Summary Leerboek Inleiding Letterkunde

-
607 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Leerboek Inleiding Letterkunde

  • 1.1.1 De "Middeleeuwen" - wanneer was dat

  • *Waarom kan men de grenzen van de periode ‘middeleeuwen’ niet precies op bepaalde jaren vastleggen?
    De grenzen zijn niet precies vast te leggen omdat er steeds sprake is van bepaalde ontwikkelingen die niet op een jaar of een decennium dateerbaar zijn. Men kan niet zeggen dat in een bepaald jaar alles totaal veranderd is.
  • Welke gebeurtenissen geven het begin van de Middeleeuwen aan, aldus historici?
    Historici laten de ME over het algemeen beginnen in het jaar 500 na Chr.
    Een aantal belangrijke gebeurtenissen gaan daaraan vooraf.
    1. Vernietiging van het Romeinse Rijk door Germaanse aanvallen: verandering van de politieke, economische en culturele situatie in heel Europa. Ipv overheersende Romeinse cultuur, konden nu lokale culturen zoals de Germaanse of Gallische tot bloei komen, zonder zich aan de zeden en gebruiken van de veroveraars te moeten onderwerpen.
    2. Keizer Constantijn verklaart het christendom tot de Romeinse staatsgodsdienst: ipv de klassieke veelgoderij was het christendom nu het enige geloof. Dit christendom drukt de ME zo nadrukkelijk zijn stempel op dat een afgrenzing tov de klassieken met recht geplaatst kan worden omtrent het jaar 500.
  • Welke gebeurtenissen zijn het ijkpunt voor het einde van de Middeleeuwen?
    Omtrent 1500 vinden er een aantal belangrijke gebeurtenissen plaats, waarvan er 3 genoemd zijn.
    1. Uitvinding van de boekdrukkunst met losse letters door Gutenberg (ca 1452)
    2. De publicatie van de 95 stellingen van Maarten Luther (1517)
    3. Ontdekking van Amerika door Columbus (1492)
  • Waarom waren de 3 gebeurtenissen voor het einde van de ME van zo'n groot belang?
    De gebeurtenissen waren juist op internationaal niveau van groot belang.
    1. Gutenberg schiep de mogelijkheid om snel en in grote hoeveelheden boeken te produceren en dus ideeen te verspreiden.
    2. Luther deed een aanval op de katholieke kerk die haar op haar grondvesten deed wankelen. Het leidde uiteindelijk tot de splitsing van de kerk in een katholieke en protestantse belijdenis.
    3. Columbus had bewezen dat de wereld groter was dan gedacht. Het oude wereldbeeld moest grondig herzien worden.
  • *De historicus Jauss heeft het begrip Alterität ingevoerd. Wat houdt dit begrip in?
    Alterität betekent anders-zijn.
      Alterität is het belangrijkste kenmerk voor bepaalde periodes: men kan pas echt van een nieuw tijdperk spreken als het zozeer van het voorgaande verschilt dat het met het daarbij behorende instrumentarium van termen en definities niet meer adequaat beschreven kan worden.
    Dankzij deze definitie kan men over ontwikkelingen spreken die niet aan jaartallen gebonden zijn, maar die vooral als verschijnselen begrepen worden die in een bepaalde tijd hebben plaatsgevonden.
  • 1.1.2 Maatschappelijke orde

  • De Europese maatschappij is één die vooral gebaseerd is op akkerbouw en veeteelt.
    Wat speelt in een dergelijke cultuur een grote rol?
    In een cultuur gebaseerd op landbouw speelt landbezit een grote rol: wie veel land bezit kan veel graan verbouwen en kan zichzelf en zijn familie verzorgen.
  • Van oudsher kent Europa verschillen tussen maatschappelijke groepen: de standen. Door wie waren deze standen gecreëerd en welke consequentie had dat?
    Men ging ervan uit dat deze maatschappelijke orde ooit door God gecreëerd was.
    Dit betekende dat het weliswaar mogelijk was om binnen een stand meer status te verwerven of te verliezen, maar echt wisselen van stand was zeer moeilijk, want dat ging tegen Gods wil in.
  • Welke drie standen kende de ME-maatschappij?
    De ME-maatschappij kende drie standen:
    1. De geestelijkheid of clerus: deze stond bovenaan omdat zijn leden, de clerici, moesten zorgen voor het zielenheil van de mensen.
    2. De adel: deze bezat de wereldlijke macht. Edellieden waren niet alleen bekwaam in politieke zaken, maar ook in krijgskunst. Zij heersten over hun grondbezit: hoe meer grond, hoe meer invloed.
