Summary Klinische psychologie

ISBN-13 9789001846244
6784 Flashcards & Notes
72 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Klinische psychologie". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789001846244. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Klinische psychologie

  • 1 Over klinische psychologie en abnormaal gedrag

  • Wat zijn volgens Duijker (1959) de basisdisciplines in de psychologie?
    De functieleer, ontwikkelingspsychologie, sociale psychologie, persoonlijkheidspsychologie en methodenleer.
  • Wat zijn volgens Duijker (1959) de toepassingsgerichte disciplines in de psychologie?
    A&O psychologie, onderwijspsychologie, klinische en gezondheidspsychologie.
  • Wat is de klassieke valkuil als men denkt aan klinisch psychologen?
    Dat zij werken in kliniek. Men treft deze psychologen echter in de gehele breedte van de gezondheidszorg aan.
  • Waarom kan met de basis en toepassingsgerichte disciplines binnen de psychologie niet los zien van elkaar?
    Omdat men abnormale gedachten, gedrag en gevoelens alleen kunnen worden verklaard tegen de achtergrond van normale processen. Kennis over wat normaal is komt voort uit de basisdisciplines.
  • Psychologen kunnen werkzaam zijn in de generalistische basis GGZ, wat betekent dit?
    Zij kunnen naast of met de huisarts worden ingezet voor hulp bij psychische problematiek.
  • 1.1 Het terrein van de klinische psychologie

  • Wat vormt de kern van klinische psychologie?
    Psychische stoornissen.
  • Welke term wordt ook wel genoemd als het gaat om klinische psychologie en waarom is dat?
    "Abnormal psychology": deze term geeft aan dat het om gedrag dat afwijkt van de norm en dat lastig is voor de persoon zelf en zijn of haar omgeving.
  • Op welke aspecten kunnen afwijkingen van de norm betrekking op hebben?
    Het betreft afwijken in negatieve zin: de afwijking kan betrekking hebben op de individuele persoon: (vaak een combinatie van) afwijkend gedrag, gedachten of belevingen. Relaties met andere mensen: afwijkend gedrag in relaties kan lijden tot gedachten/belevingen binnen de persoon en lijden tot een stoornis.
  • Wat is het onderscheid tussen een klinisch psycholoog en psychiater?
    De psycholoog volgt eerst een opleiding psychologie aangevuld door een masterprogramma. Een psychiater volgt eerst een studie geneeskunde aangevuld met de specialisatie psychiater. Hierdoor zijn de psychologen vaak beter methodisch onderlegd, terwijl een psychiater beter biologisch onderlegd zal zijn.
  • 1.2 Aspecten van 'abnormaal' gedrag

  • Welke zeven aspecten die werden door Seligman, Walker en Rosemhan (2001) benoemd bepalen of gedrag abnormaal of pathologisch is?
    Hoe meer van deze factoren aanwezig zullen zijn hoe eensgezinden psychologen zullen zijn, er dient tenminste 1 factor aanwezig te zijn:

    Persoonlijk lijden: je lijdt onder jouw problemen. 
    De (dis)functionaliteit van het gedrag: de mate waarin  gedrag het functioneren/welbevinden van de persoon/omgeving beïnvloed bepaalt mate van abnormaliteit.
    Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag: bijv. boulimia nervosa: eten en braken.
    Onvoorspelbaarheid en controleverlies: gedrag is ontremd / je kunt de aanleiding van het gedrag van de ander niet kennen/achterhalen.
    Opvallend en onconventioneel gedrag: eigen gedrag neemt men als maatstaf.
    Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt: impliciete regels voor gepast gedrag die worden overschreden.
    Het overtreden van morele normen: beoordelen o.b.v. van wat goed/slecht is.
  • Wat is "observer discomfort"?
    Onbehaaglijk gevoel bij anderen dat wordt gecreëerd doordat impliciete regels worden overtreden en vervolgens dit gedrag als abnormaal bestempelen.
  • Wat zijn volgens Scheff (1996) restregels?
    Impliciete regels waarvan men zich pas bewust is als deze door anderen worden overschreden.
  • Wat is volgens de American Psychology Association de definitie van een psychische stoornis?
    Een syndroom, gekenmerkt door klinische significante symptomen op het gebied van cognitieve functies, de emotieregulatie of het gedrag van de persoon, dat een uiting is van een disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het psychische functioneren.
  • Hoe voorkomt men in de DSM-5 dat de definitie van mentale stoornissen een instrument voor sociale repressie is geworden?
    Er zijn drie uitsluitende omstandigheden geformuleerd. Te verwachten en cultureel aanvaarde reacties worden uitgesloten. Langdurig deviant gedrag dat voortkomt uit het behoren tot een politieke, religieuze of seksuele minderheid wordt uitgesloten. Het gedrag moet niet voortkomen uit een persoonlijk conflict tussen individu en maatschappij zoals bij excentrieke artiesten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarom is het diagnosticeren en onderscheiden van comorbiditeit bij depressieve stemmingsstoornissen van belang?
De beide stoornissen zijn ernstiger dan bij een van beide stoornissen. Combinatiebehandeling van gesprekstherapie en medicatie is aangewezen.
Welke factoren beïnvloeden zowel stemmingsklachten als lichamelijke ziekten?
Stress, ontregeling (hormonaal, immuun, stofwisseling) en veranderingen in levensstijl.
Wat is de relatie tussen depressieve stoornissen en lichamelijke klachten?
30-60% presentatie met lichamelijke klachten (moeheid, pijn)
Ook vaak somatoforme en gerelateerde stoornissen.
20-25% van de mensen met een ernstige chronische lichamelijke aandoening ontwikkelt een depressieve stoornis.
Wat is de belangrijkste comorbiditeit bij een bipolaire stoornis?
Afhankelijkheid van middelen (47%)
Wat zijn de belangrijkste comorbiditeiten bij depressie?
50% psychische comorbiditeit.
Angststoornissen (gegeneraliseerde angststoornissen, paniekstoornis of PTSS)
Wat is de lifetimeprevalentie van de bipolaire I en II stoornissen?
1,3% (gelijk voor mannen en vrouwen)
bipolaire spectrumstoornis: 4,8%
Wat is de lifetimeprevalentie van de persisterende depressieve stoornis?
Nog niet goed duidelijk.
Dysthyme stoornis: 1,3% (mannen 0,6% vrouwen 2,0%)
Inclusief chronische depressie: 4,6%
Hoe vaak treedt een recidieve depressie op en wat zijn de risicofactoren?
Binnen 2 jaar: 30%
Binnen 15 jaar: 80%
Risicofactoren zijn: jongere leeftijd, aantal eerdere episoden, negatieve jeugdervaringen en het ervaren van tegenslag in het dagelijks leven.
Hoe vaak wordt een depressieve episode chronisch en wat zijn de risicofactoren?
50% herstel binnen 3 maanden
10-20% nog depressie na 2 jaar: persisterende depressieve stoornis
Risicofactoren zijn: grotere ernst van de depressie, aanwezigheid van lichamelijke aandoening en het gebrek aan sociale steun.
Wat is een mogelijke verklaring voor het sekseverschil in de prevalentie van depressie?
Ontstaat na 11-15 jaar, daarvoor gelijk. Onduidelijk of geslachtshormonen een rol spelen.
Geen rol: grotere medische consumptie, peripartum depressie, overgang of menstruatie.
Mogelijk: Sociale situatie en neiging tot piekeren