Summary Literatuur : geschiedenis en leesdossier

-
ISBN-10 9020850768 ISBN-13 9789020850765
212 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Literatuur : geschiedenis en leesdossier". The author(s) of the book is/are J A Dautzenberg. The ISBN of the book is 9789020850765 or 9020850768. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Literatuur : geschiedenis en leesdossier

  • 1 de rederijkers

  • Noem 2 rederijkerskamers in Amsterdam.

    d'eglantier en het witlavendel

  • leg kort uit wat een rederijkerskamer is.

     

    Dat waren verenigingen van mensen die van literatuur hielden en met elkaar hadden afgesproken om ongeveer 1x per maand allemaal een gedicht te schrijven over een opgegeven onderwerp. 

    Deze gedichten moesten worden voorgedragen aan de Prins van de rederijkerskamer, en als het gedicht niet voldeed aan de regels moest het een boete betalen. 

     

  • Hoe werd een wedstrijd tussen rederijkerskamers genoemd?

    landjuweel

  • Waarom zagen de stadsbestuurders het belang in van de rederijkers?

     

    De rederijkerskamers konden een rol spelen in de propoganda voor hun eigen stad.

  • Noem een rederijkerskamer uit Haarlem?

     

    De pellicaan (trou moet blijcken)

  • Leg de opbouw uit van de Rederijkerskamer, wie stond er boven aan en wie stond er onderaan?

    1.Prince en Keyser (beschermheer, mecenas, vooraanstaande burger)

    2. Factor (artistiek leider) (leraar)

    3. deken (voorzitter)

    4. broerders en scholieren (gewone leden)

    5. fiscaal (penningmeester) 

  • Hoe onstonden die Rederijkerskamers? 

    De rederijkerstijd was een overgangsperiode. De middeleeuwen waren afgelopen en de Renaissance was nog niet begonnen. 
    In de steden gingen mensen met dezelfde beroepen bij elkaar wonen. Zij verenigden zich in Gilden, een soort vakbond. Deze vakbonden hadden ruimtes waar ze over o.a. literaire onderwerpen spraken. Iedereen, eigenlijk alleen de rijkeren, verzamelden zich in een ruimte die men de rederijkerskamer noemt. Deze kamer was in theorie voor iedereen toegankelijk maar in praktijk alleen voor de gegoede burgers. De gewone burgers hadden immers geen tijd, zij moesten werken.
     
     


    Vooral de periode tussen 1430-1550 is bekend om de Rederijkers. Overal in het Nederlandse taalgebied werden rederijkerskamers opgericht. De rederijkerskamers speelden een centrale rol in het literaire leven in de laatmiddeleeuwse stad. Ze hielden zich bezig met literaire wedstrijden en maakte propaganda. 

    Grote steden hadden ook een stadsrederijker en was van groot belang voor een stad, omdat deze eigenlijk het visite kaartje van hen was. Steden deden dan ook veel moeite voor een goede stadsrederijker en kochten hen soms weg bij andere steden, of boden de stadsrederijkers een contract voor het leven aan. 

    Rederijkers speelden in veel steden een belangrijke rol bij feesten en plechtige gebeurtenissen er werden dan allerlei bijbelse maar ook niet-bijbelse taferelen uitgebeeld. Ook tijdens officiële bezoeken van een vorst of hoge gast werd de stad versierd en stonden er vele podia langs de route die gevolgd werd. Meestal werd bij elke stellage gestopt en gaf een stedelijke functionaris uitleg bij het getoonde verhaal. De boodschap achter het verhaal was meestal moeilijk te begrijpen,wat ook de bedoeling was. Want de hoge gasten kon je geen simpele en lachwekkende stukken voorzetten, waarmee het lage volk benaderd werd. De Rederijkers hielpen bij de uitbeelding van de scènes die vaak een politieke boodschap hadden: Ze wilden de invloed van de stad laten zien en de goede verhouding met de vorst benadrukken. De festiviteiten hadden dan ook een hoog politiek belang en diende ook als propaganda voor de steden, die grotendeels in handen lagen van de rederijkers. 

    Regelmatig werden er ook wedstrijden gehouden tussen rederijkers uit verschillende steden. Een beroemd voorbeeld is de Gentse wedstrijd uit 1539. De organiserende rederijkerskamer stuurde dan maanden van tevoren een uitnodiging naar alle steden in de wijde omgeving. Die kaart, zoals de uitnodiging werd genoemd, gaf aan wat de opdrachten waren en welke prijzen er vielen te verdienen. 

