Summary Managemen, beheer en administratie

-
176 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Managemen, beheer en administratie". The author(s) of the book is/are NTI. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Managemen, beheer en administratie

  • 1 patiëntenkaart en patiëntenadministratie

  • De gegevens die op de patiëntenkaart staan zijn afkomstig uit:
    -eigen praktijk.
    -praktijk anderen/specialisten.
    -onderzoeksresultaten> lab.
  • Als vervanging voor de patiëntenkaarten wordt er tegenwoordig gebruik gemaakt van verschillende huisartseninformatiesystemen. Voorbeelden hiervan zijn:
    - Medicom classic
    - Medicom grafisch
    - Microhis
    - Cito
    - Omnihis
  • Wat zijn de eisen voor een goede kaart:
    1. groot genoeg.
    2. stevig en duurzaam.
    3. overzichtelijk.
  • welke verschillende soorten kaarten zijn er:
    1.NHG-kaart> lichtgroen, afgeronde hoeken, A4/A5.
    2.Quick-systeem> wit, lichtgroen opdruk, A4/A5> band met nylon snelhechters, ondoendelijk om samen met 1 klapper te werken.
    3.Carpe diem> onze kaart> witte en gekleurde, A4/A5 zonder coderingsrand en zonder statisch medisch gedeelte.
    4.Cart-a-tout> dakpansgewijs over elkaar mappen, bovenkant schuin weggesneden.
    5.Atlanta> aan haakjes opgehangen> bewaren brieven en vervolgkaarten.
    6.POMR> gegevens hele gezin in 1 map, ieder gezinslid journaal bladen. mannen groen, vrouwen geel.
  • Hoe is de indeling van de NHG-werkkaart:
    1. coderingsrand.
    2. sociografische gedeelte.
    3. basisgegevens/statisch medisch gedeelte.
    4. journaal.
    (vervolgkaart heeft geen 3 en sterk ingekort 2).
  • Hoe moet je de coderingsrand op de NHG kaart gebruiken:
    1. aangeven welke letter eerste is van achternaam.
    2. dmv kleuren vanaf eerste vakje rechts onder cijfer> wijzen op belangrijke gegevens.
    3. ruiter plaatsen bij patiënten die periodiek komen>bv. paperclip.
    4. streep door cijfer om bv aan te geven dat bvo plaat heeft gevonden.
  • wat geven de kleuren aan op de coderingsrand:
    rood> overgevoelig.
    bruin>DM
    geel> epilepsie.
    groen> tuberculose.
    blauw> hart/vaatziekten.
    roze> langdurige onderhoudstherapie.
    zwart> poging tot zelfmoord.
    oranje> testgroep.
  • sociografisch gedeelte bestaat uit:
    1.Naam> achternaam> man links/ vrouw rechts.
    2.Vrn> voorletters evt roepnaam.
    3.Geb.> geboortedatum ..-..-..
    4.Nr.> patiëntnummer.
    5.Adres> 
    6.Beroep> beter "werkt in tapijt fabriek"dan bedrijfsassistent.
    7.Tel. > thuis, mobiel, werk.
    8.Fin.> financieel/ verzekering> naam nummer.
    9.GD> godsdienst.
  • de basisgegevens/statisch gedeelte op de kaart bestaat uit:
    (niet aan verandering onderhevig).
    1.Vaccinaties> BMR, DTP, tetanus> + datum.
    2.Medische voorgeschiedenis/ probleemlijst
    > doorstane kinderziekten operaties.
    3.Bloedgroep, rhesus, anti-D(jonge moeders
    > rhesusantagonisme> gammaglobuline ingespoten).
    4.Psychosociaal
    > verlies familie, alcohol abusus partner, incest, arbeidsongeschikt.
    5.Chronische medicatie
    >DM, hypertensie, epilepsie, m.parkinson, COPD, etc.
    6.Intol./allergie> geen gevolgen.
    7.Familieanamnese/risicofactoren
    >angst of vergroot risico, afkortingen.
    8.vorige HA> naam woonplaats.
