Summary Leereenheid 4 Maatschappelijk verantwoord ondernemen: ethiek en duurzaamheid

-
585 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Leereenheid 4 Maatschappelijk verantwoord ondernemen: ethiek en duurzaamheid

  • 1 Informatiesysteem in het huidige mondiale ondernemen

  • Wat zijn belangrijke bedrijfsmiddelen? 

    Opgave 1.4 Belangrijke bedrijfsmiddelen zijn volgens het tekstboek:
    – intellectueel eigendom: kennis, waaronder recepten en patenten
    – kerncompetenties (Begrippenlijst: activiteit waarin een onderneming uitmunt): lesgeven, cursus schrijven, pakketten bezorgen
    – financiële middelen: geld dat direct of indirect beschikbaar is
    – personele middelen: medewerkers in vaste en tijdelijke dienst.

    Volgens de klassieke economische theorie zijn het:
    – (natuurlijke) hulpbronnen
    – kapitaal(goederen): geld, gebouwen, machines, gereedschappen
    – arbeid (mens en machines). Sinds de opkomst van de informatietechnologie is daar kennis als vierde productiefactor aan toegevoegd.
  • Noem de zes strategische doelstellingen waarom ondernemingen investeren in informatiesystemen. 

    Operationeel excelleren (Operational excellence): efficiëntie van het werk verbeteren en daardoor meer winst maken. 

    – Nieuwe producten, diensten en bedrijfsmodellen ontwikkelen: een product is iets dat je vast kunt pakken en/of kunt opslaan; een dienst is iets dat je niet kunt opslaan en wordt geconsumeerd terwijl deze wordt geleverd; een bedrijfsmodel beschrijft hoe een bedrijf een product of dienst produceert, levert en verkoopt om waarde te creëren (geld te verdienen).


    – Band tussen klant en leverancier verbeteren (Customer Intimacy): Klantenbinding, zodat de klant telkens terugkomt en dus meer uitgeeft, bijvoorbeeld via spaarzegelacties. Een ander voorbeeld is kosten besparen door te werken zonder magazijn of tussenhandel: de winkel geeft meteen een signaal aan de fabriek om bij te maken wat is verkocht.


    – Verbeterde besluitvorming: Zorgen voor tijdige en juiste informatie zodat snel onderbouwde besluiten kunnen worden genomen, bijvoorbeeld over hoeveel mensen worden ingezet om een probleem snel op te lossen.


    – Concurrentievoordeel (Competitive advantage): Betere producten of diensten, sneller, goedkoper en daardoor meer omzet en meer winst. Veel webwinkels vormen hiervan een goed voorbeeld.


    – Overleven: Voor sommige functies is een informatiesysteem zo van vitaal belang dat een onderneming niet kan werken zonder informatiesysteem.
  • Wat zijn elementen van een organisatie? 
    medewerkers, structuur, bedrijfsfuncties, bedrijfsprocedures, beleid en cultuur.  
  • Hoe hangen de elementen van een organisatie samen?

    De cultuur van een organisatie wordt gevormd door de normen en waarden en bepaalt de manier waarop dingen worden gedaan en dus de keuze voor een strategie, het beleid, de procedures en de structuur.
    Beleid is het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde middelen in een bepaalde tijdsvolgorde. Dus in beleid worden de procedures en de structuur uitgewerkt. De medewerkers voeren het werk uit.
  • geeft het rendement op de investering aan
    return on investment (ROI)
  • Benoem 3 belangrijke veranderingen in bedrijfsinformatiesystemen met betrekking tot het component technologie.
    -Cloud computing-platform (Saas)
    -Big data (toenemend gebruik van grote databestanden)
    -Wijdverbreide gebruik van mobiele computerplatform
  • Benoem 3 belangrijke veranderingen in bedrijfsinformatiesystemen met betrekking tot het component management.
    -Management maakt gebruik van social media om te communiceren en gegevens uit te wisselen.
    -Toepassing met bedrijfsintelligentie wordt sneller (betere beheer/besluitvorming)
    -Meer virtuele vergaderingen
  • Benoem 3 belangrijke veranderingen in bedrijfsinformatiesystemen met betrekking tot het component organisatie.
    -sociaal ondernemen (gebruik sociale netwerksites als Facebook en e-mail diensten om te communiceren.
    -Steeds meer gebruik van telewerken (afstandswerk)
    -Cocreatie van bedrijfswaarde (betere samenwerking met klant en leverancier)
  • Beschrijf de kenmerken van een digitale ondernemingen

    Informatie is altijd en overal beschikbaar. Hierdoor zijn binnen digitale ondernemingen ook time shifting (verlengen van de werkdag) en space shifting (locatie-onafhankelijk werken) aan de orde  
  • Beschrijf de uitdagingen en kansen van globalisatie in een ‘plattere’ wereld.

