Summary Kindergeneeskunde

-
725 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Kindergeneeskunde". The author(s) of the book is/are Ziektebeelden. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Kindergeneeskunde

  • 1 Orthopedie

  • Wanneer is deze samenvatting gemaakt?
    072212
  • Definitie beenlengteverschil
    Als afstand tussen spina iliaca anterior superior en hiel links = niet rechts
  • Etiologie
    - versnelling of vertraging van groei in 1 van beide benen
    - Fysiologisch: beenverschil tot 2 cm
    - Beengroei: onafhankelijk van elkaar (geen compensatiemechanismen) 
    - Negatieve beinvloeding groei:
    • traumata - > verkorting of verlenging door secundaire invloed op epifysair schijf (groeischijf), dislocatie
    • zeldzame afwijkingen: zeer waarschijnlijk speelt invloed op circulatie in epifyse een rol
    • ontstekingen - osteomyelitis, zeldzaam, maar zeer grote verkortingen
    • paralyse/ paresen - poliomyelitis, spasticiteit
    • congenitale afwijkingen - congenitale heupdysplasie - aanzienlijk beenlengteverschil
    • tumoren 
    • rontgenbestraling
    • avasculaire kopnecrose van de heup (de ziekte van perthes)
  • Presentatie van patienten met beenlengteverschil
    Van geboorte tot einde van de groei
    Kinderen hebben een groot aanpassingsvermogen -> pas klachten bij overbelasten been --> spitsvoet of manklopen. 
    Eerste klacht:
    - vaak op gezicht
    - soms bij pijn in been of rug
    - soms bij manklopen pas ontdekt
  • Epidemiologie
    - ongeveer 50% van de volwassenen heeft een beenlengteverschil tot 2 cm
    - meest voorkomende oorzaken: traumata
  • Anamnese beenlengteverschil
    - klachten van kind en duur ontstaan
    - ene been langer dan de ander? Kind zelf?
    - beenfracturen verleden>?
    - aangeboren heupafwijking of aangeboren heupafwijkingen in familie
    - doorgemaakte osteomyelitis

  • Lichamelijk onderzoek beenlengteverschil
    - geheel ontkleed
    KINDEREN DIE KUNNEN STAAN
    - schijnbaar of werkelijk beenlengteverschil bij kinderen die kunnen staan
    • zittende houding: beide duimen te houden op spina iliacae anteriores superiores en te bepalen of de duimen op gelijke hoogte staan - zo niet, dan is er bekkenscheefstand en waarschijnlijk niet zozeer een beenlengteverschil 
    • staande houding: beenlengteverschil bepalen met plankjesmethode (0,5 cm of 1 cm dikte) - totdat duimen SPIAS even hoog staan (meetfout niet groter dan radiologische meting)
      -> na correctie knieen op gelijke hoogte: verschil gelokaliseerd in onderbeen
      -> knieen niet even hoog: zowel in bovenbeen als bovenbeen + onderbeen. Nadere lokalisatie. (zie onder)
    KINDEREN DIE NIET KUNNEN STAAN
    • kind op rug met heupen en knieen in 90 graden flexie - beenlengteverschil bovenbenen valt nu meeste op 
    • kind op buik met knieen in 90 graden flexie - verschil in lengte onderbenen
    PASGEBORENEN
    • onderzoek naar congenitale heupafwijkingen
    • soms beenlengteverschil te zien
    • geluxeerde heup of luxeerbare heup: proef van ortolani + Barlow -> artificiele subluxatie opgewekt (alleen betrouwbaar 1e week na de geboorte, ervaring). Beoordeling door consultatiebureau arts na 3 maanden. (90% congenitale heupluxaties verdwijnt binnen 2 maanden spontaan)
    • aanvullend onderzoek (rontgen) is NIET zinvol
    • ernstige aandoening vermoeden: doorverwezen
    • Vermoeden congenitale heupluxatie: echografie = opheldering!

