Summary Materieel strafrecht over algemene leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid naar Nederlands recht

-
ISBN-10 9013149995 ISBN-13 9789013149999
104 Flashcards & Notes
3 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Materieel strafrecht over algemene leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid naar Nederlands recht
  • J de Hullu
  • 9789013149999 or 9013149995
  • 2018

Summary - Materieel strafrecht over algemene leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid naar Nederlands recht

  • 1 ''Strafwetgeving''

  • Wat is strafbepaling?
    Strafbepaling is delictsomschrijving en sanctienorm
  • Wat is delictsomschrijving?
    Delictsomschrijving is het strafbare gedrag met objectieve en subjectieve bestanddelen.
  • Wat zijn objectieve bestanddelen?
    Objectieve bestanddelen zijn wederrechtelijkheid, causaliteit en vooral specifieke bijzonderheden van de strafbaarstelling in kwestie
  • Wat zijn subjectieve bestanddelen?
    Een subjectief bestanddeel is toegespitst op de geestesgesteldheid van de dader. Met andere woorden, de opzet of schuld. Voorbeelden van subjectieve bestanddelen in delictsomschrijvingen zijn: "opzettelijk" of "het oogmerk op".
  • Wat zijn bestanddelen?
    Bestanddelen zijn de vereisten in de delictsomschrijving
  • Aan welke voorwaarden moet voldaan zijn om van strafrechtelijke aansprakelijkheid te kunnen spreken?
    In de eerste plaats dient het te gaan om een menselijke gedraging, die door de wetgever als strafbaar moet zijn omschreven. Op grond van het Trias Politica model is het immers de wetgever die bepaalt welk gedrag strafbaar is. Daartoe hanteert de wetgever delictsomschrijvingen. Deze delictsomschrijvingen worden in de literatuur gerubriceerd naar de aard van de strafbaarstelling en de formulering door de wetgever. De rechter zal op grond van deze delictsomschrijvingen moeten oordelen of een bepaalde gedraging als strafbaar kan worden aangemerkt. Een belangrijk beginsel dat hierbij toegepast moet worden, is het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel, zoals geformuleerd in art. 1 Sr.
    Daarnaast gelden er een aantal andere voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om van strafrechtelijke aansprakelijkheid te kunnen spreken. Binnen het strafrechtelijk systeem geldt bijvoorbeeld dat een gedraging alleen maar als strafbaar kan worden aangemerkt indien deze wederrechtelijk en verwijtbaar is. De aanwezigheid van een strafuitsluitingsgrond (rechtvaardigingsgrond of schulduitsluitingsgrond) heeft tot gevolg dat of de wederrechtelijkheid of verwijtbaarheid ontbreekt. In die gevallen kan er dus ook geen straf volgen. Ook de vervolgingsvoorwaarden geven een beperking aan. Zo kunnen strafbare feiten verjaard zijn, waardoor de officier van justitie niet (meer) bevoegd is om deze feiten aan de rechter voor te leggen. Ook de leeftijd van de verdachte kan verhinderen dat hij/zij strafrechtelijk aansprakelijk gesteld kan worden.
  • 1.1 Het strafbare feit

  • Wat is het strafbare feit?
    Indien de bestanddelen van de delictsomschrijving zijn bewezen.
  • Wat zijn de voorwaarden voor de strafbaarheid?
    • Een menselijke gedraging
    • die valt binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
    • die wederrechtelijk is
    • en aan schuld is te wijten (verwijtbaarheid).


    In art. 1 lid 1 wordt over een strafbepaling gesproken. Daarmee wordt gedoeld op een delictsomschrijvingen op een sanctienorm. In de delictsomschrijving wordt beschreven welk gedrag onder welke subjectieve (opzet, schuld of niet bepaald) en objectieveomstandigheden (zoals wederrechtelijkheid, causaliteit en vooral specifieke bijzonderheden van de strafbaarstelling in kwestie) tot strafrechtelijk aansprakelijkheid kan leiden. Deze vereisten uit de delictsomschrijving zij de bestanddelen. De delictsomschrijving kan daarnaast een kwalificatie bevatten, bijv. verkrachting art. 242 Sr, doodslag en moord art. 287 en 289. Naast alle bestanddelen van een delictsomschrijving moeten ook de elementenwederrechtelijkheid en schuld  zijn vervuld.


