Summary Kennisbasis

-
250 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Kennisbasis

  • 1.1.1.1 Taalbeschouwingsstrategieën

  • Wat betekent een taalbeschouwingsstrategie?
    De taalbeschouwer beschikt over strategieën om op taal, taalgebruik en andere taalverschijnselen te reflecteren.
  • Welke zes taalbeschouwingsstrategieen zijn er volgens Huizenga (2001)?
    • analyseren (taal goed bekijken en onderzoeken --> hoopvol = hoop + vol --> vol van hoop)
    • relateren (relaties tussen taal gebruiken, bv semantische relaties zoals oorzaak-gevolgrelatie. of relatie tussen woord en zin. maar kan bijvoorbeeld een tegenstelling aangeven)
    • vergelijken (zoeken of ontdekken van iets gemeenschappelijks)
    • classificeren (door te analyseren en vergelijken kan je talige kenmerken onderbrengen in categorieën)
    • generaliseren (regen ontdekken of bedenken)
    • herordenen (op een andere manier kijken naar taal(aspecten))
  • 1.1.1.2 Zinsontleden

  • Hoe wordt zinsontleden ook wel genoemd?
    Zinsontleden is redekundig ontleden
  • Welke onderdelen van zinsontleden/redekundig ontleden worden aangeleerd op het basisonderwijs?
    • onderwerp (wie-deel)
    • persoonsvorm
    • werkwoordelijk gezegde
    • lijdend voorwerp
    • meewerkend voorwerp
    • (bijwoordelijke) bepaling
  • 1.1.1.3 Woordbenoemen

  • Wat is woordbenoemen?
    De taalbeschouwer benoemt de grammaticale soort van afzonderlijke woorden in zinnen.
  • Hoe wordt woordbenoemen ook wel genoemd?
    Woordbenoemen is hetzelfde als taalkundig ontleden.
  • Welke onderdelen van woordbenoemen/taalkundig ontleden worden aangeleerd in het basisonderwijs?
    • zelfstandig naamwoord
    • werkwoord
    • bijvoeglijk naamwoord
    • lidwoord
    • bijwoord
    • voegwoord
    • voorzetsel
    • persoonlijk, bezittelijk en aanwijzend voornaamwoord
  • 1.1.2.1 Taalgebruik

  • Wat betekent taalgebruik?
    Taalgebruik is verscheidenheid in wijze waarop en de vorm waarin taal wordt gebruikt in verschillende situaties.
  • In welke twee registers valt taalgebruik te onderscheiden?
    • formeel
    • informeel
    taalgebruiker past zijn taalgebruik (register) bewust of onbewust aan op de situatie.
  • 1.1.2.2 Taalvariatie

  • Wat betekent taalvariatie?
    Taalvariatie is de verscheidenheid in taalgebruik tussen mensen en groepen mensen. De concrete verschijningsvormen van taalvariatie worden taalvariëteiten genoemd.
  • Noem voorbeelden waartussen taal kan variëren.
    • groepen mensen (jongeren, politici, yuppen)
    • regio's (dialecten: streektalen)
  • Wat betekent AN?
    AN staat voor Algemeen Nederlands.
  • 1.1.2.3 Taalstructuur

  • Wat is taalstructuur?
    Taalstructuur is de ordening en systematiek in taal op alle niveaus.
  • Welke vier taalstructuur niveaus zijn er?
    • fonologisch (klanken)
    • morfologisch (woordopbouw)
    • syntactisch (zinsopbouw)
    • semantisch (betekenis)
  • 1.2.1.1 Taal

  • Ons taalvermogen biedt de mogelijkheid om met een beperkt aantal middelen een oneindig aantal uitingen te verwezenlijken. Theoretisch is de lengte van een zin dus in principe oneindig; ons kortetermijngeheugen levert echter wel een beperking op voor het produceren en begrijpen van ‘oneindige’ zinnen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de indelingscriteria van LAT?
  • inhoud
  • personages
  • perspectief
  • tijd
  • plaats
  • structuur
  • spanning
  • taalgebruik
  • beeldtaal
  • Leeslat doet dit in een schaal van A (makkelijk) tot H (moeilijk).
Wat zijn de indelingscriteria van CLIB: cito leesindex leesontwikkeling begrijpelijkheid?
  • CLIB gaat voornamelijk over de begrijpelijkheid van de tekst
Leest een leerling uit groep 8 technisch met veel moeite, dan kan hij een boek kiezen met een hoog CLIB- en een laag AVI-niveau. Leest een kind uit groep 3 technisch al heel goed, dan kan het een boek kiezen met een laag CLIB- en een hoog AVI-niveau.
Wat zijn de indelingscriteria van BAVI?
Dezelfde als AVI:
oude
  • woordlengte
  • zinslengte

nieuwe
  • woordfrequentie
  • woordlengte
Maar leesbeleving (B=beleving) staat voorop±
Wat zijn de indelingscriteria van AVI?
oude
  • woordlengte
  • zinslengte

nieuwe
  • woordfrequentie
  • woordlengte

AVI-0 tot AVI-9 oud of AVI-start tot AVI-plus, sinds 2006
Wat zijn de 7 factoren die een rol spelen bij de moeilijkheidsgraad bepalen van een tekst?
  • woordgebruik
  • zinsconstructies
  • tekstsoort
  • tekstinhoud
  • stijl
  • vormgeving
  • lengte
Op welke drie manieren kan jeugdliteratuur worden beoordeeld?
  • literair: de tekst zelf
  • pedagogisch: aansluiting van kind en zijn ontwikkeling
  • ideologisch: de link met de maatschappij en het functioneren van het kind in de maatschappij
Op welke drie manieren kunnen genres worden verdeeld?
  • woord en beeld: prentenboeken, stripverhalen, informatieve teksten en poëzie
  • doelstelling: verhalende teksten en informatieve teksten
  • vorm: proza (Proza kan op grond van het werkelijkheidsgehalte worden ingedeeld in fictie (= verzonnen) en non-fictie (waar gebeurd)), drama en poëzie
Wat zijn literaire genres?
Literaire genres zijn teksten die tot dezelfde groep kunnen worden gerekend, omdat ze bijvoorbeeld hetzelfde thema, hetzelfde doel of dezelfde vorm hebben.
Wat zijn risicofactoren van dyslexie bij kleuters?
  • moeite met rijtjes benoemen (dagen van de week, maanden, kleuren)
  • opzeggen van versjes
Wat is dyslexie?
Dyslexie is een ernstige leesstoornis. De definitie van de Gezondheidsraad (1995) luidt: “De commissie spreekt van dyslexie wanneer de automatisering van woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen) zich niet, dan wel zeer onvolledig of zeer moeizaam ontwikkelt.”
Deze definitie legt de nadruk op dyslexie als automatiseringsprobleem.