Summary Leerboek seksuologie

-
ISBN-10 9036811104 ISBN-13 9789036811101
533 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Leerboek seksuologie". The author(s) of the book is/are Luk Gijs, leen Aerts, Marieke de witte. The ISBN of the book is 9789036811101 or 9036811104. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Leerboek seksuologie

  • 1 Seksuologie: een inleidend inzicht

  • Welke drie belangrijke denkkaders over seksualiteit bestaan er? (essentialisme, sociaal-constructionisme, biopsychosociale zienswijze, Harden)
    Essentialisme: seksueel gedrag krijgt een universeel basispatroon dat evolutionair bepaald en stabiel is. Het is slecht in geringe mate onderhevig aan sociale veranderingen. De klemtoon ligt sterk op biologisch invloeden.

    Sociaal-constructionisme: seksueel gedrag wordt primair  beïnvloed door sociale, culturele, historische en/of economische factoren, die bepalen wat als 'normaal' wordt gezien.

    Biopyschosociale benadering: biologische, psychische en sociale factoren hebben invloed op het seksueel gedrag.
    Nagenoeg alle seksuologen gebruiken dit model als basisbron.     

    Daarnaast wordt veelal de seks positieve benadering in acht genomen door Seksuologen (Harden): seksualiteit is een positieve kracht en onderdrukking/remming van seksualiteit wordt als ongewenst beschouwd.
  • Wat zijn vier knelpunten in de seksuologie?
    - De kwaliteit van seksueel onderzoek en de financiering hiervan. 
    - De empirische fundering voor seksuologische interventies zwak. 
    - Bezorgdheid over de opleiding en de vorm van deze opleiding. 
    - Organisatie en de kwaliteit van seksuologische hulpverlening   
  • 3 De biologie van de seksualiteit

  • Welke afwijkingen van de mannelijke uitwendige en inwendige genitaliën zijn er? (micropenis, microfallus, secundaire micropenis, kromstand, cavernosum, hypospadie, epispadie, fimosis, preputium, parafimosis, cryptorchisme)
    Micropenis: >2.5 SD onder het gemiddelde.
    Oorzaak: <testosteron of androgenen ongevoeligheid van de penis
    • Microfallus: in combinatie met hypospadie of andere anatomische afwijkingen.
    • Secundaire micropenis: afwijking in omliggend weefsel. (liesbreuk, grote voorhuid, verkleving met scrotum)
    Behandeling: testosteron tussen 1-3 jaar.

    Kromstand van de penis
    Specifieke subpopulaties: DM, hypertensie, erectiele disfunctie.
    Verouderingsziekte.
    Oorzaak: bindweefselvorming in het kapsel van het corpus cavernosum.

    Hypospadie
    Oorzaak: onvoldoende androgenenvorming.
    • Epispadie: opening dorsaal gebleken, door verkeerde sluiting van de buikwand. Meestal ook nog andere afwijkingen aan de blaas.
    Behandeling: operatieve reconstructie.

    Fimosis: pathologische vernauwing van de preputium.
    • Parafimosis: nauwe voorhuid raakt beklemd achter de glans penis.
    Behandeling: corticosteroïden (en operatie)

    Cryptorchisme: indalingsstoornis van de testes.
    Behandeling: latere leeftijd, in 2/3 van de gevallen dalen de testes in het eerste jaar nog in.
  • Wat zijn goedaardige palpabele afwijkingen bij de man? (variokele, hydrokele, hernia inguinalis, torsio testes, ontstekingen)
    Variokèle: kluwe spatadres in het bloedaanvoerende netwerk van de zaadstreng. 

    Hydrokele: vochtophoping in de tunica vaginalis (bij testes)

    Hernia inguinalis: liesbreuk  

    Torsio testes

    Ontstekingen       
  • Vrouwelijke genitalia 

    Labia pudendi: schaamlippen 
    Labia majora: buitenste schaamlippen
    Labia minora: binnenste schaamlippen
    Mons pubis: venusheuvel
    Commissura posterior: bindweefsel tussen de uiteinde van de labia majora, dorsaal. 