    Of iemand in aanmerking komt voor strafrechtelijke sancties.
  • Wat houdt Materieel strafrecht in?
    De vaststelling of iemand conform de strafregels strafbaar is.
  • Wat houdt Formeel strafrecht in?
    De procedureregels voor het strafrecht.
  • 1.1.2 Misdrijven en overtredingen

  • Wat zijn misdrijven?
    Ernstige strafbare feiten die de bestanddelen schuld dan wel opzet bevatten. Misdrijven rechtsdelicten indruisen tegen de fundamentele normen en waarden in een maatschappij. Ernstige strafbare feiten, vooral die waarbij vrijheidsstraf in beeld kan komen.
  • Wat zijn overtredingen?
    Minder ernstige strafbare feiten zonder de bestanddelen schuld of opzet. Overtredingen wetsdelicten, gedragingen die strafbaar zijn gesteld om de maatschappij te ordenen. Minder ernstige feiten, waarbij normaal gesproken een geringe vermogensstraf op het spel staat.
  • Wat is het verschil tussen misdrijven en overtredingen?
    Het onderscheid tussen misdrijven en overtredingen is naar huidig recht belangrijk door bepaalde juridische consequences. Het gaat daarbij enerzijds om strafprocessuele gevolgen voor bijv. de mogelijkheid van dwang- en rechtsmiddelen en anderzijds om materieelrechtelijke betekenis: poging tot, voorbereiding van en medeplichtigheid aan een overtreding is niet strafbaar. Ook de meerdaadse samenloop en de verjaring onderscheiden tussen misdrijven en overtredingen. Lagere wetgeving kan alleen maar overtredingen bevatten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Materieel strafrecht : over algemene leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid naar Nederlands recht
  • J de Hullu
  • 9789013062649 or 9013062644
  • 4e dr.

Summary - Materieel strafrecht : over algemene leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid naar Nederlands recht

  • 1 kader voor materieel strafrecht

  • Poging en voorbereiding.

  • waar gaat het precies om bij de poging?

    strafbaarstelling van een begonnen, maar nog niet voltooid misdrijf.

  • waar gaat het precies om bij de voorbereiding?

    om een gepland maar nog niet begonnen, laat staan voltooid, misdrijf.

  • wat is een belangrijk verschil tussen poging en voorbereiding?

    poging is voor bijna alle misdrijven strafbaar en voorbereiding slechts voor een aantal misdrijven.

  • wat waren ook alweer de algemene voorwaarden voor strafbaarheid?

    er moet sprake zijn van een gedraging die aan een DO beantwoordt, die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten.

  • wanneer is er sprake van een strafbare poging?

    voornemen van de dader en een begin van uitvoering (artikel 45 Sr).

  • wat wordt er onder voorbereiding verstaan?

    het voorbereiden van een ernstig misdrijf (voor een meer nauwkeurige beschrijving zie artikel 46 1e lid Sr. 

  • welke drie pogingsleren kunnen worden onderscheiden?

    SOG Subjectieve, objectieve en gematigd objectieve pogingsleer.

  • wat houdt de objectieve pogingsleer in?

    in deze pogingsleer wordt de gevaarlijkheid van de daad voor de rechtsorde  als uitgangspunt genomen. Dader die (concreet) gevaar opleveren voor rechtsgoederen of rechtsbelangen leveren een begin van uitvoering op. In deze leer staat de gedraging centraal.

  • wat houdt de subjectieve pogingsleer in?

    in deze pogingsleer is voor de strafbaarheid voldoende dat de dader zijn gevaarlijke gezindheid in de uitvoeringshandeling heeft geopenbaard; dat hij zich daarin tot voltooiing van het misdrijf in staat heeft getoond. In de objectieve pogingsleer staat de geestesgesteldheid van de dader centraal.

  • is het verschil tussen beide pogingsleren in de praktijk van belang?

    NEEN, niet echt, in beide gevallen is immers vereist een manifestatie van de poging tot een bepaald misdrijf in de buitenwereld.