  • Beleid beenlengteverschil
    < 2 cm: kind 2x met tussenpozen van een half jaar controleren
    > 2 cm: groter dan 2 cm worden = verwijzing, niet groter? dan progressie na een jaar ook niet meer te verwachten, controles staken
    rugklachten of vraag ouders: beenlengteverschil corrigeren door inlegzool (1 cm) of door hak en zoolverhoging(>1cm)
    Geruststellen, geen beperkiongen opleggen!
    Aanwijzingen ernstige aandoeningen: orthopedisch chirurg
  • Preventie en voorlichting
    NB: klein beenlengteverschil is heel NORMAAL en NIET SCHADELIJK! (ouders zijn snel ongerust)
    Screening op congenitale heupdysplasie  bij consultatiebureau (vanaf 3 maanden, daarvoor herstelt 90% zich)

  • 1.2 Congenitale dislocatie van de heup

  • Feiten over congenitale dislocatie van de heup
    5:1000 bij de geboorte, 1:1000 na 3 weken
    Nieuwe naam: developmental dysplasia van de heup (CDH) --> vaker bij oligohydramnion
    > meisjes
    > stuitliggingen (ook als ze met caesar worden gehaald)
  • 1.3 Osteomyelitis

  • Kliniek osteomyelitis
    - pijn
    -zwelling
    - roodheid net onder gewricht
    - koorts
    - gevoelig over het bot
  • Bloedkweek en osteomyelitis?
    Bloedkweken zijn vaak positief in de meerderheid van hematogene osteomyelitis
  • Organismen die osteomyelitis veroorzaken
    - staphylococcus aureus
    - strep. pyogenes 
    - Haemophilus Influenzae
  • Therapie osteomyelitis
    Medicatie:
    - antistaphylococcen penicilline , clindamicine (goede botpenetratie) en gentamicine
    antibiotica wordt vaak een maand gegeven (tenminste), chirurgische drainage is nodig bij onvoldoende werking
  • Diagnostiek
    Xray: vaak normaal, kan botbetrokkenheid laten zien (vaak de metafyse)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Sturge-webersyndroom
Neuro-oculocutaan syndroom zonder duidelijk overervingspatroon
Afwijkingen bij sturgewebersyndroom (mogelijk):
- huid: wijnvlek in het gelaat (meestal eenzijdig)
- hersenen: hemangioom van de meningen, epilepsie, gezichtvelddefecten
- Oog: glaucoom, hemangioom van de choroidea (ketchupfundus)

Glaucoom: vaak moeilijk behandelbaar, verwezen worden naar oogarts
Syndroom van marfan
Autosomale dominant aandoening
Verschillende afwijkingen
  • Oog: lens (sub)luxatie, irisdiaganie, megalocornea
  • skelet: arachnodactylie (dunne, lange vingers en tenen), borstkasafwijkingen, scoliose
  • hart en vaten: verwijding van de aortaboog, mitralisklepprolaps, aneurysma van de aorta

NB: niet alle kenmerken hoeven aanwezig te zijn!
Downsyndroom: oogkenmerken
- epicanthus
- monogoloide lidspleten
- brushfieldvlekken (witte vlekjes) op de iris
- oogafwijkingen: functioneel en therapeutische consequenties (meer naar minder frequent)
  • refractieafwijkingen
  • strabismus (scheelzien - verkeerde alignment van het oog)
  • amblyopie (lui oog)
  • nystagmus
  • cataract (aangeboren of verworven)
  • dacryostenose 
  • keratoconus: regelmatige kromming van de cornea verandert door verdunning van het centrum: cornea wordt puntvormig
  • ptosis

NB: irreversibele schade voorkomen door tijdige ontdekking en behandeling

Downsyndroom: regelmatig naar oogarts!

Definitie tonische pupil

Komt niet veel voor bij kinderen

  • grote pupil
  • slechte reactie op licht (langzaam of essentieel nihil)
  • langzaam en slecht reageren op accommodatie
  • redilateert op een langzame, tonische manier

 

definitie dyscorie
Abnormale vorm van de pupil 
Definitie congenitale mydriasis
Gedilateerde pupillen, nauwelijks constrictie op licht of dichtbij kijken , geen reactie op miotische agenten
Iris is vaak normaal, gezonde kinderen
Definitie strabismus
Scheelzien
Scalded skin syndroom
 
Klinisch beeld periorbitale cellulitis
- koorts
- erytheem
- gevoeligheid
- oedeem van het ooglid
- vaak unilateraal
Contractuur extremiteit
?