    Vestibulum vaginae: voorhof = gebied tussen de labia minora. 
    Glandula vestibulum: klieren
    • Glandulae vestibulares majores: weerzijde van de vagina, ter hoogte van het dorsale deel van de labia majora. 
    • Glandulae vestibulares minores: verspeid in het vestibulum, kleine klieren.
    Hymen: maagdenvlies 

    Clitoris: zwellichamen en zenuwen. 

    Uretra feminina: urinebuis

    Vagina, welke lagen: 
    1. Lamina propria: binnenlaag, epitheellaag.
    2. Muscularis: middenlaag, glad spierweefsel. 
    3. Adventita: bindweefsellaag die de vagina met omliggend weefsel verbindt.
    G-spot: korte verdikking van de voorste vaginawand.

    Uterus
    1. Endometrius: bloedvaten
    2. Myometerium: glad spierweefsel
    3. Perimetrium: buikvlies


    Os interne: begint bij het cervicale kanaal, de vernauwing van de 'peervormige' uterus. 

    Ovaria: eierstokken
    Tubae uterinae/tubae Fallopii: eileiders
    • Isthmus: vernauwing, kunnen ontstekingen de tubae blokkeren.


                    
  • Welke aandoeningen bestaan er, waarbij de ontwikkeling niet volledige vrouwelijk en mannelijk is?
    (DSD
    Klinefeltersyndroom, turnersyndroom
    Adrenogenitaal syndroom 46-XX, adrenogenitaal syndroom, 46-XY > 5-alfa-redustasedeficiëntie
    Androgenen ongevoeligheidssyndroom +  hiervan volledige vorm 46-XY)
    DSD = disorders of sexual development.

    Klinefeltersyndroom: 47-XXY.

    • Testes klein en week
    • Geen/nauwelijks spermavorming
    • Lage testosteronspiegel > wel voldoende voor secundaire kenmerken
    • Subfertiliteit
    • Verhoogde FSH/LH
    Diagnose: witte bloedcellen met extra X.
    Behandeling: testosteron injecties/ICSI zwangerschap


    Turnersyndroom: 45-XO
    • Inwendig vrouwelijk, uitwendig kunnen vermannelijkt zijn.
    • Onvolledige aanleg ovaria, geen functioneel weefsel
    • Uitblijven menstruatie en borstvorming (samen met andere secundaire geslachtskenmerken)
    • Onvoldoende kalkhoudend bot
    • Kwetsbaarder voor ontwikkelen hart- en vaatziekten


    Adrenogenitaal syndroom, 46-XX DSD
    • Door overmaat aan androgenen zijn uitwendige geslachtskenmerken vermannelijkt.
    Oorzaak: bijnierhyperplasie, medicatie, ovaria of nier tumor bij de moeder

    46, XY, DSD
    Androgeentekort of androgeenongevoeligheid.
    - 5-alfa-reductasedeficiëntie: enzym 5-alfa zorgt voor de omzetting van testosteron in dihydrotestosteron, een veel krachtiger hormoon die noodzakelijk is voor de externe genitaliën. Tekort hieraan leidt tot anatomische varianten, mannelijk en vrouwelijk. Ernst hangt af van mate van omzetting testosteron.


    - Androgeen ongevoeligheids-syndroom: mutatie van de androgeenreceptor, waardoor testosteron geen heeft op de weefsel met androgenen receptoren. Beide kenmerken komen dan voor, mannelijk en vrouwelijk. Geslachtstoewijzing bij de geboorte is moeilijk.
    'Volledige vorm': 46, XY > maar, typische vrouwelijke kenmerken. Onvruchtbaar, geen menstruatie, gonaden na puberteit weggehaald ivm maligme risico. Seksueel aangetrokken tot mannen.
  • Hoe zorgt genitale doorbloeding tijdens de seks voor een erectie en bevochtiging van de vagina? (NO, cGMP, calciumconcentratie, transudatie)
    Tijdens de seks bij man/vrouw: verhoogde doorbloeding en vasocongestie (zwelling).