  • wat betekent dat het voornemen kleurloos is?

    dat het voornemen van de poger niet gericht behoeft te zijn op de wederrechtelijkheid van zijn gedraging. 

  • wat verstaat men onder subjectieve bestanddelen?

     

    de bedoelingen van de dader.

  • wat verstaat men onder de objectieve bestanddelen?

    de bestanddelen van de DO.

  • welke bestanddelen moeten bewezen worden wil er sprake zijn van een strafbare poging?

    1) alle bestanddelen van de strafbare poging zelf (45 Sr) 2) een deel van de bestanddelen van het gepoogde misdrijf (tot dit deel behoren in ieder geval de subjectieve bestanddelen en verder de objectieve bestanddelen die duidelijkheid verschaffen over de aard van het gepoogde misdrijf.

  • wat is kenmerkend voor de poging ten opzichte van het voltooide delict?

    dat niet alle objectieve bestanddelen (de bestanddelen van de desbetreffende DO) zijn vervuld.

  • waaraan moet een gedraging voldoen om eventueel als een strafbare poging te kunnen worden aangemerkt?

    zoveel informatie verschaffen dat vaststaat welk misdrijf gepoogd werd te voltooien. Komt niet vast te staan welk misdrijf gepoogd werd, dan is er geen sprake van een strafrechtelijk relevante poging.

  • wanneer is er geen sprake van een strafbare poging?

    wanneer een misdrijf in de voorbereiding blijft steken.

  • welke vraag hield en houdt veel strafrechtjuristen bezig?

    waar ligt de grens tussen voorbereiding en uitvoering?

  • wat wordt in geval van de subjectieve pogingsleer onder begin uitvoering verstaan?

    van een begin van uitvoering is in deze leer sprake als uit de gedragingen kan worden afgeleid dat de poger het vaste voornemen had om een misdrijf te plegen. Als dus uit zijn gedragingen de gevaarlijke gezindheid van de poger blijkt.

  • wat wordt in geval van de objectieve pogingsleer onder begin uitvoering verstaan?

    het begin van uitvoering van het misdrijf.

  • welke causaliteitsleer past bij uitstek in de subjectieve pogingsleer?

    de CSQN - elke voorwaarde die niet kan worden weggedacht zonder dat het gevolg wegvalt. In deze leer is derhalve elke stap die de poger onderneemt van belang voor de voltooiing van het delict; hiermee geeft deze leer geen criterium ter onderscheiding tussen voorbereidingshandeling en uitvoeringshandeling.

  • welke causaliteitsleren zijn van belang bij de objectieve pogingsleer?

    de adequatieleer en de leer van de causa proxima. Adequatieleer: slechts de factoren zijn relevant die de kans op voltooiing aanmerkelijk vergroten; CP leer: richt zich op het verband tussen oorzaken en gevolg. 

  •   wat kan uit de jurisprudentie van de HR over het tijdstip van het begin van uitvoering worden afgeleid?

    in het Ehovense brandstichtingarrest heeft de HR een vrijftal criteria geformuleerd waaraan voldaan moest zijn wilde er sprake zijn van poging tot opzettelijke brandstichting; in latere arresten (Cito arrest, GWK arrest) hanteert de HR het criterium van de uiterlijke verschijningsvorm. Is een gedraging verricht welke naar haar uiterlijke verschijningsvorm moet worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf, dan is met de uitvoering een begin gemaakt. Uit het videorecorder arrest blijkt dat voor de uiterlijke verschijningsvorm daadwerkelijke waarneembaarheid niet altijd is vereist. Voldoende kan zijn dat de manifestatie in de buitenwereld plaatsvindt, ook al is deze niet waarneembaar. Bijv. hetgeen in een afgesloten kastje zit kan aan de uiterlijke verschijningsvorm beantwoorden. 

  • waarover hebben we het altijd wanneer we spreken over een strafrechtelijk relevante poging?

    1) er moet in elk geval met de uitvoering van het voorgenomen misdrijf een begin zijn gemaakt en 2) de poging moet niet hebben geleid tot de voltooiing van het gepoogde misdrijf. 

  • wat is een voltooide poging?

    waarbij de dader het zijne heeft verricht.

