Summary Klinische Pathologie

-
ISBN-10 900695246X ISBN-13 9789006952469
519 Flashcards & Notes
127 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Klinische Pathologie". The author(s) of the book is/are C B van Heycop ten Ham Singeling Tekstproducties H Brik ' s Audiovisuele Dienst AZM. The ISBN of the book is 9789006952469 or 900695246X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Klinische Pathologie

  • 1 Thema A

  • wat is hyperthermie.
    hoge lichaamstemperatuur
  • 2 Cytologie/histologie

  • 2. De naamgeving en TNM stagering van tumoren herkennen
    3. Beredeneren waar lymfogene en waar hematogene metastasen te verwachten zijn
    4. De vier hoofdvormen van behandeling bij kanker toelichten, zowel hun indicatie/werking als bijwerkingen
    5. Van onderstaande tumoren de volgende karakteristieken benoemen en uitleggen: risicofactoren, symptomen, metastaseringspatroon, onderzoek, behandeling
    a. mammacarcinoom
    b. prostaatcarcinoom
    c. longcarcinoom
    d. coloncarcinoom
    e. huidcarcinoom
    6. De belangrijkste medicamenten op de 'pijnladder' benoemen en hun werking en bijwerking verklaren (paracetamol, NSAIDs, opiaten)
  • 3 Ziekteoorzaken

  • noem voorbeelden ziekten die komen door endogene factoren?
    cystic fibrose, hemofilie
  • Welke ziekte oorzaken zijn er?
    1. Endogene factoren 
    2. Exogene factoren 
  • Wat zijn endogene factoren?
    endogene factoren zijn vanaf de bevruchting vastgelegd in de genen. De genetische afwijkingen kunnen al meteen bij de pasgeborene tot uiting komen of pas later na jaren.
  • Endogene factoren.
    Endogene risicofactoren (van binnenuit) zijn de genetische factoren, zoals bijvoorbeeld ziekte van Huntington, sikkelcelanemie of taaislijmziekte.
    De genetische afwijkingen kunnen meteen bij de geboorte al tot uiting komen of pas jaren later. Er worden 3 soorten erfelijkheidspatronen uitgelegd:
    -Autosomaal recessief; het gezonde gen overheerst.
    Voorbeelden van autosomaal recessieve aandoeningen: Taaislijmziekte, Phenylketonurie (eiwit ziekte), congenitale hypothyreoïdie of Adrenogenitaal syndroom (bijnieren).
    -Autosomaal dominante overerving; het gemuteerde gen overheerst.
    Een ouder heeft vaak een normaal en een gemuteerd gen. Kind heeft 50% kans op ziekte. Ook met 1 gezond en 1 gemuteerd gen, doordat het gemuteerde gen overheerst.
    Voorbeeld van autosomaal dominante overerving: ziekte van Huntington, polyposis coli, marfan syndroom, neurofibromatose.
    -X-gebonden recessieve overerving: de mutatie zit op het x chromosoom.
    Mannen zijn met 1 X chromosoom altijd ziek, vrouwen hebben 2 x chromosomen dus de helft minder kans op de mutatie. Vrouwen zijn wel vaak drager.
    Voorbeeld Hemofilie A en B (bloederziekte) en spierziekte van Duchenne.
  • Wat is endogene factoren?
    Endogene factoren ontstaan door verandering in DNA/genetische afwijking vanaf bevruchting vastgeld.
