Summary Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht

-
ISBN-10 9013043348 ISBN-13 9789013043341
590 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht". The author(s) of the book is/are L Wichers Hoeth. The ISBN of the book is 9789013043341 or 9013043348. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht

  • 5.1.1 Modellenrecht in Nederland

  • Hoe was de tekening- en modelllenbescherming voor 1975 geregeld?
    Middels de Auteurswet en artikel 6:162 BW.
  • 5.1.2 Sier- en gebruiksmodellen

  • Welke modellen zijn er?
    1) siermodellen
    2) gebruiksmodellen
  • Wat zijn gebruiksmodellen?
    Gebruiksvoorwerpen met nieuwe kenmerken die bepalend zijn voor het verkrijgen van een technische vernieuwing; welbeschouwd liggen deze gebruiksmodellen dichter bij het octrooi dan bij het siermodel.
  • 5.1.3 Wetgeving

  • Welke wetgeving is van toepassing?
    BVIE - Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom.
  • Welke instelling voorziet in de wijze van vaststelling van uitvoerings- en toepassingsreglementen (U.Regl. en T.Regl.)?
    BOIE - de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom
  • 5.2.1 Definitie

  • Wat is de definitie van Tekeningen of modellen ex. artikel 3.1 BVIE?
    Lid 1: Een tekening of model wordt beschermd voor zover de tekening of het model nieuw is en een eigen karakter heeft.
    Lid 2: Als tekening of model wordt beschouwd het uiterlijk van een voortbrengsel of een deel ervan.
    Lid 3: Het uiterlijk van een voortbrengsel wordt afgeleid uit de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm de textuur of de materialen van het voortbrengsel zelf of de versiering ervan.
    Lid 4: Onder voortbrengsel wordt verstaan elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp, met inbegrip van onder meer onderdelen die zijn bestemd om tot een samengesteld voortbrengsel te worden samengevoegd, verpakkingen, uitvoering, grafische symbolen en typografische lettertypen. Computerprogramma's worden niet als voortbrengsel aangemerkt.
  • 5.2.2 Uiterlijk van een voortbrengsel of een deel ervan

  • Wat staat centraal?
    Het uiterlijk van een voortbrengsel.
  • Wat wordt met tekening bedoeld?
    Het patroon van een weefsel , stof of behangselpapier, dus wat meestal 'design' of 'patroon' wordt genoemd. Niet de tekening zelf is beschermd, maar het voortbrengsel dat door die tekening een nieuw uiterlijk verkrijgt.
  • Wat is een model?
    Een model is driedimensionaal en kan zelf het beschermde voortbrengsel zijn. 
  • Worden interne delen van een voortbrengsel van die tijdens het gewone gebruik niet zichtbaar zijn, beschermd?
    Nee.
  • Moet een modelrecht op het uiterlijk van het volledige voortbrengsel berusten? 
    Nee, het kan ook betrekking hebben op een deel of op een onderdeel ervan ex. artikel 3.4 BVIE.
  • Wat is een voorwaarde?
    Dat het onderdeel bij normaal gebruik zichtbaar is ex artikel 3.4 lid 1a BVIE. (Onzichtbare interne onderdelen van een voortbrengsel komt geen modelbescherming toe).
  • 5.2.3 Voortbrengsel en gebruiksfunctie

