Summary Jaarverslaggeving

-
ISBN-10 900159056X ISBN-13 9789001590567
937 Flashcards & Notes
14 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Jaarverslaggeving
  • Peter Epe
  • 9789001590567 or 900159056X
  • 2020

Summary - Jaarverslaggeving

  • 1.1 Afbakening van het vakgebied

  • doelstellingen van een organisatie:
    behalen van winst
    verkrijgen marktpositie
    bijdrage leveren aan maatschappelijke verantwoordelijkheid zoals werkgelegenheid, zorgen voor schoon milieu
  • Met welke vakgebieden hangt externe verslaggeving samen?
    1. Administratieve organisatie
    2. Ondernemingsrecht
    3. Belastingrecht
  • Noem de meest gangbare doelstellingen van een organisatie?
    • Behalen van winst
    • Verkrijgen van marktpositie
    • Bijdrage leveren aan maatschappelijke verantwoordelijkheid zoals werkgelegenheid  en schone milieu
  • Wie zijn de belanghebbende bij een organisatie
    • Leiding en werknemers van een organisatie
    • eigenaren / aandeelhouders van een organisatie
    • vermogensverschaffers (banken en beleggers)
    • afnemers en leveranciers
    • de overheid (fiscus)
    • vakbonden
  • Wat is het verschil tussen interne en externe informatie verschaffing?
    Interne informatie verschaffing = Management accounting:
    • informatie aan de leiding voor het nemen van beslissingen en het beheersen van bedrijfsprocessen.
    • Er is geen wettelijke voorschriften;
    • Informatie wordt doorlopend verschaft (hoge frequentie)
    • Informatie is zeer gedetailleerd
    • intern is er geen mogelijkheid tot creatieve accounting op centraal niveau.


    Externe informatie verschaffing = Financial accounting:
    • informatie aan derden voor hun oordeelsvorming en afleggen van verantwoording (aandeelhouders).
    • Er is sprake van wettelijke voorschriften (titel 9 Boek 2 BW)
    • informatie wordt periodiek verschaft (laag frequentie)
    • informatie is meer globaal
    • er is mogelijkheid tot creatieve accounting
  • Wat is de samenhang met andere vakgebieden
    Administrative organisatie, bedrijfsadministratie,ondernemingsrecht
  • Wij kennen drie soorten jaarrekeningen, benoem ze alle drie.
    1. De interne jaarrekening ten behoeve van de leiding
    2. de externe jaarrekening ten behoeven van externe belanghebbende 
    3. de fiscale jaarrekening ten behoeve van de fiscus.
  • 1.2 De externe jaarrekening

  • Wat noemen wij de economic resource van de onderneming?
    De activa geven investeringen ten behoeve van het productieproces en het verkoopproces van een onderneming weer . Dit zijn de economic resources van de onderneming.
  • Geef het verschil tussen vaste activa en vlottende activa?
    Het onderscheidt is met name uit het oogpunt van liquiditeit.
    • In vaste activa geïnvesteerde vermogen komt op lange termijn in geldvorm vrij. VB gebouwen en machines.
    • Vlottende activa komen op kort termijn in geldvorm vrij. VB: voorraad, debiteuren en liquide middelen.
  • Wat is de belangrijkste onderdeel van de externe verslaggeving?
    1. Balans 
    2. winst- en verliesrekening 
  • Wat verstaan wij onder passiva?
    De passiva geven het vermogen weer dat verkregen is ter financiering van de activa. Het vermogen kan onderverdeeld worden in:
    1. eigen vermogen (risicodragend vermogen)
    2. Vreemd vermogen (tijdelijke vermogen / risicomijdend vermogen).
    3. Voorzieningen (wordt gerekend tot VV)
  • Wat zijn materiele posten?
     Materiële activa hierbij gaat het om hoeveelheden die door vermenigvuldiging met de prijsgrondslag moeten worden vertaald in geld.
  • Wat zijn monetaire posten?
    Monetaire posten (vorderingen, liquide middelen, schulden en voorzieningen) luiden al in een geldbedrag en hoeven niet te worden omgezet.
  • Het verband tussen de balans en de resultaten rekening

    wat gebeurt er op balans en op resultatenrekening?
    Bij verkoop van goederen met een opbrengst boven de boekwaarde:
    • debetzijde balans: debiteuren/ kas stijgt. Voorraad daalt
    • creditzijde balans: winst neemt toe
    • resultatenrekening: opbrengst stijgt en kosten stijgt = winst stijgt.

