Summary Maatschappelijke Zorg / SAW 3

-
ISBN-10 9085241510 ISBN-13 9789085241515
408 Flashcards & Notes
25 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Maatschappelijke Zorg / SAW 3". The author(s) of the book is/are Angerenstein. The ISBN of the book is 9789085241515 or 9085241510. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Maatschappelijke Zorg / SAW 3

  • 1.2 Beperking of ziekte, mate van voorkomen, diagnostiek

  • Wat is het verschil tussen een beperking en een ziekte?
    1. Een ziekte is tijdelijk, een beperking blijvend
    2. Een ziekte kent een verloop, een beperking niet, is hele leven aanwezig
  • 1.2.1 De beperking

  • Wat zijn de hoofdkenmerken van een verstandelijke beperking volgens DSM-IV?
    1. Mensen met een VB functioneren verstandelijk duidelijk onder het gemiddelde: een IQ van 70 of lager
    2. Dit op een lager verstandelijk niveau functioneren, heeft tot gevolg dat mensen zich niet zo goed kunnen aanpassen aan wat gebruikelijk is in de samenleving.
      (Bv communicatie, zelfverzorging, sociale vaardigheden)
    3. De beperking moet vóór het 18e jaar zijn begonnen
  • Wat is de definitie van een verstandelijke beperking?
    Een VB is een aangeboren of in de prille jeugd verworven beperktheid van de geestelijke functies of de verdere ontwikkelingsmogelijkheden daarvan. 
    Een beperktheid die zich uit op cognitief, sociaal-affectief en motorische gebied.
  • Wat is de meest voorkomende oorzaak van een VB?
    Een defect in de cortex (hersenschors)
  • Wat is de functie van de hersenschors?
    In de hersenschors (deel van de hersenen) zijn de verstandelijke functies verankerd.
    Zoals:
    • taal
    • denken
    • geheugen
    • waarneming
    • fantasie  
  • Hoe kan een defect in de hersenschors ontstaan?
    1. Door aanlegfactoren (erfelijk bepaald)
    2. Een chromosomale afwijking
    3. Latere beschadiging van het hersenweefsel (hersenbeschadiging)
      Als degene ouder is dan 18 op het moment van de beschadiging valt hij/zij niet in de categorie VB

    Noot: bij veel mensen met een VB is de oorzaak onbekend
  • Welke categoriën kennen we bij het classificeren van iemand met een VB?
    1. Licht
    2. Matig
    3. Ernstig
  • 1.2.2 Mate van voorkomen

  • Wat zijn de cijfers mbt mensen met een VB?
    • % van de totale bevolking: 1%
    • % naar leeftijd:
      • 0 - 19:   36%
      • 19 - 50: 36%
      • > 50:     29%
    • % naar mate beperking:
      • LVB:           45%
      • M en EVB: 50%
  • 1.2.3 Diagnostiek

  • Wat betekent het woord diagnostiek letterlijk? En wat is de betekenis?
    Doorzien

    De arts moet achter de klacht (symptoom) het werkelijke probleem ontdekken.

    Bv. 
    Symptoom = buikpijn
    De oorzaak = bv een virusinfectie of een blindedarmontsteking
  • Waarom is een LVB moeilijk te constateren?
    Deze kinderen hebben vaak alleen maar een vertraging in de ontwikkeling. Alleen langzamer, niet echt anders. Als deze achterstand oploopt gedurende de basisschoolperiode komt pas het vermoeden dat er meer aan de hand is dan 'een beetje trager'.
  • Wat doet een arts om de diagnose LVB toch goed te kunnen stellen?
    Maken gebruik van schalen om de ontwikkeling en het gedrag te kunnen vergelijken met leeftijdsgenootjes. Bv schalen voor zelfredzaamheid. Een kind van 4 kan zich nog niet zelfstandig aankleden, kind van 6 al bijna
  • Welke punten zijn belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen met een VB? M.a.w. Wat zijn diagnoses voor VB
    1. vertraagde motorische ontwikkeling
    2. vertraagde spraak- en taalontwikkeling
    3. vertraagde spel- en tekenontwikkeling
    4. neurlogische afwijkingen (bv epilepsie)
    5. gedragsstoornissen (door vaak psychische stoornissen)
  • 1.3.1 Verschil tussen intellect en intelligentie

