Summary Koop en consumentenkoop

-
ISBN-10 9013061656 ISBN-13 9789013061659
430 Flashcards & Notes
13 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Koop en consumentenkoop". The author(s) of the book is/are Peter Klik. The ISBN of the book is 9789013061659 or 9013061656. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Koop en consumentenkoop

  • 1.1 Overzicht

  • De verkoper is volgens art. 7:1 BW verplicht een zaak te geven. 
  • Afdeling 7.1.2 beschrijft de verplichtingen van de verkoper nauwkeuriger en laat zich opdelen in drie delen. Welke drie delen zijn dit?
    - Hoofdverplichtingen
    - Risico
    - Nevenverplichtingen
  • De verkoper heeft twee hoofdverplichtingen. Welke zijn dit?
    De eigendom van de verkochte zaak overdragen en hij moet de zaak afleveren. 
  • De zaak moet bij aflevering aan de overeenkomst beantwoorden. Dit wordt ook wel het conformiteitsvereiste genoemd. 
  • Bij de vraag over het risico gaat het om de vraag voor wiens risico het is als de verkochte zaak verloren gaat of beschadigd wordt voordat deze feitelijk onder de hoede van de koper is gekomen. 
  • De te bespreken regels in dit hoofdstuk zijn regelend recht, partijen zijn dus volledig vrij in hun overeenkomst hiervan af te wijken; voor de consumentenkoop geldt dit echter niet. 
  • 1.2 Hoofdverplichtingen van de verkoper

  • De verkoper is verplicht de verkochte zaak met toebehoren in eigendom over te dragen en af te leveren.
  • Wat wordt verstaan onder toebehoren?
    De aanwezige titelbewijzen en bescheiden. Maar voorzover de verkoper zelf daarbij belang behoudt, is hij slechts verplicht om aan de koper op diens verlangen en op diens kosten een afschrift of uittreksel af te geven. 
  • Wat wordt onder aflevering verstaan?
    Het stellen van de zaak in het bezit van de koper.
  • In geval van koop met eigendomsvoorbehoud wordt onder aflevering verstaan het stellen van de zaak in de macht van de koper. 
  • Hoe de verkoper er voor zorgt dat de koper eigenaar wordt maakt niet uit. 
    Wordt de eigendom niet overgedragen, dan is dit een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis. 
  • Het afleveren van de zaak zelf omvat al het afleveren van alle bestanddelen. Onder toebehoren wordt verstaan wat onder het oude recht hulpzaken werd verstaan. 
  • Wat zijn toebehoren?
    Dit zijn zelfstandige zaken die bestemd zijn een bepaalde hoofdzaak duurzaam te dienen.
  • De tweede hoofdverplichting van de verkoper is het afleveren van de zaak. 
  • Wat wordt met de aflevering van de zaak bedoeld?
    Het verschaffen van bezit of houderschap. 
  • Hoe wordt dit ook wel genoemd?
    Bezitsverschaffing.
  • Normaal is de feitelijke overdracht van het verkochte goed zelf of de afgifte aan de koper van de middelen om over het goed te beschikken, bijvoorbeeld de sleutels van een woning. 

    Maar eveneens gelden als aflevering bezitsverschaffing zonder verplaatsing van de zaak, zoals levering constitutum possessorium, traditio brevi manu en traditio longa manu. 
  • De verkoper van een individueel bepaalde zaak heeft volgens art. 6:"27 BW een zorgplicht in de periode tot aflevering. Maatstaf is een zorgvuldig schuldenaar. De koper kan dus al voordat de zaak moet worden afgeleverd de nakoming van deze zorgverplichting afdwingen. 
  • Het eigendomsvoorbehoud (art. 3:92 BW) wordt door het BW gezien als een overdracht onder opschortende voorwaarde. 
  • Wat is de voorwaarde?
    Dat de wederpartij de tegenprestatie zal voldoen.
  • De bezitsverschaffing zou de koop met eigendomsvoorbehoud onmogelijk maken. Daarom bepaalt lid 3 dat bij een koop met eigendomsvoorbehoud de zaak alleen in de macht van de koper behoeft te worden gesteld. 
  • 1.3 Risico

  • 1. De zaak is voor risico van de koper van de aflevering af, zelfs al is de eigendom nog niet overgedragen. Derhalve blijft hij de koopprijs verschuldigd, ongeacht tenietgaan of achteruitgang van de zaak door een oorzaak die niet aan de verkoper kan worden toegerekend. 
  • 2. Hetzelfde geldt van het ogenblik af, waarop de koper in verzuim is met het verrichten van een handeling waarmee hij aan de aflevering moet meewerken. 