    Erectie: stikstofmonoxide > enzym > verhoogde concentratie cGMP > verlaagde calciumconcentratie > relaxatie van de bloedaanvoerende vaten > cisternen vullen zich, door druk tegen het tunica albuginea (rand rondom de testes) zijn de afvoerende vaten dichtgedrukt
    • Onvolledige relaxatie van de aanvoerende vaten of litteken weefsel in de cisternen zorgen voor erectiestoornissen.
      • Relaxatie: tonusverhoging in de arteriolen en contractie glad spierweefsel trabekels > cisternen lopen leeg.
        • Afname glad spierweefsel kan stoornis geven in de relaxatie.


    Vrouw, bevochtiging vagina: vasodilatatie aanvoerende vaten > toegenomen druk > plasmatranssudaat wordt uit de capillaire in de vagina gedrukt > vochtig worden vagina. Ook de cervix geeft vocht af om de vagina te scheiden.
    • Transudatie vocht zorgt voor verhoging pO2 en neutraliseren van de pH.
      • Menopauze: verminderde ovaria activiteit > verminderde doorbloeding > minder vochtig.
  • Uit welke 2 delen bestaat een ejaculatie en hoe vind dit plaats?

    MANNEN
    Emissie en expulsie

    Emissiefase: sperma wordt in de urethra pars prostatica (uretra loopt door de prostaat) geperst. 
    • Contracties: spierweefsel epididymis, ductus deferens (zaadl), vesiculae seminales (zaadb) en de prostaat. In de blaashals wordt drukopgebouwd, tevens in de prostaat, waardoor het sperma niet de blaas in schiet.

    Expulsiefase: sperma wordt door reflexmatige contractie de urethra uit geduwd.
    • Contracties: gladde spierweefsel urethrae, m sphincter urethrae externa , m bulbospongiosus (spier rondom wellichaam waardoor de utetra verloopt).

    Emissie: autonome innervatie
    Expulsie: somatische innervatie.


    Uiteindelijk zullen alle bekkenbodemspieren een bijdrage leveren. Aan het begin 1 contractie per seconden, daarna wat minder contracties tot het stil ligt.
  • Wat gebeurt bij de vrouw tijdens de seks/een orgasme en wat vind er plaats tijdens het orgasme?
    VROUWEN
    Contracties van de bekkenbodem, verschillende frequenties, verschillende groepen. Ook van de vaginawand > dwarsgestreept spierweefsel. Verschillende receptoren voor hormonen en dus verschillend reageren tijdens de verschillende fases van de cyclus.
    • Tent effect: fornix anterior (inkeping aan de buitenkant, naast de cervix) verwijd en rekt uit.
    • Samentrekking van de baarmoeder
    • retroversie van de uterus (omhoog en achterover kantelen)

    Orgasme: verhoging HF, RR, ademhaling, pupilverwijding, huidgeleiding.
  • Hoe ziet de HPG-as eruit en hoe zit het met de puberteit?
    Hypothalamus (GnRH) > hypofyse (LH/FSH) > ovaria/testes (oestrogeen, progesteron, testosteron)
    Ontstaan uit: cholesterol en bindt zich aan het eiwit SHBG

    Start puberteit: hypothalamus gaat GnRH aanmaken.
    • Meisjes: borsten en pubisbeharing > vet > okselhaar > bij uitdoven groei: menarche.
    • Jongens: groter worden testes en penis > stem lager > okselhaar > ejaculaties.