  • afkortingen voor familieleden die gebruikt worden op kaart:
    P>Pater>vader.
    M>Mater>moeder.
    F>Frater> broer.
    S>Soror>zus.
    vb. MP is moeder van vader.
  • journaal gedeelte op de kaart bestaat uit:
    1. ziektegeschiedenis in chronologische volgorde.
    2. datum en therapie aparte kolom.
    3.middengedeelte voor SOE> subjectief(symptomen), objectief(onderzoek), evaluatie(diagnose).
  • Zwangerschaps registratie is bedacht om de samenwerking tussen:
    HA, verloskundige en evt specialist te bevorderen.
  • welke 2 documenten worden bij de zwangerschapsregistratie gebruikt:
    1.Zwangerschapskaart> gegevens zwangerschap, kraambed, na-controle> wit karton A4.
    2.Formulier> "verloskundige verslaggeving NL"> samenvatting zwangerschap> beknopt verslag partus> dun geel papier viervoud A4.
  • Door wie wordt de zwangerschapskaart ingevuld:
    primaire verantwoordelijke> meestal verloskundige. bij doorverwijs naar specialist gaat kaart mee en terug.
  • indeling zwangerschapskaart:
    voorkant> sociografisch gedeelte> naam+tel verloskundige.
    hieronder> anamnese, daaronder gegevens kraambed+6wk post partum. 
    Daarnaast> ruimte bijzonderheden.
    Achterkant> chronologisch verslag zwangerschap
    (groene lijn is zoutloos/arm gegeten).
  • Hoe moet je het formulier VVNL voor zwangerschapsregistratie invullen:
    met balpen op harde ondergrond.
  • welke gegevens staan er op het formulier VNL voor zwangerschapsregistratie:
    gegevens over zwangerschap, partus, nageboorte, kind.
    rechtsboven> namen verantwoordelijken tijdens zwangerschap> vullen ook in.
    vastleggen> verloskundige ervaring> gegevens kunnen anoniem gebruikt worden voor beeld vorming landelijke verloskundige zorg.
  • wat is een bloedgroepkaartje:
    wordt aan de patiënt meegegeven> advies goed bewaren en altijd bij hebben.
  • wat is een zuigelingen kaartje wat staat er op:
    groen kaartje> vorderingen zuigeling, aanwijzingen voeding, datum en volgende consult.
  • waar wordt de geneesmiddelen kaart voor gebruikt :
    -zodat arts/apotheek/specialist altijd actuele medicatie weten (altijd bij je hebben).
    -voorkomen van te langdurig gebruik en verkeerde combinaties.
  • wat staat er op de voor en achterkant van de geneesmiddelenkaart:
    voorkant> naam, adres, geb.datum, tel patiënt en stempel arts en apotheek + diagnose, allergieën, bloedgroep,datum laatste tetanus.
    achterkant> gegevens geneesmiddelen, datum, dosering.
  • welke soorten post zijn er en hoe worden ze verwerkt:
    1.privepost> ongeopend bij arts.
    2.post m.b.t. patiënt> specialistenbrieven, labuitslagen, fysioverslagen,rontgenuitslagen> snel bekijken.
    3.post ziekenfondsen, GGD, LHV, rekeningen> op korte termijn bekijken.
    4.reclame/tijdschriften> apart voor een rustig moment.
  • wat is een excerpt:
    uittreksel specialistenbrief.
  • wat staat er in een excerpt:
    belangrijkste gegevens brief kort/pontsgewijs op journaal kaart/computer noteren. (bij de kaart datum in kolom daarna achter elkaar doorschrijven.
    1.datum brief.
    2.naam specialist/specialisme(ziekenhuis),(Datum opname/ontslag).
    3.diagnose/conclusie (relevante bevindingen).
    4.therapie.
    5.revisie.
  • waar staan de afkorting > A, AAP, abd., AD, ADL, AP, APR, art., AT, ATE voor:
    A>arterie.
    AAP> abortus arte provocatus.
    abd.>abdomen.
    AD> amenorroe duur (tijd verlopen sinds laatste menstruatie).
