouw. De curator van failliete BV 1 zei: o.g.v. artikel 11 kom ik bij mw. Lammers terecht, want BV 3 is aansprakelijk o.g.v. 2:248 lid 7 BW en dan kan ik met artikel 2:11 doorprikken naar statutair bestuurder van BV 3 en dat is mevrouw Lammers. De man van mevrouw Lammers had deze constructie bedacht en al het vermogen bij haar gestald. 

Bij Montedison zei de HR nog: het gaat om rechtszekerheid en daarom kan een feitelijk beleidsbepaler niet aansprakelijk zijn o.g.v. 2:11 BW. Men wil artikel 2:11 de misbruik van rechtspersoonlijkheid tegen gaan, dat je altijd uit kan komen bij degene waar het geld is verstopt. Dus tegengaan van misbruik van rechtspersoonlijkheid is strekking van rechtspersoonlijkheid en daarom valt de constructie uit dit arrest wel onder artikel 2:11 BW.