    Vroege puberteit:
      • Meisjes: voor 8e levensjaar
    • Jongens: voor 9e levensjaar
      • Oorzaak: centrale of perifere disregulatie
      • Gevolg: veel te klein blijven.


    Late puberteit:
    • Meisjes: na 13.4 jaar
    • Jongens: na 14 jaar
  • Hoe ziet het androgenen systeem er bij de man?
    Voornaamste androgenen: testosteron, dihydrotesteron en androstadienon. 
    • Productietestosteron: Leydigcellen in de testes. 
        • DHEA uit de bijnier
  • Welke vormen van androgenenstoornissen bij de man zijn er? (hypogonadisme, primair, secundair, kallmannsyndroom, hypofyseadenoom)

    Hypogondisme bij mannen
    Verminderd functioneren van de testes met als gevolg een verminderde productie van testosteron en spermatozoa.
    Kenmerken:
    • Kan ontstaan als aangeboren afwijking
    • Volledige of gedeeltelijke uitval
    • Verlaging van vruchtbaarheid loopt niet gelijk met mate van verlaging testosteron
    Diagnose: verlaagde testosteronproductie en/of aanmaak spermatozoa.


    1. Primair hypogonadisme: afwijking testes met daardoor verlaagd testosteron en <spermatozoa. Hypofyse merkt dit en verhoogd daarom de FSH en LH productie.


    1. Secundair hypogonadisme: geen aansturing vanuit de hypofyse, verlaging testosteron en verlaagd LH/FSH.

    • Kallmannsyndroom: tekort aan GnRH-produceren neuronen.
      • Erfelijke afwijking: geen reuk, micropenis, niet ingedaalde testes, uitblijven puberteit.
      • Diagnose: <testosteron, <LH/FSH, <spermatozoa
      • Behandeling: toedienen GnRH of injecties LH en eventueel FSH om de testes te stimuleren.
    • Hypofyseadenoom: goedaardig gezwel dat de hypofyse functie verstoord. Dit kenmerkt zich ook in afwijking in schildklier- en bijnierhormonen.
      • Onderzoek: bloedonderzoek en MRI.
      • Behandeling:
        • Vruchtbaar herstel: LH/FSH
        • Niet vruchtbaar herstel: testosteron
        • Verwijderen tumor

  • Hoe ziet de hormoonproductie bij de vrouw eruit?
    GnRH > FSH/LH > ovaria > oestrogeen/progesteron. 

    FSH > follikelgroei > aanmaak oestrogeen > verlaging FSH, toename LH, ontwikkeling secundaire geslachtskenmerken > eisprong > gele lichaam > productie progesteron >  opbouw baarmoederslijmvlies > afbouw/verschrompeling > aanmaak FSH, etc.
  • Hoe ontstaat de menopauze en hoe gaat dit verder in zijn werk qua hormonen en gevolgen hiervan?
    Menopauze: komt op gang als de eicellen op zijn. 

    Als eerst worden menstruaties heviger en langduriger, onregelmatig.
    Menopauze: jaar lang niet menstrueren, hoge FSH/LH spiegels en lage concentratie progesteron en oestrogeen.
    • Doelwitorganen kunnen wat atrofisch worden.
    • Vaginale doorbloeding tijdens opwinding lijkt niet heel veel te veranderen. Ook seksuele opwinding lijkt ongeveer gelijk. 
      • Vaginale droogheid kan meer toegeschreven worden aan opwindingsstoornissen die kunnen komen door een lage androgenenspiegel. 
  • Welke vormen van hypogonadisme bij vrouwen zijn er? (primair, PCOS, turner, secundair, kallmannsyndroom, leefstijl, hypofyseadenoom, sheehansyndroom)
    Hypogonadisme kan worden gesteld bij het:
    - Uitblijven van menstruatie >16 jaar.
    - Uitblijven van menstruatie >5 jaar na borstgroei
    Eisprong laat temp met 0.3-0.5 graden stijgen.

