Summary Jaar 1 Blok E Kwaliteit In Beeld

-
108 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Jaar 1 Blok E Kwaliteit In Beeld

  • 1 Module Zorglandschap

  • Wat is de definitie van zorglandschap?
    "Een systeem met verschillende (groepen) personen en organisaties en relaties daartussen die gericht zijn op het verlenen van zorg voor (en deels met) een bepaalde populatie, zoals dat in de loop van de tijd tot stand is gekomen en zich voortdurend verder ontwikkelt." (Nivel, 2018)
  • 2 Module Kwaliteit

  • Wat houdt de Wkkgz in?
    De overheid wil dat iedereen goede zorg krijgt. Daarom heeft de overheid wettelijk vastgelegd wat goede zorg precies inhoudt. En wat er moet gebeuren als mensen een klacht hebben over de zorg. Dit staat in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).
  • 2.1 PROMS & PREMS

  • Wat is een PROM?
    ??
  • Wat is een PREM?
    Patient-reported experience measure. Een vragenlijst die meet hoe de patiënt de gezondheidszorg  ervaart, bijvoorbeeld hoe de communicatie met de zorgverlener verloopt.
  • 2.3.1 1

  • Wat is validiteit?
    De mate waarin het meetinstrument meet wat het beoogt te meten.
  • Wat is reproduceerbaarheid?
    Dat het meetinstrument bij herhaling van de meting dezelfde uitkomst moet worden verkregen.
  • Wat is het verschil tussen Interbeoordelaarsvovereenkomst en intrabeoordelaarsovereenkomst?
    Bij interbeoordelaarsovereenkomst kijk je of de uitkomsten van twee verschillende mensen die meten hetzelfde zijn en bij intrabeoordelaarsovereenkomst kijk je of twee metingen op twee verschillende momenten die dezelfde persoon heeft uitgevoerd dezelfde uitkomst geven.
  • Waarom is het standaardiseren van het meetprotocol van belang?
    Het is belangrijk om de meetomstandigheden gelijk te houden, omdat er anders andere uitkomsten uit de metingen kunnen komen door biologische variatie.
  • Wat is het verschil tussen toevallige meetfout en systematische meetfout?
    Bij een systemische meetfout is er een gemiddelde afwijking van de werkelijke waarde. Bij een toevallige meetfout is dit ontstaan door toeval, het gemiddelde van de afwijkingen van de werkelijke waarde is nul.
  • Hoe hangen validiteit en reproduceerbaarheid met elkaar samen?
    Een goed reproduceerbaar meetinstrument is niet altijd valide. Omgekeerd is het wel zo dat een meetinstrument dat niet reproduceerbaar is ook niet valide kan zijn.
  • Wat is het verschil tussen betrouwbaarheid en overeenkomst?
    Betrouwbaarheid is het vermogen om personen van elkaar te onderscheiden op bepaalde kenmerken. Bij overeenkomst gaat het om de vraag of bij herhaalde metingen precies dezelfde uitkomst wordt verkregen.
  • Wat betekent de responsiviteit van een meetinstrument?
    Bij responsiviteit gaat het erom of een meetinstrument in staat is om optredende veranderingen te meten. Verbetering of verslechtering kan alleen bepaald worden als de verandering groter is dan de ruis. Als de verandering kleiner is dan dat weten we niet of het wel degelijk een verandering is, of dat er sprake is van een beoordelaars- of meetfout.
  • Wat bedoelt men met een klinisch relevante verandering?
    Een minimaal belangrijke verandering.
  • Waarom is de ICC een betere maat voor betrouwbaarheid dan de Pearson?
    De ICC ondervangt het nadeel van de Pearson -> er wordt rekening gehouden met systematische verschillen.
  • Wanneer wordt de Kappa gebruikt als maat voor betrouwbaarheid?
    Kappa wordt gebruikt voor het bepalen van de betrouwbaarheid van ordinale of dichotome schalen. De kappa is een maat voor de overeenkomst tussen twee metingen of twee beoordelaars.
  • Wanneer wordt de gewogen Kappa gebruikt?
    Bij ordinale schalen.
  • Wat betekent agreement?
    Agreement = overeenkomst.
  • Hoe wordt interne consistentie van een vragenlijst bepaalt?
    Aan de hand van een checklist.
  • Noem een statistische maat voor betrouwbaarheid voor ordinale of dichotome variabelen.
    ?
  • Waarom moet je dan bij de berekening van die statistische maat ook letten op de p-waarde?
    ?
  • Wanneer gebruik je de Crohnbach’s alpha?
    ?
  • Wat is een construct?
    ?
  • Hoe hoog moet de Crohnbach’s alpha ongeveer zijn, wil hij ‘goed’ zijn?
    ?
  • Waarom is het bij een vragenlijst handig te kijken naar de item-totaalcorrelatie?
    ?
  • Hoe kan men toetsen hoe hoog de interne consistentie van een vragenlijst is?
    ?