    3. De boeren: ongeveer 90% van de bevolking. Boeren waren bijna doorgaans ongeletterd. Boer bleef men een leven lang: verandering van stand is zo goed als uitgesloten.
  • *Wat is het leenstelsel?
    De basis voor het leenstelsel lag in de verdeling van bezit en de relatie tussen de mensen die zich daaruit afleidde.
    De leenheer bezat grond, dat hij aan een of meerdere personen gaf om in zijn opdracht te beheren. Deze leenmannen of vazallen konden vrij beslissen wat op hun land gebeurde. Zij konden een stuk geven aan vrije boeren voor wie zij dan de leenheer waren of ze waren in bezit van horigen, boeren die een status hadden die op slaven leek. Die moesten uitsluitend voor de leenheer op zijn grond werken.
    Vrije boeren kregen een eigen stuk land en moesten naast het werk daar ook op het land van leenheer werken en een deel van de eigen opbrengst aan hem geven.
    De leenmannen waren door een eed van trouw aan hun leenheer gebonden. Dit om te voorkomen dat zij uit eigen motieven tegen het belang van de leenheer zouden werken. Zij waren verplicht de leenheer met raad en daad bij te staan. In ruil voor de diensten van de leenmannen moest de leenheer zijn vazallen beschermen en rechtvaardig over hen heersen.
  • *Standenmaatschappij
    De middeleeuwers hechtten aan een vaste, hiërarchische orde van de samenleving, uitgedrukt in de standenmaatschappij. Binnen een stand kon men opklimmen naar invloedrijkere posities. Toch was het niet vanzelfsprekend dat iemand die ooit bijvoorbeeld koning was geworden, dat ook voor alle tijd zou blijven, want het kon snel weer voorbij zijn met macht en invloed. Hoe wisselvallig het lot was, maakten middeleeuwers graag duidelijk met behulp van het ‘rad van fortuin’.
    De persoon achter het rad is Fortuna, dus het geluk of het lot en naamgever voor de afbeelding. Op het rad zelf wordt het verhaal verteld van één persoon. Leg uit wat de afbeelding precies laat zien.
    De afbeelding toont hoe wisselvallig het lot kan zijn: wie nu koning is, kan zijn macht verliezen en diep vallen, maar hij kan ook weer uit het diepe dal opstijgen naar nieuwe macht. Het ligt allemaal in de handen van het lot dat actief het rad draait. De mens heeft er geen invloed op, maar ondergaat de invloed van het lot.
  • *Geef aan in hoeverre het ‘verhaal’ achter deze afbeelding overeenkomt met de idee dat de maatschappelijke orde van God gewild is.
    God heeft bepaald wie de macht heeft en wie tot welke stand behoort. Ook daarop heeft de mens dus geen invloed. Hij moet ondergaan wat God en het lot voor hem hebben bedacht.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Na 1995 ontbrandde er wederom een debat over de macht van de popularisering: literatuur voor het grote publiek. Wat was de angst van o.a. P.F. Thomése? Noem enkel auteurs die ook zo dachten.
Zijn angst was dat de smaak van "het lezend gepeupel" de literaire kwaliteit zou verdringen. Er zou geen ruimte meer zijn voor artistieke literatuur.
Andere auteurs en critici die ook zo dachten:
  • Allard Schroder
  • Marcel Moring
  • Jeroen Vulllings
*Wat verstaat het leerboek onder ‘genealogisch proza’? Noem enkele auteurs.
Met ‘genealogisch proza’ wordt een type Vlaams proza aangeduid waarin auteurs zich expliciet gaan bezinnen op de eigen afkomst.
Schrijvers als:
  • Monika van Paemel
  • Paul de Wispelaere
schrijven over de streek waar zij zijn opgegroeid of over de geschiedenis van hun vaderland.
De term "de Zeventigers" is nooit echt ingeburgerd geraakt: de schrijvers vormen ook geen hechte groep. Toch is er vanaf 1970 een aantal auteurs dat leesbare literatuur maakt, zowel in thematiek als in vorm. Wie zijn de bekendste en wat was hun favoriete genre?
  • Heere Heeresma
  • Mensje van Keulen
  • Maarten Biesheuvel
  • Hans Vervoort
Hun favoriete genre was het korte verhaal.
Anekdotisch, realistisch proza over kleine gebeurtenissen in het dagelijks leven.
