Summary manieren van kijken

-
498 Flashcards & Notes
11 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "manieren van kijken". The author(s) of the book is/are . This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - manieren van kijken

  • 2 Rubricering

  • Welke 5 rubriceringscategorieën zijn er binnen de kunst?
    1. Chronologie en stijl
    2. Iconografie
    3. Genre
    4. Techniek
    5. Functie

  • Waarom is kennis van chronologie en stijl belangrijk?

    Een kunstwerk dat correct is gerubriceerd naar tijd en plaats van ontstaan, kan:
    • beschouwd worden binnen de juiste context
    • beoordeeld worden aan de hand van relevante richtlijnen en criteria
  • Waarom zijn de traditionele manieren van rubriceren niet of nauwelijks van toepassing voor kunstwerken uit de 20e eeuw?

    De moderne kunst heeft zich langs heel andere lijnen ontwikkeld dan de kunst uit voorgaande eeuwen.
    Originaliteit en vernieuwing zijn belangrijke aspecten geworden.
    Aansluiting bij het voorgaande is van minder belang.
  • Waarbij valt bij rubricering naar iconografie de nadruk?
    • onderwerp 
    • inhoud
  • Wat is een belangrijk aspect van de iconografische rubricering?

    Op deze manier kan de eigen bijdrage van de kunstenaar aan het licht gebracht worden.
    Heeft men verschillende kunstwerken met hetzelfde onderwerp en inhoud dan zal men zien dat deze kunstwerken er niet hetzelfde uitzien.

    Kunstenaars zijn verschillende persoonlijkheden en leggen andere accenten binnen hetzelfde onderwerp.
  • Waarom is rubriceren naar iconografie voor kunstwerken uit de 20e eeuw minder relevant?
    • onderwerpen zijn anders en minder gebonden aan regels en tradities
    • de samenhang met teksten verschilt van geval tot geval
  • Hoe kan nadere precisering van de betekenis van traditionele kunstwerken worden verkregen?
    • bestudering van de tekst die als uitgangspunt heeft gediend
    • bestudering van de interesse- en belangenwereld van de opdrachtgever
    • bestudering van de specifieke historische omstandigheden waarbinnen de voorstelling is ontstaan
  • Noem de vijf genres binnen de beeldende kunst.
    1. Historieschilderkunst
    2. Genreschilderkunst
    3. Portretschilderkunst
    4. Architectuur- en landschapschilderkunst
    5. Stillevenschilderkunst
  • Wat houdt historieschilderkunst in?

    Een voorstelling met een verhalend onderwerp dat is ontleend aan:
    • de Bijbel
    • (religieuze of profane) geschiedenis
    • mythologie

  • Leon Battista Alberti zegt in De pictura (Over de schilderkunst, 1435) dat "de historia het voornaamste werk van een schilder is."
    Aan welke aspecten moet een historia voldoen? En waar komen deze aspecten vandaan?
    1. behagen
    2. ontroeren
    3. onderrichten


    Deze aspecten komen uit de retorica: kunst van welsprekendheid van de Romeinen.
  • Beschrijf Ut pictura poesis en wat heeft dit met schilderkunst van doen?

    Letterlijke betekenis: "een gedicht is als een schilderij".

    Schrijvers van kunsttraktaten voelden zich hierdoor gesteund om schilderkunst te bespreken en beoordelen als "woordeloze poezie" en poezie als "sprekende schilderkunst".
    Dit leidde er toe dat in de loop der tijd van schilders werd verwacht dat zij in verf weergaven was onder woorden was gebracht door grote dichters en geschiedschrijvers uit de Griekse en Romeinse oudheid.
    Dat moesten onderwerpen zijn die:
    1. gebeurtenissen en daden die nobele deugden en navolgenswaardige voorbeelden illustreren 
    2. de beschouwers tot verheven gedachten en daadwerkelijke navolging aanzetten

    Ook Bijbelse voorvallen en recente gebeurtenissen waren geschikte onderwerpen.
  • Waarom gold historieschilderkunst tot het hoogst te waarderen genre?
    1. Vereiste veelzijdigheid van de schilder
    2. Moreel verheffende inhoud
    3. overeenkomsten en raakpunten met (klassieke)literatuur
  • Welke schilders behoorden tot de top van de historieschilders?
    • Rafael
    • Annibale Caracci
    • Nicolas Poussin

