Summary Lecture Notes: Human Physiology

-
ISBN-10 1405136510 ISBN-13 9781405136518
535 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Lecture Notes: Human Physiology". The author(s) of the book is/are Ole H Petersen. The ISBN of the book is 9781405136518 or 1405136510. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Lecture Notes: Human Physiology

  • 1 interne milieu 1+ 2

  • Wat is homeostase?
    Dit is het constant houden van het interne milieu. 
  • Wat is het interne milieu?
    Dit bestaat uit extracellulaire vloeistof. Dit is slechts 1/3 van het totale volume van het lichaam. De extracellulaire vloeistof bestaat uit bloedplasma en interstitieel vocht. 
  • Wat is homeodynamica?
    Dit betekent dat de lichaamswaarden niet per se constant worden gehouden (homeostase) maar rond een bepaalde vooraf ingestelde waarde. 
  • Waarom is de homeostase/dynamica zo van belang?
    - Even geen zuurstof betekent bewusteloosheid
    - Een lichaamstemperatuur die te ver omhoog gaat betekent een denaturatie van eiwitten.
    - Een pH afwijking van 0,5 is al letaal.
    - Een bloedglucoseniveau dat te ver naar beneden afwijkt zorgt voor convulsies (hele erge krampen)
    Dit komt ook omdat meercellige organismen i.t.t. eencelligen gespecialiseerd zijn en gediferentieerd zijn. Deze complexiteit zorgt voor kwetsbaarheid. 
  • Wat zijn de verschillende organisatieniveaus?
    1) chemisch
    2) cellulair
    3) Weefsel: verschillende functies binnen 1 orgaan. 
    4) orgaan
    5) orgaansysteem/ regelsysteem (vb: ademhalingssysteem)
    6) organisme: gecoordineerde activatie: homeodynamica
  • Hoe werkt een regelsysteem kortweg?
    - Er is een input signaal
    - Dit signaal gaat naar een integrating center waar het wordt vergeleken met de setpoint.
    - Hierdoor komt er een output signaal
    - Dit output signaal zorgt voor een reactie. 
  • Hoe werkt een regelsysteem op basis van een reflexboog?
    Er is een uitgangsvariabele is ingesteld en wordt vergeleken met wat een sensor meet in een integratiecentrum. Dit gaat via een affarente zenuwbaan naar de hersenen. Als er een verschil is dan wordt er een signaal naar een effector  gestuurd via een efferente zenuwbaan. Deze effector kan weer zorgen voor een feedback. 
  • Wat is een somatische reflex?
    Hierbij reageert een sensor op een prikkel van buiten het lichaam. (exteroceptie) of op een prikkel uit het bewegingsorgaan of evewichtsorgaan (propioceptie) (vb. kniepeesreflex, vliegje in het oog, trappen in spijker)
  • Wat is een autonome reflex?
    Hierbij reageert een sensor op een prikkel van binnen in het lichaam. (enteroceptief). Dit gebeurt via:
    - osmosereceptoren
    - barosensoren
    - chemosensoren
    De effector hierbij is glad spierweefsel of klierweefsel. vb zijn speekselsecretie bij het drinken van citroensap of de baroreceptorreflex.
    Het autonome zenuwstelsel speelt hierbij een rol. 
  • Wat is een endocriene reflex?
    Dit is bijna gelijk aan een autonome reflex maar de reflexboog vindt plaats via endocriene signalen. Bijv. de productie van EPO bij een te lage zuurstofdruk in de nier of de afgifte van insuline bij een te hoog glucosegehalte in het bloed. 
  • Welke 3 soorten feedback zijn er?
    - Positief: destabilisatie (vicieuze cirkel)
    - Negatief: stabilisatie
    - Feedforward: signalering van en dreigende verstoring. 
  • Wat zijn thermoreceptoren?
    Centrale thermoreceptoren registreren veranderingen van de temperatuur in het bloed. Er zijn ook thermoreceptoren in de huid. Deze kunnen de temperatuur van buiten registreren en kunnen zorgen voor een feed-forward effect zodat de kerntemperatuur niet teveel verlaagd. 
  • Waar worden de alle verschillende regelsystemen gereguleerd?