     

  • wat is een onvoltooide poging?

    hierbij wordt de gedraging afgebroken bijvoorbeeld door ingrijpen door de gealarmeerde politie of door tegenvallers bij de uitvoering.

  • wat is een ondeugdelijke poging?

    als de poger niet in zijn poging slaagt, terwijl noch omstandigheden van buitenaf hem hebben verhinderd het misdrijf te voltooien, noch hij van gedachten is veranderd (geen vrijwillige terugtred).

  • wat is een ondeugdelijk middel?

    een onschuldige stof in plaats van een dodelijk gif.

  • wat is een ondeugdelijk object?

    bijvoorbeeld een so dat al dood was voorafgaande aan de dodingshandeling; een so dat immuun blijk te zijn tegen een in het algemeen dodelijk vergif. 

  • wat is een absoluut ondeugdelijk middel?

    als het vanwege het gebezigde middel of het object nooit tot voltooiing van het misdrijf kan komen; bijv. een onschuldige stof ipv een dodelijk vergif.

  • wat is een relatief ondeugdelijk middel?

    wanneer het middel of het object in het algemeen wel, maar bij uitzondering niet tot voltooiing van het misdrijf kan komen. Bijv. een vuurwapen dat niet functioneert; over het algemeen functioneert een vuurwapen wel. 

  • van welke pogingsleer is de HR voorstander?

    de objectieve pogingsleer; daarom acht de HR voor de beoordeling van de strafbaarheid van een ondeugdelijke poging het onderscheid tussen absoluut en relatief ondeugdelijke poging van belang. 

  • wat was ook alweer de objectieve pogingsleer?

    het karakter van de handeling staat hier centraal.

  • hoe lang kan vrijwillig terug getreden worden?

    zolang als de vrijwillige terugtred van de handelende persoon nog invloed heeft op het verloop. 

  • wat is vereist voor vrijwillige terugtred?

    dat de dader uit eigen wil heeft afgezien van de voltooiing van het misdrijf. Die eigen wil dient iig niet voort te vloeien uit een angst voor ontdekking. Daartoe kunnen omstandigheden van buitenaf wel bijdragen; zoals bijvoorbeeld de uitroep van het slachtoffer: wat voor zin heeft het om mij te verkrachten en dat de dader hierop zijn handelen staakt. In dat geval oordeelde de HR kan er sprake zijn van vrijwillige terugtred, dit is dan niet uitgesloten. 

  • is poging tot overtreding strafbaar?

    NEEN, het 1e lid van artikel 45 Sr spreekt slechts over poging tot misdrijf en sluit daarmee de strafbaarheid van poging tot overtreding uit. 

  • de wetgever heeft voor één misdrijf uitdrukkelijk bepaald dat poging daartoe niet strafbaar is, voor welk misdrijf?

    eenvoudige mishandeling.

  • wat is een formeel misdrijf?

    hierbij omschrijft de DO slechts een bepaalde gedraging. Met het verrichten van die gedraging is het misdrijf voltooid.

  • wat is een materieel misdrijf?

    misdrijven waarbij de DO (al dan niet naast een gedraging) een bepaald gevolg vermeldt. Voor de voltooiing van een materieel misdrijf is derhalve vereist dat het gevolg intreedt. 

  • wat is een omissiedelict?

    hiervoor is een nietsdoen vereist.

  • wat is een commissiedelict?

    hiervoor is een doen vereist.

  • waarin kunnen omissiedelicten worden onderverdeeld?

    in eigenlijke en oneigenlijke omissiedelicten, eigenlijke : hier heeft de wetgever een bepaald nietsdoen strafbaar gesteld; oneigenlijke : is een delict dat volgens de DO een commissiedelict is maar door een niets doen gepleegd wordt (doodslag door stil te blijven zitten waar handelen geboden was). 

  • is poging tot een omissiedelict mogelijk?

    volgens MvT niet, volgens auteurs werkboek wel. Wel geven de auteurs hierbij aan dat het begin van uitvoering bij een niet-doen moeilijk kan zijn vast te stellen. 