  • Wat is een voortbrengsel?
    Elk op industriele of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp ex art 3.1 lid 4 BVIE. Zoals verpakkingen, uitvoering, grafische symbolen en typografische lettertypen. Computerprogramma's zijn uitdrukkelijk van bescherming uitgesloten.Het kan ook gaan om op elkaar afgestemde inrichting van een hotelkamer of een keuken. 
    Sinda 2003 wordt niet meer de eis gesteld dat het voortbrengsel een gebruiksfunctie moet hebben.
  • Wat houdt de Kinderkapperstoelleer in?
    De leer kwam erop neer dat de drie begrippen - uiterlijk, voortbrengsel en gebruiksfunctie - niet los van elkaar kan worden gezien. Dit heeft tot gevolg dat voor een bestaand voorwerp dat een andere gebruiksfunctie kreeg dan waarvoor het gedoneerd was, zelfstandige modelbescherming verworven kan worden, ook als het voorwerp geen wijziging van belang had ondergaan en het kenmerkende bestanddeel bleef vormen van het voortbrengsel  met de nieuwe gebruiksfunctie. Kortom: de op een onderstel van een kapperstoel gemonteerde trapauto is een ander voortbrengsel dan een trapauto, met als gevolg dat voor die kapperstoel zelfstandige modelbescherming kon worden verkregen. 
  • Hoe wordt tegen de Kinderkapperstoelleer na 2003 aangekeken?
    De leer geldt nog steeds omdat de bescherming via de definities van model en voortbrengsel is gekoppeld aan een voorwerp en een kinderkapperstoel een ander voorwerp is dan een trapauto.
  • Wat is de Kinderkapstoelleer in afgezwakte vorm?
    Auteurs wijzen op het feit dat bij de beantwoording van de vraag of het gedeponeerde model reeds voor het publiek ter beschikking is gesteld, beslissend is of het model ter kennis had kunnen komen van ingewijden in de betrokken sector. 
  • Wat is de beschermingsomvang ex 3.16 BVIE?
    Het gebruik van van een motief (Schotse ruitmotief) bij de geinformeerde gebruiker een algemene indruk van overeenkomst zal wekken. De ontwerper die een zo groot mogelijke bescherming wenst er verstandig aan doen voor voorwerpen met andere gebruiksfuncties een afzonderlijk depot te verrichten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar is nog meer een bewijsvermoeden te vinden?
Art. 3.28 BVIE: de deposant van een auteursrechtelijk beschermde tekening of model wordt vermoed tevens de houder te zijn van het desbetreffende auteursrecht. Het vermoeden geldt alleen in de verhouding tussen de deposant en derden, niet in de verhouding tussen de deposant en de werkelijke ontwerper die aanspraak maakt op het auteursrecht.
Wat bevat art. 4 Aw?
Enige bewijsvermoedens, diegene als maker beschouwd die op of in het werk als zodanig is aangeduid of, bij gebreke van zo'n aanduiding, degene die bij de openbaarmaking van het werk als maker bekend is gemaakt door de openbaarmaker.
De aanduiding bedoeld in art. 4 Aw moet op makerschap duiden (ontwerp, design, styling en copyright notice).
Wat regelt art. 45o Aw?
Dit artikel kent een 25-jarig recht toe aan degene die een niet eerder uitgegeven werk, waarop geen auteursrecht bestaat omdat het is vervallen of omdat het nooit bestaan heeft, voor de eerste maal rechtmatig openbaar maakt (vorm van prestatie bescherming). De inhoud van het recht komt echter wel overeen met het auteursrecht; art. 45o verklaart de regeling van art. 1 van overeenkomstige toepassing. De uitgever van een niet eerder uitgegeven werk is dus geen maker in de zin van art. 1, maar geniet wel de in dat artikel gegeven bescherming, zij het voor een kortere duur.
Wat bepaalt art. 8 Aw?
Dat een openbare instelling, vereniging, stichting of vennootschap moet worden beschouwd als de maker van de werken die door haar als van haar afkomstig openbaar worden gemaakt, zonder dat daarbij enig natuurlijk persoon als maker is vermeld (verslagen, berichten, mededelingen). 
Wat betekent art. 7 Aw werkgeverauteursrecht?
In hoofdbeginsel heeft de werkgever het auteursrecht over wat de werknemer heeft gemaakt.
Let op: op het aannemen van werk of het verrichten van enkele diensten is het artikel niet van toepassing, ook niet wanneer daarbij instructies worden gegeven, tenzij het werk tevens een tekening of model in de zin van het BVIE is (art. 3.28 juntoe 3.8 BVIE).
Wie zijn fictieve makers ex art 7 en 8 Aw?
- de werkgever als maker van in dienstbetrekking vervaardigde werken
  • - de rechtspersoon als maker van werken die als van haar afkomstig zijn openbaar gemaakt, zonder vermelding van een natuurlijk persoon als maker
  • Wat wordt onder het begrip producent verstaan?
    Degene die verantwoordelijk is voor het tot stand brengen van het werk met het oog op de exploitatie ervan. Wezenlijk daarbij is het verschaffen van kapitaal en het dragen van risico, alsmede het engageren van de makers door de producent. 
    Het enkel verschaffen van knowhow en het werken voor een aanneemsom (met slechts het risico dat verkeerd begroot wordt) is bijvoorbeeld niet voldoende om een persoon als producent in de zin van art. 45a aan te kunnen merken.
    Waar bestaan filmwerken uit?
    Uit een reeks beelden met of zonder geluid, al dan niet vastgelegd en ongeacht de wijze waarop is vastgelegd. De gezamenlijke makers worden geacht het recht verveelvoudiging en openbaarmaking (exploitatie) te hebben overgedragen ex art. 45d Aw. De bepaling is van regelend recht: partijen kunnen schriftelijk anders overeenkomen. 
    Welke bevoegdheden heeft de verzamelaar?
    De verzamelaar kan zich verzetten tegen ongeautoriseerde openbaaarmaking en verveelvoudiging van het verzamelwerk. De maker van het verzamelwerk kan echter aan art. 5 jegens de makers van de afzonderlijke werken geen enkele bevoegdheid ontlenen tot openbaarmaking of verveelvoudiging. Deze bevoegdheid moet hij verwerven door overeenkomsten met die makers te sluiten.
    Wat als het afzonderlijk werk uit een verzamelwerk niet tevoren openbaar is gemaakt?
    Ook dan is een ongeautoriseerde verveelvoudiging of openbaarmaking van het afzonderlijke werk als de verzamelaar. Bovendien maakt - behoudens afwijkende overeenkomst - zelfs de maker van het afzonderlijke werk inbreuk op het auteursrecht van de verzamelaar, indien hij zijn bijdrage afzonderlijk verveelvoudigt of openbaar maakt, zonder het verzamelwerk als bron te noemen.