Summary klinische psychologie

-
ISBN-10 9001881475 ISBN-13 9789001881474
222 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "klinische psychologie". The author(s) of the book is/are ellin simon. The ISBN of the book is 9789001881474 or 9001881475. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - klinische psychologie

  • 1 psychodiagnostiek

  • wat is de kern van psychodiagnostiek?
    • De integratie van 3 bronnen (onderzoeksgesprekken, (gedrags)observaties en psychologische tests en vragenlijsten) om antwoorden op onderzoeksvragen te krijgen.
    • factoren in de persoon, in het gedrag en in de omgeving worden daarbij in samenhang beschouwd. 
  • 1.1 de rol van psychodiagnostiek

  • Meestal leveren het onderzoekgesprek en de (gedrags)observaties al voldoende informatie op om op basis daarvan een behandeling te starten. 
    Soms is echter aanvullend onderzoek nodig.
    Waarom zou dit nodig kunnen zijn?
    *om de context en de achtergrond van de klachten beter te kunnen plaatsen
    *om de juiste behandeling of ondersteuning te indiceren (bv als klachten diffuser enminder grijpbaar zijn en het beloop meer sluimerend en geleidelijk is geweest )
  • Bij de overweging om meer aanvullend onderzoek te doen geldt over het algemeen genomen het stepped care model. Wat houdt dit in?
    afhankelijk van de ernst en de hardnekkigheid van de klachten kan worden gekozen voor een meer uitgebreid psychodiagnostisch onderzoek.
  • wanneer kan het in de specialistische ggz zinvol zijn om uitgebreid psychodiagnostisch onderzoek te doen?
    #wanneer tijdens de intake de indruk bestaat dat de problematiek grotendeels toe te schrijven is aan intelligentie, ontwikkelingsproblematiek, persoonlijkheidskenmerken of cognitief (dis)functioneren

    #wanneer iemand al meerdere (psychologische) behandelingen heeft gehad zonder het gewenste resultaat. Er moet dan onderzocht worden of er factoren zijn in de intelligentie, het cognitief functioneren of persoonlijkheid die de eerdere behandeling hebben ondermijnd.

    #wanneer iemand gebaat lijkt bij een langer durende en/of intensievere behandeling vanwege persoonlijkheidsproblematiek die in het contact tijdens de behandeling zichtbaar is geworden. Het psych onderzoek kan dan de keuze onderbouwen en adviezen genereren voor de verdere invulling.
  • wat staat centraal bij psychodiagnostisch onderzoek?
    Het opstellen en toetsen van een verklarende hypothese

    Het gaat dus verder dan het beschrijven van klachten en het stellen van een classificerende diagnose.


    Hij zal vooral willen begrijpen welke interne psychische processen en omgevingsinvloeden ten grondslag liggen aan de klachten en problemen van een client
  • de psychodiagnosticus kan verschillende rollen aannemen. 
    Welke rollen zijn dit?
    # intaker: hij wil in het eerste contact uitzoeken wat er aan de hand is
    # diagnosticus: wil de problemen/klachten kaderen
    # psychodiagnosticus: wil diepgaand begrijpen

    De basishouding is die van onderzoeker
  • wanneer zou er sprake kunnen zijn van rolverwarring?
    wanneer de psycholoog een behandelrelatie heeft opgebouwd, is het raadzaam om psychodiagnostische vragen door een collega-psycholooog te laten afnemen. Daarbij wordt rolverwarring voorkomen
  • wat is de empirische cyclus binnen psychodiagnostisch onderzoek?
    op basis van vermoedens van het hoe het probleem verklaard kan worden, ontwerpt hij hypothesen, toetst deze en bouwt zo kennis op omdat de hypotheses worden aangenomen of verworpen.
  • de psychologische diagnostiek binnen de klinische setting kan vanuit verschillende invalshoeken benaderd worden en dit is afhankelijk van het theoretisch kader. 
    Noem een aantal invalshoeken.
    #transdiagnostische benadering
    #farmocotherapie en andere niet-psychotherapeutische behandelvormen
    # de psychoanalytische benadering
    # de clientgerichte psychotherapie
    # cognitieve gedragstherapie
    # interpersoonlijke therapie
  • 1.2 de diagnostische cyclus

  • welke stappen kent de diagnostische cyclus
    # klachtanalyse 
    # probleemanalyse
    # verklaringsanalyse
    # indicatieanalyse


    De stappen volgen elkaar op gebruiken op iteratieve wijze de informatie uit de voorgaande stappen, of gaan terug naar een eerdere stap als er informatie ontbreekt of niet blijkt te kloppen
  • Een wetenschappelijke grondhouding is van belang. Leg uit/hoe
    # de onderzoeker formuleert een theorie op basis van wetenschappelijke literatuur
    # zoekt doelgericht en systematisch informatie die de eigen theorie kan ontkrachten (falsificatie) en kan bevestigen (verificatie)
     # gebruikt betrouwbare en valide onderzoeksmiddelen waarbij het onderzoeksproces  transparant en repliceerbaar is
  • 1.3 klachtanalyse: wat is de vraag?

