Summary Literatuur (Deel 1)

-
512 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Literatuur (Deel 1)

  • 1 De foetus en placenta tijdens een doorsnee zwangerschap

  • Wat is amenorroeduur?
    Duur van het uitblijven van de menstruatie. Gerekend vanaf de eerste dag van de menstruatie.
  • Wat is de amenorroeduur van een zwangerschap?
    40 weken (280 dagen). Geteld vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie.
  • Welke organen en weefsels behoren tot de secundinae?
    Placenta, vliezen en navelstreng.
  • Wat verstaan we onder de vrucht?
    Embryoblast / embryo / foetus / pasgeborene. 

    (Afhankelijk van de ontwikkelingsfase)
  • Wat zijn de zwangerschapsproducten?
    Alles wat uit de bevruchte eicel ontstaat: foetus, vruchtwater, placenta, vliezen, navelstreng.
  • Wat zijn de termen (3) waarop een vrouw kan bevallen en hoe noemen we die bevalling?
    Preterme/premature bevalling: voor 37 weken. 
    A terme bevalling: tussen 37 en 42 weken.
    Postterme/serotiene bevalling: na 42 weken.
  • Wat zijn de ontwikkelingsfasen van de foetus en de neonaat?
    Progenese - zaad en eicel ontwikkeling voor conceptie.
    Blastogenese - vruchtontwikkeling vanaf conceptie tot een week na implantatie. 
    Embryogenese - vruchtontwikkeling week 3-12 AD.
    Foetale periode - week 12 AD tot geboorte. 
    Neonatale periode - eerste vier weken na geboorte.    
    Zuigelingenperiode - maand tot 1 jaar oud. 
    Perinatale periode - 24 weken AD (levensvatbaar) tot 7 dagen na geboorte.
  • Wat gebeurt er in de luteale fase van de zwangerschap?
    De baarmoeder bereidt zich voor op de innesteling (= decidualisatie) van het embryo. Het corpus luteum geeft progesteron en oestrogeen af; deze zorgen voor de ontwikkeling en verdikking van het endometrium, respectievelijk.
  • Waarom wordt de bloeddruk van vrouwen hoger tijdens de zwangerschap?
    Dit om de uteroplacentaire perfusie te laten stijgen, zodat er genoeg bloed naar de placenta gaat.
  • Wanneer vinden de meiotische delingen van een eicel plaats?
    De eerste deling vindt vlak voor de eisprong plaats als reactie op de LH-piek. De tweede deling gebeurt 12 uur na de eisprong in de eileider.
  • Hoeveel chromosomen en chromatidenparen bevat de eicel voor en na de eerste en tweede meiotische deling?
    Voor meiose: primaire oocyte (2n).

    Na de 1e deling: de eicel is een secundaire oöcyte. Een haploide cel met dubbele chromosoomparen. 
    Na de 2e deling: de eicel is bevrucht. Het is een haploide cel met enkele chromosomen.
  • Wat zijn poollichaampjes en hoe ontstaan ze?
    Poollichaampjes ontstaan tijdens de meiotische delingen. Ze bevatten 23 chromosoomparen en worden gemarginaliseerd.
  • De stadia van de pre-embryo:
    • 0-3 dagen: vier delingen
    • dag 4: morulastadium (=braam)
    • dag 5: blastocyst ontstaat met compaction van de blastomeren: een blastocystholte ontstaat. 
    • dag 6: implantatie in het endometrium
  • Na 5-6 dagen bereikt de eicel de cavum uteri vanuit de ampulla van de eileider. Welke mechanismen zorgen hiervoor?
    1. Meedrijven met het secreet
    2. Trilharen effect
    3. Peristaltische samentrekking van de eileiders
  • Waardoor wordt de pre-embryo gevoed?
    Door het endometriumsecreet - ook wel uterine melk - een plasmafiltraat met glycogeen, vetten en glycoproteinen.
  • Wanneer ontstaat de perfusie met het moederlijke bloed?
    Na de 12e week.
  • Wanneer vindt de innesteling plaats?
    Rond de 20e cyclus dag; ongeveer 6 dagen na de bevruchting.
  • Wat is hatching? Wanneer gebeurt dit?
    Het loslaten van de zona pellucida (=eischaal) tijdens het zoeken van een goede plek om in te nestelen. Rond dag 6 na de bevruchting.
  • Wat is de rol van het corpus luteum?
    Maakt progesteron en oestrogenen zodat het endometrium zich gaat ontwikkelen en verdikken. Het secretoire decidua bereid zich binnen de 6 dagen voor op nidatie.
  • Wat is de rol van het secretoire decidua?
    Dit laagje weefsel in het endometrium geeft paracriene stoffen af waar de embryo op af komt.
  • Wat is appositie?
    De niet-stabiele vorm van hechten van het pre-embryo (blastocyst) aan het endometrium. 

