Summary Intake AG 407 deel 2

-
ISBN-13 9789041507990
439 Flashcards & Notes
12 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Intake AG 407 deel 2
  • NTI
  • 9789041507990
  • 1st

Summary - Intake AG 407 deel 2

  • 1 Ziekteverwekkers

  • Noem vijf groepen ziekteoorzaken en geef hierbij voorbeelden.
    1. Mechanische ziekteoorzaken: b.v. geweld, vallen, trillingen, overbelasting.
    2. Chemische ziekteoorzaken: b.v. vergiftiging, inademen, verontreinigde lucht, huidcontact met bijtende stoffen.
    3. Fysische ziekteoorzaken: b.v. elektriciteit, temperatuur, geluid, straling.
    4. Biologische ziekteoorzaken: b.v. erfelijke en aangeboren aandoeningen, infectieziekten.
    5. Psychische ziekteoorzaken: b.v. stress, psychische stoornissen.
  • Vijf catogoriën van mogelijke ziekmakende factoren
    - Mechanische ziekteoorzaken
    - Chemische        "
    - Fysische             "
    - Biologische       "
    - Psychische        "
  • Wat zijn antigenen?
    Antigenen zijn lichaamsvreemde stoffen die een afweerreactie in het lichaam opwekken.
  • Wat zijn antilichamen?
    Een antilichaam is een eiwit  dat het lichaam maakt tegen een antigeen.
  • Via welke vijf stelsels kan besmetting plaatsvinden?
    1. Spijsvertering
    2. Ademhaling
    3. Huid
    4. Urinewegen
    5. Geslachtsorganen.
  • Hoe noemen we de beste samenlevingsvorm van de mens met micro-organismen?
    Symbiose: zowel de mens als het micro-organisme heeft er voordeel van.
  • Hoe planten bacteriën, virussen, schimmels en protozoa zich voort?
    1. Bacteriën zijn eencellig en planten zich voort door celdeling.
    2. Virussen planten zich voort met behulp van cellen van organismen waarin ze leven.
    3. Schimmels planten zich voort met speciale voortplantingscellen: sporen.
    4. Protozoa planten zich voort in een tussengastheer.
  • Waarom is een virus moeilijk te behandelen?
    Een virus heeft als eigenschap dat het muteert.
  • Wat zijn de ideale omstandigheden voor een schimmel?
    Een schimmel voelt zich het prettigst in een vochtige omgeving.
  • Welke drie wormen komen er in Nederland voor?
    De aarsmade, lintworm en spoelworm.
  • Onder de exogene ziekteoorzaken vallen niet psychische oorzaken.
  • Een hematoom en trauma gaan meestal samen.
  • Biologische ziekteoorzaken zijn niet altijd endogeen.
  • Intoxicaties zijn een voorbeeld van chemische ziekteoorzaken.
  • De juiste volgorde bij een infectieziekte is:
    Besmetting - infectie - klachten.
  • Een enterale besmetting vindt plaats via het spijsverteringskanaal.
  • Tot de kenmerken van een bacterie behoort niet ontwikkeling in tussengastheer.
  • Een infectie met een extreem grote incubatietijd noemen we een langzame infectie.
  • De situatie waarin twee organismen samenleven en de een er voordel van heeft en de ander geen nadeel noemen we commensalisme.
  • Organismen kunnen het lichaam via verschillende wegen binnendringen. We spreken over een 'porte d'entree' (letterlijk: toegangsdeur) of over besmettingswegen.
  • De aangerichte schade aan het lichaam noemen we letsel of trauma.
  • Een probleem is dat er bacterien  op een bepaald moment ongevoelig worden voor een antibioticum. We noemen dit resistentie.
  • Een virusdeeltje bestaat uit erfelijk materiaal (DNA of RNA) met hieromheen een eiwitmantel.
  • Acute infecties verlopen snel en heftig (griep).
    Bij persistente infecties blijft het virus jaren in het lichaam.
  • Persistente infecties worden weer opgesplitst in latente, chronische en langzame infecties.
  • Noem vier voorbeelden van ziekten die door bacteriën worden veroorzaakt.
    1. longontsteking/pneumonie door pneumokokken.
    2. hersenvliesontsteking door meningokokken
    3. tonsillitis (ontsteking keelamandelen) door streptokokken
    4. gonorroe (geslachtsziekte) door gonokok.
  • Noem zes voorbeelden van ziekten veroorzaakt door virussen.
    1. kinderziekten, zoals mazelen, rode hond, waterpokken, kinderverlamming.
    2. griep
    3. leverontsteking
    4. de ziekte van Pfeiffer
    5. AIDS
    6. koortslip, gordelroos en geslachtsziekte (herpes genitalis)
  • Noem drie voorbeelden van schimmelziekten
    1. ringworm
    2. zwemmerseczeem
    3. schimmelinfectie aan de nagel en huidplooischimmels
  • Noem vier voorbeelden van ziekten veroorzaakt door protozoa.
    1. malaria
    2. dysenterie (een darmziekte)
    3. trichomonas vaginalis (geslachtsziekte bij de vrouw)
    4. toxoplasmose bij zwangere vrouwen (schade aan ongeboren kind)
  • Noem een voorbeeld van een ziekte veroorzaakt door wormen.
    Een worminfectie.
  • Wat zijn exogene ziekteoorzaken? Noem vijf voorbeelden.
    Ziekten die van buitenaf veroorzaakt worden.

