Summary Juridische vaardigheden

-
110 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Juridische vaardigheden

  • 1 Het beoordelen van redeneringen

  • Redenering
    Is een verzameling beweringen, waarvan er één een conclusie is en de andere gebruikt worden om die ene conclusie te verdedigen
  • Ander woord voor beweringen
    Oordelen of proposities
  • Hoe heten de beweringen die worden aangevoerd om een conclusie te verdedigen?
    Premissen
  • Wat is het verschil tussen een redenering en een betoog?
    Een redenering heeft één conclusie, terwijl een betoog vele conclusies kan hebben.
  • Wanneer is een betoog niet overtuigend?
    Als de redeneringen niet deugen
  • Doel van redeneren
    Verdedigen conclusie
  • Men probeert in de redenering de waarheid van de conclusie aannemelijk te maken
    Met waarheid wordt bedoeld dat de bewering overeenkomt met de werkelijkheid.
  • Men probeert in de redenering de aanvaardbaarheid van de conclusie aannemelijk te maken
    Aanvaardbaarheid is hier een afgezwakte vorm van: er mag bij aanvaardbaarheid redelijkerwijs van worden uitgegaan dat de bewering overeenkomt met de werkelijkheid.
  • Perspectief van de spreker
    Vanuit de spreker is het van belang dat hij gelijk krijgt
  • Perspectief van het publiek
    Vanuit het publiek is het van belang te beoordelen of de spreker gelijk heeft en dus zijn gelijk hoort te krijgen.
  • Retorica
    Discipline die zich bezighoudt met het "gelijk krijgen".
  • De retorica is uiteindelijk gericht op een bij het publiek te bereiken effect
  • Doel van de redenering
    Het doel is aan te tonen dat een redelijk oordelend publiek de conclusie van de redenering als waar hoort te accepteren
  • 3 principes die een rol horen te spelen bij de interpretatie van een redenering
    1. Maximaal argumentatieve interpretatie
    2. Externaliseringsbeginsel
    3. Principe van de redelijke spreker
  • Maximaal argumentatieve interpretatie
    Wanneer redelijkerwijs verschil mogelijk is over de vraag of een bepaalde tekst als redenering of als argumentatie is bedoeld, interpreteer die tekst dan als redenering of argumentatie.
    We willen beoordelen of het standpunt voldoende aannemelijk is gemaakt.
  • Externaliseringsbeginsel
    Let op wat de ander zegt en niet wat je denkt dat hij zegt. 
    Indien je je niet aan dit beginsel houdt, loop je namelijk het risico dat jij en de andere spreker langs elkaar heen gaan praten.
  • Principe van de redelijke spreker
    Interpreteer het gezegde van de ander zo redelijk mogelijk en ga er dus vanuit dat de redenering van de ander zo sterk mogelijk is bedoeld.
    Uitgangspunt: bij argumentatie gaat het publiek het erom of de ander gelijk hoort te krijgen.
  • Welke 2 vragen kan je stellen om te beoordelen of de conclusie van een redenering juist is?
    1. Zijn de premissen die aangevoerd worden waar/juist?
    2. Volgt de conclusie uit de aangevoerde premissen?
  • Het publiek hoort de conclusie van een redenering dus te aanvaarden wanneer ware premissen aangevoerd worden, en de conclusie uit de premissen volgt, oftewel: geldig is.
  • Welke 2 voorwaarden leveren een deugdelijke redenering op?
    1. De waarheid van de premissen
    2. De geldigheid van de conclusie
  • Alleen wanneer een redenering deugdelijk is, is de conclusie aangetoond
  • Externe kritiek
    Bestrijden dat de premissen waar zijn. Men kijkt niet naar de redenering, maar bestrijdt dat de premissen overeenkomen met de werkelijkheid buiten de redenering.
  • Interne kritiek
    Bestrijden dat de conclusie uit de premissen volgt. Men kijkt niet naar de werkelijkheid buiten de redenering, maar let op de interne relatie tussen de premissen en de conclusie.
  • Logische geldigheid
    De geldigheid van redeneringen vormt het onderwerp van logica.
  • Verschil waarheid en geldigheid
    Waarheid is een eigenschap van beweringen (zoals premissen en conclusies) en geldigheid is een eigenschap van de redenering.
  • Wanneer is een redenering geldig?
    Wanneer de conclusie van die redenering uit de premissen volgt
  • 1. Als de premissen waar zijn, is ook altijd de conclusie waar
    2. Als de premissen waar zijn, is noodzakelijk ook de conclusie waar
    3. Het is onmogelijk dat de premissen waar zijn en de conclusie is onwaar
  • Als premissen waar zijn, is conclusie ook waar
  • Geldigheid is enkel de genoemde relatie tussen premissen en conclusie
  • Het is onmogelijk dat een geldige redenering met ware premissen een onware conclusie heeft.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.