    Bij afschrijving ten laste van resultaat:
    • debetzijde balans: waarde vaste activa daalt
    • creditzijde balans: winst neemt af
    • resultatenrekening kosten stijgen, winst neemt af

    Bij voorziening vorming
    • debetzijde balans: gebeurt niets
    • creditzijde balans: voorziening stijgt, winst daalt
    • resultatenrekening: kosten stijgt, winst daalt

    Bij aflossing van een schuld:
    • debetzijde balans: kas/bank daalt,
    • creditzijde balans: schuld daalt
    • resultaatrekening: gebeurt er niets (ongewijzigd).
  • Op welke twee manieren kunnen wij winst berekenen?
    1. Vanuit de resultatenrekening opbrengsten -/- kosten = winst
    2. vanuit de balans, als verschil tussen het eigen vermogen aan het eind en het eigen vermogen aan het begin van de periode. (vermogensvergelijking)
  • Hoe verloopt winstberekening d.m.v. Vermogensvergelijking.
    EV eind
    -/- EV bg
    = Vermogens toename
    -/- Kapitaalstorting
    + kapitaalonttrekking
    =  Winst
  • Waarvoor kan de jaarrekening (balans) worden gebruikt?
    De jaarrekening (balans) kan worden gebruikt voor beoordeling van de rentabiliteit, solvabiliteit en liquiditeit.
  • Wat verstaan we onder rentabiliteit?
    De winstgevendheid van een onderneming.
  • De rentabiliteit kan op verschillende manieren worden uitgewerkt benoem er 3 en geeft de formules.
    1. De rentabiliteit van het totale vermogen (RTV).
      1. Winst voor belasting + interest over VV: het gem TV x 100%
    2. De rentabiliteit van het eigen vermogen
      1. Winst na belasting : het gem EV x 100%
    3. De rentabiliteit van het Vreemd vermogen
      1. Interest kosten over VV : het gem. VV x 100%
  • Wanneer is er sprake van een positieve hefboomeffect?
    indien RTV hoger is dan de RVV komt dit verschil ten goede aan de eigen vermogen verschaffers en zal de REV voor aftrek belasting hoger zijn dan RTV. Er is dan sprake van een positieve hefboomeffect.
  • Wat is het hefboomeffect?
    Het feit dat een deel van het totale rendement van het eigen vermogen veroorzaakt wordt door een afwijking in renteverplichtingen en de rentabiliteit op het totale vermogen.
  • Wat verstaan we onder Solvabiliteit?
    De mate waarin aan de, ook langlopende, verplichtingen kan worden voldaan.
  • Wat is garantievermogen?
    Het eigen vermogen en achtergestelde leningen en eventueel ander vreemd vermogen dat pas betaald wordt nadat alle andere schuldeisers tevreden zijn gesteld.
  • Hoe berekenen we de solvabiliteitspercentage?
    Liquidatiewaarde van de activa : het vreemd vermogen x 100%

    P.S.: liquidatiewaarde van de activa is de waarde van de activa op het moment van verkoop. Om de reden dat de waarde nog niet bekend is werken wij meestal met de boekwaarde van de activa.

    boekwaarde van de activa : het vreemd vermogen x 100%

    P.S. Des te meer vreemd vermogen, hoe lager de percentage des te slechter de solvabiliteit.
  • Hoe kan ik de solvabiliteit nog anders berekenen.
    Via de debt ratio kunnen wij ook solvabiliteit van een onderneming aantonen.

    debt ratio = het vreemd vermogen : het totale vermogen.