    De rederijkers hadden een groot aandeel in het vermaak van de mensen in die tijd. Maar hun animatie was niet alleen vermaak, de burgers leerden ook dingen en de rederijkers gebruikten de momenten op het podium om hun idealen naar het grote publiek over te brengen. Het bleek ook de beste methode omdat analfabeten zo ook bereikt werden. In de rederijkerstoneel had je verschillende genres: Esbattementen (soort kluchten vol humor), moraliteitsspelen (waarin een moraal centraal stond) en mirakelspelen (zoals het woord al zegt, waar spelen wonderen een grote rol).
    De misschien wel belangrijkste rederijkerskamer bevond zich in Amsterdam. Deze kamer heette de Eglantier, maar hij wordt ook vaak met zijn motto of zinspreuk In Liefd' Bloeyende aangeduid. In deze rederijkerskamer zaten een paar bekende rederijkers:

    - Dirk Volkersz. Coornhert
    - Gerbrand Adriaensz Bredero
    - Hendrik Laurenz Spieghel
    - Roemer Visscher
    - Pieter Cornelisz Hooft
    - Joost van den Vondel
    In de Rederijkerstijd zag men het kunstwerk als een gemeenschappelijk product van een rederijkerskamer en niet van één of enkele personen. Daardoor komt het dat we, de gehele vijftiende en de eerste helft van de 16e eeuw, zo weinig tot niets over de rederijkers weten. Pas toen in Nederland de Renaissance aanbrak, veranderde ook de opvattingen over de functie van het individu. Ze vermeldde voortaan hun naam of verwerkten hun zinsspreuk.

    De taal van de rederijkers bevatte veel vreemde woorden. De bastaardwoorden, die voor een groot deel door de rederijkers zelf gemaakt werden. Tijdens het dichten konden ze geen woorden vinden die goed konden rijmen met het daarvoor geschreven zin. Ze verzonnen daarom woorden met hun eigen betekenis om zo hun gedichten kloppend te maken. Vanaf het midden van de zestiende eeuw kwamen er stemmen op voor taalzuivering, steeds meer mensen zagen de bastaardwoorden als een bederf van de taal.
    De humanisten waren de felste die streden voor de taalzuivering. Het rare is dat juist diezelfde rederijkers die begonnen met de bastaard woorden, ook gingen pleitten voor het vermijden van het gebruik van vreemde woorden.

    In de 17e eeuw was Nederland nog steeds een gebied met verschillende dialecten maar zonder echte standaardtaal. In deze tijd begint in Nederland de ontwikkeling van een nieuw taalbewustzijn. De rederijkerskamers hadden hier een grote invloed op. Joost van den Vondel schreef hierover dit:
     
     

    Neemt hy voor in Nederduitsch, zijn moederlijcke tale te zingen; des hoeft hy zich zoo luttel te schamen als de Hebreen, Griecken, Latijnen...Wat onze spraeck belangt, die is, sedert weinige jaren herwaert, van bastertwoorden en onduits allengs geschuimt, en gebouwt, en geeft den leerling nu veel vooruit..." (J.van Vondel, Aenleiding ter Nederduitse Dichterkunste, 1650).
    Hij zegt dat als iemand in het Nederduits gaat zingen dan hoeft hij zich niet te schamen want sinds een paar jaar is de taal van bastert- en onduitse woorden gezuiverd.
    Hij is taalbewust, hij vindt dat het nu beter is, de Nederlandse taal gezuiverd. 
    Het streven naar een algemene standaardtaal heeft de gehele 17e eeuw gedomineerd en heeft zich tot in de 20e eeuw voortgezet. 
    De rederijkerstijd was een tijd waarom door een aantal mensen de ontwikkeling van de taal belangrijker werd gevonden dan hun eigen belang. De rederijkers hadden veel verschillende functies in de maatschappij en daarom een groot aanzien. Ze hebben ervoor gezorgd dat de taal en zijn ontwikkeling in de aandacht kwam en nog steeds is.

     
     
     

    Grote kans dat je het afgelopen jaar veel gebruik hebt gemaakt van Scholieren.com. Dit is het moment om iets terug te doen! Ga op zoek naar oude verslagen enupload ze hier. Toekomstige generaties scholieren zullen je dankbaar zijn.

     

  • Er ontstonden door de rederijkerskamers 3 nieuwe poëziegenres, noem deze 3.

