Summary Kostencalculatie

-
ISBN-13 9789463170871
364 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Kostencalculatie". The author(s) of the book is/are Maud. The ISBN of the book is 9789463170871. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Kostencalculatie

  • 1.1.3 Bedrijfskolom en bedrijfstak

  • Een bedrijfskolom bestaat uit verschillende ondernemingen die allemaal deelnemen aan het productieproces.
  • 1.1.4 Integratie en differentiatie

  • Wat houdt Integratie in?
    De bedrijfskolom wordt korter door het samenvoegen van opeenvolgende bedrijfstakken (door fusie, overname of andere samenwerkingsverbanden).
  • Wat houdt Differentiatie in?
    De bedrijfskolom wordt langer doordat een onderneming een deel van zijn activiteiten afstoot en uitbesteed aan een andere opvolgende of achterliggende onderneming in de bedrijfskolom.
  • Noem twee verticale bewegingen welk in de bedrijfskolom voorkomen.
    Integratie en Differentiatie
  • 1.1.5 Specialisatie en parallellisatie

  • Wat houdt Specialisatie in?
    Hierbij specialiseert een onderneming zich in een bepaald onderdeel van de productie of verkoop en stoot daarbij haar andere producten af.
  • Wat houdt Parallellisatie in?
    Hierbij breidt de onderneming haar assortiment uit met productsoorten uit een andere bedrijfskolom, vanuit een onderneming die op dezelfde hoogte zit in haar bedrijfskolom.
  • Noem twee horizontale bewegingen welk in de bedrijfskolom voorkomen.
    Specialisatie en Parallellisatie
  • 1.2.1 Theoretisch (opgavenboek)

  • Stelling: Afschrijvingskosten van een machine waarop chocoladevlokken en chocoladehagelslag worden geproduceerd, zijn een voorbeeld van directe constante kosten.
    Onjuist, er is sprake van indirecte constante kosten.
  • Stelling: Afschrijvingskosten van een magazijn waarin één product ligt opgeslagen, zijn een voorbeeld van directe constante kosten.
    Juist
  • Stelling: De energie die nodig is om de ovens te verwarmen om appeltaart en perentaart te maken, is een voorbeeld van directe variabele kosten.
    Onjuist, er is sprake van indirect variabele kosten.
  • Stelling: De appels die nodig zijn om appeltaart te maken, zijn een voorbeeld van directe variabele kosten.
    Juist.
  • Stelling: Bij de productie van 500 producten zijn de variabele kosten €2.500. Bij de productie van 750 producten zijn de variabele kosten €3.000. Hier is sprake van proportioneel variabele kosten.
    Onjuist, er is sprake van degressief variabele kosten.
  • Stelling: Bij de productie van 400 producten zijn de variabele grondstofkosten €1.200. Bij de productie van 500 producten zijn de variabele grondstofkosten €1.650. Hier is sprake van progressief variabele kosten.
    Juist.
  • Stelling: Bij de productie van 250 producten zijn de variabele loonkosten €9.312,50. Bij de productie van 270 producten zijn de variabele loonkosten €10.084,50. Hier is sprake van degressief variabele kosten.
    Onjuist, er is sprake van progressief variabele kosten.
  • Stelling: Bij de productie van 177 producten zijn de variabele kosten €403,56. Bij de productie van 188 producten zijn de variabele kosten €424,88. Hier is sprake van degressief variabele kosten.
    Juist.
  • Stelling: Grondstofkosten zijn altijd directe kosten.
    Onjuist. Wanneer een grondstof voor meerdere producten wordt gebruikt, maar de hoeveelheid niet meetbaar is, is er sprake van indirecte kosten. Maar over het algemeen zullen de grondstofkosten wel een directe kostenpost zijn.
  • Stelling: Afschrijvingskosten zijn altijd indirecte kosten.
    Onjuist. Wanneer er op één machine meerdere producten worden geproduceerd spreken we van indirecte kosten. Echter kan er op één machine ook één soort product worden geproduceerd en spreken we van directe kosten.
  • Stelling: Loonkosten van de directeur zijn altijd indirecte kosten als er meerdere diensten worden geleverd.
    Juist.
  • De huurkosten van een bedrijfspand zijn:
    Constante kosten
  • Een onderneming heeft onderstaande gegevens verzameld:
    Afzet           Totale kosten
    12.000         €39.000
    16.000         €47.000
    20.000        €55.000
    Alle variabele kosten zijn proportioneel variabel. Bij de productie wordt geen capaciteitsgrens overschreden.
    A) Bereken de proportioneel variabele kosten per product
    B) Bereken de constante kosten per periode
    A) €8.000 : 4.000 = €2
    B) €39.000 - (€2 x 12.000) €24.000 = €15.000
  • Een onderneming heeft de onderstaande gegevens verzameld:
    Afzet       Totale kosten
    5.000       €20.250
    5.500       €20.850
    6.000       €21.400
    De constante kosten zijn €11.500 per periode. Bij de productie wordt geen capaciteitsgrens overschreden.

    Van welke soort variabele kosten is hier sprake?
    Degressief variabele kosten:
    €20.250 - €11.500 = €8.750 : 5.000 = €1,75
    €20.850 - €11.500 = €9.350 : 5.500 = €1,70
    €21.400 - €11.500 = €9.900 : 6.000 = €1,65
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Om de economische levensduur te bepalen moet rekening worden gehouden met:
  • Afschrijvingskosten
  • Interestkosten
  • Complementaire kosten
  • Aantal eenheden dat DPM voortbrengt
Wat is de economische levensduur?
De levensduur waarbij het duurzame productiemiddel zo goedkoop mogelijk is in gebruik
Wat is de technische levensduur?
De levensduur waarbij het productiemiddel nog kan produceren
Formule boekwaarde:
1. Aanschafprijs - reeds afgeschreven bedragen
of 
2. Som toekomstige afschrijvingen + restwaarde
Formule restwaarde:
Aanschafprijs - totale afschrijving
Formule totale afschrijving:
Aanschafprijs - restwaarde
Wat is de rationele capaciteit?
De kleinst mogelijke capaciteit van een duurzaam productiemiddel die een onderneming nodig heeft om de normale productie te kunnen produceren
Bestaat dus uit de normale capaciteit + overcapaciteit wegens seizoensinvloeden, onderhoud en reparatie, en ondeelbaarheid van het productiemiddel
Wat is de rationele overcapaciteit?
De extra capaciteit die nodig is om de gewenste productie te behalen. Deze bestaat uit extra capaciteit wegens seizoensinvloeden, reserve voor onderhoud en ondeelbaarheid van het duurzame productiemiddel
Wat is irrationele overcapaciteit?
Het teveel aan capaciteit van een duurzaam productiemiddel dat in de onderneming aanwezig is op basis van verkeerde beslissingen
Wat is gelijktijdige capaciteit?
Het aantal producten dat een duurzaam productiemiddel gedurende een bepaalde periode kan voortbrengen