Summary Macro-economische ontwikkelingen en bedrijfsomgeving

-
ISBN-13 9789001876791
365 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Macro-economische ontwikkelingen en bedrijfsomgeving". The author(s) of the book is/are Wim Hulleman Ad Marijs. The ISBN of the book is 9789001876791. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Macro-economische ontwikkelingen en bedrijfsomgeving

  • 1 Algemene economie en bedrijfsomgeving

  • Wat is economisch handelen en welke wetenschap bestudeerd dit?
    • Economische handelen is het streven naar maximale welvaart met behulp van schaarse middelen. 
    • De economische wetenschap bestudeerd het economisch handelen.  
  • Wat is de relatie tussen de bedrijfsomgeving en algemene economie?
    • Bedrijfsomgeving zijn alle ontwikkelingen in omgeving van een onderneming die invloed hebben op de resultaten van een bedrijf.
    • Algemene economie betreft: de meso- en micro-economie, de macro-economie, de monetaire economie en de internationale economische betrekkingen. 
    De relatie hiertussen zit hem in de de ontwikkelingen in de omgeving van een onderneming. Beide onderwerpen zijn hierop van toepassing.
  • 1.1 Economisch handelen en algemene economie

  • Hoe wordt welvaart gemeten?
    Het bbp (bruto binnenlands product) is de maatstaf voor welvaart.
  • Wat betekent economische wetenschap?
    Economische wetenschap bestudeert het economisch handelen.
  • Welk onderscheid wordt er gemaakt binnen de economische wetenschap?
    1.  Het interne proces in ondernemingen bestuderen: zoals financiering, kosten & opbrengsten en externe verslaglegging;
    2. Vakken die de relatie met de omgeving zelf bestuderen: zoals commerciële economie en algemene economie.
  • In welke 4 onderdelen wordt algemene economie in opgedeeld?
    1. Meso- en micro-economie;
    2. Macro-economie;
    3. Monetaire economie;
    4. Internationale economische betrekkingen.
  • Wat is de meso- en micro-economie?
    • Ze bestuderen de kenmerken van markten en bedrijfstakken waarmee ondernemingen te maken hebben;
    • De vraag naar goederen en het aanbod ervan;
    • De veranderingen die plaatsvinden in de vraag en aanbod als de prijzen veranderen.
  • Wat is macro-economie?
    Het beschrijven en analyseren van allerlei verschijnselen in een land.
    Bijvoorbeeld: totale consumptie, de investeringen, import & export van bedrijven en de overheid.
    • Onderdeel van de economische wetenschap. 
  • Wat is monetaire economie?
    Het bestuderen van het verschijnsel geld en de rol van banken in de economie. 
    Ook komt de taak van monetaire autoriteiten aan de orde.
  •  Wat zijn de internationale economische betrekkingen (IEB)?
    Het bestuderen van de:
    • Buitenlandse handel van landen;
    • De internationale kapitaalstromen;
    • De monetaire betrekkingen tussen landen. 
  • 1.2 Bedrijfsomgeving

  • Wat is de bedrijfsomgeving?
    De externe omgeving van een onderneming die invloed heeft op de resultaten van de onderneming. Er wordt onderscheid gemaakt in:
    • Directe omgeving;
    • Indirecte omgeving;
    • Macro-omgeving. 
  • Wat zijn directe omgevingsfactoren uit de bedrijfsomgeving?
    Marktpartijen van onderneming op in- en verkoopmarkten.
    • Leveranciers;
    • Afnemers;
    • Concurrenten
  • Wat zijn indirecte omgevingsfactoren uit de bedrijfsomgeving?
    Werknemers- en werkgeversorganisaties, overheid en culturele omgevingsfactoren. 
    • Invloed onderneming op omgeving = klein;
    • Invloed omgeving op onderneming = groot;
    • Rekening houden met publieke opinie --> taak van PR;
    • Sociale omgeving van bedrijf;
    •  Technologie --> risico's.
  • Wat zijn macro-omgevingsfactoren uit de bedrijfsomgeving?
    Conjuncturele ontwikkeling, ontwikkeling wisselkoersen en prijzen van grondstoffen en demografische ontwikkelingen.
    • Onbeheersbare factoren.
  • 1.3 Absolute en relatieve gegevens