    P.S. Hoe hoger dit verhoudingsgetal des te slechter de solvabiliteit. Dit kan verbeterd worden door verhogen van het eigen vermogen door winstinhoudingen.
  • Wat verstaan we onder liquiditeit?
    De mate waarin de kortlopende verplichtingen kunnen worden voldaan
  • Noem twee soorten liquiditeit.
    1. Statistische liquiditeit; (balans liquiditeit)
    2. dynamische liquiditeit. (stroomliquiditeit)
  • In welke kengetal kunnen we de statistische liquiditeit uitdrukken en wat verstaan wij eronder en hoe luidt de formule voor het berekenen van deze kengetal?
    De statistische liquiditeit is een momentopname en geeft aan of een onderneming in staat is om aan de direct opeisbare verplichtingen te voldoen. Hiermee kunnen we de kengetal, Current ratio tot uitdrukking brengen.
    de current ratio is de verhouding tussen vlottende activa en vlottende passiva.
    Formule luidt:

    Vlottende activa : vlottende passiva (kortlopende verplichtingen).
  • Wat verstaan we onder dynamische liquiditeit?
    Bij de dynamische liquiditeit beoordelen we of de ingaande geldstroom groot genoeg is om de uitgaande geldstroom te financieren.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Jaarverslaggeving
  • Peter Epe & Wim Koetzier
  • or
  • 2011

Summary - Jaarverslaggeving

  • 1 hoofdstuk 5

  • De regels die gelden voor de overige onderdelen van het jaarrapport (jaarverslag en andere onderdelen), blijven ook voor de beursgenoteerde ondernemingen te vinden in de Nederlandse wet.
  • 2 Waarde en winst

  • Wat is de bedrijfswaarde?
    Is de contante waarde van de toekomstige ontvangen nettokastromen uit hoofde van de te produceren goederen- en of diensten. 
  • Wat is het verschil tussen direct- en indirecte opbrengstwaarde?
    Bij directe opbrengstwaarde wordt vanuit gegaan wat de opbrengst is bij de verkoop van het productiemiddel.

    Bij indirecte opbrengstwaarde is er sprake van afgeleide waarde. Men waardeert het productiemiddel op het geen wat het productiemiddel voortbrengt.

    Onder normale omstandigheden is de directe opbrengst lager dan de indirecte opbrengst 
  • Wat is liquidatiewaarde?
    De waarde van een goed bij gedwongen verkoop (faillissement)
  • Wat is economisch winstbegrip? (Economic concept of profit)
    Winst waarbij de beloning van de aandeelhouders of eigenaren al in de berekening is betrokken
  • Wat is boekhoudkundig waardebegrip? (accounting concept of profit)
    Gaat uit van waardering individuele activa, uitgaande van inkoopprijzen. 
  • Wat is 'closing the gap' binnen de externe verslaggeving?
    Ontwikkelingen die de relevantie van boekhoudkundig waardebegrip moet vergroten, dus waarin boekhoudkundig en economisch waardebegrip dichter bij elkaar komt te liggen.
  • Wat is economic value added?
    Prestatiemetingstechniek die het zuiverste door de onderneming gecreëerde 'aandeelhouderswaarde' weergeeft.

    Hierin gebruikt met het boekhoudkundig waardebegrip met enkele correcties hierop. 

    Bijvoorbeeld:

    *Off balance investeringen op de balans opnemen
    *Voorzieningen elimineren 
    *Interestkosten op eigen vermogen ten laste van de winst
  • Wat is subjectieve goodwill?
    Verschil tussen economische- en boekhoudkundige waarde wat nog resteert.
  • Wat is residual income? (overblijvend inkomen)
    Is het verschil tussen het bedrijfsresultaat na belastingen minus de kosten van het werkzame vermogen.
  • 3 Basisprincipes van de boekhoudkundige waarde- en winstbepaling

  • Wat is het matching principe?
    Ook wel causaliteitsbeginsel genoemd: Gemaakte kosten zoveel mogelijk toekennen aan de periode waarin de kosten zijn gemaakt. We onderscheiden hierin product matching en period matching
  • Wat is het toerekeningsbeginsel?
    De winst over de gehele levensduur van een onderneming is het verschil tussen het Eigen Vermogen per het einde en het Eigen vermogen per het begin van de onderneming. Bij het bepalen van den totale winst doen zich geen waarderingsproblemen voor. Men begint immers met een geldbedrag en men eindigt ook met een geldbedrag. Ten behoeve van de jaarwinstbepaling moet deze totale winst aan verslagjaren toegerekend worden. Voor deze toerekening is de periode waarop de opbrengsten en kosten betrekking hebben bepalend en niet de periode waarin de opbrengsten in de vorm van liquide middelen zijn ontvangen c.q. de periode waarin de kosten in de vorm van liquide middelen zijn betaald.
  • Wat is accrual accounting?
    Anders woord voor transactiestelsel, kosten en inkomsten worden toegekend aan een periode. Tegenovergestelde is kasstelsel 
  • Wat is het voorzichtigheidsprincipe?
    • Winsten worden geboekt op het moment dat voldoende zeker is dat ze behaald zijn.
    • Verliezen worden genomen zodra ze geconstateerd worden, ook al is dit verlies nog niet zeker en kan later blijken dat het achteraf allemaal wel is meegevallen.