    Mn. de werken van Poussin werden gezien als vrijwel volmaakte voorbeelden van uitgebalanceerde composities
  • Op welke wijze verbindt de "ut pictura poesis"-gedachte schilderkunst met literatuur?
    • functie: behagen
    • doel: ontroeren en onderrichten
    • thematiek
    • middelen
  • Van de 15e tot en met 18e eeuw probeerden schilders zo nauwkeurig mogelijk teksten samen te vatten in hun schilderkunst. Tot welke problemen en oplossingen leidde dit?

    Een tekst is meestal een chronologisch vervolg: een aantal momenten die een voorval in ontwikkeling en verloop beschrijven.
    Een schilderij is een statisch geheel, schilders moeten dan ook een voorval samenvatten door het meest kernachtige moment te illustreren.
    Ghirlandaio De offergave van Joachim in de tempel geweigerd: op de voorgrond is het meest kernachtige moment geillustreerd. Op de achtergrond heeft hij geprobeerd iets van het verloop van de handeling in beeld te brengen: links en rechts heeft hij personen geschilderd die tempelgaven komen brengen, en in het midden een persoon die een tempelgave aan een priester aanbiedt, zoals ook Joachim had gedaan voordat hij uit de tempel werd verjaagd.
  • In de 19e en 20e eeuw begonnen kunstenaars zich af te vragen waarom schilderkunst zo nauw verbonden zou moeten zijn aan literatuur. Welke vragen en tot welke schilderijen leidden deze?
    • waarom moeten de eigen beeldende middelen van de schilderkunst niet juist tot hun recht komen?
    • waarom moet schilderkunst aan woorden gebonden zijn?


    Schilderijen die uit deze vragen voortkomen:
    • Manet: Dejeuner sur l'herbe (1863)
    • Seurat: Zondagmiddag op het eiland La Grande-Jatte (1884-1886)
    • Kandinsky: Lyrisch (1911)
    • Beuys: Grond (1980-1981)
  • Wat is een genrevoorstelling/genrestuk?
    Een verhalende voorstelling uit het dagelijks leven, meestal op klein formaat
  • Op welke wijze zijn kunsthistorici genreschilderijen gaan benaderen?
    Vanuit puur visuele aspecten en niet vanuit "ut pictura poesis"; er zijn immers nauwelijks 17e eeuwse geschriften die iets onthullen over hoe de genreschilderkunst was bedoeld en hoe zij in de tijd van haar ontstaan werd beschouwd.
  • Noem een genreschilder.
    Jan Steen
  • Waarom genoten portretten geen hoog aanzien in West-Europa?
    Portretten golden als slechts een kopie van de werkelijkheid.
  • Portretten zijn slechts zelden alleen een kopie van de werkelijkheid. Wat brengen zij nog meer tot uitdrukking?
    • de status van de geportretteerden middels attributen of kledingstukken
    • de wijze waarop geportretteerden uitgebeeld werden: ruiterportretten, portretten ten voeten uit, zelfportretten en groepsportretten
    • in de 19e eeuw het innerlijk van de geportretteerden, waarbij gelijkendheid van ondergeschikt belang was
  • Welk onderscheid wordt er gemaakt binnen de portretkunst?
    • Ruiterportretten: geportretteerde ziet zichzelf als voortzetter van de traditie van verheven vorsten en leiders als Marcus Aurelius
    • Portretten ten voeten uit: de geportretteerde heeft een zeer hoge status
    • Groepsportretten: verscheidene mensen in één voorstelling geportretteerd. Dit kunnen mensen zijn die tot één groep behoren, maar ook kan het zijn dat zij elkaar niet hebben gekend of zelfs in verschillende gebieden of tijdperken hebben geleefd.
    • Zelfportretten
  • Het was niet zo zeer van belang dat portretten een goede gelijkenis met de werkelijkheid vertoonden. Wat was vaak van groter belang?