    Refrein, Rondeel en epigram

  • Uit welke 3 onderdelen bestond het embleem?

     

    Pictura, motoo en subscriptio

  • Wat is een archrostichon? 

    een gedicht waarvan de eerste letters van elke regel of strofe samen een naam vormen

  • Wat is een retrogade?

    Een gedicht dat je van achteren naar voren kan lezen.

  • Wat is kettingrijm?

    Laatste woord van een regel rijmt op het eerste woord van de volgende regel.

  • Wat is dubbelrijm? 

    de laatste 2 woorden van een regel rijmen op de laatste 2 woorden van de volgende regel.

  • Wat is Aldicht?

    Alle woorden van een regel rijmen op alle woorden van de volgende regel.

  • Noem 3 onderwerpen waar Vondels hekelgedichten over gingen?

    - terechtstelling Jvo

    - strijden remonstranten en contrastanten

    - politieke twisten, aanslag willem II en de heerszucht van de chique regenten van a'dam.

  • Hoe ziet een refrein er uit.

    - meerdere strofe waarbij het slot van elke strofe dezelfde regel wordt

    - slot geeft kern van het gedicht weer

    - aandacht aan 'prinse' in laatste strofe

  • Hoe wordt een refrein ook wel genoemd?

    rederijkersballade

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

`Wat voor soort poezie had Ida G.M. Gerhardt (1905-1997)?
Zuiver klassieke en vaak religieuze poëzie. 
Ze is in essentie een symbolistische dichteres. De alledaagse werkelijkheden vooral de natuur is voor haar éen woud van symbolen dat heenwijst naar een andere werkelijkheid'.
Wat staat in haar werk centraal?
Tegenstellingen als orde-chaos, tijd-eeuwigheid, vrijheid-gebondenheid. Waarbij getracht wordt zin te ontdekken in de wanorde van de alledaagde realiteit. Dit duidt op een verwantschap met het symbolisme; anderzijds maken het heldere taalgebruik en de vaak anekdotische inhoud haar tot een verwant van de nieuwe zakelijkheid.
Welke vier gedichtenbundels publiceerde M. Vasalis (pseud. van M. Drooglever Fortuyn-Leenmans, 1909-1998)?
parken en woestijnen (1940)
De vogel Phoenix (1947)
Vergezichten en gezichten (1954)

Pas na haar dood verscheen een vierde: de oude kustlijn (2002)
Wie is de 'u' en 'gij' die in veel gedichten van Achterberg worden toegesproken?
Dit is niet alleen een persoon maar ook en vooral een symbolische gestalte die het volmaakte, het absolute, het eeuwige vertegenwoordigt: dat waarnaar de mens slechts kan sterven.
Waar staat de poëzie van Gerrit Achterberg (1905-1962) voor een groot deel in het teken van?
In het teken van een gestorven geliefde en  van het begrip 'dood door schuld'. In 1937 doodde hij in overspannen toestand zijn hopita en verwondde haar dochter. Hij ga zichzelf aan en verbleef tot 1942 in een psychiatrische inrichting.
Wie is Elsschot?
Elsschot kreeg tijdens de nieuwe zakelijkheid erkenning. Hij schreef eerder vier romans in een nuchtere, alledaagse, ironische stijl.
Schreef: Villa des roses. Lijmen. Het been. Het dwaallicht.
Thema: kleine man die wat wil bereiken maar het niet kan.
Wie is Nescio
Nescio: Ik weet niet
pseudoniem: J.H.F Grönloh
Schreef : Dichtertje. De uitvreter. Titaantjes. Mene tekel (gewogen en te licht bevonden).
Wat is forum?
(1932-1935) Forum: literair tijdschrift nieuwe zakelijkheid. Menno ter Braak, E. Du Perron

Niet de vorm maar de INHOUD is belangrijk: Niet de vorm maar de vent! (J.C. Bloem)
Ventisme
Wat is functionalisme literatuur?
Geen overbodige versiering!
Geen (vorm)experimenten
Wel poésie parlante of parlando-poëzie (praatpatroon)
Kritische literatuur: reactie op Blut und Boden-literatuur : traditioneel/ nationalistisch/voorvaders eren (Arische ras)
Wat is functionalisme kunst?
Doelmatigheid, geen frutsels, veel staal, robuuste materialen.
Ontwerpers: Mies van der Rohe, Walter Gropius, Rietveld, Frank Lloyd Wright