Summary Introductie in management : over plannen, organiseren, leidinggeven en beheersen

-
ISBN-10 9001122051 ISBN-13 9789001122058
199 Flashcards & Notes
45 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Introductie in management : over plannen, organiseren, leidinggeven en beheersen". The author(s) of the book is/are Peter Thuis. The ISBN of the book is 9789001122058 or 9001122051. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Introductie in management : over plannen, organiseren, leidinggeven en beheersen

  • 1.1 Wat zijn organisaties

  • Een organisatie wordt gekenmerkt door:

    1.Een samenwerking door mensen.

    2. Een gemeenschappelijk doel.

    3. Met als doel de organisatie blijft bestaan

  • Organisatie:

    menselijke samenwerking die doelgericht en blijvend is.

  • Wat is een organisatie?
    Een menselijke samenwerking die blijvend is.
  • Wat zijn organisaties?
    Sprake van samenwerking tussen mensen aan een gemeenschappelijk doel met de bedoeling de organisatie voort te laten bestaan
  • Wat is Synergie-effect?

    Er wordt meer bereikt d.m.v. samenwerking dan wanneer er individueel gewerkt wordt.

  • Wat is een organisatie?
    Een organisatie is een menselijk samenwerkingsverband die blijvend is.
  • Noem drie betekenissen van het begrip organisatie
    Functioneel, Institutioneel en Instrumenteel
  • Wat is het interne hoofddoel?

    streven naar het blijven bestaan van de organisatie.

  • Noem de verschillen tussen een organisatie, bedrijf en onderneming
    Organisatie= een menselijk samenwerkingsverband dat doelgericht en blijvend is (belastingdienst)
    Bedrijf= maken goederen/diensten om deze op de afzetmarkt te verkopen (waterleidingbedrijf)
    Onderneming= bedrijven met een winstoogmerk (coca-cola, gamma)
  • Wat is het externe hoofddoel?

    Het voorzien in een behoefte van de maatschappij.

  • Leg uit wat een transformatieproces is
    Een transformatieproces is een proces waarbij middelen, materialen en overige factoren (input) worden getransformeerd tot (on)gewenste output.
  • Wat is functionele organisatie?

    Het afstemmen van elkaar. (feestje organiseren)

  • Leg uit welke verschillen er zijn in de omgeving van een organisatie (Stoner en Freeman)
    Intern belanghebbende: partijen die direct belang hebben bij een organisatie (werknemers)
    Extern belanghebbende: partijen die geen deel uit maken van de organisatie, maar er wel belang bij hebben (klanten, overheden)
    Indirecte omgeving: algemene omgevingsvariabelen die invloed hebben op de organisatie (DESTEMP)
  • Wat is institutionele organisatie?

    De organisatie als geheel, met naam en locatie.

  • Wat zijn de 7 DESTEMP variabelen?
    Demografisch (omvang, groei, samenstelling van de bevolking)
    Economisch (loonkosten, besteedbaar inkomen)
    Sociaal (tweeverdieners, gedachtes voor kinderopvang)
    Technisch (hoe wordt er geproduceerd?)
    Ecologisch (milieu, duurzaamheid)
    Markt- en bedrijfstak (omvang van de markt, concurrentie)
    Politiek (bemoeit de overheid zich?)
  • Wat is instrumentele organisatie?

    De manier waarop er wordt georganiseerd binnen een organisatie.

  • Leg uit wat de 3-P benadering is
    Maatschappelijk verantwoord ondernemen gericht op economische prestaties (profit), met respect voor de sociale kant (people) binnen de ecologische randvoorwaarden (planet).
  • Wat is een onderneming?

    De bedrijven die wel een winstoogmerk hebben.

  • Wat is duurzame ontwikkeling?
    Ontwikkeling die aansluit op de behoefte van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties in gevaar te brengen (Brundlant rapport).
  • Wat zijn rechtspersonen?

    zijn rechtsvormen voor instanties waarbij de organisatie een rechtsvorm krijgt.