    Dat de status van de geportretteerden tot uitdrukking werd gebracht.
    • weergeven als ruiter terwijl ze nauwelijks paard konden rijden
    • in gewaden die zij wellicht nooit hadden gedragen
    • in gezelschap van mensen die zij nooit hadden ontmoet
  • Wat is de functie van portretten in een historieschildering?
    1. aandacht van de beschouwer opwekken
    2. historische gebeurtenis actueel maken
  • Waarom is het van belang om kennis te hebben van de verschillende rubrieken die van toepassing kunnen zijn op een schilderij?
    Deze kennis dwingt de beschouwers wél om het schilderij vanuit verschillende invalshoeken te bekijken en niet meteen in te delen in één bepaald genre.
  • Wat was er in de 14e en 15e eeuw noodzakelijk om menselijk handelen overtuigend voor te stellen op een schilderij?
    Mensen moesten in een echte omgeving van landschappen en gebouwen geplaatst worden.
  • Waarom werden landschappen, gebouwen en stadsgezichten niet meteen als zelfstandige onderwerpen uitgebeeld?
    Er was aanvankelijk geen vraag naar deze afbeeldingen.
  • Wanneer kwam de vraag naar landschappen en stadsgezichten op en wat lag hieraan ten grondslag?

    In de loop van de 15e eeuw.
    Door toenemende kennis van de Griekse en Romeinse schilderkunst. Daar kwamen in de 1e eeuw voor Christus al landschappen en zeegezichten als zelfstandig onderwerpen in Romeinse villa's voor.
    Deze schilderingen kende men in de 15e eeuw niet uit eigen aanschouwing maar wel uit beschrijvingen door klassieke auteurs.
  • In de 15e eeuw (oa Vasari) blijken bij landschaps- en architectuurschilderkunst drie zaken van belang. Welke?
    1. de schilderingen lijken op het soort scenes die Spurius Tadius schilderde ten tijde van keizer Augustus
    2. er was kennelijk vraag naar dit type voorstellingen
    3. niet alleen kennis van de Romeinse schilderkunst vormt een inspiratiebron, maar ook de 15e-eeuwse schilderkunst van "de Vlamingen".
  • Welke subrubrieken kent de landschapschilderkunst?
    • stadsgezichten/architectuurschilderkunst: schepping van de mens
    • zeegezichten/marines
    • landschappen: schepping van God, aanzetten tot bewondering van de Schepper en tot bespiegelingen van religieuze aard
  • Welke soort landschapsschilderingen komen vanaf ongeveer 1800 veelvuldig voor?

    • Landschappen die de natuur in haar vermeende oorspronkelijke staat en overweldigende macht tonen. De Engelse term hiervoor: sublime
    • Landschappen waarin de werking van de natuur wordt weergegeven, zoals die tot uiting komt in plantengroei, weersgesteldheden en lichteffecten (Constable, Cézanne)
  • Waarom waren landschapschilderingen geen nauwkeurige weergaven van de werkelijkheid?
    1. kunstenaars wilden meer tot uitdrukking brengen dan alleen maar hoe een bepaalde plaats eruitzag
    2. tot in de 19e eeuw werden landschapsschilderingen niet buiten maar in het atelier gemaakt; verf was moeilijk mee te nemen in de natuur, pas in de loop van de 19e eeuw konden zij beschikken over tubes verf en ter plaatse op doek schilderen
  • Waarom werden in de kunsttheorie landschapschilderingen lager gewaardeerd dan historieschilderingen?
    1. ze hadden de natuur en niet de mens tot onderwerp
    2. de weergave van de natuur in haar verschillende verschijningsvormen bood kunstenaars voldoende uitdagingen om hun kunnen te tonen.

    Landschappen waren hiermee niet het hoogste genre, maar evenmin het laagste genre.
  • Wanneer kwamen de stillevenschilderingen op?

    Rond 1500.
    Ook hier kan de kennis van de Romeinse en Griekse kunst een rol hebben gespeeld.
  • Waar werden stillevens met name gemaakt en wanneer?
    Met name in de Noordelijke Nederlanden in de 17e eeuw.
  • Noem een aantal subrubrieken van stillevens.
    • bloemstillevens
    • keukenstillevens
    • jachtstillevens
  • Waarom stonden stillevens volgens de normen van kunsttheorie onderaan in de hierarchie?

