Summary Kynologische Kennis 1

-
819 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Kynologische Kennis 1". The author(s) of the book is/are Raad van Beheer. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Kynologische Kennis 1

  • 1 Erfelijkheidsleer of genetica

  • Semi-permeabel
    de wand (of celmembraan) is selectief doorlaatbaar voor bepaalde stoffen.,
  • Cytoplasma

    een waterige massa dat zich binnen het celmembraan bevindt, hierin bevinden zich verschillende cellichamen en celorganen.

    We bedoelen alles wat in de cel zit behalve de kern.

    Hierin vindt de stofwisseling plaats waarbij brandstof en zuurstof worden omgezet naar energie en warmte maar waarbij ook afvalstoffen worden geproduceerd.

  • Nucleoplasma

    waterige massa in de celkern. Hierin drijven kleine draadachtige structuren, de chromosomen.
  • Chromosomen

    Dit zijn dragers van de erfelijke eigenschappen of het is de som van de genen.
  • Lichaampje van Barr

    Wordt ook wel sexchromatine genoemd en alleen de vrouwelijke individuen hebben dit. bevindt zich in de kern.
  • Mitochondriën

    zijn verantwoordelijk voor de energievoorziening van de cel (deze celorganen hebben enzymen die waterstof aan zuurstof koppelen, waardoor water ontstaat; het zijn krachtcellen met DNA.)
  • Ribosomen

    Deze zijn belangrijk voor de opbouw van eiwitten
  • Centrosoma

    Bestaat uit 2 centriolen die een belangrijke rol spelen bij de celdeling
  • Protoplasma

    Dit is de volledige inhoud van de cel, dus inclusief de kern.
  • zygote
    zgn. basiscel die ontstaat bij bevruchting.
  • gen

    het is de drager van één erfelijke eigenschap.
  • locus

    het plekje op het chromosoom waar we het gen kunnen vinden.
  • chromosomen

    Een hond heeft 78 chromosomen (de mens 46). Die chromosomen zijn altijd in paren te vinden, dit noemen we 2N chromosomen. Een hond heeft dus 39 paar chromosomen, waarvan één paar de geslachtschromosomen zijn.
  • verschillende soorten celdelingen:

    - amitose of directe celdeling. Bij eencellige organismen

    - mitose of indirecte celdeling. Bij meercellige organismen. Voor groei en herstel. De chromosomen gaan zich spiraliseren, het kernmembraan verdwijnt en de chromosomen komen los in het cytoplasma te liggen. Ze gaan zich verzamelen rond het equatorvlak. De trekdraden zorgen voor een deling van de chromosomen. Het equatorvlak snoert zich in en er vromt een tussenwand.

    - meiose of reductiedeling. Deze deling is specifiek voor het aanmaken van geslachtscellen. Geslachtscellen krijgen slechts de helft  van de chromosomen. Na de meiose volgt een mitose. Deze opeenvolging wordt tetradedeling genoemd.

  • De bevruchting

    De bevruchte eicel noemen we een zygote. De heeft 2N chromosomen wat we in de genetica diploïd noemen. Een gameet (eicel of zaadcel) heeft maar N chromosomen. Dat noemen we haploïd.
  • Geslachtsbepaling

    Een reu heeft een chromosomen paar dat bestaat uit een X en Y chromosoom. Een teef heeft een paar dat bestaat uit 2 X chromosomen. Het is dus de reu die het geslacht bepaalt. Een reu is dus fokonzuiver voor het bepalen van het geslacht - heterozygoot of heterogametisch. Een teef is juist fokzuiver voor het bepalen van het geslacht - homozygoot of homogametrisch.
  • genotype

    de som van de erfelijke aanleg. Het is de basis van hoe het individu er uit komt te zien.
  • Fenotype

    de uiterlijke verschijningsvorm. deze wordt bepaald door het genotype en het milieu. (genotype+milieu=fenotype)
  • Er zijn verschillende soorten mutaties

    * genmutatie (verandering in gen)

    * chromosoommutatie (verandering in chromosoom)

    * genoommutatie (er zijn meer of minder chromosomen dan normaal)

    * somatische mutatie (niet erfelijk, het is een afwijking in bepaalde lichaamscellen)

  • alleel

    het gen met zijn tegenhanger. Multiple allelen zijn meerdere genen die aanspraak kunnen maken op de zelfde plek op het chromosoon. Deze multiple allelen hebben een dominant - recessieve verhouding met elkaar.
  • homozygoot en heterozygoot

    homozygoot is tweemaal hetzelfde gen.

    heterozygoot is twee verschillende genen (een dominant en een recessief)

  • Erfelijkheid

    Erfelijkheid bepaalt de aanleg van het individu. Omgevingsfactoren bepalen hoe veel van die aanleg tot uiting komt.
  • telegonie

    een reu kan door dekking ook invloed uitoefenen op latere nesten van dezelfde teef
  • vèr-zien

    het al dan niet gewenste eigenschappen op nakomelingen overdragen door ze vlak voor of tijdens de dekking te laten zien.
  • onvolkomen dominantie

    als een gen niet 100% dominant is over zijn alleel. Beide eigenschappen kunnen dan teruggevonden worden in de nakomeling.
  • intermediaire overerving

    vergelijkbare vorm van onvolkomen dominantie
  • autosomaal

    elk chromosoom anders dan de geslachtschromosomen.
  • enkelvoudig/meervoudig verervend

    enkelvoudig verervend is als de eigenschap door één gen of één locus bepaald wordt. Maar meestal wordt een eigenschap door meerdere genen bepaald, dat noemen we meervoudig verervend.
  • 5 regels en 3 wetten van Mendel

    1. Uniformiteit- of gelijkvormigheidregel (=1e wet van Mendel)

    2. Reciprociteit- of omkeerregel

    3. Dominantieregel

    4. Splitsingsregel (=2e wet van Mendel)

    5. Onafhankelijkheidsregel (=3e wet van Mendel)

  • monohybride

    als de ouderdieren in één eigenschap van elkaar verschillen
  • dihybride

    als de ouderdieren twee eigenschappen van elkaar verschillen
  • Polyhybride

    Als meerdere eigenschappen van de ouderdieren van elkaar verschillen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Noem de naam van het rad, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Whippet

Rasgroep 10 -Windhonden

Zichtjager op klein haarwild, renhond, stropershond

Noem de naam van het rad, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Sloughi

Rasgroep 10 - Windhonden

Zichtjager op gazellen en haas

Noem de naam van het rad, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Italiaanse Windhond

Rasgroep 10 - Windhonden

Zichtjager op klein haarwild in combinatie met valk

Noem de naam van het rad, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Greyhound

Rasgroep 10 - Windhonden

Zichtjager op groot en klein haarwild

Noem de naam van het ras, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Greyhound

Rasgroep 10 - Windhonden

Zichtjager op groot en klein haarwild

Noem de naam van het ras, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Galgo Español

Rasgroep 10 - Windhonden

Jacht op klein wild en gezinshond

Noem de naam van het ras, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Azawakh

Rasgroep 10 - Windhonden

Allround zichtjager v.d. nomaden

Noem de naam van het ras, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Ierse Wolfshond

Rasgroep 10 - Windhonden

Zichtjager op groot wild

Noem de naam van het ras, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Deerhound

Rasgroep 10 - Windhonden

Zichtjager op herten en wolven

Noem de naam van het ras, de rasgroep en het oorspronkelijke gebruikersdoel

Saluki

Rasgroep 10 - Windhonden

Zichtjager op gazellen