    1. alle infectieziekten (door micro-organismen)
    2. beten (van muggen, wespen, slangen, honden, enz)
    3. mechanische ziekteoorzaken
    4. fysische ziekteoorzaken
    5. chemische ziekteoorzaken.
  • Wat zijn endogene ziekteoorzaken? Noem drie voorbeelden.
    Ziekten die van binnenuit veroorzaakt worden.

    1. alle erfelijke aandoeningen
    2. alle aangeboren afwijkingen
    3. sommige psychische oorzaken
  • Noem drie kenmerken van bacteriën.
    1. aerobe en anaerobe bacteriën
    2. het vermogen om toxinen te produceren, die giftig zijn voor de mens
    3. beste functioneren tussen de 20 en 40 graden.
  • Noem vijf kenmerken van virussen.
    1. kleiner dan bacteriën
    2. bevat erfelijk materiaal (DNA of RNA) met daaromheen een eiwitmantel
    3. alleen vermenigvuldigen in levende cellen
    4. acute en persistente infecties
    5. moeilijk te bestrijden (eigenschap om te muteren).
  • Noem zes kenmerken van schimmels (en gisten).
    1. op de huid (huidflora)
    2. nuttige schimmels (b.v. penicillineschimmel), waaruit antibioticum
    3. gedijen goed in vochtige, warme omgeving.
    4. speciale voortplantingscellen (sporen)
    5. gist (= schimmel bestaande uit 1 cel)
    6. behoorlijk hardnekkig
  • Noem twee kenmerken van een protozoa.
    1. eencellig, dierlijke organismen
    2. voortplanting in tussengastheer
  • Noem drie kenmerken van wormen.
    1. kunnen infectieziekten veroorzaken
    2. zijn vrij groot
    3. besmetting meestal via het inslikken van eitjes van de wormen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Intake AG 407 deel 2
  • NTI
  • or
  • 1st