    Stillevens tonen geen menselijk handelingen: geen lichamen, geen gebaren, gezichtsuitdrukkingen, emoties.
    Juist deze aspecten zijn volgens theoretici de belangrijkste aspecten van een schilderij.

    In de praktijk blijkt echter dat er heel veel vraag was naar stillevens. En kunstenaars zelf vonden het maken van een goed stilleven net zo moeilijk als het maken van een historieschildering.
  • Waarom is het van belang te kijken naar de techniek die door de schilder is gebruikt?

    Omdat elke techniek zijn voor- en nadelen heeft. Wat met de ene techniek goed te doen is, is met een andere techniek uitgesloten.
    Zo kunnen olieverfschilderingen keer op keer over elkaar heen aangebracht worden.
    Terwijl al fresco schilderingen in één keer goed moeten zijn; overschilderen is niet mogelijk. Frescoschilderingen vragen dus meer durf, trefzekerheid en snelheid van werken dan olieverfschilderingen.

    Bij de beoordeling van schilderingen is daarom kennis van techniek noodzakelijk.
  • Wat is de functie van religieuze kunst?
    1. gelovigen onderrichten
    2. geloofsbeleving verdiepen


    Kunst was functioneel en bijzondere artisticiteit kon ook de aandacht afleiden van de religieuze inhoud van een kunstwerk
  • Wat is de functie van niet-religieuze kunst vanaf de 16e eeuw?
    1. genoegen verschaffen
    2. bijdragen aan het aanzien van hun eigenaar


    Kunst had als enige functie: kunst zijn!
  • Welke functies kan niet-religieuze kunst nog meer hebben dan alleen kunst te zijn?
    • herinnering aan persoon of belangrijk voorval levendig houden
    • politieke propaganda of reclame: hier worden vaak teksten of symbolen toegevoegd
  • Wat leidt tot een beter begrip van een kunstwerk, maar niet noodzakelijkerwijs tot meer waardering?

    Herkenning van een combinaties van functies of van een boodschap die niet geheel in overeenstemming is met de eigenlijke functie.

    Zo werden kunstwerken met een religieuze functie ook voor wereldse zaken gebruikt, zoals politieke propaganda.
  • Waarom is rubricering van kunstwerking geen doel op zich maar een hulpmiddel?
    1. de grenzen en normen van een rubriek staan (en stonden) niet vast
    2. kunstenaars houden en hielden lang niet altijd bewust rekening met rubricering
    3. sommige rubrieken (zoals chronologie en stijl) zijn vaak alleen maar achteraf toepasbaar
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

4. Op welke wijze komt de beeldende kunst in de 19e eeuw overeen met de historiserende architectuur van deze tijd?
  1. de basiscompositie is klassiek
  2. de gewenste associatie met een historische periode wordt bewerkstelligd door de afbeelding van historische personen en voorwerpen
  3. de manier van afbeelden kan overeenkomen met de manier van afbeelden die in de beoogde historische periode gangbaar was
2. Op welke architectuur uit het verleden grepen Von Klenze en Schinkel terug en waarom?

  1. Griekse en Hellenistische oudheid: gebaseerd op de veronderstelde overeenkomst tussen de eenwording van de Griekse stadstaten met hun gemeenschappelijke, hoogstaande cultuur en het streven naar unificatie van de vele Duitse staten en staatjes, die zich onderling verbonden wisten in een even hoogstaande cultuur
  2. Italiaanse renaissance: bood de mogelijkheid om hoge, gesloten bouwblokken in een geconcentreerde stedelijke omgeving te ontwerpen
  3. gotiek: vormde de inspiratiebron voor het ontwerp van vrijstaande monumenten en kerken waarbij vrijelijk het hoogte-element kon worden uitgewerkt
Waarom werd het Tempietto van Bramante mede door de 16e eeuwse theoretici Serlio en Palladio tot paradigma/model van de eigentijdse bouwkunst?

