Summary Integrated principles of zoology

-
ISBN-10 0071221980 ISBN-13 9780071221986
449 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Integrated principles of zoology". The author(s) of the book is/are Cleveland P Hickman, Jr. The ISBN of the book is 9780071221986 or 0071221980. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Integrated principles of zoology

  • 1 hoofstuk 3 en 4

  • concept van performation
    in de eicel/zaalcel bevinden zich alle onderdelen van een organisme
  • concept van epigenetica
    in de eicel/zaalcel bevinden zich alleen de bouwstenen van een organisme
  • celdifferentatie gebeurt door
    cytoplasmatische differentatie en inductie
  • vegetale pole
    veel dooier, bevat voedingsstoffen en inductiemateriaal, vooral entoderm ontwikkelt zich hier uit
  • animale pole
    weinig dooier, veel cytoplasma, hier ontwikkelen vooral meoderm en ectoderm uit
  • hoeveelheid dooier
    bepaald het klievingsproces
  • isolecithal
    heel weinig dooier en is verspreid over de cel
  • mesolecithal
    gemiddelde hoeveelheid dooier, zit in de vegetale pool
  • telolecithal
    veel dooier, zit in de vegetale pool
  • centrolecithal
    grote hoeveelheid dooier, geconcentreerd op één plek
  • meroblastic
    heel veel dooier, delingen kunnen niet volledig worden afgemaakt
  • holoblastic
    weinig dooier, delingen kunnen wel volledig worden afgemaakt
  • direct development
    van embryo direct naar miniatuur volwassene
  • indirect development
    larvae verschilt veel van volwassene, metamorfose vindt plaats.
  • ontwikkeling organimse
    gamete formatie -> fertilization -> cleavage -> blastulatie -> grastrulatie -> neurulatie -> organogenese -> groei
  • bevruchting
    - samensmeting van eicel en zaadcel
    - doorzichtige laag wordt ondoordringbaar 
    - halve maan in eicel ontstaat door rotatie van de celcortex
  • blastulatie
    - na vroege klievingen -> morula
    - na late klievingen -> blastula
    - micromeren (aan animale kant), macromeren (aan vegetatieve kant)
    - door celdeling ontstaat een blastula/blastocyt
    - ontstaat een blastocoel= holte gevuld met vocht
    - paar 100 tot 1000 cellen
    - DNA heeft zich sterk vermeerderd
    - geen groei, alleen gewichtstoename
  • gastrulatie
    - drie soorten migratie: epibolie (mircomerenkap overgroeit micromeren), involutie (instromen van cellen, over de oermondrand naar binnen) en convergentie (celmigratie om dorsale zijde van het embryo vorm te geven) 
    - door invaginatie van cellen op de grens van de micro- en macromeren ontstaat de oermond
    - dorsale oermondip -> hier stromen mircomeren naar binnen -> oermondlip breidt zich lateraal uit -> uiteindelijk ontstaat de dooierprop (laterale en ventrale oermondlip) -> door voortschrijdende epibolie wordt de oermond steeds kleiner tot deze zich nagenoeg sluit -> anus
    - ectoderm, endoderm, mesoderm ontstaan
      - presumptieve gebieden -> de gebieden die de kiembladen zullen gaan vormen kunnen al voor e grastrulatie worden aangewezen      
     ectoderm: zenuwstelsel + huid
     mesoderm: bloedvaten, spieren, skelet en urogenitaal stelsel
    endoderm: darm, lever, pancreas en longen
    - blastocoel verdwijnt en er onstaat een secundaire lichaamsholte
  • neurulatie
    - vorming en differentiatie van neurale ectoderm ( uit het ectoderm wordt het zenuwstelsel aangelegd)
     - neurale plaat -> neurale goot -> neurale buis -> centrale zenuwstelsel -> neurale lijst -> perifere zenuwstelsel
    - voorin neurale ectoderm ontstaan de hersenen, achterin het ruggemerg
    - mesoderm: gaat differentieren en determineren
     - chordamesoderm onstaat
    - paraxiale mesoderm ontstaat
    - intermediale mesoderm ontstaat
    - laterale mesoderm ontstaaat
  • organogenesis
    - verdere ontwikkeling van de kiembladen
    - organen worden gevormd, cellen hebben interacties en cellen differentieren
    - ectoderm -> ontwikkelt verder tot de huid en zijn derivaten
    - mesoderm -> breidt zich lateraal uit, omsluit het endoderm.
    - chordamesoderm wordt een massieve steungevende staaf van cellen, welke later weer grotendeels reduceert.
    paraxiale mesoderm -> vorm de somieten, waar spieren, axaal skelet en onderhuids bindweefsel uit onstaan    
    - intermediare mesoderm -> vormt de nieren en het geslachts apparaat
    - laterale en ventrale zijplaat mesoderm -> vormt de gonaden, bindweefsel, gladde spieren van de darm, bloedcellen, hart, bloedvaten, buikvlies, coelooombedekking en circulatiesysteem
    - endoderm: ontwikkelt zich verder tot bekleding van darm, longen en urine blaas + de epithelia van de lever en pancreas
  • morfogenen
    genen die reguleren waar en wanneer proteïnen worden gesynthetiseerd
  • Organizer (SMO)
    stuurt signaalstoffen -> signaalstoffen zetten morfogenen aan -> cellen migreren naar halve maan -> inductie mesoderm naar animaal
  • homeotische genen
    zorgen voor de identiteit van een sigment
    - mutaties zorgen voor rare structuren in segmenten
  • hemobox
    kort stukje met overeenkomstige basenpaar sequentie
    - zorgt voor patroon tussen voor- en achter as
  • hoxgenen
    hebben een functie bij patroonvorming langs de anteriore- en posteriore as
    - bepalen waar  ledematen en hoe lichaamssegmenten ontwikkelen
    - dragen een positionele functie
  • craniaal/anteriol
    kopzijde
  • caudaal/posterior
    staartzijde
  • dorsaal
    rugzijde
  • ventraal
    buikzijde
  • lateraal
    aan de zijkant
  • mediaal
    aan de middenkant
  • distaal
    het verst van de basis gelegen
  • proximaal
    het dichtst bij de basis gelegen
  • mediaan
    in het symmetrievlak
  • saggitaal
    in het vlak, evenwijdig aan het symmetrievlak
  • transversaal
    loodrecht op de lengte-as van het lichaam
  • horizontaal
    in een vlak, loodrecht op het saittale en transvertale vlak
  • amnion
    met vocht gevuld membraan, bevordert waterig milieu waarin het embryo beschermt wordt tegen mechanische schokken en vergroeiingen
  • yolk sac
    voedt het embryo bij ovopare dieren, zorgt voor uitwisseling van voedingsstoffen en respiratoire gassen bij vivipare dieren
  • allantiois
    groeit uit het verlengde van de darm, zorgt voor opslag van metabolische afvalstoffen en zorgt voor uitwisseling van o2 en co2
  • chorion
    - ligt om het gehele embryonale systeem heen
    -fuseert met het allantois als het emrbyo meer  02 nodig heeft (chario-allantoic membraan)
     - dit vormt een vaatnetwerk waar o2 en co2 uitgwisseld kunnen worden
  • monotremes
    leggen eiren (met veel dooier)
  • marsupials
    embryo ontwikelt zich gedeelte in de baarmoeder, gedeelte in de buidel van de moeder
  • placental mammals
    embryo ontwikkelt zich geheel in de placenta
  • germinal period
    eerste twee weken ontwikkeling van de embryo
  • embryonic period
    - de 8 weken na de germinal period
    - major organs develop and body shape is forming
  • fetal period
    - als het embryo een foetus is
    - twee maanden na de bevruchting
    - echte groeifase
    - orgaansystemen gaan differentieren
  • eeneiige/identieke tweelingen
    twee placenta's + twee amnions
    een placenta's + twee amnions 
    twee placenta's + een amnions
  • tweeeiige tweelingen
    twee placenta's + twee amnions
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