    Oftewel: Reken je niet rijker dan je denkt !!!! 

  • Wat is het verschil tussen volgtijdelijke- en gelijktijdige bestendigheid?
    • Gelijktijdige Bestendigheid: Soortgelijke posten of activiteiten moeten op soortgelijke wijze in de jaarrekening worden verwerkt. (voorraden hetzelfde waarderen als gebouwen)
    • Volgtijdige Bestendigheid: Eenmaal gekozen grondslagen van waardering, winstbepaling en presentatie van periode tot periode moet men handhaven, tenzij zich er bijzondere omstandigheden voordoen.
  • Wat is een stelselwijziging?
    Indien met eerder gekozen grondslagen van waardering, winstbepaling of presentatie wijzigt. 
  • Wat is het continuiteitsprincipe?
    Waardering geschiedt met de veronderstelling dat de onderneming wordt voortgezet. Going concern grondslag
  • Wat is matching principe?
    Ook wel causaliteitsbeginsel genoemd; gemaakte kosten zoveel mogelijk toekennen aan de periode waarin de kosten zijn gemaakt. We onderscheiden hierin product matching en periodmatching
  • Wat is het verschil tussen dynamisch- en statische waardebepaling?
    Dynamische waardebepaling ➙ winstbepaling 
    Statische waardebepaling ➙ vermogensbepaling 

    De dynamische methode is het tegengestelde van de statische methode, en daarom moet altijd voor de waardering van een balanspost een keuze worden gemaakt tussen deze 2 methodes.
    Als voorbeeld de voorziening voor dubieuze debiteuren:
    Bij de dynamische methode wordt bij iedere verkoop een percentage gedoteerd aan de voorziening. Dit is dus onafhankelijk van de omvang van de debiteuren.
    Bij de statische methode wordt 1 x per jaar de hoogte van de voorziening bepaald op basis van de openstaande debiteurenvorderingen. Dit is dus onafhankelijk van de omzet.

    Overigens wordt in de praktijk de statische methode het vaakst gebruikt, omdat deze een beter beeld geeft van het vermogen op balansdatum.

  • Wat is het realisatieprincipe?
    Men mag pas de opbrengst opnemen als de verkoopprestatie voltooid is. Dus als men het economisch eigendom heeft overgedragen en het risico van waardeveranderingen definitief is overgegaan op de verkoper.
  • Wat is het verschil tussen product- en period matching?
    Bij product matching worden de uitgave toegerekend aan de producten en geactiveerd onder de voorraden. Pas als de voorraden zijn verkocht worden de gemaakte kosten ten laste van het resultaat gebracht

    Bij period worden de uitgave ook geactiveerd, echter niet onder voorraden. De geactiveerde uitgaven worden via afschrijvingen toegerekend aan de perioden waaraan de uitgave dienstbaar zijn
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Jaarverslaggeving
  • Epe & Koetzier
  • or
  • 2011

Summary - Jaarverslaggeving

  • 1 hoofdstuk 1

  • Welke hoofdonderscheid is er tussen organisaties te maken als gekeken wordt naar het doel waarnaar wordt gestreefd?

    Het hoofdonderscheid is dat tussen organisaties met als doel het behalen van winst (ondernemingen) en non-profitorganisaties.

  • Welke onderscheid kan gemaakt worden binnen de non-profitsector?

    Binnen de non-profitsector kan onderscheid gemaakt worden tussen overheidsorganisaties en non-gouvernementele organisaties.

  • Wat wordt bij de beoordeling van het organisatiebeleid verstaan onder de begrippen efficiency en effectiviteit?

    Bij efficiency wordt gekeken hoeveel input nodig is geweest om een bepaalde output tot stand te brengen.

