Summary Introductie in management

-
ISBN-13 9789001876913
144 Flashcards & Notes
8 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Introductie in management
  • Peter Thuis
  • 9789001876913
  • 3rd

Summary - Introductie in management

  • 1.1 Wat zijn organisaties

  • Wat is de definitie van een organisatie?
    Een Organisatie definiëren we als een menselijke samenwerking die blijvend is.
  • Welke 3 kenmerken maken een organisatie een organisatie?
    1. Er is sprake van een samenwerking door mensen
    2. Aan een gemeenschappelijk doel
    3. Met de bedoeling de organisatie voort te laten bestaan
  • Een organisatie dat geen goederen/diensten maakt en verkoopt is een?
    Organisatie
  • Een organisatie dat wel goederen/diensten maakt en verkoopt is een?
    Bedrijf
  • Een organisatie dat goederen/diensten maakt en verkoopt met winstoogmerk noem je een?
    Onderneming
  • Wat is voor vorm zijn natuurlijke personen als rechtsvorm?
    Mensen van vlees en bloed
  • Wat zijn rechtspersonen voor rechtsvorm?
    Een gehele organisatie als rechtspersoon
  • 1.2 Hoe werken organisaties en wat heb je er aan?

  • Heeft de loonpeil in een regio invloed op de verkoopprijs van een product? waarom wel/niet?
    Ja, het heeft invloedt op de prijs omdat het product door de hogeren lonen ook duurder is om te maken.
  • Volgens Stoner en Freeman (2002) zijn er 3 schillen die invloed hebben op een organisatie welke zijn dit?
    1. Interne belanghebbenden
    2. Externe belanghebbenden
    3. indirecte omgeving
  • wat zijn voorbeelden van interne belanghebbende volgens stoner en freeman?
    Werknemers, aandeelhouders en raad van bestuur.
  • wat zijn voorbeelden van externe belanghebbende volgens stoner en freeman?
    Concurenten, klanten, leveranciers, overheden, pressiegroepen, media, vakbonden en banken
  • wat zijn voorbeelden van indirecte omgeving volgens stoner en freeman?
    Algemene omgevingsvariabelen die benoemd zijn in de DESTEMP
  • Waar staan de letters van de DESTEMP voor?
    1. Demografisch variabelen
    2. Economisch variabelen
    3. Sociale variabelen
    4. Technologische variabelen
    5. Ecologische variabelen
    6. Markt- en bedrijfstakvariabelen
    7. Politieke variabelen
  • Bij Demografische variabelen moeten we denken aan?
    De omvang, groei en samenstelling van de bevolking (zijn er veel jonge of oude mensen? kan doelgroep pebalend zijn).
  • Bij Economische variabelen moeten we denken aan?
    vraag en aanbod kan verschillen door verschil in economie. ook loonkosten, lening mogelijkheden en besteding in producten kan verschillen.
  • Bij Sociale variabelen moeten we denken aan?
    Wat er sociaal gebruikelijk is per huishouden, werkt alleen de man of werken de man en de vrouw. Hebben de man en vrouw kinderen waar ze op moeten passen waardoor ze minder kunnen werken? of gaan kinderen naar een kinderopvang omdat de overheid dit finanieerd.
  • Bij Technologische variabelen moeten we denken aan?
    Per bedrijf kan de automatiseringverschillen. Ook per land of regio kan dit verschillen. soms worden technologische tekortkomingen goedgemaakt door lage loonkosten of mensen die bereid zijn harder te werken.
  • Bij Ecologische variabelen moeten we denken aan?
    Hierbij speelt de landof de regio waar de organisatie zich bevindt met het milieu omgaat. Moet een bedrijf duurzamer produceren door wetgevingen enz.
  • Bij Markt- en bedrijfstak variabelen moeten we denken aan?
    Hier gaat het om de omvang van de markt en de hevigheid van concurentie. En wat de concurentie onderneemt enz.
  • Bij Politieke variabelen moeten we denken aan?
    Hier moet je denken aan de manier waarom de overheid in een land zich bemoeid met de economie.
  • 3p/ ppp benadering staat voor?
    People, Planet en Profit
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Introductie in management
  • Peter Thuis
  • 9789001816278 or 9001816274
  • 2e dr.

