Summary Kaplan and Sadock's Synopsis of Psychiatry: Behavioral Scien

ISBN-10 145119434X ISBN-13 9781451194340
219 Flashcards & Notes
11 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Kaplan and Sadock's Synopsis of Psychiatry: Behavioral Scien". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9781451194340 or 145119434X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Kaplan and Sadock's Synopsis of Psychiatry: Behavioral Scien

  • 5.1 Psychiatrisch interview, verleden en mentale status onderzoek

  • Elementen van het psychiatrische interview
    Identificatie gegevens, bronnen en betrouwbaarheid, klacht, ziektebeloop, psychiatrisch verleden, middelengebruik/misbruik, medisch verleden, familie verleden, ontwikkeling en sociaal verleden, review systemen, status mentalis, fysiek onderzoek, formuleren, DSM diagnose, behandelplan
  • 7.1 Schizofrenie

  • Wat is de werking van nicotine op schizofrenie?
    Nicotine stimuleert acetylcholine receptoren. Door et stimuleren van deze receptoren heeft nicotine een gunstige invloed op de cognitieve defecten bij schizofrenie. Zij hebben hierdoor minder last van de positieve symptomen, zoals hallucinaties en wanen. Roken dient dan dus als een soort van zelf-medicatie.
  • Schizofrenie komt meer bij mensen voor die in een stad wonen, dan bij mensen die in een dorp wonen.
  • Wat is de dopamine hypothese?
    Deze stelt dat schizofrenie voortkomt uit teveel dopamine activiteit. De theorie geeft niet aan waar deze overactiviteit vandaan komt, bijvoorbeeld door teveel vrijlating van dopamine, teveel dopamine receptoren, hypergevoeligheid voor dopamine, of combinaties van deze factoren. (Teveel dopamine vrijlating heeft effect op de positieve psychotische symptomen).
  • Wat heeft GABA voor effect op schizofrenie?
    Schizofrene patienten hebben minder GABA-neuronen in de hippocampus in vergelijking bij mensen die geen schizofrenie hebben. GABA heeft een regulatief effect op dopamine activiteit, door de inhiberende werking. Doordat schizofrenen minder GABA neuronen hebben, kan er hyperactiviteit ontstaan van dopamine waardoor positieve symptomen tot uiting komen.
  • Wat voor rol spelen de basal ganglia en cerebellum bij schizofrenie?
    Patienten met schizofrenie vertonen vaak onvrijwillige bewegingen, ook zonder een specifieke bewegingsstoornis. De basale ganglia en cerebellum zijn beide betrokken bij motoriek en gecontroleerde bewegingen. Hieruit kan gehaald worden dat de basale ganglia en cerebellum dus beide een rol spelen bij schizofrenie.
  • Wat heeft eye movement dysfunction met schizofrenie te maken?
    eye movement dysfunction kan gezien worden als een belangrijk symptoom van schizofrenie. Het is namelijk onafhankelijk van medicijngebruik en het wordt ook gezien bij eerstegraads familieleden met schizofrenie. (Patiënten met schizofrenie knipperen ook meer, dit kan verklaard worden doordat er een verhoogde activiteit dopamine receptoren is).
  • Wat zijn de subtypes van schizofrenie? (deze zijn niet meer opgenomen in de dsm-5)
    • Paranoïde type: kenmerkt zich door paranoïde wanen en frequente gehoorshallucinaties;
    • Gedesorganiseerde type: kenmerkt zich door onsamenhangende spraak, chaotisch gedrag en inadequaat affect;
    • Katatone type: kenmerkt zich door verstoorde motorische beweeglijkheid, extreem negativisme, echolalie of echopraxie;
    • Ongedifferentieerde type: kenmerkt zich door de aanwezigheid van de positieve en negatieve symptomen van schizofrenie, aar de symptomen voldoen niet aan de criteria van een ander subtype;
    • Resttype: kenmerkt zich door de afwezigheid van opvallende positieve symptomen en de voortdurende aanwezigheid van negatieve symptomen.
  • Wat is het verschil tussen hallucinaties en illusies?
    Hallucinaties (alle zintuigen kunnen worden aangetast) zijn niet gebaseerd op echte beelden of sensaties; illusies zijn wel gebaseerd op echt beelden of sensaties, maar deze beelden en sensaties worden vervormd.
  • Wanneer spreek je van een schizofreniforme stoornis?
    Wanneer de episode van de stoornis minstens één maand duurt, maar korter dan 6 maanden.
  • Wanneer spreek je van een kortdurende psychotische stoornis?
    Wanneer de duur van een episode minstents één dag is, maar korter dan één maand.
  • Wanneer spreek je van een schizoaffectieve stoornis?
    Wanneer er een depressieve of manische stemmingsepisode aanwezig is gelijktijdig met kenmerken voor schizofrenie.
  • Wanneer spreek je van een waanstoornis?
    Wanneer er aanwezigheid is van een (of meer) wanen is, met een duur van één maand of langer. Er is nooit voldaan aan criteria voor schizofrenie.
  • Wat zijn extrapiramidale bijwerkingen?