  • Noem twee statistische maten voor betrouwbaarheid op interval of rationiveau.
    • ?
    • ?
  • Noem vier verschillende vormen van validiteit en hoe dit gemeten wordt.
    • Facevaliditeit -> lijkt het op het eerste gezicht een goed meetinstrument?
    • Contentvaliditeit -> hierbij ga je na of alle relevante aspecten van het concept in het meetinstrument zitten.
    • Criteriumvaliditeit -> kan bepaald worden als er een ‘gouden standaard’ is om het begrip te meten waarin met geïnteresseerd is. Een gouden standaard is een meetinstrument dat precies 100% meet wat men wil meten. Je kunt deze dan vergelijken met elkaar.
    • Constructvaliditeit -> het meetinstrument wordt vergeleken met andere, ook niet optimale, instrumenten die hetzelfde meten.
  • Wat betekent een goudstandaard?
    Een gouden standaard is een meetinstrument dat precies 100% meet wat men wil meten.
  • Benoem het design dat gebruikt wordt om betrouwbaarheid te testen.
    ?
  • Wat is reproduceerbaarheid?
    Dit wil zeggen dat bij een herhaling van de meting dezelfde uitkomst wordt gevonden.
  • Wat betekent responsiviteit?
    Bij responsiviteit gaat het erom of het meetinstrument in staat is om bestaande veranderingen te meten.
  • Wat is het verschil tussen continue en discrete variabelen?
    Continue variabele kunnen in principe alle waarden aannemen in een schaal en in het geval van een kenmerk met maar twee categorieën, bijvoorbeeld geslacht, dan spreekt met van discrete variabelen.
  • Wat is het verschil tussen beschrijvende statistiek en toetsende statistiek?
    In de toetsende statistiek worden aan de hand  van vragen hypothesen opgesteld en wordt met statistische toetsen nagegaan in hoeverre deze hypothesen juist of onjuist zijn. Bij beschrijvende statistiek worden de gegevens eerst verzameld  en op een overzichtelijke manier geordend, samengevat en gepresenteerd.
  • Noem de 4 meetniveaus en geef voorbeelden daarvan .
    1. Nominaal (besmet/niet besmet) 
    2. Ordinaal (mbo, hbo, wo)
    3. Interval (37 graden, 38 graden à verschil is 1 graden)
    4. Ratio (gewicht en leeftijd) 
  • Wat is een staafdiagram en bij welk meetniveau gebruik je die?
    Een staafdiagram is een grafische presentatie en dit wordt gebruikt bij nominale en ordinale schaal.
  • Wat is een histogram en bij welk meetniveau gebruik je die?
    Een histogram is een veelgebruikte grafische weergave van een continue variabele en dit wordt gebruikt bij interval en ratio niveau.
  • Wat is een frequentietabel?
    In een frequentietabel wordt van een variabele per categorie het aantal bepaald.
  • Hoe  kan je van een continue variabele ook een ordinale schaal maken?
    ?
  • Wat is de relatieve frequentie en hoe wordt die berekend?
    Relatieve frequenties zijn het aantal personen in procenten van het totaal aantal personen. Dus -> aantal personen delen door totaal en vermenigvuldigen met 100.
  • Wat is de cumulatieve relatieve frequentie en hoe wordt die berekend?
    Op basis hiervan kunnen ook cumulatieve frequenties berekend worden. Hiervoor worden de cumulatieve frequenties gedeeld door het totale aantal personen en vermenigvuldigd met 100.
  • Leg uit hoe het gemiddelde van een steekproef berekend wordt.
    Het gemiddelde wordt berekend door alle waarnemingen waarvan met het gemiddelde wil berekenen bij elkaar op te tellen en dit totaal te delen door het totaal aantal waarnemingen.
  • Leg uit wat een standaarddeviatie zegt.
    Standaarddeviatie = verdeling van de gegevens rond het gemiddelde.
  • Wat is een normaalverdeling?
    Normaalverdeling wil zeggen dat veel waarden rond het gemiddelde liggen en dat waarden die verder van het gemiddelde liggen minder vaak voorkomen.
  • Wat is het verschil tussen systematische fouten en toevallige fouten/random errors ?
    ?
  • Wat betekent de interne consistentie van een meetinstrument?
    ?
  • Wat is equivalentie betrouwbaarheid?
    ?
  • Welke statistische maat wordt gebruikt om betrouwbaarheid van een vragenlijst vast te stellen?
    ?
  • Wat bedoelt men met validiteit van een meetinstrument ?
    ?
  • Leg uit wat het verschil is tussen inhoudsvaliditeit, criteriumvaliditeit en construct/begripsvaliditeit.
    ?
  • Wat is statistische significantie?
    Wanneer iets statistisch significant is, dan wil dat zeggen dat de kans dat een conclusie ten onrechte getrokken wordt kleiner is dan een bepaalde aangegeven waarde.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.