    Te laag oestrogeen: opvlieger, botontkalking, <kwaliteit vaginaslijmvlies, <beharing.
    Te hoog testosteron: congenitale bijnierhyperplasie > als bijproduct testosteron > ongewenste haargroei, acne, vetophoping buik, >hart- en vaatziekten. Wordt naar gescreend in de hielprik.

    Primair hypogonadisme: probleem zit hem in de ovaria zelf.
    • PCOS
    • Turnersyndroom
    Secundaire hypogonadisme:
    • Kallmannsyndroom: tekort aan GnRH-producerende neuronen.
    • Anorexia
    • Stress
    • Topsport
    • Hypofyseadenoom > prolactinoom
    • Sheehansyndroom
  • Anatomie van de man

    Penis > voornamelijk 2 grote bloedvaatstructuren: corpus cavernosum (uitwendig) en corpus spongiosum (inwendig) > de eikel is de distale voorzetting van de corpus spongiosum > preputium (voorhuid) bedekt de eikel > met frenulum verbonden met de meatus urethrae (opening urethra). Opening voorhuid heet: meatus preputii.

    Klieren van Littre: bevinden zich om de uretra en bevochtigen en beschermen tegen urine.

    Dunne gepigmenteerde huid > dun bindweefsel > dik bindweefsel: fascie van Buck > buitenste laag zwellichamen: fascie van Buck.

    Urethra > dwarsgestreept spierweefsel: m sphincter urethrae externus.
    Corpus spongiosum > afvoerbuisjes van de kliertjes van Cowper en Littré, dit zorg voor voorvocht.
    Diepe deel urethra: pars prostatica, loopt door de prostaat > talloze openingen voor afvoerbuisjes van de prostaat: de ductus ejucilatorius en de opening van de ductus deferens (zaadleider).

    Sphincter urethrae internus: sluitspier van de blaas, autonome controle. Dit bouwt tijdens de ejaculatiefase ook druk op om te zorgen dat de zaadcellen niet de blaas in schieten.
  • Scrotum: testis en epididymis. Bloedvoorziening vanuit de buik.
    Funiculus spermaticus: zaadstreng; bloedvaten, zaadleider, zenuwen en lymfevaten.
    • Temperatuurregulatie: via de arterie, vene en de m dartos en m cremaster, die de testes de buik in kunnen trekken.

    Testis > tubuli seminiferi: aanmaak spermatozoa en de leydigcellen: androgenen aanmaak.
    Epididymis: rijpen van de spermatozoa in ongeveer 12 dagen > ductus deferens (zaadleider): vervoeren de spermatozoa tijdens de ejaculatie > mondt uiteindelijk uit in een ductus ejaculatorius (het spuitbuisje) in de urethra prostatica. Zo wordt het verder vervoert via de uretra.

    Vesiculae seminales (zaadblaasjes): ligt vlakbij de prostaat, produceert vocht wat 70% van het ejaculaat vormt. Spuitbuisjes monden zich uit in de urethra prostatica. Daar mengt het zich met zaadcellen en prostaatvocht. Het vocht van de vesiculae seminales bevat veel fructose, dat als brandstof dient.

    Prostaat: prostaatvocht mengt zich in het ejaculaat en bevat een enzym dat het semen in de vagina weer vloeibaar maakt.

    Glandulae bulbourethrales (klieren van Cowper): voorvocht productie, er kunnen zaadcellen in voortkomen.