  • Waar geeft Cradle to Cradle aandacht aan?
    - Schonere grondstoffen gebruiken
    - Dat het product zo ontworpen wordt dat het zuiniger in gebruik is
    - Het vooraf geoptimaliseerd worden voor recycling. 
  • Leg uit wat horizontale en verticale arbeidsverdeling inhoudt:
    Horizontale arbeidsverdeling: arbeid wordt in delen van hetzelfde niveau gesplitst.
    Verticale arbeidsverdeling: arbeid wordt op verschillende niveaus ingedeeld.
  • Op welke vier dingen richt het management zich op en waarvoor zijn ze?
    Plannen: om gestelde organisatiedoelen vast te stellen
    Organiseren: om relaties tussen personeel te creëren waardoor dit in staat is de gestelde doelen te bereiken
    Leiden: om te begeleiden en te motiveren
    Beheersen: om te zorgen dat de doelen daadwerkelijk worden behaald.
  • Welke drie managementniveau's zijn er en wat doen zij?
    Topmanagement: formuleert de overall-doelen, bepaalt de koers, is eindverantwoordelijk en stuurt het middenmanagement aan. 
    Middenmanagement: vertaalt strategische doelen in tactische doelen, richt zich op een breder terrein dan het operationeel management.
    Operationeel management: geeft leiding aan het uitvoerend personeel.
  • Noem de vier managementvaardigheden
    - Conceptuele vaardigheden (ideeën ontwikkelen)
    - Communicatieve vaardigheden (informatie, gedachtes en gevoelens overbrengen)
    - Interpersoonlijke vaardigheden (leiden, motiveren, conflicten oplossen)
    - Technische vaardigheden (specifieke methoden zoals planningstechnieken)
  • Noem de drie managementrollen van Mintzberg
    Interpersoonlijke rol: van buiten is de manager het boegbeeld, van binnen leider en verbindingspersoon van de organisatie met de omgeving.
    Informationele rol: waarnemer, verspreider van informatie en woordvoerder.