    Bij effectiviteit wordt gekeken in hoeverre de verkregen output bijdraagt aan de realisatie van de doelstellingen van de organisatie.

     

  • Bij het verschaffen van informatie door organisaties wordt onderscheid gemaakt tussen interne en externe informatieverschaffing.

    Geef aan waarin beide soorten informatieverschaffing voorzien.

    Interne informatieverschaffing voorziet in de informatiebehoefte van de leiding bij het nemen van beslissingen.

    Externe informatieverschaffing richt zich op de andere belanghebbenden bij de organisatie, zoals de aandeelhouders of leden van de organisatie, andere feitelijke en potentiële vermogensverschaffers, werknemers en de overheid.

  • Geef de kenmerkende verschillen aan tussen interne en externe informatieverschaffing.

     

    Interne informatieverschaffing

    Externe informatieverschaffing

    * geen bemoeienis van de wetgever

    * wel bemoeienis wetgever

    * vrijwel doorlopend

    * minder grote frequentie

    * nadruk op snelheid

    * nadruk op juistheid

    * gedetailleerd

    * meer globaal

    * (op het niveau van de centrale leiding)

    * mogelijke neiging tot creative accounting

    geen neiging tot creative accounting

     

  • Hoe verhoudt de externe verslaggeving zich tot de fiscale rapportage?

     

    Door de specifieke fiscale regels wordt de externe jaarrekening niet voor de belastingaangifte gebruikt; daarvoor wordt een afzonderlijke fiscale jaarrekening opgesteld.

  • Wat is het verschil tussen vaste en vlottende activa?

     

    Het verschil is de termijn waarop het geïnvesteerde vermogen weer in geldvorm vrijkomt: bij vaste activa is dit een lange termijn, bij vlottende activa een korte termijn.

  • Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen vreemd en eigen vermogen?

     

    Vreemd vermogen wordt verschaft door schuldeisers, is tijdelijk vermogen en is risicomijdend. Eigen vermogen wordt verschaft door eigenaren, staat voor onbepaalde tijd ter beschikking en is risicodragend.

  • Waarom kan bij een non-profitorganisatie een positief exploitatiesaldo negatief worden beoordeeld?

     

    Een positief exploitatiesaldo kan een indicatie zijn dat de organisatie meer had kunnen doen dan ze in werkelijkheid gedaan heeft om haar doelen te realiseren.

  • Geef het schema voor winstberekening door middel van vermogensvergelijking.

     

    Eigen vermogen einde periode         € ……

    Eigen vermogen begin periode         € …… -

    Vermogenstoename                         € ……

    Kapitaalstortingen                             € …… -

    Kapitaalonttrekkingen                        € …… +

    Winst                                                 € ……

  • Welke soorten rentabiliteit kunnen worden onderscheiden? Geef per soort ook een omschrijving.

     

    * rentabiliteit van het totale vermogen = winst voor aftrek van interest en voor aftrek van belasting/ totaal vermogen.

    * rentabiliteit van het eigen vermogen = winst / eigen vermogen (hierbij kan de winst voor of na aftrek van belasting genomen worden)

    * rentabiliteit van het vreemd vermogen = rentelasten / vreemd vermogen.

  • Wat wordt verstaan onder sovabiliteit?

    Solvabiliteit is de mate waarin de organisatie in staat is aan haar verplichtingen jegens de schuldeisers te voldoen.

  • Bij het beoordelen van de solvabiliteit speelt het garantievermogen een belangrijke rol. Welke posten behoren tot het garantievermogen?

     

    Garantievermogen is het totaal van al het vermogen dat voor schuldeisers een bufferfunctie vervult; het bestaat uit het eigen vermogen plus de achtergestelde leningen.

  •  

    Wat wordt verstaan onder liquiditeit?

     

    Liquiditeitis de mate waarin de organisatie in staat is aan haar lopende betalingsverplichtingen te voldoen.

  • Wat is het verschil tussen dynamische en statische liquiditeit?

    Dynamische liquiditeit is de liquiditeit, gebaseerd op een prognose van de verwachte ontvangsten en uitgaven voor de komende periode. Statische liquiditeit is de op een bepaald moment uit de balans af te leiden liquiditeit.

  • Wat is ‘window dressing’? Geef een voorbeeld.