  • Wat is het verschil tussen intellect en intelligentie?
    • Intellect is de hoeveelheid kennis en ervaring die iemand heeft (kwantitatief)
    • Intelligentie is:
      1. Het vermogen van iemand om de wereld te begrijpen
      2. De kracht hebben om het hoofd te bieden aan haar uitdagingen
          (kwaliteit van denken).
      3. Het vermogen hebben om te generaliseren door in nieuwe
          situatie oude kennis succesvol toe te passen.
  • 1.3.2 Intelligentietest

  • Hoe wordt het IQ berekend?
             verstandelijke leeftijd
    IQ =  ----------------------------- x 100
              kalenderleeftijd 

    IQ is een relatief begrip, moet gezien worden in relatie tot het IQ van andere mensen
  • Wat meet een intelligentietest?
    1. woordenschat
    2. taalsnelheid
    3. redeneren
    4. rekenvaardigheid
    5. ruimtelijk inzicht
    6. geheugen
    7. sociaal inzicht
    8. emotioneel functioneren
  • Hoe noem je de score op bijvoorbeeld alleen 'woordenschat'?
    Deel-IQ
  • Vaak maakt een IQ-test onderscheid tussen 2 'intelligenties'. Welke?
    1. Verbale intelligentie (taal = lezen, schrijven, praten)
    2. Performale intelligentie (doen)


    Evident: mensen met een VB scoren veel hoger op doen dan op taal
  • Wat is een harmonisch profiel in relatie tot IQ-testen?
    Dat is als iemand op de verschillende onderdelen ongeveer gelijke scores haalt. 

    Noot: Komt niet vaak voor.
  • Waarom gaan intelligentie en taal samen?
    Omdat je denkt in woorden, in taal.

    Dus: hoe meer woorden je kent, des te beter het denken is of des te beter iemand zich verbaal kan uitdrukken
  • Met welke factor moeten we rekening houden als er getest wordt?
    De situatie waarin iemand verkeert.

    Grote angst > blokkering (faalangst)
    Optimisme > maakt mensen verstandiger *

    * optimistisch, positief leerklimaat > voelt plezierig > uitnodiging om te leren > lol in het leren > 'overmeesteren' leerstof geeft plezier > maakt angst kleiner en optimisme groter.  
    M.a.w. Plezier maakt als het ware intelligent
  • Wat is sociale intelligentie?
    Goed kunnen omgaan met andere mensen
  • Wat is emotionele intelligentie?
    Het goed kunnen omgaan met je eigen emoties.