    Het verplaatsen van banen naar lagelonenlanden. Outsourcing biedt hier kansen (door outsourcing kan tegen een lagere prijs meer geproduceerd worden). De uitdaging kan dan zijn het vermijden van goederen en diensten die elders veel goedkoper kunnen worden geproduceerd.
  • Waarom zijn informatiesystemen zo van belang voor een ondernemingen?

    -Overleven zonder informatiesysteem ondenkbaar (E-bay, Google, Amazon)
    -Operationeel excelleren (operational excellence) voortdurend trachten om efficiënt te opereren
    -Nieuwe producten, diensten en bedrijfsmodellen creëren.
    - Band tussen klant en leverancier verbeteren(cutomer intimacy)
    -Verbeterde besluitvorming(adequate middelentoewijzing)
    -Concurrentievoordeel( bedrijfsdoelstelling realiseren om voordeel te creëren)
  • Geef een definitie van een informatiesysteemen beschrijf wat het doet

    Aan elkaar gerelateerde componenten die samenwerken om informatie te verzamelen, verwerken, opslaan en verspreiden ter ondersteuning van besluitvorming, coördinatie, controle, analyse en visualisatie binnen een organisatie.
  • Noem en beschrijf de organisatiecomponenten van informatiesystemen.
    Organisatiecomponenten: Medewerkers, structuur, bedrijfsprocedures, beleid en cultuur
  • Noem en beschrijf de managementcomponenten van informatiesystemen.
    Managementcomponenten:
    -Opzetten organisatiestrategie,
    -inzet middelen om bedrijfsdoelstellingen te realiseren,
    -maken van nieuwe producten en diensten,
    -stroomlijnen van organisatie
  • Noem en beschrijf de technologiecomponenten van informatiesystemen.
    Technologiecomponenten: Alle hardware en software datamanagement en netwerktechnologie die voor organisatie van belang zijn
  • .Wat is het onderscheid tussen gegevens en informatie?
    Gegevens/data/onbewerkte feiten worden pas informatie nadat het geordend is. (Na menselijke interpretatie wordt informatie kennis)
  • Wat is het onderscheid tussen computerkennis en informatiesysteemkennis?

    Computerkennis is een onderdeel van informatiesysteemkennis.
    Bij computerkennis richt men zich op de primaire kennis van informatietechnologie
    Bij informatiesysteemkennis richt men zich naast informatietechnologie ook op kennis van management en organisatie.
  • Wat is het verband tussen internet en het world wide web en andere technologiecomponenten van het informatiesysteem?

    Het world wide web is een service geleverd door het internet en zijn intra- en extranetten (bedrijfsnetwerken die gebaseerd zijn op internettechnologie)
    Hardware is een wereldomvattend netwerk. Via kabels. Die lopen onder de grond over de zeebodem. Dat geldt idem voor het netwerk- en telecommunicatietechnologie. (bestaat ook uit software)

    Software is het protocol dat regelt dat als je een internetpagina bezoekt hij weet op wele server dat staat en hoe compuers met elkaar praten. Maar ook hoe een internetpagina eruit moet zien, en hoe je browsers die moet tonen.


    Datamanagementtechnologie bestaat uit software die de organisatie van deze gegevens op fysieke opslagmedia beheert.
  • Definitie van aanvullende bedrijfsmaatregelen
    Maatregelen die nodig zijn om waarde uit een primaire investering te halen (bijvoorbeeld veranderen van bedrijfsmodel en -processen of trainingen geven)
  • Welke aanvullende sociale maatregelen zijn er nodig om de opbrengst uit informatietechnologie-investeringen te optimaliseren?

    - Ondersteunende organisatiecultuur die efficiëntie en effectiviteit waardeert
    -Passend bedrijfsmodellen
    -Efficiënte bedrijfsprocessen
    -gedecentraliseerd gezag
    -Sterk IT-ontwikkelteam
  • Welke aanvullende bestuurlijke maatregelen zijn er nodig om de opbrengst uit informatietechnologie-investeringen te optimaliseren?
    -Sterke ondersteuning vanuit het hoger management voor technologie-investeringen en veranderingen
    beloningssysteem voor managementinnovaties
    -Teamwork en collaboratieve werkomgevingen
    -Trainingsprogramma’s om mannagementbesluitvaardigheid te verbeteren
    -Managementcultuur die flexibiliteit en op kennis gebaseerde besluitvorming waardeert
  • Welke aanvullende organisatorische maatregelen zijn er nodig om de opbrengst uit informatietechnologie-investeringen te optimaliseren?
    -Internet- en telecommunicatie-infrastructuur
    -Met IT verrijkte educatieprogramma's om de computervaardigheid van het personeel te vergroten
    -Standaarden(zowel van de overheid als vanuit de onderneming)
    -Wetten en regels die een eerlijke en stabiele marktomgeving creëren
    -Technologiebedrijven en dienstverlenende bedrijven in aangrenzende markten om de implementatie te ondersteunen  
  • Noem en beschrijf elke discipline die bijdraagt tot een technische benadering van informatiesystemen.