  • Wat zijn absolute getallen?
    Getallen
  • Wat zijn relatieve gegevens?
    Procenten
  • Wat zijn nominale gegevens?
    Waardestijging van variabele.
    • Nominale verandering = reële verandering + prijsstijging. 
  • Wat is een reële stijging?
    Volume verandering van variabele
  • Wat is de rekenmethode van de arbeidsproductiviteit?
    Het aantal werknemers * productie per werknemer
  • Wat is de rekenmethode van het bruto binnenlands product (BBP)?
    Totaal aantal werknemers * arbeidsproductiviteit
    • bbp = Av * ap
    Groei bbp = groei Av * groei ap
    • gbbp = gAv * gap
  • Waardoor kan de productie toenemen?
    1. Toename aantal werkenden;
    2. Toename arbeidsproductiviteit. 
  • Waardoor kan de loonsom toenemen?
    1. Toename loon per werknemer;
    2. Toename vraag naar arbeid.
    Totale loonsom = loonsom per werknemer * hoeveelheid werknemers
    • L = Lwn * Av
    • gL = gLwn * gAv
  • Wat is de formule van loonkosten per eenheid product?
    Loonkosten per eenheid product = loon per werknemer / arbeidsproductiviteit
    • LKp.e.p. = Lwn / ap
    • gLKp.e.p. = gLwn / ap 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de aspecten van de eindmarkt als het gaat om conjunctuurgevoeligheid?
Aspecten van de eindmarkt:
  • Soort of product dat geleverd wordt, (niet-) duurzame goederen;
  • Hoogte van inkomenselasticiteit, luxegoederen (hoog) en noodzakelijke goederen (laag);
  • Fase in productlevenscyclus, duurzame goederen (vervangingsaankopen).
Waar hangen de inkomens- en prijsontwikkelingen af?
In de micro- en macro-economie hangen consumptieve bestedingen af van de economische variabele: inkomens- en prijsontwikkelingen.
  • Psychologische variabelen: zijn onderbelicht in de economische theorie;
    • Invloed op bestedingen van discretionair inkomen.
Hoe wordt de techniek beschouwd voor bedrijven?
Als variabele die bedrijven zelf kunnen beïnvloeden. Activiteiten die gericht zijn op het ontwikkelen van nieuwe producten/productieprocessen.
  • Onderzoekers aantrekken + bouwen van laboratoria = investeringen in research and developments = R&D-uitgaven
Wat zijn kenmerken van landen met een laag inkomen?
  • Ontwikkelingslanden;
  • Weinig kapitaal, knelpuntfactor voor economische groei;
  • Factorgedreven groei= economische groei is gebaseerd op grotere inzet van basisproductiefactoren: land, grondstoffen en ongeschoolde arbeid.
  • De concurrentiekracht is afhankelijk van de beschikbaarheid en lage prijs van productiefactoren;
    • Overheid kan bemiddelen door te zorgen voor stabiele politiek en economisch klimaat en het goed werken van markten voor productiefactoren. Een betrouwbar rechtssysteem is belangrijk.
  • Afhankelijk van de export van grondstoffen en arbeidsintensieven producten;
    • Exportomzet is conjunctuur-, grondstofprijzen- en wisselkoersengevoelig.
Wat is een oorzaak en gevolg van de toename van de arbeidsproductiviteit?
  • Gevolg: toename van welvaart per hoofd.
  • Oorzaak: toename productie per werknemer komt door toename hoeveelheid kapitaal per werknemer e de kwaliteitsverbetering van de productiefactor.
Wat zijn 3 verschillende investeringsmogelijkheden?
  1. Vervangingsinvesteringen;
  2. Uitbreidingsinvesteringen;
  3. Voorraadinvesteringen.
Wat zijn de formules van AIQ?
  • AIQ = L (totale loonsom) / nbp (netto binnenlands product)
  • AIQ = Lwn (loon per werknemer) * Av (arbeidsvraag) / P (prijspeil toegevoegde waarde) * NBPr (Reële productie)
  • AIQ = Lwn * Av / Av * P NBPr / Av
  • AIQ = Lwn / P * Ap 
  • gAIQ = gLwn - gP - gAp
Wat is de prijs van arbeid voor werkgevers?
Loon per werknemer, ook wel arbeidskosten.
  • Loonkosten per werknemer;
    • Bevat brutoloon van werknemer + sociale lasten die werkgever aan overheid moet afdragen.
Wat is er afhankelijk van de productiefactor arbeid?
Het aanbod van arbeid is afhankelijk van omvang van bevolking.
Waarom deze bestedingen in de verschillende sectoren?
  • Consumptie: voor heft bevredigen van de behoeften;
  • Investeringen: voor vervangingen, uitbreidingen en voorraden.
  • Handelssaldo: voor het handelen van goederen/diensten.