Arnon Grunberg is een van de belangrijkste geëngageerde auteurs van onze tijd. Wat hebben zijn personages gemeen?
Zijn personages proberen zich staande te houden in een liefdeloze, chaotische wereld, maar gaan uiteindelijk allemaal ten onder.
Rond 2000 verschenen mn in Vlaanderen tal van "moeilijkere" boeken. Wat voor soort boeken waren dit?
Boeken die zich meer richtten op vormexperimenten dan op de weergave van de werkelijkheid.
Romans die de grenzen opzochten tussen de verschillende genres en stijlen en daarbij reflecteerden op diepgaande filosofische kwesties.
*Lees het fragment uit Joost Zwagermans roman Gimmick! (1989). Herlees ook het fragment uit De avonden van Gerard Reve.In hoeverre treft u overeenkomsten en/of verschillen aan in beide tekstfragmenten? U kunt daarbij denken aan de thematiek, stijl, type personage of setting van het verhaal.
  • Thematiek: in beide romans ervaart een jonge, mannelijke hoofdpersoon het leven als zinloos en leeg. Beide romans verbeelden daarmee het ‘levensgevoel’ van een personage. Beide romans tonen een pessimistische, existentialistische levensvisie. Verschil: De avonden richt zich sterk op de relatie van de hoofdpersoon met zijn ouders, het benauwde leven in het ouderlijk huis; in Gimmick! is dat thema veel minder van belang en draait het meer om relaties met vrouwen en vrienden.
  • Stijl: De avonden heeft een registrerende, afstandelijke stijl, die gedetailleerd de handelingen en gedragingen van de hoofdpersoon beschrijft. Gimmick! is eveneens geschreven in een wat afstandelijke stijl. Ook hier wordt vooral weergegeven wat er gezegd en gedaan wordt. De gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon worden daarbij slechts minimaal benoemd. Zowel bij Reve als bij Zwagerman vult de lezer deze vooral zelf in. Het gebrek aan commentaar van de hoofdpersoon bij wat hij om zich heen ziet gebeuren, drukt in beide boeken passiviteit en onverschilligheid uit.       Verschil: De toon van Gimmick! is wel lichter; het verhaal leest sneller.
  • Personages: jonge mannelijke hoofdpersonen. Afkomstig uit een intellectueel milieu. Ze zijn cynisch. Verschil: hun leven verschilt sterk – leven van jongeren in de jaren tachtig lijkt rijk en overdadig, extravert vergeleken met het kale, sobere leven van jongeren in de jaren veertig.
  • Ruimte: beide romans spelen in de stad Amsterdam. Verschil: De avonden speelt hoofdzakelijk in huiselijke sfeer. Gimmick! speelt op meer verschillende plaatsen: discotheek Gimmick!, huizen en ateliers van verschillende figuren.
De economische crisis in de jaren tachtig beïnvloedde ook het literatuur bedrijf. Op welke wijze?
Ook in de boekenbranche moest worden bezuinigd. Dit betekende dat de boekenmarkt nog harder en commerciëler werd. De nadruk kwam nog meer te liggen op bestsellers.
*Op welke manier en vanuit welke overtuiging zet schrijver-essayist Paul Rodenko zich af tegen de denkbeelden van Forum?
Rodenko zet zich af tegen de ‘psychologische’ insteek van Forum waarbij de beoordeling van het literaire werk voor een belangrijk deel samenhangt met de persoonlijkheid van de schrijver.
Rodenko verlegt de aandacht van de auteur naar de tekst zelf. Hij doet dit vanuit de overtuiging dat er na de oorlog een nieuwe literatuur ontstaat, die vraagt om een nieuwe wijze van literatuurbeschouwing.
Pas in de jaren tachtig wordt het verlies van de Nederlandse koloniën echt verwerkt. In welke soort romans gebeurt dit?
  • In romans van Nederlandse auteurs die hun jeugd in "jappenkampen" hadden doorgebracht. Bezonken rood (1981), Jeroen Brouwers.
  • In romans van de "tweede generatie": kinderen van Indische Nederlanders die na de dekolonisatie naar Nederland kwamen. Geen gewoon Indisch meisje (1983), Marion Bloem.
Noem een aantal nieuwe verschijnselen in het literaire bedrijf na 1945.
  • opkomst goedkope paperback
  • poëzie op het podium: Poëzie in Carré (1966, Simon Vinkenoog). Volgens velen was de vluchtigheid en het rumoer van het podium in strijd met de essentie van de poëzie die vraagt om stilte en bezinning
  • groei literaire kritiek