    Technische benadering:
    Informatica: opzetten van theorieen, formules en methoden voor het efficiënt raadplegen en opslaan van gegevens.
    Managementwetenschappen: Benadrukken de ontwikkeling van besluitvorming en managementmodellen.
    Operationeel onderzoek (besliskunde): Concentreert zich op wiskundige technieken voor het optimaliseren van geselecteerde parameters binnen een organisatie. (supply chain management, transactiekosten, transport)
  • Noem en beschrijf elke discipline die bijdraagt tot een gedragsbenadering van informatiesystemen.

    Gedragsdisciplines:
    Psychologie: Hebben belangstelling waarop menselijke beslissers formele informatie in zich opnemen en gebruiken.
    Economie: Het willen begrijpen van de productie van digitale goederen, de dynamica van digitale markten en hoe nieuwe informatiesystemen het beheer en kostenstructuren binnen de onderneming veranderen.
    Sociologie: Bestuderen de manier waarop groepen en organisaties de ontwikkeling van systemen vormgeven en hoe systemen individuen, groepen en organisaties beïnvloeden.
  • het aanbieden en gebruiken van software via internet. Klanten betalen de software in een abonnementsvorm naar gebruik in plaats van het eenmalig aankopen van software.
    SAAS
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

– Proces van het zodanig omzetten van software dat deze in een tweede taal kan werken.
Softwarelokalisatie
4.2 Noem enkele technologieën die bedrijven kunnen ondersteunen bij het ontwikkelen van mondiale systemen.
virtual private networks , die een groot deel van de functies van het eigen netwerk bieden en gebruikmaken van internettechnologie; hier zitten echter wel beperkingen aan wat betreft performance en aantallen gebruikers(VPN, zie 14.4.2)
softwarelokalisatie is het proces waarbij software wordt aangepast aan een andere taal en regionale verschillen (14.4.3)
4.1 Beschrijf de belangrijkste technische kwesties waarmee mondiale systemen te maken hebben.
– De belangrijkste technische kwesties voor mondiale systemen hebben betrekking op hardware (14.4.1), netwerkstandaarden (14.4.2) ensoftware (14.4.3).
Bij hardware is standaardisatie lastig, omdat er zoveel variatie is tussen operationele units en landen.
Bij netwerken is de situatie enorm verbeterd door internettechnologie, maar als bedrijfsonderdelen verschillende toepassingen gebruiken, kan dat voor de uitwisseling van de informatie nog steeds grote problemen opleveren.
Bij software ligt de uitdaging in het vinden van applicaties die gebruiksvriendelijk zijn en de productiviteit van internationale teams werkelijk verhogen.
Werkelijk wereldwijd beheerde onderneming zonder nationaal hoofdkantoor; de waardetoevoegende activiteiten worden vanuit een internationaal perspectief beheerd, zonder dat hierbij wordt gelet op nationale grenzen, om waar dan ook vraag en aanbod op elkaar af te stemmen en om te profiteren van de plaatselijk concurrentievoordelen.
Transnationale organisatie
Onderneming waarin het product wordt gemaakt, ontworpen, gefinancierd en in het begin ook geproduceerd in het thuisland, maar die om productspecifieke redenen afhankelijk is van buitenlands personeel voor verdere productie, marketing en personeelszaken.
Franchise:
Internationaal strategie waarbij financieel management en beheer vanuit een centrale thuisbasis worden geconcentreerd, terwijl de productie, verkoop en marketing door afdelingen in het buitenland worden georganiseerd.
Multinational
Strategie die wordt gekenmerkt door strakke centralisatie van ondernemingsactiviteiten in het thuisland.
Nationale exporteur
2.2 Beschrijf de vier verschillende systeemconfiguraties die kunnen worden gebruikt voor het ondersteunen van verschillende mondiale strategieën.
Gecentraliseerd: systemen waarbij de ontwikkeling en exploitatie volledig plaatsvind op de hoofdlocatie in het moederland.
Gedupliceerd: systemen waarbij de ontwikkeling plaatsvindt op de hoofdlocatie, terwijl de exploitatie uit handen wordt gegeven aan afdelingen in het buitenland.
Gedecentraliseerd:systemen waarin elke internationale afdeling eigen unieke oplossingen en systemen ontwikkelt en exploiteert.
Netwerk: systemen die op een geïntegreerde en gecoördineerde manier in alle afdelingen worden ontwikkeld en geëxploiteerd.
2.1 Beschrijf de vier belangrijkste strategieën voor mondiale bedrijfsvoering en organisatiestructuur.
Nationale exporteur: Strakke centralisatie van onderneming in thuisland.
Multinational: Productie verkoop/marketing wordt georganiseerd door afdelingen in het buitenland. Financiën, strategie en personeel wordt centraal geregeld.
Franchise: Klonen van afdelingen in het moederland met lokale coördinatie, distributie, marketing en personeelswerving.
Transnationale organisatie: Staatloze wereldwijd besturende ondernemingen.
– Taken die voornamelijk bestaan uit het ontwikkelen of verwerken van informatie
Informatieverwerking