Summary - Introductie in management

  • 1 Organisaties

  • Wat is strategisch  plannen
    Plannen door het topmanagement met een tijd van 5 tot 10 jaar
  • test vraag
    test antwoord
  • Wat is een organisatie?
    Een menselijk samenwerkingsverband die blijvend is
  • Een organisatie kiest zijn strategie naar aanleiding van 3 punten
    geschiktheid, haalbaarheid, aanvaardbaarheid
  • hoe herken je een organisatie?
    er is sprake van samenwerking tussen mensen, een gemeenschappelijk doel en met de bedoeling de organisatie voort te laten bestaan
  • 1.1 Wat zijn organisaties?

  • 3 belangrijke kenmerken van organisaties
    1. samenwerking door mensen
    2. gemeenschappelijk doel
    3. organisatie voort te laten bestaan
  • Hoe herken je een organisatie?
    1. Er is sprake van samenwerking door mensen
    2. aan een gemeenschappelijk doel
    3. met de bedoeling de organisatie voort te laten bestaan
  • Noem de drie belangrijke kenmerken van een organisatie.
    1. Samenwerking door mensen
    2. Gemeenschappelijk doel
    3. De bedoeling de organisatie voort te laten bestaan.
  • Wat zijn de drie kenmerken van een organisatie?
    Er is een gemeenschappelijk doel, er is een samenwerking tussen mensen en het is gericht op het laten voortbestaan van de organisatie.
  • Hoe herken je een organisatie?
    Samenwerking door mensen
    Gemeenschappelijk doel
    De bedoeling de organisatie voort te laten bestaan
  • Wat is een organisatie?
    menselijke samenwerking die blijvend is
  • Wat is het synergie effect
    Samenwerking door mensen 
  • Wat is het synergie-effect?
    Het synergie-effect is het verschijnsel dat mensen meer bereiken dan de som der delen door samen te werken.
  • Wat is de hoofddoelstelling van de organisatie?
    Het streven naar het voortbestaan van de organisatie.
  • Synergie-effect
    Het samenwerken van mensen
  • 3 verschillende betekenissen organisatie
    1. Functioneel: effectief op elkaar afstemmen van activiteiten.
    2. Institutioneel: dan doelen we op een organisatie als instituut met een bepaalde naam en locatie, zoals Philips.
    3. Instrumenteel: dan doelen we op de manier waarop men de zaak georganiseerd heeft in de organisatie. 
  • Welke drie soorten organisaties kennen we?
    1. de functionele organisatie
    2. de institutionele organisatie
    3. de instrumentele organisatie
  • Wat is het synergie-effect?
    Mensen bereiken meer als ze samenwerken dan wanneer ieder voor zich werkt.
  • Hoofddoelstelling van een organisatie
    Het streven naar het voortbestaan van de organisatie
  • Wat is een functionele organisatie?
    Een functionele organisatie is een organisatie waarin men de activiteiten effectief op elkaar afstemt. Voorbeeld: een feestcommissie.
  • Welke 3 verschillende betekenissen zijn er voor het begrip organisatie?
    Functioneel (effectief op elkaar afstemmen van activiteiten) 
    De organisatie van een feest door een paar mensen

    Institutioneel (organisaties al instituut met een naam en locatie) 
    Philips met haar hoofdkantoor in Amsterdam

    Instrumenteel(de manier waarop men de zaak georganiseerd heeft in de organisatie)
  • Wat is een institutionele organisatie?
    Een institutionele organisatie is een organisatie met een bepaalde naam en locatie. Voorbeeld: Philips
  • Bedrijven en onderneming