    In geval naar de soort bepaalde zaken zijn verkocht, doet het verzuim van de koper het risico eerst op hem overgaan, wanneer de verkoper de voor de uitvoering van de overeenkomst bestemde zaken heeft aangewezen en de koper daarvan heeft verwittigd. 
  • 3. Indien de koper op goede gronden het recht op ontbinding van de koop of vervanging van de zaak inroept, blijft deze voor risico van de verkoper.
  • 4. Wanneer de zaak na de aflevering voor het risico van de verkoper is gebleven, is het tenietgaan of de achteruitgang ervan door toedoen van de koper eveneens voor rekening van de verkoper. De koper moet echter van het ogenblik af dat hij redelijkerwijs rekening moet houden met het feit dat hij de zaak zal moeten teruggeven als een zorgvuldig schuldenaar voor het behoud ervan zorgen. 
  • Is een zaak verkocht, maar nog niet in de feitelijke macht van de koper en de zaak wordt beschadigd of gaat geheel teniet, dan is de vraag voor wie z'n nadeel dit is?
    Indien er geen sprake is van schuldeisersverzuim of ontbinding/vervanging, gaat het risico over op de koper op het moment van afleveren. art. 7:10 BW lid 1 (normale geval)
  • De zaak kan in het bezit komen door tweezijdige verklaring van partijen, zonder feitelijke handeling, via levering constitutum possessorium (zaak blijft bij verkoper), brevi manu (zaak was al bij koper) of longa manu (zaak blijft bij derde). 
  • Wat houdt het dragen van risico in?
    Dit houdt in dat het risico dat de koper de koopprijs verschuldigd blijft bij het tenietgaan of achteruitgaan van de zaak. En dat de koper ook geen rechten heeft ten opzichte van de verkoper op grond van tekortkoming.
  • Maar natuurlijk draagt de koper geen risico wanneer de oorzaak van het tenietgaan of achteruitgaan aan de verkoper toegerekend kan worden. 
  • Indien een verkochte zaak vergaat of achteruitgaat voordat het risico is overgegaan, is dit het nadeel voor de verkoper. 
  • Wat moet de verkoper dan doen?
    Een vervangende zaak afleveren of de achteruitgang herstellen. 
  • Werkt de koper niet mee aan een aflevering dan komt hij in crediteursverzuim.(lid 2: crediteursverzuim)
  • Bij naar soort bepaalde zaken kan het risico pas overgaan als de voor de koper bestemde zaken zijn aangewezen en de koper daarvan op de hoogte is gesteld. 
  • Wat gebeurt er bij ontbinding? (lid 3: ontbinding of vervanging)
    Dan vervallen de bestaande verbintenissen en ontstaan ongedaanmakingsverplichtingen (art. 6:269 en 271 BW)
  • De koper kan niet het gekochte in goede staat terugleveren, en zonder lid 3 en 4 zou vergaan of achteruitgaan van de zaak na aflevering voor risico van de koper komen
  • De koper heeft alleen recht op ontbinding als de niet-nakoming van een zodanig geringe betekenis is dat ontbinding niet gerechtvaardigd is. De regeling geldt ook indien de koper vervanging vordert. 
  • Lid 4: schade bij ontbinding of vervanging

    De koper weet meestal niet van tevoren dat het tot een ontbinding zal komen en zal de gekochte zaak als zijn eigendom gebruiken. Het zou niet redelijk zijn als de koper later, als het tot ontbinding komt, voor eventuele schade aan de zaak aansprakelijk zou zijn. 
  • Pas vanaf het moment dat de koper met de mogelijkheid van ontbinding rekening dient te houden, kan van hem een bijzondere zorg gevergd worden. Art. 7:10 lid 4 BW geldt ook voor het geval de koopovereenkomst niet wordt ontbonden maar de koper vervanging van de zaak vordert. 
  • Als de verkochte zaak wel is afgeleverd door enkele afspraak, maar feitelijk nog niet bij de koper aanwezig is kan de risicoregeling van 7:10 BW ongunstig zijn. Het risico rust dan al bij de koper, dit kan bij L C P en longa manu.
  • Om deze wijze van risico-overgang te voorkomen is art. 7:11 BW van toepassing. Dit artikel wijst de bezorging als het moment van risico-overgang. 