    Sperma:
    - Zaadcellen: vas deferens
    - Vocht prostaat: enzym
    - Vocht vesiculae seminales: fructose

  • De vrouw
    In de fase van opwinding (en plateau) nemen ademhaling, bloeddruk en hartslag aanzienlijk toe. Bovendien kunnen spiercontracties optreden. Vanwege betere doorbloeding ontstaat een seksblos op de huid en nemen borsten in omvang toe. De tepels worden stijf en de tepelhof wordt groter. Het voorste deel van de baarmoeder gaat rechtop staan. De buitenlippen van de vagina gaan opzij en omhoog waardoor de vagina zich opent. Naarmate de opwinding toeneemt zwellen ook deze op. Ook de binnenlippen zwellen op waardoor het vaginakanaal wat langer wordt. De clitoris zwelt in eerste instantie op, maar trekt zich naar het eind van deze fase juist terug. In de orgasmefase zien we veel van deze veranderingen een hoogtepunt bereiken. Seksblos, ademhaling, hartslag en bloeddruk bereiken hun hoogtepunt. Onwillekeurige spiercontracties worden heviger, met name in de anus, vagina en baarmoeder. Opvallend is ook de verwijding van de pupillen door adrenalineafgifte. In de herstelfase zien we snelle omkering van de meeste veranderingen. Tepelerectie, seksblos, ademhaling, hartslag en bloeddruk nemen snel af. 

    De man
    Bij de man zien we op hoofdlijnen vergelijkbare veranderingen in de fase van opwinding (en plateau). Ademhaling, bloeddruk en hartslag nemen toe. Ook de seksblos en de spiercontracties zien we bij de man. Soms kan ook een tepelerectie optreden. De penis neemt bij opwinding snel toe in lengte en omtrek. Deze erectie is snel omkeerbaar bij afleiding. Het scrotum trekt samen en wordt platter, de testes worden opgetrokken en naar het eind van de opwindingsfase neemt de omvang van de testes met maximaal 50% toe. In de orgasmefase zien we net als bij de vrouw veel van deze fysiologische veranderingen een hoogtepunt bereiken en zien we dezelfde verwijding van de pupil. Door sterke contracties van ampul, prostaat en zaadblazen wordt de emissie van het sperma in werking gezet. 
  • Hoe gaat het zenuwstelsel en seksualiteit in zijn werk?
    Allereerst is er de fase van seksuele opwinding, ontstaan door stimulatie, zintuigen of herinneringen: dit zijn efferente banen, parasympatisch, autonome zenuwstelsel > ruggenmerg > genitaliën. 

    Wanneer er eenmaal sprake is van seksuele activiteit, dan worden als gevolg van de stimulatie van de genitaliën, prikkels vanuit sensorische zenuwuiteinden via parasympatische afferente banen naar het ruggenmerg verzonden en tevens naar hoger gelegen delen van het centrale zenuwstelsel, inclusief de hersenen. 

    Als er een orgasme is bereikt, dan treden specifieke efferente banen van het sympathisch zenuwstelsel in werking. Deze stimuleren diverse organen, maar met name bij de man ook de hals van de urineblaas, de zaadblaasjes en de prostaat, waardoor de emissie van sperma op gang komt.

    Dit leidt tot slot tot de derde fase, waarbij efferente prikkeling vanuit het somatisch zenuwstelsel leidt tot spiercontracties van de buikwand en de bekkenbodem die samengaan met de beleving van een orgasme en ook leiden tot ejaculatie.

    Somatisch = autonoom
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Diagnostiek en behandelindicatie seksuele disfunctie
- Getracht etiologie van de disfunctie achterhalen
- Nagaan klachtpresentatie (primair/secundair)/verworven)
- Situationeel/gegeneraliseerd
Wat is de belangrijkste klacht waarmee vrouwen zich aandienen in een kliniek/instelling?
- Pijn bij de geslachtsgemeenschap
Wat is een van de belangrijkste voorspellers van sexual distress bij vrouwen?
- Lijkt de emotionele relatie met de partner te zijn.
Wat is de prevalentie van seksuele disfuncties bij vrouwen?
Prevalentie: 27% heeft last van 1 of meerdere disfuncties.

15-24 jr: seksuele aversie, problemen subjectieve opwinding, orgasmeproblemen, dyspareunie, vaginisme en disfunctie in het algemeen.