    Dit vindt plaats in de hypothalamus. In de hersenstam zijn ook regelcentra maar deze worden ook weer geregeld in de hypothalamus. De communicatie gaat zowel neuronaal als hormonaal. 
  • Welke zaken regelt de hypothalamus en wat regelt de hersenstam?
    De hypothalamus regelt: Temperatuur, osmolariteit, glucosehuishouding, voedselopname enz.
    De hersenstam regelt: bloeddruk en de ademhaling. Toch hebben de regelcentra in de hersenstam ook weer regelcentra in de hypothalamus. 
  • Wat is de paraventricularis nucleus?
    Deze ligt in de hypothalamus en zorgt oa voor oxytocine vrijlating via de hypofyse. 
  • Wat is de supraopticus nucleus?
    Deze ligt in de hypothalamus (anterior) en zorgt oa voor vasopressine vrijlating via de hypofyse. 
  • Wat doet de posteriore kant van de hypothalamus zoal?
    Deze regelt de neuroendocriene controle. 
  • Wat is het infundibulum?
    Dit is de verbinding tussen de hypothalamus en de hypofyse. 
  • Wat is de hormonale weg vanuit de hypothalamus?
    Deze gaat met chemische boodschappers via de hypofyse en vanaf de hypofyse naar de endocriene organen. Het bepaalt de activiteit van cellen. 
  • Wat is de neurale weg vanuit de hypothalamus?
    Deze gaat via de primaire, secundaire en tertiaire centra naar organen. Er is zowel een sympathische versie als een parasympathische versie. Deze 2 zijn antagonistisch.
  • Wat is het centrale en perifere zenuwstelsel?
    centraal: hersenen en ruggenmerg
    perifeer: de rest.
  • Wat is het verschil tussen affarent en efferent?
    Het perifere stelsel valt te scheiden in:
    affarent: Naar het centraal zenuwstelsel toe
    efferent: van het centraal zenuwstelsel af
  • Wat is het verschil tussen somatisch en autonoom?
    Het efferente weefsel valt te verdelen in:
    somatisch: aangestuurd door skeletspieren
    autonoom: hart, smc, klierweefsel. 
  • Hoe werkt het somatisch zenuwstelsel?
    De neurotransmitter is acetylcholine. De axonen zijn lang en gemyelineerd. Het is een single neuron naar effector organen. De effector organen zijn skeletspieren en daar hebben ze een stimulerend effect. 
  • Hoe werkt het sympathisch autonoom zenuwstelsel?
    Deze heeft eerst acetylcholine als neurotransmitter en daarna noradrenaline als neurotransmitter. Het preganglionaire gedeelte is licht gemyelineerd en het postganglionaire gedeelte is niet gemyelineerd. Er kan ook sprake zijn van alleen een preganglionair gedeelte dat werkt op de bijnier (adrenaline en noradrenaline vrijlating)
  • Hoe werkt het parasympathisch autonoom zenuwstelsel?
    Preganglionair zijn ze slecht gemyelineerd. Dit axon is echter veel langer dan het sympathisch preganglionair axon. De neurotransmitter is acetylcholine (1). De postganglionaire axonen zijn niet gemyelineerd en werken ook met acetylcholine. 
  • Waarom is er een balans nodig tussen de sympathische en parasympathische activiteit?
    sympathisch is verantwoordelijk voor katabolisme en parasympathisch hoofdzakelijk voor anabolisme. 
  • Wat zijn de secundaire en tertiarie centra van het (ortho) sympathische systeem?
    secundaire centra: thoracale ruggenmerg, lumbale ruggenmerg
    tertiaire centra (autonome ganglia): meestal in de grensstreng anders in de prevertebrale ganglia.
    Het bijniermerg krijgt preganglionaire innervatie vanuit het zenuwstelsel. 
  • Wat zijn de secundaire en tertiaire centra van het parasympathische systeem?
    secundaire centra: hersenstam en sacrale ruggenmerg
    tertiaire centra (autonome ganglia): dichtbij effectororgaan. 
  • Wat is de nervus vagus?
    Dit is de 10e hersenzenuw en is erg lang. Hij gaat naar alle organen en het preganglionaire deel is erg lang en zit in of vlakbij het orgaan zelf. 
  • Het hart heeft een veel grotere activatie door de sympathicus dan door de parasympathicus. 
    De meeste bloedvaten worden sympathisch geactiveerd. 