    Dwz:
    1. uitdrukken - jezelf goed kunnen uitdrukken
    2. verwoorden - je gevoelens goed kunnen verwoorden
    3. inleven - je kunnen inleven in iemand anders
    4. intuïtie - een goede intuïtie hebben in sociale situaties
    5. samenwerken - goed kunnen samenwerken in het realiseren van doelstellingen   
  • Wat zijn de positieve kanten als je emotionele intelligentie goed is ontwikkeld?
    1. Geeft zelfvertrouwen
    2. Ga je plezieriger om met mensen - minder conflicten
    3. Kun je beter inschatten wat je wil bereiken 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke tips zijn er voor begeleiden van activiteiten in de praktijk?
  1. Theorie en praktijk
    Begrippen worden in instellingen wel eens verkeerd gebruikt. Leg je er bij neer. Bv basisactiviteitenbegeleider noemt zich activiteitentherapeut
  2. Werken met vrijwilligers
    Die kun je niet zo maar een opdracht geven. Check het beleid in de instelling. Noot Joost: vrijwillig - niet vrijblijvend
  3. Milieuwetgeving
    Let op scheiden van afval, volg voorschriften instelling en gemeente
  4. Ordelijk bewaren van al je materialen!
Hoe werk je methodisch in de activteitenbegeleiding?
  1. Stap 1  Doelgroepanalyse
  2. Stap 2
    - Begeleidingsbehoefte of hulpvraag analyseren en daar doelen 
      aan koppelen
    - Begeleidingsbehoefte en doelen rubriceren naar deelgebieden:
      > arbeid
      > educatie en vorming
      > recreatie
      > zelfzorg: ADL, HDL, PDL of ADML
  3. Stap 3  Strategie bepalen
    - ordenen van mogelijke activiteiten die je kunt koppelen aan de
      deelgebieden
    - Voorbeeld:                  arbeid     educatie    recreatie    zelfzorg
       Beeldend                                           +
       Sport                                                  ++
       Arbeidsmatig                ++
       Groenvoorziening         +
Uit welke 2 hoofdgroepen bestaan de maatschappelijke levensverrichtingen? (ADML)
  1. Sociale activiteiten: omgaan met mensen, samenwerken, met klanten, je baas, netwerk > baan
  2. Financiële activitieten: financiën op orde, betalingen doen, vaste lasten op tijd etc, budgetteren
Welke soorten zelfzorg zijn er?
  1. ADL     Algemene Dagelijke Levensverrichtingen
  2. HDL     Huishoudelijke Dagelijkse levensverrichtingen (deel v ADL)
  3. PDL      Persoonlijke Dagelijkse Levensverrichtingen (deel v ADL)
  4. ADML  Algemene Dagelijkse Maatschappelijke
                  Levensverrichtingen
Welke deelgebieden zijn er bij activiteiten begeleiden?
  1. Arbeid
  2. educatie en vorming
    - educatie: opdoen van kennis en vaardigheden
    - vorming: juiste gedrag en de juiste attidtude
    - doel: de autonomie van de cliënt > zelfstandiger worden
    - activiteiten (middelen): lopen zeer uiteen, afh van het doel
  3. ontspanning (maar ook aanleren nieuwe vaardigheid, op peil houden conditie)
  4. zelfzorg
    - doelen:
      > welzijn cliënt vergroten of handhaven
      > zelfstandigheid en autonomie van je cliënt verhogen
Hoe wordt de activiteitenbegeleiding georganiseert in de praktijk?
In elke instelling anders maar 3 hoofdvormen:
  1. centrale activiteitenbegeleiding
    - invalshoek= de organisatievorm (1 hoofd of teamleider
      Activiteitenbegeleiding: codineert alle activiteiten, geeft leiding
      aan de begeleiders, beheert de budgetten, verdeeld het werk etc
    - invalshoek = locatie (activiteiten worden op een centrale locatie 
      aangeboden, cliënten komen daar naar toe)
  2. Afdelingsgebonden activiteitenbegeleiding
    - activiteitenbegeleider maakt deel uit van het afdelingsteam en 
      valt onder het afdelingshoofd
    - m.n. bij zeer specialistische zorg (gesloten opnameafdelingen,
      revalidatieafdelingen en somatische afdelingen verplaaghuis,
      afdelingen voor dementerende cliënten, kinderafdelingen in 
      ziekenhuizen, afdelingen/instellingen voor autisten en ernstig vb
  3. Mengvormen
    - voorbeeld: centraal voor volwassenen, afdelingsgebonden op
      een kinderafdeling

Waar liggen de grenzen tussen begeleiding en therapie binnen de activiteitenbegeleiding
Doelen agogische activiteiten:
  • individueel en psychosociaal welzijn
  • achteruitgang voorkomen of beperken
  • eenvoudige gedragsverbetering


Doelen therapeutische activiteiten:
  • genezing door behandeling
  • gedragsverbetering in complexere context
Wat de overeenkomst tussen therapeutisch en agogische activiteitenbegeleiding?
Kunnen allebei als doel hebben verbetering van het gedrag van de cliënt.
Welke 2 benaderingswijzen binnen de activiteitensector zijn er?
  1. Therapeutisch begeleidend - HBO
    - cliënten worden behandeld
    - doel: genezing of verbetering van bv gedrag
    - behandelplan therapeut is onderdeel van de totale behandeling
      van een cliënt onder regie van een behandelaar (psych, arts)
  2. Agogisch begeleidend
    - cliënten worden begeleid
    - algemeen doel: het individueel en psychosolciaal welzijn van de
      cliënt > worden specifiek gemaakt op doelgroep evt indiv. cliënt
Hoe verliep de ontwikkeling binnen de activiteitenbegeleiding?
Vroeger aanbodgericht: er was een vast aanbod aan activiteiten waar cliënten op af kwamen.

De ontwikkelingen in zorg en welzijn veroorzaakten ook ontwikkeling in de activiteitenbegeleiding:
  1. verschillende doelgroepen - dus verschillend activiteitenanbod, soms zelfs individueel > vraaggericht
  2. verschillende werkvelden dus verschillend activiteitenanbod
    - jusitiële inrichtingen
    - algemene ziekenhuizen
    - jeugdzorginstellingen
    - revalidatiecentra