    Deze risico-overgang is niet van dwingend recht, maar er mag niet van worden afgeweken in de algemene voorwaarden. 
  • Bij de koop op proef geldt dat de risico-overgang geschiedt op het moment van het definitief worden van de koopovereenkomst. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Gerrit Jansen (advocaat van beroep) en Erik Veenstra (verkoper) zijn voornemens een koopovereenkomst te sluiten met betrekking tot de aan- / verkoop van een pand gelegen aan de Oranjesingel te Nijmegen. Gerrit Jansen wil zich vestigen als advocaat in dit pand. Zover is het echter nog niet. Partijen zijn nog in onderhandeling.Dat de overname er zal komen is wel duidelijk, maar partijen hebben nog geen overeenstemming bereikt over de prijs. Op een gegeven moment heeft Gerrit Jansen genoeg van de onderhandelingen en vordert bij de rechter dat Erik Veenstra medewerking zal verlenen aan de overdracht van het pand aan Gerrit Jansen. Gerrit Jansen voert hiertoe aan dat, hoewel er nog geen overeenstemming is bereikt over de overnameprijs, er wel een op die overname gerichte overeenkomst tot stand is gekomen. Erik Veenstra is een redelijke overnameprijs verschuldigd op grond van art 7:4 BW, aldus Gerrit Jansen. Erik Veenstra voert verweer en stelt dat er nog geen overeenkomst tot stand is gekomen nu er nog geen overeenstemming is bereikt over de overnameprijs.Leg uit, mede aan de hand van jurisprudentie, hoe de rechter op deze vordering van Gerrit Jansen zal oordelen.
Deze casus speelde in het arrest Peters/Blokker (1) In dit arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat art 7:4 BW is geschreven voor het geval dat een koopovereenkomst is gesloten zonder dat partijen zich hebben bekommerd om de prijs (1). Art 7:4 BW is niet geschreven voor de situatie dat partijen hebben onderhandeld over de prijs maar niet tot overeenstemming zijn gekomen (r.o. 3.3, tweede alinea) (1). Dit laatste is in casus het geval: partijen hebben onderhandeld over de prijs maar zijn niet tot overeenstemming gekomen (1). Dit betekent dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen en dat de vordering van Gerrit Jansen geen kans van slagen heeft (1).
Beusekom B.V. heeft zich gespecialiseerd in de verkoop van keukens. Beusekom B.V. is gebruiker van algemene voorwaarden. Artikel 5 van de algemene voorwaarden bepaalt het volgende: “ Beusekom B.V. is gerechtigd bij het aangaan van een overeenkomst een aanbetaling van 65% te vragen.”Stel dat er sprake is van een consumentenkoop. Leg uit of dit beding inde algemene voorwaarden op haar inhoud onaantastbaar rechtsgeldig is.
Volgens artikel 7:26 lid 2 kan de koper tot vooruitbetaling van ten hoogste de helft van de koopprijs worden verplicht (1). Op grond van art 7:6 lid 2 is deze bepaling van regelend recht (1), doch een beding in de algemene voorwaarde waarbij ten nadele van koper wordt afgeweken van die artikelen, worden als onredelijk bezwarend aangemerkt (1). Dit laatste is in casu het geval: in art 5 van de algemene voorwaarde wordt ten nadele van de consument afgeweken art 7:26 lid 2 BW (1). Het beding is daarmee op grond van art 7:6 lid 2 onredelijk bezwarend en vernietigbaar op grond van art 6:233 sub a BW (1). Het beding is daarmee rechtsgeldig maar vernietigbaar (1).  