  • Wat is een autosomaal recessieve aandoening?
    Bij deze vorm van erfelijkheid wordt alleen een kind ziek, dat van beide ouders het afwijkende gen krijgt. Een recessief gen komt namelijk alleen tot uiting met een gelijk gen op het andere chromosoom.
  • Exogene factoren.
    Exogene risicofactoren (van buitenaf) zijn omgevingsgebonden factoren, welke zijn onderverdeeld in chemische, fysische of biologische factoren, voeding en stress. Bijvoorbeeld blootstelling aan asbest, stralingen bij chemische factoren, gebroken botten of spierscheuring bij fysische factoren, allergieën als huisstofmijt of het hebben van luizen bij biologische factoren. Daarnaast is voeding een belangrijk onderdeel in de risicofactoren, waarbij vitaminetekort, ondervoeding of juist overgewicht bekende problemen zijn. Stress kan enorm veel klachten geven zoals hartkloppingen, hoge bloeddruk, hoofdpijn en uiteindelijk kan het voor ernstigere klachten zorgen zoals hartinfarct etc.
  • Wat is exogene factoren?
    Exogene factoren ontstaan tijdens zwangerschap/ later in leven.
  • Noem voorbeelden van autosomaal recessieve aandoeningen
    cystic fibrose, phenyl ketonurie, congenitale hypothreoïdie, andrenogenitaal syndroom
  • Multifactoriële aandoeningen.
    Multifactorieel veroorzaakte aandoening is een aandoening die komt door zowel endogene als exogene ziekteoorzaken. Bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, klachten aan de luchtwegen, diabetes mellitus type 2, kanker, auto-immuunziekte.
    Bij auto-immuunziekten richt de afweer zich tegen het eigen lichaam. Het immuunsysteem dat ziektekiemen hoort uit te schakelen maakt dan een fout en richt zich tegen lichaamseigen eiwitten.
    Voorbeelden van auto-immuunziekten zijn:
    • diabetes mellitus type 1 (afweer tegen pancreasweefsel)
    • multiple sclerose (afweer tegen myeline)
    • ziekte van Crohn (afweer tegen darmweefsel)
    • ziekte van Graves en Hashimoto (afweer tegen schildklierweefsel)
    • reumatoïde artritis en Bechterew (afweer tegen gewrichten en wervelkolom)
  • Welke exogene ziekteoorzaken zijn er?
    • Micro-organismen en wormen;
    • Chemische factoren (scheikundige oorzaken);
    • fysische factoren (natuurkundige oorzaken);
    • Voedingsgebrek of overvoeding;
    • Stressfactoren.
  • Autosomaal dominante aandoeningen
    Bij deze vorm van erfelijkheid veroorzaakt één afwijkend gen al ziekte. Want dominante genen komen tot uiting ongeacht de partner. De zieke ouder heeft vrijwel altijd één normaal en een afwijkend gen. De partner is gewoonlijk gezond en heeft dus 2 normale genen.
  • Welke 3 vormen van genetische overerving zijn er? En wat doen ze?
    Autosomaal recessief; het gezonde gen overheerst. Bv. taaislijmziekte.
    In geval van beide ouders dragers van ziekte: allebei 1 gemuteerd gen maar gezonde overheerst dus zij zijn niet ziek. Gevolg: kind 25% kans om de ziekte te krijgen.