  •    wanneer is een begin van uitvoering aanwezig?

    indien de daad naar haar uiterlijke verschijningsvorm gericht is op de voltooiing van het misdrijf. 

  • wat is 'voornemen' voor een vorm?

    duidelijk een opzetvorm; aangenomen wordt dat voorwaardelijk opzet in dit verband voldoende is voor het bewijs van het voornemen.

  • is poging tot culpoze misdrijven mogelijk?

    de auteurs van het werkboek komen tot de conclusie dat  deze poging welk mogelijk is maar in strijd met de bedoeling van wetgever is. De wetgever van 1886 achtte poging tot culpoze misdrijven niet mogelijk en in de literatuur wordt in het algemeen hetzelfde standpunt ingenomen. 

  • op welk manieren wordt het ruime bereik van bepaling 46 Sr beperkt?

    door de gestelde eis dat de voorbereidingshandeling bestemd moet zijn voor het plegen van een misdrijf, ten tweede door de voorwaarde dat in dat verband alleen misdrijven in aanmerking komen waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaar of meer is gesteld. 

  • wat is van belang te onderscheiden bij het onderzoeken naar de precieze inhoud van 'bestemd voor (...)'?

     

    of deze bestemming uit het voorbereidingsmiddel/de handeling zelf moet volgen (objectieve invulling) of dat de intentie van de voorbereider hierbij een rol mag spelen (subjectieve invulling).

  • wanneer kan een voor strafbare voorbereiding kennelijke bestemming bewezen worden?

    indien dit uit een uiterlijk waarneembare in artikel 46 Sr genoemde omstandigheid en of gedraging in samenhang met wat bekend is van de criminele intentie van de voorbereider blijkt. 