Inge koopt op zondag 8 december via de website gelukssieraden.nl een ketting ter waarde van € 12,50 als cadeautje voor de verjaardag van een van haar vriendinnen. De verzendkosten bedrag € 2,50. In totaal rekent Inge 15,00 af. Op maandag 9 december 2019 ontvangt Iris per mail een bevestiging van gelukssieraden.nl waarin de ontvangst van haar bestelling wordt bevestigd. Zij leest deze ontvangstbevestiging dezelfde dag. Op dinsdag 11 december 2019 ontvangt Iris haar pakket. Ze maakt het pakketje direct bij ontvangst open.    Bij opening van het pakket is Inge niet enthousiast over de ketting en ze maakt gebruik van het retourrecht. Ze leest op de website van gelukssieraden.nl dat bij gebruikmaking van het retourrecht onder andere de volgende bepaling geldt:“indien koper gebruik maakt van het retourrecht zal het aankoopbedrag binnen 30 dagen worden gecrediteerd met inhouding van de verzendkosten.”Na retournering ontvangt Inge na 20 dagen een bedrag van € 12,50 terug van de verkoperGa er bij de beantwoording van de volgende vraag vanuit dat er sprake is van een overeenkomst op afstand én consumentenkoop.Vraag 8 (8 punten)Geef twee redenen waarom deze bepaling rechtsgeldig, maar vernietigbaar is.
In art 6:230r lid 1 BW (1) is bepaald dat de handelaar, na een ontbinding door de koper op grond van art 6:230o BW uiterlijk binnen 14 dagen na de dag van ontvangst van de verklaring tot ontbinding (1) alle van de consument ontvangen betalingen, met inbegrip van de leveringskosten (1), vergoedt.  Dit beding is van dwingend recht op grond van art 6:230i BW (1). Het beding op de website van gelukssieraden.nl wijkt op twee punten af van art 6:230r lid 1 ten nadele van de consument:
-Terugbetaling van 30 dagen in plaats van binnen 14 dagen (1)
-Gelukssieraden betaalt de verzendkosten niet terug terwijl dat op grond van de wet wel moet (1).
Nu er sprake is van strijd met dwingend recht ten nadele van de consument is deze bepaling rechtsgeldig (1), maar vernietigbaar op grond van art 3:40 lid 2 BW (1).
Floris en Bernadette zijn op zoek naar een leuke woning voor een voor hun betaalbare prijs in de gemeente Nijmegen. Uiteindelijk valt hun oog op een leuke bovenwoning in Nijmegen-Oost. De eigenaar van de woning, Frits Mik, laat hen op woensdag 6 mei de woning zien. Al snel laat Bernadette weten dat zij helemaal valt voor de woning en de levendige buurt. Floris en Bernadette laten diezelfde dag nog aan de makelaar van verkoper weten dat zij de vraagprijs van € 320.000 accepteren. De makelaar is enthousiast en zegt: ‘dan is de woning voor u!’ Er wordt meteen een afspraak gemaakt voor vrijdag 8 mei om de koopakte te ondertekenen. Tijdens deze bijeenkomst wordt de koopakte door beide partijen ondertekend en wordt de akte aan de kopers ter hand gesteld.Na het weekend – op dinsdagavond 12 mei – begint Floris sterk te twijfelen aan de aankoop van de bovenwoning. Hij vindt de prijs aan de hoge kant. Ook Bernadette krijgt twijfels en vraagt zich af hoe het mogelijk is dat zij zo impulsief hebben kunnen handelen. Bernadette en Floris vragen zich af of zij nog van de koop af kunnen komen.Vraag 6 (7 punten)Is er voor kopers een mogelijkheid om van de koopovereenkomst af te komen? Zo ja, welke?
Er is in casu sprake van een koopovereenkomst op grond van art 7:1 BW. Er wordt immers een zaak (een bovenwoning, zijnde een onroerende zaak ex art 3:3 lid 1 BW) gegeven en daarvoor wordt een prijs (€ 320.000) betaald. Er is dus sprake van een koop van een onroerende zaak die voor bewoning is bestemd. Op een dergelijke situatie is art 7:2 BW van toepassing (1). Op grond van art. 7:2 lid 2 BW heeft de koper van een voor bewoning bestemde onroerende zaak, gedurende 3 dagen na de terhandstelling het recht de koop zonder opgave van redenen te ontbinden (1).