    Autosomaal dominant: het gemuteerde gen overheerst. Bv. Huntington.
    Een ouder 1 gemuteerd en 1 gezond gen, andere ouder de ziekte. Gevolg: kind 50% kans op ziekte. Slaat geen generatie over.


    X-gebonden recessieve overerving: mutatie zit op het X-chromosoom. Mannen met 2x X-chromosoom zijn dus altijd ziek. Bijvoorbeeld bloederziekte of spierziekte van Duchenne.
  • Noem een voorbeeld van een endogene factor
    Vanaf geboorte (syndroom van Down)
  • noem voorbeelden van autosomaal dominante aandoeningen
    - familiaire hypercholesterolemie
    - ziekte van Huntington (onwillekeurige bewegingen en dementering)
    - polyposis coli (veel poliepen/gezwelletjes in de dikke darm)
    - Marfan syndroom (slappe bindweefsels)
    -neurofibromatose (huidvlekken en hersenafwijkingen)
  • Noem een voorbeeld van een exogene factor
    Onvolwaardige voeding, roken
  • Wat zijn X-gebonden (geslachtsgebonden) recessieve aandoeningen?
    Bij deze vorm van erfelijkheid zit het afwijkende gen op een X-chromosoom. Alleen vrouwen kunnen drager zijn van dit gen. Want ze hebben twee  X-chromosomen. Jongetjes met het gen op hun X-chromosoom worden ziek. Het Y-chromosoom bevat slechts de code nodig om testosteron te maken er zitten verder geen genen op. Het Y-chromosoom kan het recessieve gen daarom niet compenseren.
  • noem voorbeelden van geslachtsgebonden recessieve aandoeningen
    - Hemofilie A en B (bloederziekte)
    - Spierziekte van Duchenne
  • wat zijn exogene factoren?
    omgevingsfactoren
  • noem voorbeelden van exogene factoren
    - micro-organismen en wormen
    - chemische factoren (scheikundige oorzaken)
    - fysische factoren (natuurkundige oorzaken)
    - voedingsgebrek of overvoeding
    - stressfactoren
  • Welke hoofdsoorten micro-organismen zijn er?
    - bacteriën (bv. colibacil en stafylococ)
    - virussen (bv. herpes simplex en hiv)
    - gisten of schimmels (bv. aspergillus en candida)
    - protozoën (bv. malariaparasiet en toxoplasma)
  • Wat is anthelmintica?
    Medicatie tegen wormen
  • Waarin kunnen fysische factoren worden onderscheiden?
    - mechanisch letsel
    - thermisch letsel
    - elektrisch letsel
    - stralingsletsel
    - letsel door geluidsoverbelasting
  • Wat is een multifactoriële aandoening?
    Bij multifactoriële aandoeningen gaat het niet alleen om een optelsom van endogene en exogene factoren, maar juist om het inwerken van de omgevingsfactoen op zwakke plekken in aanleg
  • Wat is auto-immuniteit?
    bij auto-immuunziekten richt de afweer zich tegen het eigen lichaam. Het immuunsysteem dat ziektekiemen hoort uit te schakelen maakt dan een fout en richt zich tegen lichaamseigen eiwitten.
  • Noem voorbeelden van auto-immuunziektes
    - Diabetes Mellitus type 1 (afweer tegen pancreasweefsel)
    - Multiple sclerose (afweer tegen myeline)
    - Ziekte van Crohn (afweer tegen darmweefsel)
    - Ziekte van Graves en Hashimoto (afweer tegen schildklierweefsel)
    - Reumatoïde artritis en Bechterew (afweer tegen gewrichten en wervelkolom)
  • prodromen= 
    vroege symptomen
  • subklinisch=
    nog niet waarneembaar/ zonder klinische verschijnselen
  • Progressief=
    toenemend in ernst
  • Infaust=
    dodelijk
  • exacerbatie
    plotselinge verergering
  • remissie=
    de ziekteverschijnselen verminderen, de ziekte lijkt niet meer actief
  • recidief=
    terugkeer van ziekteverschijnselen
  • volledige remissie=
    weg blijven van de ziekteverschijnselen
  • curatief=
    met de bedoeling om te genezen
  • concervatief=
    zonder te opereren
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat betekend groeit infiltratief? 
Bij een maligne tumor kunnen uitlopers doordingen in de omringende weefselstructuren.
Wat zijn de kenmerken van een maligne tumor op cellulair niveau?
- Laag gedifferentieerde tumorcellen 
- Geen kapsel 
- Groeit infiltratief 
Wat is een benigne tumor?
Dit is een goedaardig gezwel.
Wat is een maligne tumor?
Dit is een kwaadaardig gezwel
Wat zijn de kenmerken van een benigne tumor op cellulair niveau?
- Gedifferentieerde tumorcellen
- Heeft een kapsel
- Drukt de vaten in zijn omgeving opzij 
Wat is het verschil tussen tumorgroei en hyperplasie?
Bij tumorgroei groeit een nieuw gezwel tussen weefsel en organen en kan dit invloed hebben op een bepaalde organisme. En bij hyperplasie gaat het om de groei van een bepaald orgaan of weefsel dat zich abnormaal in cellen vermenigvuldigd.
Wat is hyperplasie 
Dit is een algemene term voor de vergroting van een bepaald orgaan of weefsel als gevolg van een abnormaal hoge celdeling.
Wat is tumorgroei?
Een gezwel dat autonoom (zelfstandig) groeit, zowel goed aardig als kwaadaardig. De cellen van een tumor kunnen zich op eigen wil vermenigvuldigen dit kan snel of langzaam gaan en het kan ongelimiteerd zijn.
Noem een voorbeeld van een exogene factor
Onvolwaardige voeding, roken
Noem een voorbeeld van een endogene factor
Vanaf geboorte (syndroom van Down)