Summary Interne geneeskunde en chirurgie

-
ISBN-10 9031349755 ISBN-13 9789031349753
115 Flashcards & Notes
20 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Interne geneeskunde en chirurgie". The author(s) of the book is/are IJbelien Jüngen M J Zaagman van Buuren. The ISBN of the book is 9789031349753 or 9031349755. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Interne geneeskunde en chirurgie

  • 7.2 Respiratie en respiratoire insufficiëntie

  • Wat is respiratie?
    het opnemen van zuurstof in het bloed en de afgifte van koolzuurgas naar de (relatieve) buitenwereld
  • Wat is diffusie?
    het bewegen van deeltjes van een plaats waar ze meer voorkomen, naar een plaats waar ze minder voorkomen totdat een evenwicht is bereikt. 
  • Wat wordt bedoeld met respiratoire insufficiëntie?
    Longfalen (respiratoire insufficiëntie). Het kan zich in ernstige situaties bij longziekten ontwikkelen. Centraal staat hierin het ontsporen van respiratie, diffusie en perfusie, al dan niet met elkaar gecombineerd.
  • de verdichtingen zijn het gevolg van beschadigingen van de wanden van de longblaasjes (bijv. na aspiratie, door bijna verdrinking of door inhalatie van giftige stoffen) of van de capillairwanden (bijv. bij sepsis of als gevolg van DIS (diffuse intravasale stolling) of bij patiënten met meerdere levensbedreigende verwondingen). In het ziekteverloop kan fibrose ontstaan. 
  • Hoe is de behandeling?
    Hij is gericht op bestrijding van onderliggende oorzaken, verder zuurstoftoediening en zo nodig overbruggende beademing. 
  • 7.2.1 Oorzaken

  • Wat is respiratoire acidose?
    Verzuring in het bloed, door toegenomen koolzuurspanning, deze acidose het gevolg is van een gestoorde respiratie
  • Wat zijn de symptomen van Acute Respiratoire Insufficiëntie (ARDS)?
    • acute kortademigheid (dyspneu), 
    • versnelde ademhaling (tachypneu) en cyanose. 
    • Op de röntgenfoto zijn over beide longen lokaal verdichtingen te zien.
  • Wat is Chronische respiratoire insufficiëntie?
    Chronische respiratoire insufficiëntie kan het gevolg zijn van langduriger aanwezig zijn van stoornissen in de diffusie, perfusie of ventilatie. Het is vaak ook een combinatie van de drie. Oorzaken hiervoor zijn chronische ziekteprocessen die zich in de longen en de longvliezen afspelen, zoals ernstige chronic obstructive pulmonary disease (COPD), vaatafwijkingen (pulmonale hypertensie, herhaaldelijke of aanhoudende longembolieën), maar ook longoedeem als gevolg van een decompensatio cordis links.
  • Wat zijn de oorzaken van CRI?
    • chronische ziekteprocessen die zich in de longen en de longvliezen afspelen, zoals ernstige chronic obstructive pulmonary disease (COPD), vaatafwijkingen (pulmonale hypertensie, herhaaldelijke of aanhoudende longembolieën), 
    • longoedeem als gevolg van een decompensatio cordis links. De gasuitwisselingsstoornis uit zich in verlaagde PaO2 (hypoxemie), maar vooral in een toegenomen PaCO2 (hypercapnie). Dit beeld wordt longfalen (in engere zin) genoemd. 
    • Het is ook mogelijk dat het functioneren van de ademhaling door andere stoornissen niet goed gebeurt (pompfalen), bijvoorbeeld door:
    - stoornissen in de functie van het ademcentrum, door neurologische aandoeningen of na overdosering van geneesmiddelen zoals morfine en sommige slaapmiddelen;
    - neurologische aandoeningen en spierziekten, met als gevolg slecht functionerende ademhalingsspieren (bijv. bij myasthenia gravis, Guillain-Barré en spierdystrofie);
    - instabiliteit van de thoraxwand, na bijvoorbeeld een thoraxtrauma waarbij ribben op meerdere plaatsen zijn gebroken (fladderthorax);
    - ziekten aan de wervelkolom, waardoor de ribben slecht kunnen bewegen, onder andere bij de ziekte van Bechterew of bij een ernstige kyfose;
    - vermoeidheid/zwakte van de ademhalingsspieren, door overbelasting (zoals bij chronische longziekten met een bemoeilijkte ademhaling), een slechte voedingstoestand of een slecht hart.
  • 7.2.2 Symptomen

  • De symptomen bij respiratoire insufficiëntie worden in de eerste plaats bepaald door de veroorzakende aandoeningen; daardoor kan het beeld heel verschillend zijn. Een aantal symptomen is echter te wijten aan hypoxie en hypercapnie. Beide beïnvloeden de hogere hersenfuncties en veroorzaken vaak:
    • verminderde psychische spankracht;
    • initiatiefverlies;
    • verminderd reactievermogen;
    • slaperigheid;
    • sufheid;
    • eventueel bewusteloosheid
  • Sufheid zal weer de hypoventilatie bevorderen, waardoor de longventilatie nog slechter wordt en zich een vicieuze cirkel ontwikkelt.
  • Als gevolg van een toegenomen activiteit van het sympathische zenuwstelsel is de pols versneld, transpireert de patiënt en kan deze rooddoorlopen ogen hebben. Hypercapnie geeft ook nog vaatverwijding in de hersenen, waardoor de druk in de schedel toeneemt en hoofdpijn ontstaat.
  • Wat is het accentverschil in klachten tussen acute en chronische insufficiëntie?
    • Cyanose en bewustzijnsverlies, maar ook 
    • onrust, 
    • verwardheid, 
    • zweten, 
    • hypertensie en 
    • tachycardie treden bij een langzaam ontstane chronische vorm veel minder op.
  • 7.2.3 Behandeling