    Window dressing is het verrichten van activiteiten die ertoe leiden dat de statische liquiditeit een beter aanzien krijgt, bijvoorbeeld door vlak voor balansdatum kortlopende schulden af te lossen.

     

  • Uit welke hoofdonderdelen bestaat normaliter het jaarverslag?

    1 Het verslag over de gang van zaken in het boekjaar:  ingegaan wordt op de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan binnen de omgeving waarin de organisatie opereert en op de gevolgen die di heeft gehad voor het bereiken van de doelstellingen, voor de financiële positie en voor de werkgelegenheid binnen de organisatie.

    2 De toekomstparagraaf: besproken worden de ontwikkelingen waarmee de organisatie naar verwachting in de komende jaren te maken krijgt.

     

  • Wat wordt verstaan onder ‘creative accounting’? Geef een voorbeeld.

    Creative accounting is het aanpassen van de jaarrekening, om het door de leiding gewenste beeld naar buiten te geven, bijvoorbeeld door minder af te schrijven op vaste activa of minder toe te voegen aan voorzieningen.

     

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 4:

  • Jaarverslaggeving
  • Peter Epe & Wim Koetzier
  • 9789001797782
  • 2011

Summary - Jaarverslaggeving

  • 1 Externe verslaggeving relaties met andere vakgebieden en ontwikkeling 15

  • Waarop is interne informatieverschaffing gericht?

    Op de informatiebehoefte van de leiding voor het nemen van beslissingen en het beheersen van het bedrijfsproces

  • 1.1 Afbakening van het vakgebied 16

  • Afbakening van het vakgebied
  • 1.1.1 Doelstellingen en belanghebbenden

  •  

    Verslaggeving van een organisatie. Een organistatie is een samenwerkingsverband van mensen en middelen dat erop gericht is het realiseren van bepaalde doelstellingen.

    Doelstellingen van organisaties kunnen zijn;

    • behalen van winst;
    • verkrijgen van een bepaalde marktpostie;
    • het leveren van een bijdrage aan maatschappelijke verantwoordelijkheden.

    De doelstellingen zijn afgeleid van de doelstellingen van de belanghebbende:

    • de leiding van de organisatie;
    • de eigenaren van de organisatie;
    • vermogensverschaffers;
    • afnemers en leveranciers;
    • overheid en fiscus;
    • vakbonden.
  • wat is een gangbare definitie van een organisatie?

    dat is samenwerkingsverband van mensen en middelen om samen een bepaalde doelstelling te bereiken. 

  • Wat is een gangbare definitie van een organisatie?

    Dat is samenwerkingsverband van mensen en middelen om samen een bepaalde doelstelling te bereiken. 

  • Wat is de definitie van een organisatie?
    Een samenwerkingsverband van mensen en middelen dat is gericht op het realiseren van bepaalde doelstellingen.
  • belanghebende van een organisatie?
    • Leiding;
    • eigenaren;
    • vermogensverschaffers;
    • afnemers en leveranciers;
    • overheid;
    • vakbonden
  • Belanghebbenden van een organisatie?
    • leiding;
    • eigenaren;
    • vermogensverschaffers;
    • afnemers en leveranciers;
    • overheid;
    • vakbonden
  • Wat zijn doelstellingen van organisaties?
    - Behalen van winst
    - Verkrijgen van een bepaalde marktpositie
    - Bijdrage leveren aan haar maatschappelijke verantwoordelijkheden
  • Wie zijn de belanghebbenden van een organisatie?
    - De leiding en de overige werknemers
    - De eigenaren; aandeelhouders
    - Andere potentiele vermogensverschaffers
    - Afnemers en leveranciers
    - De fiscus
    - Vakbonden
  • 1.1.2 Interne en externe informatieverschaffing

  •  

    Interne informatiebehoefte is gericht op de informatiebehoefte van de leiding voor het nemen van beslissingen en het beheersen van het bedrijfsproces.