In hun ogen overtrof het Tempietto de Romeinse architectuur.
Hiermee werd het classicisme, de moderne verwerking van de klassieke architectuur, definitief geïntroduceerd in de kerkbouw.
5. De rococo, de laatste fase van de barok, is een vorm van classicisme maarwijkt in één aspect wezenlijk af van alle voorgaande vormen van classicisme. Welk aspect is dat?indirecte verlichtingovervloedige decoratieasymmetrieovale plattegronden
Het juiste antwoord is: asymmetrie. Zie Hoofdstuk 10, 254-255.
De aspecten die worden genoemd in de andere antwoorden zijn ook kenmerkend voor de barok in het algemeen, dus niet uitsluitend voor de rococo. Symmetrie was van oudsher de basis van het classicisme. Asymmetrie was 'volgens streng classicistische opvattingen een ongehoorde aberratie'.
4. Wat is het verschil tussen Italiaanse en Franse barok?

Italiaans:

dynamisch - plastisch - golvend – uitnodigend

Gian Lorenzo Bernini: Sant'Andrea al Quirinale te Rome, baldakijn boven tombe heilige Petrus in de Sint-Pieter te Rome
Francesco Borromini: San Carlo alle Quattro Fontane te Rome
Frans

statisch -vlak- recht - streng

Francois Mansart: koepelzaal voor kapel van Visitation te Parijs

Jules Hardouin-Mansart: Dôme des Invalides te Parijs
Jacques Lemercier: kerk van de Sorbonne te Parijs
Louis Le Veau: Louvre (samen met Perrault) te Parijs

Zie Hoofdstuk 10, 252 en op basis van de bestudering van beide afbeeldingen.
2. Wat is het bijzondere aan de kerk van de Sorbonne in Parijs?
  • de kerk heeft twee façades: westgevel en aan de binnenhof van de universiteit
  • de kerk heeft dus ook twee ingangspartijen
  • de lengteas loopt van de westgevel via de viering tot aan het hoogaltaar
  • de entree vanuit de binnenhof suggereert een centraalbouw door de uniforme detaillering van de vier pijlers en bogen rond de viering
Wat wordt bedoeld met classicisme?
De moderne verwerking van de klassieke architectuur tijdens de renaissance.
Welk ontwerp van Alberti heeft de meeste navolging gekregen?

De kerk van Sant'Andrea in Mantua.
Dit ontwerp kan worden beschouwd als Alberti's antwoord op de zoektocht naar een eigentijdse, op de Etruskische tempel geïnspireerde kerkvorm, zowel in de façade als in de plattegrond.
Vooral de keuze voor de verwerking van een Romeinse triomfboog en het klassieke tempelfront is veelzeggend: de kerk wordt gepresenteerd als triomferend geloof over de heidense godsdiensten van de oudheid, terwijl diezelfde oudheid de harmonieuze middelen heeft aangereikt om die triomf te kunnen verbeelden.
Wie heeft de schilderingen in de Sala Grande aangebracht en wie was de iconograaf?

De schilder was wederom Giorgio Vasari.
De iconograaf was Vincenzo Borghini.
Waaruit blijkt dat Cellini met zijn Perseus wilde concurreren met de beelden die al aanwezig waren op de Piazza della Signoria in Florence? Beoordeel de juistheid van de volgende stellingen:Stelling ICellini maakte een veel groter beeld dan Cosimo had gevraagd.Stelling IICellini's beeld is het enige beeld op de Piazza della Signoria dat uit verscheidene figuren bestaat.


Het juiste antwoord is: a Alleen stelling I is juist. Zie Perseus, pag. 183, waar u heeft kunnen lezen dat Cellini met zijn Perseus in het bijzonder de strijd aanging met de meesters die de beelden hadden gemaakt die al op de Piazza della Signoria stonden. Wat hierop wijst is dat hij de Perseus veel groter maakte dan Cosimo in eerste instantie voor ogen had gestaan en dat hij, door het lichaam van Medusa toe te voegen, er een tweefigurig beeld van held en verslagene van maakte. Stelling II is onjuist, want ook de beelden van Donatello en Bandinelli bestaan uit verscheidene figuren.