  • waarmee begint psychodiagnostisch onderzoek meestal?
    een doorverwijzing door een andere hulpverlener, een huisarts of een collega die een aanvraag doet voor een intake of onderzoek bij zijn client
  • wat staat er in een verwijzing/aanmelding?
    # de aanleiding voor de verwijzing
    # de onderzoeksvraag of hulpvraag van de client
  • Wat zijn de stappen in de klachtenanalyse?
    1 wat is de achtergrond van de aanvraag? De aanleiding? De motieven van de aanvrageer? De verwachting van het onderzoek?
    2 de analyse van de hulpvraag van de client. Waarom juist nu? Wat is voor de client het doel? Wat ziet de client als probleem?
  • wat wordt bedoeld met een verhelderende diagnose?
    De klachtenanalyse volgt op de aanleiding en leidt tot een verhelderende diagnose: de aanleiding is duidelijk, de verwachtingen zijn duidelijk. Er is duidelijk of er al eerder onderzoek is gedaan. De kaders zijn bekend.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat zijn onttrekkingsverschijnselen

klachten die optreden wanneer antidepressiva plotseling wordt gestaakt
  • slaapklachten
  • agitatie
  • angst

langzaam afbouwen. Hoe langer het gebruikt wordt, hoe langzamer afbouwen. 

antidepressiva leidt niet tot gewenning/tolerantie
histaminerge
  • sufheid
  • gewichtstoename
noradrenerge bijwerkingen
  • potentiestoornissen
  • verlaagde bloeddruk
  • orthostatische hypotensie
anticholinerge bijwerkingen
  • droge mond
  • wazig zien,
  • versnelde hartslag
  • overmatig zweten
  • obstipatie
  • problemen bij het plassen als er een vergroting van de prostaat is
serotonerge bijwerkingen
  • maagdarmklachten
  • misselijkheid
  • gejaagdheid in het begin
  • hoofdpijn
  • onrustig slapen
  • seksuele functiestoornissen
wat voor bijwerkingen bij antidepressiva?
De eerste paar weken kan er onrust en gejaagdheid optreden. Patient wordt actiever maar de stemming is nog niet verbeterd. 
Dit kan samengaan met het induceren of een toename van doodsgedachten en suïcidaliteit!!

de bijwerkingen zijn te herleiden tot  de neurotransmittersystemen waarop zij werkzaam zijn.

SSRI: meer serotonerge bijwerkingen

tricyclische en moderne: werken op meerdere systemen en kunnen dan ook naast bijwerkingen op het serotonerge systeem ook op meerder tegelijk geven. bv noradrenaline, histamine
hoe komt het dat patienten de behandeling nogal eens vroegtijdig stoppen?
antidepressiva kunnen veel hinderlijke bijwerkingen geven en patienten ervaren dan in het begin alleen de negatieve effecten. 

Goede begeleiding en voorlichting is van essentieel belang.
indicaties voor antidepressiva
  • patienten met depressieve stoornis, kunnen de verschijnselen verminderen
  • zonder depressieve stoornis werkt het niet stemmingsverbeterend
  • de kans op effect is groter bij ernstige depressiva en vitale kenmerken: nergens van kunnen genieten, 's ochends somberder, verminderde eetlust, doorslaapproblemen, moeheid
  • ook bij angststoornissen: paniekstornis met on zonder agorafobie, sociale angststoornis, gegeneraliseerde angststoornis
  • ptss
  • agressie
  • ocs
  • slaapstoornissen
  • pijnstoornissen
  • eetstoornissen
  • stemmingsstoornissen die duidelijk een reactie zijn op aangrijpende gebeurtenis. Wel onderscheid maken tussen tussen duidelijk stemmingsstoornis en normale psychologische reacties op een ingrijpende levensgebeurtenis
  • 50-70 % is effectief
  • SSRIs kunnen een positief effect hebben bij bepaalde symptomen van verschillende persoonlijheidsstoornissen. bv bps
downregulation
  • een terugkoppelingsmechanisme dat ervoor zorgt dat er geen overstimulatie ontstaat. Uiteindelijk resulteert het in een verandering/normaliseren van het evenwicht. 
  • verklaar dat het klinisch effect pas nog 3 tot 4 weken is 
hoe werken antidepressiva

op 2 manieren:
  •  ze verbeteren de neurotransmissie, bijvoorbeeld doordat ze heropname van serotonine in eht neurouiteinde (neuro=zenuw) remmen, waardoor er meer serotonine in de synapsspleet (= de ruimte waar twee zenuwcellen contact met elkaar maken) beschikbaar komt. 
  • antidepressiva prikkelen rechtstreeks de receptor. Door de verhoogde concentratie van de neurotransmitter bij de receptoren neemt het aantal receptoren en hun gevoeligheid af. Dit vindt in enkele weken plaats en heet down-regulation