  • Therapie van respiratoire insufficiëntie bestaat uit de volgende maatregelen:

    • zo goed mogelijk behandelen van de aandoening die ertoe heeft geleid; 

    • gecontroleerde zuurstoftoediening, zo nodig corrigeren van de acidose met i.v. bicarbonaat (alleen in geval van zeer ernstige acidose); 

    • kunstmatige beademing indien noodzakelijk (invasief of niet-invasief); 

    • controle en bijsturing van plasma-kaliumwaarden tijdens de hersteltijd.
  • Als door een (te) ruime zuurstoftoediening het lage zuurstofgehalte in het bloed wordt gecorrigeerd, bestaat het gevaar dat de prikkel van de chemoreceptoren uitvalt terwijl de gevoeligheid van het ademcentrum in het verlengde merg niet hersteld is. Het gevolg is een ademdepressie, waardoor de respiratoire insufficiëntie toeneemt in plaats van verbetert. In dat geval worden de adembewegingen langzamer, neemt de sufheid toe, klaagt de patiënt over hoofdpijn en wordt hij verward. De zuurstoftoediening moet worden verminderd en de ademhaling moet op een andere wijze worden verbeterd. In het verleden werd het zenuwstelsel gestimuleerd met behulp van medicamenten. Deze middelen hebben echter een zeer beperkt effect en zijn nagenoeg voorbijgestreefd door de komst van niet-invasieve ademhalingsondersteuning. De patiënt moet aangezet worden tot ademhalen en hoesten. De fysiotherapeut kan bij dit alles zeer behulpzaam zijn.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Noem de symptomen bij sarcoïdose:
  • malaise, 
  • moeheid,
  • lusteloosheid,
  • gewichtsverlies
  • koorts. 
Bij uitbreiding in de longen treedt 
  • kortademigheid op en kan prikkelhoest verschijnen. 
Wat voor gevolgen heeft een verhoogde T-celactiviteit bij de longen?

  • ontwikkelen van granulomen; 

  • ontsteking van de longblaasjes (alveolitis); 

  • op den duur bindweefselvorming (fibrosering).
Hoe wordt sarcoïdose ook genoemd?
de ziekte van Besnier-Boeck (Heerfordt-Schaumann) 
Wat betekent thoracotomie?
Het openen van de thorax
Wat betekent een pneumonectomie?
Als er een long wordt weggehaald
wat is lobectomie?
Het wegnemen van een longkwab
Verschillende soorten behandeling bij longcarcinoom

 De mogelijkheden zijn operatie, bestraling en chemotherapie. 
Noem verschillende onderzoeksmethoden

  • routinelaboratoriumonderzoek, zoals bloedonderzoek naar leverfuncties; 

  • specifieke technieken zoals röntgendiagnostische technieken (thoraxfoto, CT-scan), endoscopische ultrasonografie (echoscopie) via slokdarm of luchtpijp met de mogelijkheid om naaldpunctie van klieren in het mediastinum te doen, MRI, skeletscintigrafie (botscan), bronchoscopie gecombineerd met een biopt (transbronchiaal), cytologisch onderzoek van sputum (papanicolaoumethode); 

  • transthoracale punctie of transthoracale naaldaspiratie; 

  • mediastinoscopie; 

  • video assisted thoracal surgery (VATS).
Wat gebeurt er bij extrathoracale uitbreiding (buiten de borstholte)
metastasering buiten de thorax 
Symptomen bij intrathoracale uitbreiding (in de borstholte)

  • prikkelhoest die niet of nauwelijks reageert op therapie, hoest de patiënt chronisch dan valt op dat het hoesten van karakter verandert; 

  • ophoesten van bloed bij het sputum; 

  • obstructiepneumonie : de tumor sluit een bronchustak af, waardoor zich gebrekkige of afwezige ontplooiing van de long (atelectase) en een pneumonie ontwikkelen; 

  • heesheid door een verlamming van een van de stembanden. De stembandzenuw (nervus laryngeus recurrens) verloopt in de hals en daalt, alvorens te eindigen in de stembanden, eerst af tot in de thorax. Vooral de linker stembandzenuw verloopt door de top van de linkerlong en kan daar beschadigd worden door ingroei van tumorweefsel. NB Bij een stembandverlamming zal het hoesten ook minder effectief worden; 

  • vena cava superior-syndroom : tumorweefsel groeit door in de bovenste holle ader (vena cava superior) en vernauwt daardoor de diameter ervan. Het bloed raakt gestuwd en er treedt zwelling op aan hoofd, hals en armen. Voor de patiënt is dit heel onaangenaam  

  • slikklachten door doorgroei in de slokdarm; 

  • eenzijdige verlamming van het middenrif (diafragmaparalyse) door ingroei in de verzorgende zenuw. Op de thoraxfoto en bij doorlichting is dit waar te nemen, er is hoogstand van de aangedane diafragmahelft; 

  • pleuritis carcinomatosa : er zal dan sprake zijn van ‘vocht achter de longen’ omdat de pleura geprikkeld wordt tot extra vochtvorming; 

  • intrathoracale pijn: meestal een laat symptoom, kan bij doorgroei in het mediastinum en bij lokalisatie in de grotere bronchi of pleurae aanwezig zijn; 

  • dyspneu: kan ontstaan als grotere bronchi worden afgesloten of als er sprake is van diffuse interstitiële doorgroei; 

  • pancoastsyndroom : tumorweefsel groeit door in de plexus brachialis, pijn in schouder en arm verschijnt met vaak een atrofie van de armspieren.