Summary Levensfasen de psychologische ontwikkeling van de mens

-
ISBN-10 9024403669 ISBN-13 9789024403660
389 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Levensfasen de psychologische ontwikkeling van de mens". The author(s) of the book is/are Maryke Tieleman. The ISBN of the book is 9789024403660 or 9024403669. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Levensfasen de psychologische ontwikkeling van de mens

  • 1 De prenatale periode

  • Het menselijk leven start na de bevruchting. Hoe wordt dit genoemd?
    Dit noem je de conceptie.
  • Wat betekent ontogenese?
    Het onderscheid maken tussen de ontwikkeling van het specifieke individu. Bij de ontogenese speelt de interactie met de omgeving (moeder) een belangrijke rol.
  • Wat betekent fylogenese?
    De ontwikkeling van de soort.
    Bij fylogenese speelt de ontwikkeling meer een rol van de soort, de erfelijkheid.
  • Wat zijn de drie belangrijkste factoren bij de prenatale ontwikkeling van de mens?
    1. Groei: hieronder verstaan we een toename van cellen en een toename van lengte en gewicht.
    2. Rijping: dit heeft te maken met het in staat zijn om nieuwe functies te vervullen en is een lichamelijk of fysologisch proces.
    (de rijping wordt beinvloed door de erfelijke factoren)
    3. Leren: negatieve gevolgen van indrinken en het gebruik van drugs.
  • Hoe noem je een bevruchte eicel?
    Dit noemen we een zygote.
  • Uit hoeveel periodes bestaat de eerste trimester?
    Deze bestaat uit twee periodes, namelijk de eerste twee weken..
    Hier vindt de innesteling plaats van de bevruchte eicel in de baarmoeder of de uterus en de volgende zes tot 10 weken.
  • In de eerste twee weken vind er een celdeling van de zygote plaats. Hoe wordt dit ook wel genoemd?
    De germinale fase.
  • Wat ontwikkeld zich in de volgende periode van 6 weken?
    Hier ontwikkelen zich het centrale zenuwstelsel, de ogen, het hart, de oren, de tanden, het gehemelte en de externe genitalien.
  • Wanneer spreken we van een foetus?
    Na twaalf weken als de structuele uitbouw van het organisme volledig bereikt is.
    De twee periodes van dit eerste trimester noem je samen de embryonale fase.
  • Wat gebeurd er in het tweede trimester?
    Hier gaat de foetus allerlei bewegingen maken, zoals buigen, strekken, handen sluiten, kruip- en klimbewegingen.
    Dit trimester loopt van de derde tot en met de zevende maand.
  • Wat gebeurd er in de derde trimester?
    Het derde en laatste trimester voor de geboorte kenmerkt zich vooral door een snele gewichtstoename van de foetus.
  • Een foutus kan al allerlei smaken onderscheiden. Welke voorkeur heeft de foetus?
    Een voorkeur naar een zoete smaak.
  • 1.3 Visies op het prenatale bewustzijn