    Bedrijf (organisatie die goederen/diensten maakt voor de afzetmarkt)Onderneming Coca cola (organisatie met winstoogmerk)
  • Wat is een instrumentele organisatie?
    Een instrumentele organisatie is een organisatie waarin men de zaken op een vaste manier georganiseerd heeft.
  • Welke 2 rechtsvormen zijn er?
    Natuurlijke personen (aansprakelijk met eigen vermogen voor de schulden van het bedrijf)
    Rechtspersonen (eigenaren zijn niet privé aansprakelijk)
  • Welke rechtsvormen voor natuurlijke personen kennen we?
    1. Eenmanszaak: de eigenaar met zijn gehele privévermogen is aansprakelijk.
    2. Maatschap: zelfstandige beoefenaren die samenwerken. Allen gelijk aansprakelijk.
    3. Vennootschap onder firma (vof): samenwerkingsverband tussen meerdere personen onder 1 naam (firma). Allen met privévermogen aansprakelijk
    4. Commanditaire vennootschap (cv): vergelijkbaar met firma, met stille (commanditaire) vennoten, die alleen financieël betrokken zijn. Boven inleg niet aansprakelijk, de actieve vennoten wel.
  • Noem de 4 natuurlijke personen
    Privé aansprakelijk voor schulden
    Eenmanszaak (hele privé vermogen aansprakelijk)
    Maatschap (iedereen voor gelijk privé deel aansprakelijk)
    Vennootschap onder firma (zelfde als maatschap maar opereren onder 1 naam en privé aansprakelijk)
    Commanditaire vennootschap (stille vennoot alleen aansprakelijk voor zijn inleg)
  • Welke rechtsvormen voor rechtspersonen kennen we?