    ADL> algemene dagelijkse levensverrichtingen.
    AP> angina pectoris.
    APR> achillespeesreflex.
    art.>articulatio(gewricht) , arterie.
    AT> a terme(vermoedelijke dag bevalling).
    ATE> adenotonsillectomie (verwijdering neus- en keelamandelen)
  • waar staan de afkorting > BC, BMR voor:
    BC> blood culture (bloedkweek).
    BMR> bof, mazelen, rode hond.
  • waar staan de afkorting > carc., CCU, CHT, CVA, cyan. voor:
    carc. > carcinoom.
    CCU> coronary care unit (hartbewakingsafdeling).
    CHT> congenitale hypothyreoidie (aangeboren schildklierafwijking).
    CVA> cerebro vasculair accident (ziekte van de hersenvaten).
    cyan.> cyanotisch (blauw t.g.v. zuurstofgebrek).
  • waar staan de afkorting > dd. DKTP voor:
    dd. > differentiële diagnose (lijst mogelijke diagnoses).
    DKTP> difterie, kinkhoest, tetanus, polio
  • waar staan de afkorting > ECG, EEG voor:
    ECG> elektrocardiogram.
    EEG> elektro-encefalogram (hersenfilmpje).
  • waar staan de afkorting >go, grav. voor:
    go.> gonorroe.
    grav.> graviditeit (zwangerschap).
  • waar staan de afkorting > ic., IC, icr., ict, im., irr., IUD, iv. voor:
    ic. > intracutaan of intercostaal(tussen ribben).
    IC> intensive care.
    icr. > intercostale ruimte (tussenribsruimte).
    ict.> icterus (geelzucht).
    im. > intramusculair.
    irr.> inaequaal irregulair (onregelmatige, ongelijkmatige pols).
    IUD> intra uterine device (spiraal).
    iv. > itra veneus.
  • waar staan de afkorting > KPR voor:
    KPR kniepeesreflex.
  • waar staan de afkorting > LM voor:
    LM> laatste menstruatie.
  • waar staan de afkorting > med., mo., MS voor:
    med. > medicatie.
    mo.> micro-organisme.
    MS> multiple sclerose.
  • waar staan de afkorting > OAC voor:
    OAC> orale anti conceptie.
  • waar staan de afkorting > P, PA, P(B)GO, PKS, PKU, PPO voor:
    P> pols.
    PA> pathologische anatomie.
    P(B)GO> periodiek (bedrijfs) geneeskundig onderzoek.
    PKS> poliklinische screening.
    PKU> phenyl-ketonurie (aangeboren stofwisselingsziekte).
    PPO> pre-operatief onderzoek.
  • waar staan de afkorting > RA, r.a., rec., RR voor:
    RA> reumatoide arthritis.
    r.a.> regulair qequaal (regelmatig/gelijkmatige pols).
    rec.> recidiverend.
    RR> riva rocci (bloeddruk).
  • waar staan de afkorting > sc., SC voor:
    sc.>subcutaan.
    SC> sectio caesarae (keizersnee).
  • waar staan de afkorting > ther., TIA voor:
    ther. > therapie.
    TIA> transiënt ischaemic attack.
  • waar staan de afkorting > UA, UC, UKG, UR, uwi. voor:
    UA> uitsluitend apotheek(verkrijgbaar).
    UC> urine culture (urinekweek).
    UKG> ultra korte golf (m.b.t. echo-onderzoek).
    UR> uitsluitend recept (verkrijgbaar).
    uwi.>urineweginfectie.
  • waar staan de afkorting > v., VBO, VG, VT voor:
    v. > ader.
    VBO> volledig bloedonderzoek.
    VG> voorgeschiedenis.
    VT> vaginaal toucher.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

De gegevens die op de patiëntenkaart staan zijn afkomstig uit:
2
Wat zijn de eisen voor een goede kaart:
2
welke verschillende soorten kaarten zijn er:
2
Hoe is de indeling van de NHG-werkkaart:
2
Page 1 of 44