Summary - Intake AG 407 deel 2

  • 1 Ziekteverwekkers

  • In welke 5 categorieën kun je ziekmakende factoren indelen?
    - mechanische ziekteoorzaken
    - chemische ziekteoorzaken
    - fysische ziekteoorzaken
    - biologische ziekteoorzaken
    - psychische ziekteoorzaken
  • Wat zijn mechanische ziekteoorzaken? Noem 3 voorbeelden
    Krachten van buitenaf die schade aan het lichaam aanrichten.
    Denk bijv. aan: wonden, botbreuken, kneuzingen.
  • Een ander woord voor letsel. En wat is het?
    Trauma.
    Schade aan het lichaam.
  • Wat is een kneuzing?
    Een onderhuidse bloeding.
  • Een ander woord voor bloeduitstorting
    hematoom
  • Wat zijn chemische ziekteoorzaken. Noem 3 voorbeelden.
    Chemische stoffen die schadelijke werkingen hebben op het lichaam.
    Denk aan bijv. het inademen van chemische stoffen, het eten of drinken van schadelijke stoffen, agressieve stoffen die de huid beschadigen.
  • Een ander woord voor vergiftigingen
    intoxicaties
  • Wat zijn fysische ziekteoorzaken. Noem 3 voorbeelden.
    Natuurkundige ziekteoorzaken.
    Denk bijv. aan te hoge of te lage temperatuur, straling, elektriciteit
  • Wat zijn biologische ziekteoorzaken. Noem 3 voorbeelden.
    Endogeen: alle erfelijke aandoeningen en aangeboren afwijkingen
    Exogeen: verschillende micro-organismen, o.a. infectieziekten, beten.
  • Wat is het verschil tussen erfelijke aandoeningen en aangeboren afwijkingen?
    Erfelijke aandoeningen hebben hun oorzaak in de genen, het wordt geërfd van de ouders. Bijv. bloederziekte, stofwisselingsziekten.
    Aangeboren afwijkingen kunnen ontstaan door schadelijke invloeden op de vrucht of tijdens de geboorte bijvoorbeeld door zuurstofgebrek.
  • Welke ziekteoorzaken zijn meestal exogeen?
    Mechanische, fysische en chemische
  • Een ander woord voor ziekteverwekkend
    Pathogeen
  • Wanneer spreken we van besmetting?
    Wanneer ziekteverwekkende organismen het lichaam binnendringen.
  • Wanneer spreken we van infectie?
    Als de ziekteverwekkende organismen zich in het lichaam vermenigvuldigen en verspreiden.
  • Wat is de incubatietijd?
    De tijd tussen de besmetting en het optreden van ziekteverschijnselen.
  • Wanneer spreek je van een epidemie?
    Wanneer ziekten min of meer plotseling bij een groot aantal mensen tegelijk voorkomen.
  • Wat is een "porte d'entree"?
    Letterlijk: toegangsdeur. 
    Ofwel: besmettingswegen; de manier waarop organismen het lichaam binnen kunnen komen.
  • Welke besmettingswegen zijn er en hoe werkt iedere vorm van besmetting?
    - De ademhalingswegen. Besmetting vindt plaats door druppelbesmetting.
    Wanneer een ziek iemand hoest, bevat dit kleine druppeltjes vocht met daarin ziekteverwekkers. Als een gezond persoon dit inademt, raakt hij besmet.
    - De spijsverteringsorganen. Besmetting vindt plaats door enterale besmetting.
    De pathogene organismen komen met voedsel het lichaam binnen via voorwerpen of vingers in de mond.
    - De urinewegen. (darm)Bacteriën kunnen tegen de urinestroom in het lichaam binnendringen en een urineweginfectie veroorzaken.
    - De huid. Besmetting vindt plaats door cutane besmetting.
    Normaal is de opperhuid ondoordringbaar voor pathogene organismen, wanneer deze laag is beschadigd (door een wondje) kunnen de organismen echter het lichaam binnendringen.
    - De geslachtsorganen. Infectieziekten die overgedragen worden via de geslachtsorganen.
  • Het afweermechanisme is in tweeën verdeeld. Welke vormen zijn dit en wat doen ze?
    Algemene afweer en specifieke afweer.
    - Algemene weerstand door de dekweefsels van de huid, het spijsverteringskanaal en het lucht- en urineweg stelsel. Soms ook door zuren.
    Ook witte bloedcellen (leukocyten) spelen een belangrijke rol.
    - Specifieke afweer door het immuunsysteem. Het lichaam maakt antilichamen aan om de antigenen onschadelijk te maken.
  • Waaruit bestaat pus?
    Resten van kapotte leukocyten, dode en nog levende bacteriën, resten van afgestorven cellen.
  • Wat is een auto-immuunziekte?
    Wanneer het lichaam antilichamen tegen lichaamseigen eiwittenmaakt. Het lichaam valt zichzelf aan. Denk bijv. aan de ziekte van Alzheimer.
  • Wanneer is het lichaam immuun?
    Het lichaam is immuun als het niet meer ziek wordt door antigenen, omdat antilichamen tegen die specifieke ziekteverwekker in het bloed circuleren.
  • Op welke manieren kun je immuniteit verkrijgen? Hoe werken ze? Geef een voorbeeld.
    - Natuurlijke actieve immunisatie. Ontstaat tijdens het leven, het lichaam maakt zelf antilichamen aan tegen een bepaalde ziekte.
    - Natuurlijke passieve immunisatie. Het lichaam maakt zelf geen antilichamen. Zoals pasgeborenen, die krijgen zij van hun moeder.
    - Kunstmatige actieve immunisatie. Vaccins. Een verzwakt antigeen injecteren, waarop het lichaam zelf antilichamen zal aanmaken.