    Het syncytiotrophoblast vormt microvilli onder invloed van cytokinen, hiermee kan de blastocyst zich gaan hechten.
  • Waaruit bestaat een blastocyst?
    De embryoblast waar de fetus uit zal groeien. 
    De trofoblast waar de placenta zich uit zal vormen.
  • Wanneer kun je hCG (=humaan choriongonadotrofine) vinden in het bloed van de moeder?
    2-3 dagen na de innesteling. Ongeveer op 22 dagen AD.
  • Welke zwangerschapssymptomen veroorzaakt hCG?
    Misselijkheid en gevoeligheid van de tepels.
  • Wat gebeurt er direct voor de implantatie?
    Het baarmoederslijmvlies wordt gedecidualiseerd: de cellen veranderen ter voorbereiding op de zwangerschap.
  • Wat zijn de functies van hCG ?
    • Houdt het corpus luteum in leven: maakt progesteron
    • Stimuleert de hormoonproductie van OH-progesteron, oestradiol en oestron
  • Waarom wordt het pre-embryo niet afgestoten door de moeder?
    1. De cytotrophoblastcellen brengen niet-klassieke HLA-antigenen tot expressie: HLA-E, HLA-F, HLA-G. Uteriene NK-cellen herkennen deze HLA-antigenen. 
    2. Interactie tussen APC en T-cellen met een gunstige verhouding tussen cytotoxische en proliferatiebevorderende T-cellen. 
    3. Hoog progesteron-level werkt immunosuppressief
    4. IDO = indoleamine dioxygenase, vermindert het activateit van de moederlijke T-cellen. 
  • De trophoblast cellen ontwikkelen zich in een dubbellaag van...
    ... Syncytiotrophoblast (=versmelting cellen ) en cytotrophoblast.

  • Wat gebeurt er met het cytotrophoblast?
    De uitlopers vormen primaire vlokken die zich verder vertakken in secundaire vlokken. Hieruit ontstaan de intervilleuze ruimten. Wanneer er foetale vaten ontwikkelen in de secundaire vlokken noemen we ze tertiaire vlokken.

    Een deel van de cellen groeit in het myometrium. 
    Het andere deel groeit naar de moederlijke spiraalarteriën
     
  • Hoe ontstaat remodelling van de spiraalarteriën?
    Trophoblastcellen van de cytotrophoblast vormen met fibrinoïde de vaatwand. Er ontstaat een trompetvormige verwijding.
  • Wat is het effect van remodelling van de spiraalarteriën?
    De elasticiteit neemt af en de capaciteit neemt toe.
    De spiraalarteriën worden minder gevoelig voor vasoactieve stoffen: geen autoregulatie meer.
  • Tot de 12e week: waarmee is de intervilleuze ruimte gevuld?
    Moederlijk plasma en secreet uit de deciduale klieren.
  • De extravilleuze trophoblast sluit de intervilleuze ruimte af.

    Waarom is dit belangrijk?
    Het embryo moet zich in het eerste trimester in een zuurstofarme omgeving ontwikkelen om oxidatieve schade van O2-radicalen te beperken (1) en het is immunologisch veiliger (2).
  • Waar komt de voeding voor de embryo vandaan in het eerste trimester (0-12 weken)?
    Uit de intervilleuze ruimte en de dooierzak.
  • Wanneer begint het hart van de fetus te kloppen? 
    Wanneer is het zichtbaar op de echo?
    5-6 weken AD.
    7 weken AD.
  • Wanneer start de directe uitwisseling van voedingsstoffen van de placenta aan de fetus?
    In week 12 AD.
  • Wat is een cotyledon? Hoeveel zijn er?
    De foetale uitwisselingseendheid, ontstaan uit de voormalige primaire vlokken. De placenta heeft er 18. 

    Maternale spiraalarteriën voeren bloed aan aan de cotyledonen.   
  • Wanneer ontstaat de verbinding tussen het villeuze en embryonale vaatbed? (Via de navelstreng).   