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de verschillende betekenissen van het begrip ‘schuld’ binnen het strafrecht? 
  1. schuld in de betekenis van daderschap (‘het gedaan hebben’): in onder andere artikel 27 Sv en artikel 310 Sr wordt het begrip schuld in deze betekenis gebruikt. Ook artikel 6, tweede lid, EVRM, waarin het beginsel ‘praesumptio innocentiae’ wordt verwoord, gaat uit van deze betekenis.
  2. schuldbestanddelen: de verzamelnaam voor de subjectieve bestanddelen opzet en culpa en de verschillende vormen van deze begrippen, zoals ze in delictsomschrijvingen voorkomen (bijv. ‘wetende dat’, ‘met het oogmerk om’ of ‘onachtzaamheid’). Deze bestanddelen zeggen iets over het innerlijk van de dader op het moment van het plegen van de strafrechtelijke gedraging. Strafbare feiten waarbij in de omschrijving opzet (of een vorm daarvan) als bestanddeel is opgenomen worden wel doleuze delicten genoemd, terwijl de delictsomschrijvingen waarin de culpa (of een vorm daarvan) als bestanddeel is opgenomen culpoze delicten worden genoemd.
  3. schuld als bestanddeel (culpa): een speciale vorm van de onder b genoemde schuldbestanddelen. Het is een aanduiding van bestanddelen als ‘aan wiens schuld te wijten’ (art. 307 Sr), ‘ernstige reden hebben te vermoeden’ (art. 197, 197a en b Sr), ‘redelijkerwijs moeten vermoeden’ (art. 240a Sr). Met andere woorden: met culpa worden die schuldbestand-delen aangeduid, welke niet vallen onder (de verschillende vormen van) het bestanddeel ‘opzet’.
  4. schuld als ongeschreven strafbaarheidsvoorwaarde (element). Deze strafbaarheidsvoorwaarde komt voort uit het beginsel: ‘geen straf zonder schuld’. Niemand mag veroordeeld worden terzake van een op zichzelf strafbare gedraging, indien hem/haar geen verwijt gemaakt kan worden. Ook al wordt aan de delictsomschrijving voldaan, dan heft de aanwezigheid van een schulduitsluitingsgrond de strafrechtelijke aansprakelijkheid toch op.
Aan welke voorwaarden moet voldaan zijn om van strafrechtelijke aansprakelijkheid te kunnen spreken?
In de eerste plaats dient het te gaan om een menselijke gedraging, die door de wetgever als strafbaar moet zijn omschreven. Op grond van het Trias Politica model is het immers de wetgever die bepaalt welk gedrag strafbaar is. Daartoe hanteert de wetgever delictsomschrijvingen. Deze delictsomschrijvingen worden in de literatuur gerubriceerd naar de aard van de strafbaarstelling en de formulering door de wetgever. De rechter zal op grond van deze delictsomschrijvingen moeten oordelen of een bepaalde gedraging als strafbaar kan worden aangemerkt. Een belangrijk beginsel dat hierbij toegepast moet worden, is het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel, zoals geformuleerd in art. 1 Sr.
Daarnaast gelden er een aantal andere voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om van strafrechtelijke aansprakelijkheid te kunnen spreken. Binnen het strafrechtelijk systeem geldt bijvoorbeeld dat een gedraging alleen maar als strafbaar kan worden aangemerkt indien deze wederrechtelijk en verwijtbaar is. De aanwezigheid van een strafuitsluitingsgrond (rechtvaardigingsgrond of schulduitsluitingsgrond) heeft tot gevolg dat of de wederrechtelijkheid of verwijtbaarheid ontbreekt. In die gevallen kan er dus ook geen straf volgen. Ook de vervolgingsvoorwaarden geven een beperking aan. Zo kunnen strafbare feiten verjaard zijn, waardoor de officier van justitie niet (meer) bevoegd is om deze feiten aan de rechter voor te leggen. Ook de leeftijd van de verdachte kan verhinderen dat hij/zij strafrechtelijk aansprakelijk gesteld kan worden.
Wat houdt samengestelde deelneming in? 
Dit is deelneming aan deelneming aan een strafbaar feit. De strafbare deelneming vormt hierbij een grondfeit waaraan een ander kan deelnemen.
Er zijn twee soorten van de samengestelde deelneming:
Indirecte deelneming - dit is het wegdenken van tussenschakels, zodat er sprake is van deelneming aan een strafbaar grondfeit.
Meervoudige deelneming - als één persoon meerdere deelnemingshandelingen verricht.
Wat is medeplichtigheid? 
Het gaat om het behulpzaam zijn bij een misdrijf.
Er zijn twee vormen van medeplichtigheid:
Gelijktijdige/simultane medeplichtigheid - dit is behulpzaamheid bij een strafbaar feit.
Voorafgaande/Consecutieve medeplichtigheid - dit is het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen.
Welke uitlokkingsmiddelen zijn er?
Inlichtingen - zijn mededelingen van feitelijke aard die van belang zijn voor het te plegen strafbare feit
Gift - een dienst of object om-niet
Belofte - toezegging
Misbruik van gezag - er moet sprake zijn van een feitelijke ondergeschiktheid in de relatie
Bedreiging - bedreiging met geweld of de enkele mededeling.
Kan een persoon voor uitlokking van diefstal en medeplegen bij diezelfde diefstal? 
Ja, nu beide strafbare feiten in tijd en rol zijn te onderscheiden is dat mogelijk.
Wát is uitlokken?
Uitlokken is het opzettelijk bewegen van een ander tot het plegen van een strafbaar feit zonder dat de feitelijke pleger straffeloos moet zijn.
Welke verschillen bestaan er tussen doen plegen en uitlokking?
Doen plegen de feitelijke dader moet niet strafbaar zijn (Pastoorarrest) en gebruikte middelen zijn niet relevant.

Uitlokken de feitelijke dader dient ook strafbaar te zijn, het opzet moet bij de uitgelokte zijn gewekt en er moet gebruik gemaakt zijn van de middelen genoemd in art. 47 lid 1 sub a Sr.
Wat is doen plegen?
Doen plegen is het opzettelijk een ander bewegen tot het plegen van een strafbaar feit.
Wat is vereist voor medeplegen?
Voor medeplegen wordt vereist dat er sprake is van een bewuste samenwerking en een gezamenlijke uitvoering van de strafbare gedraging. Er moet dus opzet zijn op de samenwerking en op het plegen van de strafbare gedraging (dubbel opzet). Bij opzet delicten dient het gezamenlijk opzet dan gericht te zijn op de delictsbestanddelen waarop het opzet volgens de delictsomschrijving gericht moet zijn