Summary Kleding.

-
ISBN-10 9461100183 ISBN-13 9789461100184
251 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Kleding.". The author(s) of the book is/are Peter Pennartz. The ISBN of the book is 9789461100184 or 9461100183. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Kleding.

  • 1 De kledingmarkt

  • wat is de collectieve vraag
    de gezamelijke vraag van alle consumenten
  • hoe vind je de collectieve vraag
    door alle individuele vraaglijnen samen te voegen
     

  • wanneer verschuift de vraaglijn niet
    als de prijs van een product daalt, vindt er een verschuiving plaats over de vraaglijn
  • welke factoren bepalen de vraag naar een product
    veranderingen van inkomen, smaak en de prijzen van andere producten
     
  • wat is ceteris paribus
    de veronderstelling dat andere factoren die de vraag kunnen beinvloeden constant blijven
     

  • wanneer verschuift de vraaglijn naar rechts
    als iemand bij elke prijs meer spijkerbroeken wil kopen

  • welk verband geeft de collectieve vraag aan
    het verband tussen de vraag en de gevraagde hoeveelheid
  • wat geeft de prijselasticiteit aan
    hoe sterk de vraag reageert op een prijsverandering
  • wat geeft een minteken bij de prijselasticiteit van de vraag aan
    een tegengesteld of negatief verband: als de prijs stijgt zal de gevraagde hoeveelheid dalen en als de prijs daalt zal de gevraagde hoeveelheid stijgen

  • wanneer is de vraag elastisch
    als de absolute waarde van de prijselasticiteit groter is dan 1
  • wanneer is de vraag inelastisch
    als de absolute waarde van de prijselasticiteit kleiner is dan 1
  • wat geeft de kruislingse prijselasticiteit aan
    hoe sterk de vraag van het ene goed reageert op een prijsverandering van een ander goed

  • wat zijn substitutiegoederen
    goederen die elkaar kunnen vervangen, bij substitutiegoederen is de kruislingse prijselasticiteit positief

  • wat zijn complementaire goederen
    producten die elkaar aanvullen, deze hebben een negatieve kruislingste prijselasticiteit

  • wat geeft de inkomenselasticiteit van de vraag aan
    hoe sterk de gevraagde hoeveelheid spijkerbroeken reageren op veranderingen van het besteedbaar inkomen

  • wat is een positieve inkomenselasticiteit
    dat bij een hoger inkomen de gevraagde hoeveelheid naar dat goed stijgt
  • wat is een verzadigingsinkomen
    vanaf een bepaald inkomen leidt een inkomensstijging niet tot een verdere toename van de gevraagde hoeveelheid

  • wat zijn inferieure goederen
    goederen met een laag imago, als het inkomen stijgt worden de inferieure goederen vervangen door luxere goederen met een beter imago
  • 3.1 de reis van een spijkerbroek

  • wat is een bedrijfskolom
    deze bevat alle schakels die nodig zijn bij de productie van een goed

  • wanneer is er sprake van specialisatie?
    als een bedrijf activiteit naar een andere bedrijfskolom stoot

  • wanneer is er sprake van parallelisatie
    als een bedrijf in verschillende bedrijfskolommen actief is

  • wanneer is er sprake van verticale integratie
    als bedrijven meerdere schakels uit de eigen bedrijfskolom omvatten
  • wanneer is er sprake van dirrerentiatie
    als een productiefase word afgestoten
  • wat zijn transactiekosten
    alle kosten die gemaakt moeten worden om een ruil tot stand te brengen en af te wikkelen

  • wanneer is verticale integratie voordelig
    als de marktprijs plus de transactiekosten hoger zijn dan de kosten van het zelf maken van een product

  • wat zijn verzonken kosten
    kosten die je niet meer terug kan verdienen als de prodcutie stopt, omdat er geen andere gebruiksmogelijkheden zijn

  • wanneer ontstaat een berovingsprobleem
    als na het afsluiten van een contract de machtsverhoudingen tussen de contactpartijen veranderen
  • Alle kosten samen noemen we de totale kosten (TK)

    Alle opbrengsten samen noemen we de totale omzet (TO)

    Een positief verschil tussen de totale opbrengst en de totale kosten is de totale winst (TW)

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarmee onderscheiden veel aanbieders zich op een markt van monopolistische concurrentie?
Met een heterogeen product. Elke aanbieder heeft zijn eigen unieke vraagfunctie of prijsafzetfunctie.
Marktpartijen
aanbieders en vragers
Lang vreemdvermogen
geleend, maar langer dan 1 jaar om terug te betalen
Kort vreemdvermogen
geleend, maar binnen een jaar terug betalen
Crediteuren
schulden aan leveranciers
Debiteuren
vorderingen op klanten die nog betaald moeten worden
Vlottende activa
gaan korter dan een jaar mee
Vaste activa
gaan langer dan een jaar mee
Liquide activa
geld in kas en op betaalrekening
Stroomgrootheden
grootheden over een bepaalde periode, bijv. opbrengst en kosten