    Dit extra-embryonale vaatbed zal verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van het embryonale hartvolume.
    In de 7e week AD.
  • Hoe groot is de bloedstroomsnelheid in de intervilleuze ruimten?
    0,7 ml/s - vergelijkbaar met capillairen

    Er is wel een langere uitwisselingsduur!
  • Wat zijn de belangrijkste functies van de placenta?
    1: Uitwisselingsorgaan
    • Voedingsstoffen - simpele diffusie
    • Bloedgassen - simpele diffusie
    • Ketonen - simpele diffusie
    • Glucose - gefaciliteerde diffusie
    • Eiwitten - carriers (kost E!)
    2: Bescherming tegen infecties en afstoting
    • Fysieke barriere
    • Productie cytokinen
    • Onderdrukking complement-activatie
    • IgG-anti stoffen van de moeder beschermen de neonaat 3-6 m. 

    3: Productieorgaan
    • nutriënten: 
      • glutamine  
      • glycine 
      • melkzuur 
      • cholesterol 
    • steroidsynthese; vooral in syncytiotrophoblast. 
      • cholesterol 




  • Welke nutriënten kan de placenta zelf maken om bij te dragen aan de foetale voedselvoorziening?
    • Glutamine
    • Cholesterol
    • Melkzuur
  • Hoe verloopt de foetale groei?
    Volgens een S-curve:

    Er is eerst een exponentiële gewichtsgroei, 
    week 28 tot vier maanden na de geboorte vlakt de groei af: lineaire groei.
  • Waardoor wordt de foetale groeisnelheid bepaalt in de eerste helft v/d zwangerschap? En de tweede helft?
    1e: foetaal genetisch profiel
    2e: epigenetische en omgevingsfactoren
  • Waar kijk je naar bij een echoscopische meting om de groei van een foetus vast te stellen?
    1. Femurlengte
    2. Hoofdomtrek
    3. Buikomtrek
    4. Bipariëtale diameter (vaak niet gebruikt)
  • Uit welke bronnen ontvangt de foetus zijn voedingsstoffen?
    1. Het moederlijk bloed 
    2. De placenta
    3. Eigen foetale metabolisme: glycogeen, vet, eiwit afbraak tot glucose, vetzuren, glycerol en aminozuren.
  • Wat gebeurt er in het laatste trimester qua groei van de foetus?
    De vetfractie neemt toe: van 1 naar 16%. 
    Er is dus aanmaak van vetweefsel. 

    40% van de door de placenta aangedragen voedingsstoffen worden hiervoor gebruikt.
  • De foetus heeft een lage bloeddruk. Wat zijn de mechanismen die deze bloeddruk minder kwetsbaar maken voor schommelingen?
    Een grote compliantie van het foetale vaatbed.
    De placenta.
  • Waaruit vormt het foetale hart?
    Het hart vormt zich uit twee mesodermale buizen.
  • Wat is de bloeddruk van de foetus op:
    5,5 weken AD
    20 w. AD
    vlak voor de bevalling?
    5,5 weken AD: 1 mmHg (het hartspierweefsel is nog niet goed ontwikkelt)
    20 weken AD: 20 mmHg
    voor bevalling: 45 mmHg
  • Wart is het gevolg van een stijging in de vullingsdruk in het foetale hart?
    Het rechteratrium pompt harder dan het linkeratrium, maar beiden contraheren ze op hun maximale vermogen.

    Extra vullingsdruk zorgt dus voor backward failure:
    oedeemvorming bij een gelijkblijvend HMV.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat gebeurt er tijdens de luteale fase metLHFSHoestrogeenprogesteron?
LH daalt
FSH daalt
oestrogeen daalt
progesteron stijgt
Wat is het gevolg van de dalende FSH spiegel (door oestrogenen en inhibine stijging)?
Uitrijping van een dominante follikel tot een graafse follikel.
Wat is de secundaire recruitering?
De groei van de follikels die de vroege follikelontwikkeling hebben voltooid.
Waardoor stijgt het serum FSH tijdens de luteofolliculaire overgang (eerste dagen van de menstruatie)?
Het corpus luteum wordt een litteken: corpus albicans en geeft geen oestrogenen meer af.
Wat doet follistatine?
Het remt de FSH synthese.
Wat doet activine en waar wordt het geproduceerd?
Het stimuleert FSH (via hypofyse) en is een subunit van inhibine.
Wat is het verschil tussen Inhibine-A en inhibine-B?
Inhibine-A: door de dominante follikel en corpus luteum
Inhibine-B: dalende FSH concentratie
Wat doet inhibine en door wat wordt het geproduceerd?
Het remt FSH (via hypofyse) en wordt geproduceerd door granulosacellen.
Door wat wordt progesteron geproduceerd?
Door de granulosacellen in het corpus luteum, onder invloed van LH.
Waar worden androgenen geproduceerd?
50% ovaria
50% bijnieren