  • Wat kan volgens Goddard tot geremde of vertraagde reflexen leiden?
    Dit kan later leiden tot allerlei ontwikkelingsstoornissen, zoals problemen met de coordinatie van de ogen en de handen, leesproblemen en gebrek aan concentratie.
  • Goddard geeft aan dat bij een normale ontwikkeling drie typen reflexen tot stand komen. Welke zijn dit?
    1. Primitieve
    (9 weken) vlucht- of vechtreflexen
    2. Transitionele 
    (6 tot 8 maanden na de geboorte) trotseren van zwaartekracht
    3. Posturele reflexen
    (rond 10 maanden) lopen en springen
  • Wat kan volgens Goddard leiden tot een geremde of vertraagde Mororeflex?
    Dit kan ertoe leiden dat het kind te beweeglijk en onrustig wordt, hyperactief, of te gevoelig en prikkelbaar, hypersensitief. 
    Als de Mororeflex niet op tijd verdwijnt, ontstaan op latere leeftijd niet-functionele angst- en schrik reacties. Deze belemmeren de ontwikkeling.
  • Benoem de volgende Westerse visies:
    1. De leertheoretische of behavioristische visie
    Een onbeschreven blad wat wordt bepaald door leerervaringen.
    2. De biologische visie
    Interne of erfelijke factoren bepalen de mens
    3. De omgevingspsychologische visie
    Wordt bepaald door de wisselwerking tussen de sociale en de ruimtelijke omgeving.
    4. De cognitivistische visie
    Informatieverwerking en zelfsturing is bepalend.
    5. De psychoanalystische visie
    Biologisch aanleg en opvoedingservaringen
    6. De humanistische visie
    Zelfontplooing en eigen verantwoordelijkheid.
    7. De bio-egologische visie     
    Invloeden van buitenaf
  • Hoe beschreef neurowetenschapper Gazzaniga het bewustzijn?
    ''Hoe voel ik dat ik zelf ben''.
  • Hoe werdt de evolutionaire visie van Vroon benadrukt?
    De relatie tussen taal en bewustzijn.
    Een aanwijzing voor deze relatie zou kunnen zijn dat mensen zich zelden iets weten te herinneren van voor de periode dat zij redelijk konden spreken.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wanneer kan volgens Piaget kinderen de fase van het formeel-operationeel denken bereiken?
Vanaf een jaar of twaalf.
Dat betekent dat het formuleren van abstracte veronderstellingen of het (tweede-ordedenken' mogelijk wordt.
Leg de fase-indeling van de psychodynamische stroming van SIgmund Freud uit.
1. Orale fase (0-2)
Een kind tussen o en 2 jaar is gericht op de mond, waarbij de mond het centrum van lustbevrediging is.
2. Anale fase (2-4)
Het centrum naar de anus is verplaatst, hierin ontwikkelt zich de zinderlijkheid.
3. Fallische of oedipale fase (4-6)
Hierbij is de aandacht van de andere sekse bepalend voor zijn welbevinden.
4. Latentiefase (6-12)
Hierbij is het kind niet zozeer met zijn seksualiteit bezig. Hoewel de onderlinge interesse tussen jongens en meisjes niet erg groot is in deze fase, komt deze aan het einde van de basisschool voorzichtig terug als deze fase overgaat in de genitale fase.
Tot hoe ver strekt het pesten door in ons brein?
Strekt zich uit tot de amygdale. Deze bevinden zich aan weerskanten van de corpus callosum. Het wordt ook wel het emotionele centrum van het brein genoemd.
Waar richt het vijfsporenbeleid zich op?
1. De pester
2. De gepeste
3. De grijze meerderheid
4. De ouders
5. De leerkracht
Via welke route kun je kinderen opsporen die in de gevarenzone zitten qua pest gedrag?
Door gebruik te maken van sociogrammen
Als de problemen eenmaal gesignaleerd zijn, is het belangrijk om deze zo snel mogelijk met een vijfsporenbeleid aan te pakken.
Wat zijn volgens Freud de drie aspecten van de persoonlijkheid die zich na elkaar ontwikkelen?
1. Het Es of het Id
(Het Es is het onbewuste , waarin zoveel constructieve als destructieve driften zetelen. Deze driften zijn actief en kunnen we niet omheen.
2. Het Ich of Ego
Dit is het realiteitsgedeelte van de persoonlijkheid, we kunnen de driften niet zomaar afreageren zoals dieren dat wel doen. Seksuele (eros) en agressieve (Thanatos) 
3. Het Uber-Ich of SuperEgo
Dit is het geweten, dat via de opvoeding en de religie en levensbeschouwing tot stand komt en dat de driften moet reguleren in de zin van behoren.
Hoe worden stadium 1 en 2 van Kohlberg ook wel genoemd?
Zijn preconventionele en hedonistische postconventionele stadia.
1. Het kind gedraagt zich gehoorzaam om straf te vermijden.
2. Het kind gedraagt zich conformistisch om een beloning te krijgen en in een goed daglicht te komen staan.

In deze stadia leeft het kind volgens zelfgeaccepteerde en ook zelfbepaalde principes.
In welke fase bevindt het schoolkind zich volgens de cognitieve benadering van Kohlberg?
In het stadium van de conventionele moraliteit. Deze fase is gerelateerd aan de door Piaget beschreven fase van het concreet-operationele denken.
Wat speelt voornamelijk een rol bij dyslexie bij de verklaring bij deze verschillen tussen jongens en meisjes?
Mogelijk speelt testosteron, het mannelijke hormoon, een rol bij de verklaring bij deze verschillen tussen jongens en meisjes. Het planum temporale, een deel van het gebied van Wernicke, is bij mensen met dyslexie meer symmetrisch dan bij normale lezers.
Wat zijn reactieve stoornissen?
Dit zijn stoornissen waarbij een persoon er niet in slaagt om sociale interacties aan te gaan of erop te reageren. Door een gebrek aan zich veilig voelen kunnen kinderen met ractieve stoornissen bijvoorbeeld een overmatige waakzaamheid (frozen watchfulness) hebben waardoor ze voortdurend om zich heen moeten kijken.