  • Waar is interne informatieverschaffing op gericht?
    Op de informatiebehoefte van de leiding voor het nemen van beslissingen en het beheersen van het bedrijfsproces.
  • Waar is interne informatieverschaffing voor?
    Dat is voor de informatiebehoefte van de leiding voor het nemen van beslissingen en het beheersn van het bedrijfsproces.
  • Andere benaming voor interne informatieverschaffing is?
    Management accounting
  • Wat is externe informatieverschaffing?
    Dit is gericht op de informatiebehoefte van derden voor hun oordeelsvorming en/of besluitvorming ten aanzien van de organisatie. De informatie is bedoeld om verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid. Dit gebeurt dmv een jaarrekening.
  • Het op kunstmatige wijze verfraaien van de balans en de resultatenrekening staat bekend als .....
    creative accounting
  • Waar is externe informatieverschaffing op gericht?
    Op de informatiebehoefte van derden voor hun oordeelsvorming en/of besluitvorming.
  • Andere benaming voor externe informatieverschaffing is?
    Financial accounting
  • Verschillen tussen interne en externe informatieverschaffing:
    - Intern vindt er doorlopend informatieverschaffing plaats, terwijl extern de frequentie veel minder groot is.
    - Interne informatie is zeer gedetailleerd, externe informatie is globaler.
    - Interne informatie is sneller beschikbaar voor de leiding dan externe informatie voor externe belanghebbende.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 5:

  • Jaarverslaggeving
  • Epe & Koetzier
  • or

Summary - Jaarverslaggeving

  • 1 De externe jaarrekening

  • Geef de definitie van inductie (p. 36).
    Inductie: uit observaties van de werkelijkheid algemene regels afleiden.
  • Wat is het uitgangspunt van de positive accounting theory (p. 35)?
    De ondernemingsleiding zet externe verslaggeving vooral in voor haar eigen doeleinden.
  • Welke functie heeft het eigen vermogen in het kader van de solvabiliteitsratio?
    Bufferfunctie.
  • Hoe berekent men de rentabiliteit van het vreemd vermogen?
    RVV = (winst / gemiddeld vreemd vermogen) * 100%
  • Op 31 december 2010 bedraagt het eigen vermogen van onderneming A 10.000. Het totale vermogen bedraagt 100.000. Geef de solvabiliteitsratio.
    (10.000 / 100.000) * 100% = 10%
  • Hoe berekent men de rentabiliteit?
    Neem het quotiënt van winst en vermogen.
  • Er wordt onderscheid gemaakt tussen statische en dynamische liquiditeit. Welke liquiditeit kan worden afgeleid uit de jaarrekening? Hoe heet het kengetal wat hieruit wordt afgeleid?
    Statische liquiditeit. Current ratio.
  • Wanneer is de accountant als beroepsgroep ontstaan? Noem een bekend Nederlands schandaal dat hieraan ten grondslag lag (p. 29).
    Eind 19de eeuw. Affaire met de Afrikaansche Handelsvereeniging.
  • Het management van Boef NV tracht de verliezen zoveel mogelijk in 2009 te nemen, zodat de jaren erna weer een bescheiden winst kunnen laten zien. Hoe wordt deze wijze van winststuring of creative accounting genoemd (p. 34)?
    Taking a deep bath.
  • Wat wordt verstaan onder een achtergestelde lening (p. 27)? Veeg de achtergestelde leningen en het eigen vermogen op één hoop. Hoe worden zij samen benoemd?
    Een lening waarop pas wordt afgelost als aan de verplichtingen ten opzichte van de overige schuldeisers voldaan is. Garantievermogen.
  • Noem het jargon voor interne en externe verslaggeving.
    Management en Financial Accounting.
  • Wie is de wettelijke controleur van de jaarrekening?
    accountant
  • Wat is de wetenschappelijke benaming van een uitgangspunt?
    Postulaat.
  • Boef BV lost vlak voor balansdatum een groot deel van de kortlopende schulden af. Welke ratio zal hierdoor verbeteren en hoe staat deze activiteit bekend (p. 28)?
    Current ratio. Window dressing.
  • Geef een definitie van solvabiliteit (p. 27). Hoe berekent men de solvabiliteit?
    Solvabiliteit is de mate waarin de onderneming in staat is aan haar verplichtingen jegens schuldeisers te voldoen. (eigen vermogen / totale vermogen) * 100%
  • Welke twee functies van de jaarrekening worden onderscheiden?
    Verantwoordings- en informatiefunctie.
  • Hoe berekent men het kengetal van de statische liquiditeit, de current ratio? Hoe hoog dient de current ratio als vuistregel te zijn?
    Current ratio = vlottende activa / kortlopende verplichtingen. 1,5 a 2.
  • Hoe berekent men de rentabiliteit van het eigen vermogen?
    REV = (winst / gemiddeld eigen vermogen) * 100%
  • Hoe berekent men de rentabiliteit van het totale vermogen (RTV)?
    RTV = (winst / gemiddeld totaal vermogen) * 100%
  • Wat is het bijzondere aan rechtstreekse vermogensmutaties? Noem een voorbeeld van een rechtstreekse vermogensmutatie, buiten stortingen en onttrekkingen.
    Deze lopen niet via de resultatenrekening. Vorming herwaarderingsreserve.
  • Geef aan hoe men de solvabiliteit van een onderneming berekent.
    Neem de verhouding tussen het eigen en het totale vermogen.
  • Wat is het onderscheid tussen materiële en monetaire posten (p. 21)?
    Materiële posten dienen door middel van een prijsgrondslag te worden 'vertaald' in geld.
  • Wat is de kernfunctie van de jaarrekening (p. 25)? Welke drie ratio's worden in dit verband onderscheiden?
    Vermogens- en winstbepaling. (Rentabiliteit), solvabiliteit en liquiditeit (art. 2:362-1 BW).
  • Welke soorten jaarrekeningen kennen we (p. 19)?
    1. de interne jaarrekening ten behoeve van de leiding 2. de externe jaarrekening ten behoeve van externe belanghebbenden 3. de fiscale jaarrekeningen ten behoeve van de fiscus
  • Wat wordt aangegeven met de liquiditeitsratio?
    De mate waarin de onderneming in staat is aan haar lopende betalingsverplichtingen te voldoen.
  • Noem de vier kwaliteitskenmerken van de externe jaarrekening (p. 32).
    1. begrijpelijkheid 2. relevantie 3. betrouwbaarheid 4. vergelijkbaarheid
  • Een bijzondere vermogenscategorie wordt gevormd door de voorzieningen. Wat wordt verstaan onder een voorziening?
    Het gaat hier om verplichtingen en risico's waarvan de omvang en/of het tijdstip van nakoming niet exact te bepalen zijn, maar wel redelijkerwijs te schatten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke wijze van vormen wordt door de RJ voorgeschreven?
Statisch.
Op welke wijze kunnen voorzieningen worden gevormd?
Statisch en dynamisch.
Welke twee groepen voorzieningen kent de wet?
Voorzieningen voor verplichtingen en verliezen en kostenegalisatievoorzieningen.
Wat is vreemd vermogen?
Een verplichting voortkomend uit het verleden waarvan de afwikkeling gepaard gaat met een uitstroom van (liquide)middelen en de omvang moet betrouwbaar bepaald kunnen worden.
Hoe waardeert IFRS financiële instrumenten?
Held to maturity tegen geamortiseerde kostprijs, available for sale tegen reële waarde.
Wat zijn financiële instrumenten?
Overeenkomsten die bij de ene partij leiden tot een financieel actief en bij de andere partij tot eigen of vreemd vermogen.
Wat is vreemd vermogen?
Een verplichting voortkomend uit het verleden waarvan de afwikkeling gepaard gaat met een uitstroom van (liquide)middelen en de omvang moet betrouwbaar bepaald kunnen worden.
Noem een resultaat dat volgens de RJ niet onder de bijzondere resultaten valt?
Niet onder de bijzonder resultaten valt: het faillissement van een gewonde debiteur.

wel onder de bijzondere resultaten valt: 
  • de kosten van reorganisatie 
  • de kosten als gevolg van een overstroming.   
Welke post komt niet inde een categorische resultatenrekening ?
Verkoopkosten.

bedrijfsresultaat en kosten uitbesteed werk en andere externe kosten en resultaat voor aftrek van belasting komen wel in de categorische resultatenrekening.
Geef de twee mogelijke definities van de netto omzet bij langlopende werken in de categorische resultatenrekening. Geef tevens aan welke definitie neit is toegestaan door de IASB.
De kostprijswaarde (bij zerp profit) c.q. De opbrengstwaarde (bij percentage of completion) van het gedurende het boekjaar verrichte werk en de gehele aanneemsom bij oplevering van het werk. De tweede definitie dis door de IASB niet toegestaan.