    Besluitvormende rol: oplosser van storingen, besluiten nemer en onderhandelaar.
  • Noem de drie verschillende niveaus van plannen + kenmerken
    - Strategisch plannen: lange termijn (5-10 jaar), opgesteld door het topmanagement.
    - Tactisch plannen: deelplannen van strategische plannen (1-5 jaar), opgesteld door het middenkader.
    - Operationeel plannen: tactische plannen op kort termijn (tot 1 jaar), opgesteld door het operationeel management.
  • Beschrijf de begrippen: missie, visie, doel en strategie.
    Missie: Waarom bestaat de organisatie? De identiteit en het fundament voor de organisatie (tijdloos).
    Visie: Wat willen we zijn? Inspireert, toekomstdroom voor een bepaalde periode.
    Doel: Wat willen we bereiken? Afgeleid van de missie en visie in termen van resultaten
    Strategie: Hoe en wat moeten we dat doen? De manier waarop je je visie werkelijkheid gaat maken (lange termijn)
  • Waar moeten plannen aan voldoen?
    - Ze moeten specifiek en meetbaar zijn
    - Ze moeten zich richten op kerngebieden
    - Ze moeten uitdagend maar realistisch zijn
    - Ze moeten zich richten op een specifieke periode
  • Wat houdt een SWOT analyse in?
    Sterkten, zwaktes, kansen en bedreigingen. Deze factoren worden in verband geanalyseerd en met deze informatie kunnen verschillende strategische plannen worden opgesteld.
  • Wat zijn de strategische uitgangspunten van Porter?
    - Kostenleiderschapsstrategie: men wilt in vergelijking met de concurrentie zo goedkoop mogelijk produceren (zeeman uit China)
    - Differentiatiestrategie: men wilt zich onderscheiden doormiddel van service, imago etc.
    - Focusstrategie: de organisatie richt zich op een ander segment (kledingzaak voor mannen)
  • Noem twee type beslissingen
    Geprogrammeerd: vaker genomen en routinematig terugkerend
    Niet-geprogrammeerd: uniek of weinig voorkomt, risicovol
  • Noem twee besluitvormingsmodellen
    Rationele besluitvormingsmodel: beslisser is volledig geïnformeerd en de beslisser zal verschillende alternatieven evalueren en de optimale oplossing kiezen.
    Beperkt-rationele besluitvormingsmodel: vaak incomplete informatie bij beslissingen en mensen nemen genoegen met een oplossing zonder optimaal streven (satisfying).
  • Noem de verschillende besluitvormingsregels
    oVetorecht: ieder groepslid heeft het recht om een bepaalde beslissing in zijn eentje tegen te houden
    oUnanimiteit: beslissing alleen geldig wanneer alle groepsleden erachter staan
    oConsensus: beslissing geldt pas als er een meerderheid is die zich kunnen neerleggen bij het besluit.
    oMeerderheid: meerderheid is voldoende voor goedkeuring
    o   Eenman: een persoon neemt de beslissing. 
  • Welke twee soorten beveiligingsbedrijven heb je?
    Beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
  • Waar staat de wet Wpbr voor?
    Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
  • Welke bevoegdheden heeft een particuliere beveiliger?
    Dezelfde bevoegdheden als iedere andere burger. Als een particuliere beveiliger iemand een strafbaar feit ziet plegen, kan hij deze persoon aanhouden
  • Wat houdt de betrouwbaarheidseis in?
    Dat de betrokkene geen criminele antecedenten heeft en ook op grond van andere informatie niet ongeschikt kan worden geacht voor de veiligheidsbranche
  • Wat is hybridisering?
    Het vervangen van de scheidslijn tussen het publieke en private week in de veiligheidszorg.
  • Wat zijn de drie regels rondom beveiligingsbedrijven?
    - Beveiligheidsbedrijven en medewerkers moeten een vergunning hebben om beveiligingswerk te mogen uitvoeren.
    - Medewerkers moeten een verklaring van goed gedrag hebben
    - Er moet een vergunning afgegeven worden voor 5 jaar
  • Wat is corporate governance?
    Staat voor het goed en verantwoord leiden van de onderneming, waarbij niet alleen zorg wordt gedragen voor belangen van aandeelhouders, werknemers en afnemers, maar ook voor die van de samenleving als geheel
  • Wat is safety- en securitymanagement?
    Safety: voorkomen of verminderen van bedreigingen voor de onderneming als gevolg van natuurlijke risico's.
    Security: voorkomen of verminderen van het moedwillig toebrengen van schade aan medewerkers en bezittingen van de onderneming
  • Wat is een veiligheidscoördinator?
    een functionaris buiten het managementteam van een bedrijf, die binnen dat bedrijf als eerste verantwoordelijk is voor het veiligheidsmanagement
  • Waardoor wordt de effectiviteit en doelmatigheid van een organisatie bepaald?
    - De organisatiestructuur binnen een bedrijf
    - De organisatiecultuur
    - De plaats van een veiligheidsmanager of coördinator binnen de structuur en de rol die zij meegeven
  • Wat is crisismanagement?
    Is gericht op het beheersen van verdere schaden tijdens een ernstige gebeurtenis die het voortbestaan van de onderneming in gevaar brengt
  • Wat is een veiligheidszorgsysteem?
    Een samenhangend geheel van beleidsmatige, administratieve of organisatorische maatregelen of voorzieningen dat erop gericht is de doelstelling van de veiligheidszorg te realiseren
  • Wat is organiseren?
    Organiseren is de functie van het management die erop gericht is een structuur van relaties tussen het personeel te creëren waardoor dit in staat is de gestelde doelen te bereiken
  • Wat zijn taken, functies en afdelingen?
    Taken: meerdere handelingen en procedures. Moet op het niveau van de uitvoerder liggen. Logisch, overzichtelijk en afgerond geheel. Uitdaging en geen tegenstrijdigheden.