    Extrapiramidale bijwerkingen kan vele vormen aannemen, de meeste zijn omkeerbaar en zullen verdwijnen wanneer de medicatie wordt verminderd of gestopt. Een uitzondering hierop is tardieve dyskinesie (bewegingsstoornis).

    Vormen zijn:
    - Akathisia; een intern gevoel van rusteloosheid
    - Parkinsonisme; medicijnen die dopamine blokkeren kan symptomen van de neurologische aandoening ziekte van Parkinson nabootsen
    -  Torticollis - spierspasmen van de nek
  • Wat zijn DRA's en SDA's?
    DRA's zijn de eerste generatie antipsychotica ; dopamine receptor antagonist.
    SDA's zijn de tweede generatie antipsychotica ; serotonine dopamine antagonst.
  • The drugs used to treat schizophrenia have a wide variety of pharmacological properties, but all share the capacity to antagonize postsynaptic dopamine receptors in the brain.
  • All DRA's, as well als SDA's, elevate prolactin levels, which can result in galactorrhea and irregular menses. Long-term elevations in prolactin and the resultant suppression in gonad-otropin-releasing hormone can cause suppression in gonadal hormones. These, in turn, may have effects on libido and sexual functioning.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Prevalentie PTSS
4-10 procent
In wat voor opzicht is cyclothymia anders dan bipolair 2 stoornis?
Bij cyclothymia zijn de depressieve episodes minor (dus milder), in tegenstelling tot de bipolaire stoornis waar de depressieve episodes major zijn. Er zijn bij cyclothymia dus minor depressie en hypomanie episodes te vinden, en bij bipolair 2 major depressie en hypomanie episodes.
Comorbiditeit dysthymia
Major depressive disorder (hier is ook minder kans op volle remissie omdat ze na een episode terugkeren naar de dysthymia staat), angststoornissen (vooral paniekstoornis), middelenmisbruik en borderline PS.
Prevalentie dysthymia
5-6 procent.
In wat voor opzicht is dysthymia anders dan major depressie?
Bij dysthymia klagen de patiënten dat ze altijd al depressief zijn geweest, in plaats van bij major depressie waar de patiënten een depressieve episode krijgen die vaak veel zwaarder is dan de minder erge maar lange depressie bij dysthymia.
Waar is Lithium voor en wat doet het?
Lithium is een medicijn om bipolaire stoornissen mee te behandelen, het stabiliseert de stemmingswisselingen (depressie - manie).
Wat betekent learned helplessness?
Learned helplessness betekent dat een persoon in oncontrolleerbare gebeurtenissen heeft geleerd dat hij of zij er geen invloed op kan uitoefenen. In een volgende situatie die wel controleerbaar is, zal hij of zij geen reactie vertonen en het gewoon laten gebeuren omdat hij of zij denkt dat ze er niets aan kunnen doen.
Hoe kan hair pulling disorder behandeld worden?
Door insight-oriented psychotherapie. Medicatie is niet aangetoont.
Comorbiditeit hair pulling disorder
OCD, Angststoornissen, Tourette. depressie, eetstoornissen en verschillende persoonlijkheidsstoornissen
Welke therapie wordt het meest gebruikt bij OCD?
Gedragstherapie, soms ook psychotherapie