In dit geval is de koopakte op vrijdag 8 mei ter hand gesteld. De termijn begint dus te lopen op zaterdag 9 mei (1) en eindigt in beginsel op maandag 11 mei (1).

Op de bedenktermijn van drie dagen is de Algemene termijnenwet (art. 2 ATW) van toepassing. Art 2 ATW bepaalt dat een termijn van drie dagen, zo nodig, zoveel wordt verlengd, dat daarin tenminste twee dagen voorkomen die niet een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag zijn (1). De termijn moet dus worden verlengd met één dag (1), zodat er twee dagen zijn die niet een weekenddag zijn. De termijn eindigt dus op dinsdag 12 mei. Floris en Bernadette kunnen tot en met dinsdag 12 mei de overeenkomst ontbinden (1).
Op de verpakking staat de volgende gebruiksaanwijzing:-tapijtreiniger met spons in vlek masseren;-20 minuten laten inwerken;-opgeloste vlek m.b.v. spons deppen;-met lauwwarm water nabehandelen.Voor eventuele klachten kunt u bellen: Adeco-klantenservice, tel. 0900- 400400.Wanneer Floris overeenkomstig de gebruiksaanwijzing zijn vlekkentapijt aan het reinigen is, ziet hij tot zijn schrik met het wegtrekken van de vlekken gaten in de vloerbedekking ontstaan. Het gehele tapijt van Fiorentini is vernield. De schade bedraagt € 4.200,-.Tevens krijgt Floris nog dezelfde dag een vreemdsoortige uitslag op zijn handen. Doktersconsult wijst uit, dat dit toe te schrijven is aan de tapijtreiniger. De nota van de dokter, alsmede de kosten van een zalfje bedragen € 120,-.Floris neemt contact op met de Adeco-klantenservice om zijn verhaal te doen. Hem wordt meegedeeld, dat de supermarkt niet aansprakelijk is, omdat de tapijtreiniger is geproduceerd door Bavink N.V. Floris vraagt zich af of hij de schade die hij lijdt kan verhalen. Naast de schade aan het tapijt en de letselschade zit hij ook nog met een tweetal flessen tapijtreiniger waar hij niets mee kan ter waarde van in totaal € 8,50,-.Ga er bij de beantwoording van onderstaande vraag vanuit dat er sprake is van een consumentenkoop.Vraag 5 (14 punten)Leg uit wie er aansprakelijk is/zijn voor welke schade.
Art 7:24 BW is van toepassing nu er sprake is van consumentenkoop en non-conformiteit. Op grond van art. 7:24 lid 1 is in geval van non conformiteit bij een consumentenkoop de verkoper aansprakelijk voor alle schade, dus zowel voor transactie- als gevolgschade (1).

De schade voor wat betreft de onbruikbare tapijtreiniger ad € 8,50 betreft transactieschade en komt op grond van art 7:24 lid 1 BW voor rekening van verkoper Adeco (1).

Voor wat betreft de gevolgschade, in dit geval de schade aan het tapijt, geldt het volgende.
Art 7:24 lid 2 BW (1) bepaalt dat indien de tekortkoming uit een gebrek bestaat als bedoeld in afdeling 6.3.3. BW, de producent en niet de verkoper aansprakelijk is voor schade als in afdeling 6.3.3. BW bedoeld (1), tenzij art. 7:24 lid 2 sub a, b of c BW van toepassing is, dan is de verkoper (naast) de producent aansprakelijk (1) 

De vraag is derhalve of er aan de tapijtreiniger een veiligheidsgebrek kleeft, waardoor art. 7:24 lid 2 jo afd. 6.3.3. van toepassing is. Op grond van art. 6:185 BW (1) is  een producent (Bavink N.V.) aansprakelijk voor een gebrekkig product, tenzij een van de verweren van toepassing is (in casu n.v.t.) (1). Is er sprake van een gebrekkig product? Art. 6:186 (1) bepaalt dat een product gebrekkig is indien het niet de veiligheid biedt die men ervan mag verwachten alle omstandigheden meegenomen, in het bijzonder o.a. gezien het redelijk te verwachten gebruik ervan (1). I.c. is de tapijtreiniger een gebrekkig product, nu Floris - gezien het redelijk te verwachten gebruik ervan - niet hoeft te verwachten dat er gaten in het tapijt zouden ontstaan en dat hij uitslag zou kunnen krijgen (1).
Welke schade dient de producent van de tapijtreiniger te vergoeden? Art. 6:190 lid 1 BW bepaalt wélke schade de producent dient te vergoeden
De letselschade van Floris ad € 120 valt onder schade als bedoelt in art 6:190 sub a BW  (1)
De schade aan het tapijt ad € 4200 valt onder de schade als bedoelt in art 6:190 sub b BW (1)
Buurtsupermarkt Adeco en Bavink N.V. zijn hoofdelijk aansprakelijk, wanneer Buurtsupermarkt Adec het gebrek kende of behoorde te kennen, of wanneer Buurtsupermarkt Adeco  de afwezigheid van het gebrek heeft toegezegd, art.7:24 lid 2 sub a en b BW. Hiervan is echter in dit geval geen sprake (1). Ook is geen sprake van de situatie genoemd in sub c (1). 
Een vriend van Joris, Peter, ziet een paar weken later de kast bij Joris thuis staan. Peter die van beroep antiquair is, heeft het vermoeden dat de kast een vervalsing is. Joris die dit wil uitsluiten, geeft aan Peter de opdracht om dit te onderzoeken. De conclusie van dit onderzoek is een paar weken later bekend en luidt dat het inderdaad om een vervalsing gaat. Joris, die dacht een échte Mahonie kast uit 1900 te hebben gekocht en daar ook een redelijke prijs voor te hebben betaald, voelt zich bekocht.Joris wil zijn geld terug. Leg uit of Joris de overeenkomst kan ontbinden.
Op grond van art. 7:22 lid 1 BWkan Joris de koopovereenkomst ontbinden, indien de zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst en er sprake is van een consumentenkoop (1).
Deze bevoegdheid tot ontbinding ontstaat pas indien herstel of vervanging niet mogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden (1) (art. 7:22 lid 2 BW) (1). Gelet op de aard van de afwijking (vervalsing van een antieke kast) behoren de vorderingen aflevering van het ontbrekende, herstel en/of vervanging, niet tot de mogelijkheden (1). Joris kan dan ook de ontbinding inroepen op grond van artikel 7:22 lid 1 sub a BW (1).
We gaan nu weer van een andere situatie uit: op woensdag 6 december 2018 is de koopakte Benno-Sjaak (ook) door Benno ondertekend. Als datum van levering is afgesproken maandag 2 april 2019. Op 8 december 2018 gaat Sjaak tot vormerkung over. Op 7 maart 2019 wordt Benno echter in staat van faillissement verklaard. Benno’s curator weigert voorshands aan een levering van de verkochte woning aan Sjaak mee te werken.a.Dient Benno’s curator mee te werken aan een levering door Benno aanSjaak op 2 april 2019?