    1. Naamloze vennootschap (nv): aandeelhouder, maar aandelen staan niet op naam.

    2. Besloten vennootschap (bv): aandeelhouder, aandelen staan op naam. Houder niet aansprakelijk met privékapitaal.

    3. Coöperatieve vereniging (cv): vereniging van leden die hetzelfde doel nastreven.

  • Welke rechtsvormen kennen we voor natuurlijke personen?
    Eenmanszaak: Hierbij is de eigenaar met zijn gehele privévermogen aansprakelijk voor schulden in de 'zaak'.
    Maatschap: Deze rechtsvorm wordt veelal gebruikt door beoefenaren van een vrij beroep die willen samenwerken (als zogeheten maten). De maten zijn voor een gelijk deel van mogelijke schulden aansprakelijk.
    Vennootschap onder firma (vof): Dit is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen (firmanten) onder één naam. Soms brengen firmanten alleen (start)kapitaal in, soms brengen ze arbeid in of vergunningen. De firmanten zijn allemaal aansprakelijk voor de schuld van de vof, met hun privévermogen.
    Commanditaire vennootschap (cv): Deze rechtsvorm is vergelijkbaar met de firma. Het verschil is dat bij de cv sprake is van actieve en stille vennoten. de stille vennoten brengen alleen geld in, maar werken niet mee in de organisatie. De commanditaire vennoot kan wettelijk niet meer verliezen dan zijn totale inleg. Daarboven is hij niet aansprakelijk meer.
  • Noem de 4 rechtspersonen
    Privé niet aansprakelijk voor schulden
    Naamloze vennootschap (uitgifte aandelen 'aan toonder' iedereen kan ze kopen. RVB)
    Besloten vennootschap (aandelen staan op naam niet vrij verhandelbaar) 
    Coöperatieve vereniging (op zichzelf staande onderneming met een gemeenschappelijk doel. Rabobank)
    Stichting (geen winstoogmerk, statuten en donateurs)
  • Welke 3 betekenissen heeft het begrip organisatie? Leg die uit. 
    Functioneel - het op elkaar betrekken van activiteiten
    Institutioneel - organisatie gezien als herkenbaar eenheid
    Instrumenteel - wijze waarop zaken in een organisatie zijn geregeld
  • Welke rechtsvormen kennen we voor rechtspersonen?
    Naamloze vennootschap (nv): Aandelen, maar niet op naam
    Besloten vennootschap (bv): Aandelen op naam. Als de aandeelhouder de aandelen niet kwijt wil, kan niemand eraan komen.
    Coöperatieve vereniging (cv): Vereniging voor leden die hetzelfde doel nastreven.
  • Wat zijn de 5 algemene organisatie problemen ?
    Leefbaarheid - psychische welbevinding, fysieke welbevinding 
    Controleerbaarheid- inzichtelijkheid van organisatie, voldoende geïnformeerd zijn 
    Neveneffecten - als gevolg van organisatiehandelen, extern intern , positief negatief
    Besturing - wendbaarheid, leiden ingrepen tot gewenste veranderingen 
    Beheersing - op gewest niveau houden van prestaties 
  • De relatie tussen organisatie en omgeving vraagt naar ( 3 punten)
    Kennen van de omgeving ( monitoren )
    Keuzes maken tav de omgeving ( aanpassen ) 
    Beïnvloeding van de omgeving ( continuïteit waarborgen ) 
  • Welke 2 gevolgen kent arbeidsdeling in een organisatie ? 
    Afstemming en coördinatie 
    Ontstaan van hiërarchie, managementniveaus 
  • Welke interpersoonlijke rollen kent een manager?
    Boegbeeld
    Leider
    Verbindingspersoon
  • Welke informatieve rollen kent een manager?
    Waarnemer
    Verspreider
    Woordvoerder
  • Welke besluitvormende rollen kent een manager?
    Ondernemer
    Oplosser van verstoringen
    Verdeler hulpmiddelen
    Onderhandelaar
  • Wat zijn de 4 kernfunctiebrede van management?
    Plannen
    Organiseren
    Leidinggeven
    Beheersen
  • Wat is het synergie-effect?
    Mensen bereiken meer als ze samen werken dan wanneer zij alleen werken
  • Op wat is maatschappelijk verantwoord ondernemen gericht?
    Economische prestaties.  Profit
    Met respect voor de sociale klant.  People
    Binnen de ecologische randvoorwaarde.  Planet
  • Wat is duurzaam ontwikkelen?
    Ontwikkeling die aansluit op de behoefte van het heden, zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun behoefte te voorzien in gevaar te brengen. 
  • Wat zijn de 4 management vaardigheden?
    Conceptuele (  creatief zelfstandig ideeën ontwikkelen voor probleem of kans) 
    Communicatieve ( informatie, gedachten, gevoelens overbrengen en ontvangen )
    Interpersoonlijke ( leiden, motiveren, conflicten oplossen, samenwerken)
    Technische ( methodes, procedures en technieken voor spefiek werkterrein) 
  • We kennen de volgende rechtsvormen voor natuurlijke personen:
    Eenmanszaak: Eigenaar met zijn gehele privévermogen --> aansprakelijk voor schulden in de 'zaak'. 
    Maatschap: Een samenwerking door beoefenaren van een vrij beroep. De maten zijn voor een elijk deel van schulden aansprakelijk.
    Vennootschap(vof): Een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen onder één naam. De firmanten zijn allemaal aansprakelijk voor de schuld van de vof, met hun privévermogen.
    Commanditaire vennootschap (cv): Dezer rechtsvorm is vergelijkbaar met de firma. Het verschil is dat bij de cv sprake is van actieve en stille vennoten. De stille vennoten brengen alleen geld in als financier, maar gaan niet meerwerken in de organisatie. 
  • Wat is de interne hoofddoelstelling van een organisatie?
    Het voortbestaan van de organisatie
  • Wat is de externe hoofddoelstelling van de organisatie?
    Het voorzien in een maatschappelijke behoefte
  • Er zijn 3 begrippen organisatie
    Functioneel
    Institutioneel
    Instrumenteel
  • Wat wordt bedoeld met een functionele organisatie?
    Het effectief op elkaar afstemmen van activiteiten
  • Wat wordt bedoeld met een institutionele organisatie?
    Een instituut met een bepaalde naam en locatie
  • Wat wordt bedoeld met instrumentele organisatie?
    De manier waarop men de zaak georganiseerd heeft in de organisatie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de 5  sturingsindicatoren?
  1. Het sturingssubject
  2. Het sturingsobject
  3. De doel van de sturing
  4. De sturingsmiddelen
  5. De sturingseffecten
Wat houdt de rol van Producent in?
Hier gaat het om dingen gedaan krijgen. Zijn eigen werk snel en daadkrachtig kunnen afmaken, maar ook de voortgang van projecten van de hele afdeling stimuleren. Je manager moet energie uitstralen en laten zien dat hij verantwoordelijkheid op zich durft te nemen. Simpel gezegd: hij moet hard kunnen werken en daarin een voorbeeld zijn.
Waar staat management by walking around (MBW) voor? en wat is het voordeel hiervan?
Bij deze managementtechniek bevindt de leidinggevende zich vaak op de werkvloer en maakt deel uit van de groep. Over de afdeling lopende bespreekt hij veel ideen van zijn mensen. Voordeel hiervan is dat leidinggevende goed aanspreekbaar is.
Waar staat management by results (MBR) voor? en wat is het voordeel hiervan?
Bij deze managementtechniek is de leidingevende erg gericht op resultaat. Hoe het doel bereikt wordt doet er niet toe. Vooral misdaad organisaties past dit toe.
Waar staat Management by objectives (MBO) voor?  En wat is het voordeel van MBO?
Bij deze mannagement techniek spreel de leidinggevende met zijn werknemer af wat het doel (objective) is. Vervolgens mag de werknemer zelf weten hoe hij dit uitvoerd. Later wordt het doel gevalueerd of het doel bereikt is. voordeel hiervan is dat werknemers verantwoordelijkheid voelen maar ook flexibiliteit. En als het goed is wordt het doel ook bereikt.
Wat houdt de rol van Controleur in?
Hij moet de vinger aan de pols houden, controleren of doelen gehaald worden, of de informatie waarop beslissingen gebaseerd worden wel klopt. Een manager heeft ook administratieve taken, bij voorbeeld ervoor zorgen dat afspraken uit een functioneringsgesprek goed geïmplementeerd worden. Ook zal hij moeten controleren of mensen zich aan regels houden, aan veiligheidsvoorschriften bijvoorbeeld. Uit alle informatie die op hem af komt, moet hij snel kunnen selecteren wat van belang is, zodat hij conclusies kan trekken.
Waar staat management by exception (MBE) voor? en wat is het voordeel van MBE?
Bij deze management techniek reageert de leidinggevende alleen bij uitzonderingen. Iedereen weet wat hij moet doen. Gaat het goed, dan is er geen bijsturing nodig. Voordeel is dat leidinggeven niet echt nodig is.
Wat houdt de rol van Coördinator in?
Als een project eenmaal gestart is, moet de manager het kunnen beheersen. Zijn de middelen en de zwaarte van de taken goed verdeeld? Is er meer geld of tijd nodig? Hij is betrouwbaar in zijn afspraken en is daarin een voorbeeld.
Wat houdt masculiniteit vs femininiteit in?
Houdt een vergelijking in of de samenleving/persoon meer assertief, prestatiegericht en competetief  is of meer gaat om de kwaliteit van leven, dienstbaarheid, solidairiteit en meer op komen voor zwakkeren
Het Dominant organisatiedeel en Primair coördinatiemechanisme van de Politieke organisatie zijn?
De politieke organisatie heeft geen dominant organisatiedeel en primair coördinatiemechanisme