    - Kunstmatige passieve immunisatie. Direct antilichamen tegen de ziekteverwekker inspuiten (serum).
  • Wanneer spreken we van een symbiose? Noem een voorbeeld.
    Wanneer micro-organismen gunstig zijn voor de mens. Ze hebben voordeel van elkaar. Bijv. de colibacteriën in de darmen, die vit. K produceren.
  • Wanneer spreken we van commensalisme? Noem een voorbeeld.
    Als de mens geen voordeel en geen nadeel ondervindt van de micro-organismen. Bijv. de organismen in de mond.
  • Wanneer spreken we van parasitisme?
    Als de micro-organismen pathogeen zijn en dus een ziekte verwekken. De organismen hebben er voordeel van, de mens heeft er nadeel van.
  • Hoe noem je het ziekmakend vermogen van een micro-organisme?
    Pathogeniteit of virulentie.
  • Welke soorten pathogene organismen onderscheiden we?
    - Bacteriën
    - Virussen 
    - Schimmels (en gisten)
    - Protozoa
    - Wormen
  • Er zijn twee soorten bacteriën, welke zijn dit en wat is het verschil?
    Aërobe bacteriën hebben zuurstof nodig en anaërobe bacteriën hebben geen zuurstof nodig.
  • Wat is de pathogeniteit van bacteriën?
    De pathogeniteit van bacteriën ligt in het vermogen om bepaalde stoffen te produceren, die voor de mens giftig zijn. We noemen dit de toxinen.
  • Bacteriën kunnen ingedeeld worden naar hun vorm en uiterlijk. Welke 5 zijn dit en hoe zien ze eruit?
    kokken - bolvormig
    bacillen - staafvormig
    spirillen - spiraalvormig
    vibrio's - enkelvoudige spirillen, kommavormig
    spirocheten - kurkentrekkervormig
  • Wat zijn sporen en wat is hun connectie met bacteriën?
    Sporen zijn overgangscellen, die zich onder gunstige omstandigheden (temperatuur, vocht, zuurstof) tot bacteriën kunnen ontwikkelen. Vaak zijn sporen ongevoelig voor invloeden van buitenaf (hitte, kou, geneesmiddelen).
  • Wat is resistentie?
    Wanneer bacteriën ongevoelig worden voor een antibioticum noem je dit resistentie.
  • Geef 4 voorbeelden van ziekten die veroorzaakt worden door bacteriën
    - longontsteking 
    - hersenvliesontsteking
    - tonsillitis (ontsteking v.d. keelamandelen)
    - gonorroe
  • Wat is een virus?
    Virussen zijn nog kleiner dan bacteriën en met een gewone microscoop niet zichtbaar. Een virusdeeltje bestaat uit erfelijk materiaal met daaromheen een eiwitmantel.
    Een virus kan zich alleen vermenigvuldigen in een levende cel, ze sterven buiten een lichaam erg snel.
  • Waarom herkent het afweersysteem een virus niet meteen als lichaamsvreemd? En wanneer herkent het afweersysteem het wel?
    Doordat het virus bestaat uit erfelijk materiaal en een eiwitmantel herkent het afweersysteem het niet direct.
    Wanneer het virus zich vermenigvuldigt komen er kernbestanddelen van het virus vrij, die zorgen voor een abnormale reactie in de cel. Dan pas komt het afweersysteem in actie.
  • Wanneer spreekt men van dragerschap?
    Als het virus wel in het lichaam aanwezig is, maar de persoon niet merkt dat hij ziek is. Een groot risico hiervan is dat de drager van een virus dit wel kan overdragen op iemand anders. Denk bijv. aan het hiv-virus.
  •  Waarom zijn virussen moeilijk te bestrijden?
    De meeste virussen kunnen muteren, daarom zijn er nauwelijks geneesmiddelen die een virus direct onschadelijk kunnen maken.
  • Geef een aantal voorbeelden van infectieziekten die door virussen worden veroorzaakt
    - kinderziekten (mazelen, rode hond, waterpokken)
    - griep
    - leverontsteking
    - ziekte van pfeiffer
    - aids
    - koortslip
  • Sommige schimmels zijn nuttig voor de mens i.p.v. nadelig. Geef twee voorbeelden van schimmels waar de mens geen nadeel van ondervindt.
    De schimmels op een gezonde huid; de huidflora.
    Natuurlijke schimmels, zoals penicillineschimmel; die produceert stoffen die we als antibioticum gebruiken.
  • Hoe noemen we een schimmelziekte ook wel?
    Mycose
  • Hoe noem je een schimmel die uit één cel bestaat?
    Een gist
  • Noem 4 voorbeelden van schimmelinfecties
    - ringworm
    - zwemmerseczeem 
    - schimmelinfectie aan de nagel
    - huidplooischimmels
  • Wat zijn protozoa?
    Protozoa zijn eencellige, dierlijke organismen, die leven ten kost van het organisme waar ze op leven.
  • Wanneer kunnen protozoa een ziekte veroorzaken? Noem een voorbeeld.
    Protozoa ontwikkelen zich in een tussengastheer, pas hierna kunnen ze een ziekte veroorzaken. 
    Denk bijv. aan de malariamug. Een malariaprotozoön moet zich eerst in de mug ontwikkelen voordat het een mens ziek kan maken.
  • Geef behalve de malariamug nog een ander voorbeeld van een ziekte veroorzaakt door protozoa
    Bijv. dysenterie
  • Hoe kun je besmet raken met wormen?
    Vaak vindt besmetting plaats door het inslikken van eitjes van de wormen.
  • Geef 3 voorbeelden van worminfecties
    - aarsmade
    - spoelworm
    - lintworm
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Intake AG 407 Deel 2
  • NTI
  • or
  • 2009