Op grond van art. 7:3 lid 4 BW verliest de inschrijving van de koopovereenkomst met betrekking tot het registergoed haar werking indien het goed niet binnen 6 maanden wordt geleverd aan de koper. Vormerkung is ingeschreven op 8 december en vervalt op 9 juni. Faillissement 7 maart dus de koper wordt beschermd art. 7:3 lid 3 sub g BW. De curator moet dus meewerken.
Stel, ongeacht je antwoord op de vorige vraag, dat Benno, nadat Sjaak met rechtsmaatregelen heeft gedreigd, op woensdag 6 december 2018 (toch) de koopakte ondertekent. Echter: Benno blijkt de woning op donderdag 30 november 2018 (ook) aan Piet te hebben verkocht. Hiervan is op diezelfde dag een door Benno en Piet ondertekende koopakte opgemaakt.  Stel, zelfde casus als hiervoor maar nu heeft Sjaak de koop op 8 december ingeschreven in de openbare registers. Piet gaat op 10 december tot inschrijving in de openbare registers over.a.Aan wie zal Benno de woning nu moeten leveren?
Zie nu artikel 7:3 lid 3 sub a BW. vormerkungà Het recht op de eerste ingeschreven koop gaat voor ook als de later ingeschreven koop eerder was.
Stel, ongeacht je antwoord op de vorige vraag, dat Benno, nadat Sjaak met rechtsmaatregelen heeft gedreigd, op woensdag 6 december 2018 (toch) de koopakte ondertekent. Echter: Benno blijkt de woning op donderdag 30 november 2018 (ook) aan Piet te hebben verkocht. Hiervan is op diezelfde dag een door Benno en Piet ondertekende koopakte opgemaakt.a.Aan wie zal Benno de woning moeten leveren?
OP grond van 7:2 lid 1 BW. is er op 30 nov. Een geldige koopovereenkomst tot stand gekomen met Piet.Op grond van 7:2 lid 1 is op 6 dec. Ook een geldige overeenkomst tot stand gekomen.
Art. 3:298 BWà in geval van botsende rechten gaat het eerste recht op levering voor, tenzij uit de wet, de aard van het recht of uit de eisen van redelijkheid en bilijkheid voortvloeit. Ben moet dus aan Piet leveren.
Kan non-conformiteit ook worden gebruikt bij onroerende zaken?
Ja, art. 7:17 BW.  de zaak moet de eigenschappen hebben die je mag verwachten. Wat doe je met onroerende zaken? Schadevergoeding eisen 6:74 BW bijvoorbeeld. Je mag altijd normaal gebruik verwachten. Wat is normaal gebruik? Zie de arrest zeldenthuis/Tengnagel, arrest Fabels/Meenderink en Utrecht 17 september.