    Receptoren op effectororganen zijn anders dan in de autonome ganglia.
  • Wat gebeurt er in varicositeiten?
    Hier vindt de meeste noradrenalineafgifte plaats. Na werking wordt noradrenaline deels weer heropgenomen, deels diffundeert het weg en deels wordt het enzymatisch afgebroken. Acetylcholine wordt daarentegen afgebroken door acetylcholinesterase. 
  • parasympathische activatie gebeurt altijd met ach op een muscarinereceptor.
    sympathisch:
    - NA op een alfa 1 receptor: vasoconstrictie
    - NA op een beta 1 receptor: verhoogde hartsnelheid en contractiliteit
    - NA op een beta 2 receptor: dilatatie van bronchiolen in de long. (en relaxatie van gladde spieren van arteriolen van skeletspieren bij aanwezigheid van metabolieten. 
  • Wat is het verschil tussen ionotroop en metabotroop?
    Ionotroop wordt gezegd van receptoren die ionkanalen zijn (ze openen door depolarisatie) en metabotroop wordt gezegd van receptoren die G-eiwit gekoppeld zijn en openen dan een ionkanaal. Deze worden geactiveerd via een depolarisatie of via hyperpolarisatie. Muscarinereceptoren zijn metabotroop. 
  • Wat zijn de para(sympathische) effecten van klieren?
    para: secretie activiteit
    sym: inhibitie van secretie activiteit
  • Wat zijn de para(sympathische) effecten van de zweetklieren?
    para: geen effect
    sym: zweetactiviteit
  • Wat zijn de para(sympathische) effecten van de adrenale medulla?
    para: geen effect
    symp: stimulatie van medulla cellen om adrenaline en noradrenaline af te geven. 
  • Wat zijn de para(sympathische) effecten van de hartspieren?
    para: verlaagde hartsnelheid
    symp: verhoogde hartsnelheid en slagkracht
  • Wat zijn de para(sympathische) effecten van de coronaire bloedvaten (hart)?
    para: geen effect
    symp: dilatatie van de bloedvaten
  • Wat zijn de para(sympathische) effecten van de longen?
    para: constrictie brionchiolen
    symp: dilatatie bronchiolen
  • Wat zijn de para(sympathische) effecten van bloedvaten?
    para: vasodilatatie in gezicht en de genitalia
    symp: de meeste bloedvaten contraheren. 
  • Welke 3 soorten hormonen zijn er?
    - peptide hormonen: eiwitstructuren
    - steroid hormonen: derivaten van cholesterol. vb: cortisol, aldosterol, oestradiol.
    - tyrosine hormonen: derivaten van het aminozuur tyrosine. vb: catecholaminen (vergelijkbaar met de peptidehormonen), schildklierhormoon (vergelijkbaar met de tyrosine hormonen)
  • steroid hormonen zijn gebonden aan een carrier in het bloed maar binden aan een cytosolische receptor. 
  • Welke hormonen werken via het cAMP seccond messenger systeem?
    - glucagon
    - adrenaline
    - ACTH
    - PTH
    - FSH
    - LH
    - TSH
    - Calcitonine
  • Waardoor kan de hormoonconcentratie wel tot 50% dalen zonder aanmaak?
    - afbraak door lever
    - uitscheiding door de lever en de nier (vooral wateroplosbare hormonen)
  • snelle processen hebben ook een korte halfwaardetijd (ADH)
    langzame processen hebben ook een lange halfwaardetijd (schildklierhormoon)
  • Wanneer vindt er hormoonafgifte plaats?
    - Door neuronale input (medulla)
    - door een verhoging in bepaalde ionen of nutrienten (parathormoon)
    - Door een ander hormoon
  • Welke 3 soorten hormonen zijn er als het gaat om productieplaats?
    - neurohormonen: geproduceerd door neuronen en afgegeven aan het bloed.
    - weefselhormonen: geproduceerd in het weefsel. (vb spijsverteringshormonen)
    - klassieke hormonen: geproduceerd in de endocriene klieren.
  • Wat zijn de endocriene klieren?
    hypothalamus, hypofyse, schildklier en bijschildklier, bijnier, pancreas, ovaria en testis.
  • De neurohypofyse wordt ook wel de achterkwab genoemd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.