hoofdstappen om kraakbeen te transformeren tot primair been
kraakbeen -> rondom diafyse begint botvorming (osteoblasten) -> primair bot met bloedvaten -> endrochonale botvorming diafyse -> endrochonale botvorming epifyse -> endrochonale botvorming epifisairschijf
groei van kraakbeen
- appasitioneel= vanuit oppervlakte kraakbeen differentieren cellen
- inestieel = kraakbeencellen vermeerderen
chondroblasten
- kunnen omgezet worden tot chondrocyten
hyalien kraakbeen en primair been
hyalien kraakbeen = licht roze
primair been = donker roze 

overeenkomst -> allebei collageen
verschil -> meer zouten in primair been
kanalen van volkmann
- haaks op de kanalen van havers
- bevatten uiteinden van kanalen van havers met bloedvaten en zenuwvezels
functie canaliculi
- staat contact toe tussen osteocyt en bloed
vorming osteoblasten
- in peristeon en endostium
- groeirichting -> van buiten naar binnen
botbreuk is pijnlijk omdat:
- botten bevaten zenuwen (om signalen van het bot door te geven naar de hersen) 
- beenvlies bevat veel zenuwcellen
twee soorten been
- compact been = buitenkant + geen holtes + stevigheid
- spongieus been = binnenkant + wel holtes + levend deel
functie rode merg
- stamcellen aanmaken waaruit later de bloedcellen onstaan
- gaten in het bot waardoor bloedvaten lopen