    Functies: geheel van taken dat iemand moet uitvoeren.
    Afdelingen:functies kun je groeperen tot afdelingen.    
  • Welke drie soorten taken heb je?
    oTaakverruiming: het uitbreiden van het aantal taken dat iemand heeft.
    oTaakroulatie: wisselen van taken met iemand anders.
    oTaakverrijking: takenpakket wordt uitgebreid met moeilijkere taken. 
  • Welke vier functies heb je? (4A's)
    Arbeidsinhoud (wat moet iemand doen?)
    Arbeidsomstandigheden (omstandigheden waaronder men de functie moet uitvoeren)
    Arbeidsverhoudingen (macht, positie)
    Arbeidsvoorwaarden (salaris)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarom gebruik je een sturingsindicator?
Om vast te stellen of je op koers ligt en eventueel bij kunt stellen of actie moet ondernemen. 
Noem 4 uitgangspunten van beheersing
-Individuele zelfbeheersing (beheersingsmechanismen die bewust of onbewust in ieder persoon functioneren)
-Beheersing door groepen (kent haar eigen normen en waarden)
-Beheersing door de organisatie (organisatie probeert door regels, procedures en standaarden haar medewerkers te beheersen).
-Beheersing door belanghebbenden buiten de organisatie (aandeelhouders, overheid)
Noem twee vormen van beheersen
-Corrigerende of curatieve beheersing: beheersing waarbij men achteraf afwijkingen van eerder opgestelde normen corrigeert. Bijvoorbeeld afstraffen van fouten en belonen van goed werk.
-Preventieve beheersing: beheersing waarbij men vooraf probeert afwijkingen van de norm te voorkomen (personeel goed opleiden/trainen). o Resultatenbeheersing (terugkoppelend, meetbaar), activiteitenbeheersing (gedragsbeperking, actieverantwoordelijkheid) en personeelsbeheersing (werving, opleiding, groepsbeloning)
Leg uit welke soorten er zijn van coaching
1.Onbewust onbekwaam: gecoachte kan iets niet, maar weet dit niet van zichzelf.
2.Bewust onbekwaam: gecoachte wordt zich bewust van het feit dat hij bepaalde zaken niet beheerst.
3.Bewust bekwaam: medewerker heeft zijn prestaties aanzienlijk verbetert en beheerst een bepaalde taak.
4.Onbewust bekwaam: medewerker voert de taak moeiteloos uit, zonder erbij na te denken
Hoe ontstaat een verkeerde perceptie?
Stereotypering, projectie, defensieve perceptie
Noem drie soorten attitude
-Cognitief: verzamelde studie- en praktijkkennis van iemand, op basis hiervan neemt iemand een bepaalde houding aan.
-Emotioneel: positieve of negatieve gevoelens die niet beredeneerd zijn, en niet uit kennis of ervaring komen.
-Gedrag: intentie van iemand om zich op een bepaalde manier te gedragen. 
Noem de twee soorten weerstand
Organisatieniveau: overdreven stabiliteit, bedreigende expertise, bedreigende macht
Individueel niveau: gewoonte, veiligheid, angst voor onbekende
Welke 6 soorten macht zijn er?
Legitieme macht (formele positie die men inneemt)
Beloningsmacht (kan medewerkers extra belonen -> bevelen worden sneller uitgevoerd)
Sanctionelemacht (straffen opleggen)
Informationele macht (informatie die hij van zijn functie krijgt)
Referentiemacht (ondergeschikten kijken tegen leidinggevende op)
Deskundigheidsmacht (kan over informatie beschikken die anderen niet hebben)
Wat houdt de behoeftepiramide van Maslow in?
Fysiologische behoeften (basissalaris)
Behoefte aan zekerheid en veiligheid (pensioen)
Behoefte aan acceptatie (opgenomen worden in vriendengroep)
Behoefte aan waardering en erkenning (naam van de functie)
Behoefte aan zelfontplooiing (uitdagende functie)
Wat is extrinsieke- en intrinsieke motivatie?
Extrinsieke: de prikkel moet van buitenaf komen
Intrinsieke: motivatie wordt vanuit jezelf ervaren