40-54 jr: seksuele problemen komen minder vaak voor

55-70 jr: seksuele problemen minder vaak maar wel meer lubricatieproblemen
Wat is een erotic target disorder/ erotic target identitity disorder?
Dit is het atypische/foute object waarop het sekuseel verlangen is gericht de eigen voorstelling van zichzelf als die andere persoon is.

- Autogynefilie: man voelt zich seksueel aangetrokken tot zichzelf als verbeelde vrouw. 
- Autopedofilie: seksuele opwinding bij de gedachte een kind te zijn.     
- Male chronophilias: seksuele dimensie waartoe een persoon zich aangetrokken voelt (gender, leeftijd, gericht op zichzelf/ander, levende/niet-levende objecten, mensen/dieren en gerichtheid op bepaalde activiteiten).
Hoe is het verloop geweest op parafilieen?
Het pathologische gezichtspunt is velen jaren dominant geweest. Vanaf de jaren 70 werd o.a. homoseksualiteit en BDSM steeds meer genormaliseerd. 

Echter is onderzoek naar de etiologie van parafilie schaars en mogelijke verklaringen daarvoor zijn:
- laatste kwartaal vd 20e eeuw de invloed van het strafwet op denken over 'afwijkend' seksueel gedrag tot meer aandacht voor controle over dit afwijkend gedrag heeft gebracht. 
- met de komst van normaliteitstheorie is er minder aandacht voor het theoretisch onderzoek omdat het sterk geassocieerd is met voorkomen/genezen van parafilie.
- Niet valide verklaringen voor het ontwikkelen en functioneren van parafilie/parafiele stoornissen.
Wat zijn de theoretische visies op parafilieen?
Pathologische theorie: heeft als uitgangspunt dat een parafilie een stoornis is. 
Normaliteitsttheorie: parafilie is een normale variatie van het seksueel verlangen.
Welke 4 verklaringen zijn er voor het genderverschil in parafilieen? (mannen vaker parafiel als vrouwen)
1. Mannen zouden grotere biologische plasticiteit hebben en daardoor gemakkelijker door een bredere waaier van psychoseksuele stimuli worden geconditioneerd. 
2. Door hun grotere visuele (seksuele) gevoeligheid zouden mannen een grotere parafiele gevoeligheid hebben. 
3. Mannen moeten zich de-identificeren met hun 1e verzorger (moeder), en daardoor mogelijk een grotere kans op ontwikkelen van een parafilie. 
4. Mannen en vrouwen verschillen niet intrinsiek maar seksualiteit van vrouwen is sociaal minder geaccepteerd. Gevolg --> parafiele verlangens minder makkelijk erkennen en uiten waardoor het bij mannen vaker lijkt voor te komen.
Wat is de prevalentie van parafilie?
Er is relatief weinig onderzoek gedaan maar het komt bij 5-10% van de volwassenen voor (enkel in Westerse landen oz).

Parafiele verlangens:
- 18,1% mannen waarvan 10,7% masochisme, 3% pedofilie, 10,5% fetisjisme, 3,3% transvestisch fetisjisme
- 10,8 % vrouwen waarvan 9% sadomasochisme, 4,2% fetisjisme en 0,2% transvestisch fetisjisme.

Uitvoeren verlangens 
- Mannen: 7% masochisme, 0,7% pedofilie, 8% fetisjisme, 2,8% transvestisch fetisjism
- Vrouwen:  7% sadomasochisme, 4,0% fetisjisme en 0,1% transvestisch fetisjisme.
Wat houdt de 'sexual orientation conceptualisation' in?
Deze term conceptualiseert parafilieen als beschrijvende en dimensionale psychologische variabelen: iemand heeft in meer of mindere mate de eigenschap om vooral door een bepaald objectcategorie seksueel opgewonden te worden. Parafilie wordt dus als een persoonlijkheidstrek benaderd.