Summary - Intake AG 407 Deel 2

  • 1 Ziekteverwekkers

  • allergie
    overgevoeligheidsreaktie
  • antigenen
    lichaamsvreemde stoffen die een afweersreactie veroorzaken
  • bacillen
    staafvormige bacterien
  • besmetting
    het binnendringen van ziekteverwekkers
  • commensalisme
    de situatie waarin twee organismen samenleven en waarbij de een daar voordeel van heeft en ander geen nadeel
  • cutaan
    via de huid
  • druppelinfectie
    besmetting via druppeltjes in de uitademingslucht
  • endogeen
    van binnenuit
  • enteraal
    via de spijsvertering
  • epidemie
    het zich snel verspreiden en voordoen van een ziekte
  • exogeen
    van buitenaf
  • fysisch
    natuurkundig (temperatuur, straling enz)
  • hematoom
    bloeduitstorting
  • incubatietijd
    de tijd tussen de besmetting en het optreden van de eerste ziekteverschijnselen
  • infectie
    het vermeerderen en verspreiden van ziekteverwekkers in het lichaam
  • intoxicatie
    vergiftiging, letschelschade aan het lichaam door mechanische oorzaken
  • mycose
    schimmelziekte
  • organisme
    levend wezen
  • parasitisme
    de situatie waarin het ene organisme leeft ten koste van een ander
  • pathogeen
    ziekteverwekkend
  • resistentie
    weerstand, het minder gevoelig zijn
  • spirillen
    spiraalvormige bacterien
  • spirocheten
    kurkentrekkervormige bacterien
  • stafylokokken
    bacterien  ( in de vorm van groepjes bij elkaar liggende bolletjes)
  • streptokokken
    bacterien (in de vorm van achter elkaar liggende ketens bolletjes)
  • symbiose
    de situatie waarin twee organismen samenlveven en er beide voordeel van hebben
  • symptomen
    klachten die bij een ziekte horen
  • toxinen
    giftife stoffen
  • trauma
    schade aan het lichaam door mechanische oorzaken
  • vibrio
    enkelvoudige kommavormige spirillen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Vijf catogoriën van mogelijke ziekmakende factoren
- Mechanische ziekteoorzaken
- Chemische        "
- Fysische             "
- Biologische       "
- Psychische        "
Vibrio
Enkelvoudige kommavormige spirillen
Trauma
Schade aan het lichaam door mechanische oorzaken
Toxinen
Giftige stoffen
Syptomen
Klachten die bij een ziekte horen
Sybiose
De situatie waarin twee organismen samenleven en er beide voordeel van hebben
Streptokokken
Bacteriën (in de vorm van achter elkaar liggende bolletjes)
Stafylokokken
Bacteriën (in de vorm van groepjes bij elkaar liggende bolletjes)
Spirocheten
Kurkentrekkervormige bacteriën
Spirillen
Spiraalvormige bacteriën