Summary MBA.

-
ISBN-10 904150902X ISBN-13 9789041509024
812 Flashcards & Notes
17 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • MBA.
  • J van den Hogen
  • 9789041509024 or 904150902X
  • 2e [herz.] dr.

Summary - MBA.

  • 1.1 Welvaart

  • Wat is de definitie van welvaart?

    toestand van gunstige ontwikkeling in maatschappelijk en vooral economisch opzicht

  • De definitie 'welvaart' bevat twee belangrijke elementen:

    - er moet een gunstige ontwikkeling in maatschappelijke zin zijn (veilige omgeving, goede communicatie tussen burger en overheid)

    - er moet een gunstige ontwikkeling vanuit een economisch perspectief zijn.

  • Wat is de betekenis van welvaartsgevoel?

    verschil tussen productie en verlangens, waarbij het verschil tussen beide zo klein mogelijk dient te zijn

  • Wat is de definitie van welzijn?

    toestand waarbij men in materieel en geestelijk opzicht voorspoedig gelukkig is

  • Welzijn en welvaart zijn niet van elkaar los te koppelen: "als de overheid het wezijn van haar burgers wil bevorderen zal zij de welvaart moeten stiumuleren

  • Met de productie bedoelen we in dit geval het kunnen beschikken over grondstoffen, geld, grond, arbeid en organisaties. Deze moeten er samen voor zorgen dat de verlangens, de behoeften die de mens heeft, zoveel mogelijk bevredigd worden.

  • Wat verstaat met onder welzijn?

    Een toestand waarbij men in materieel en geestelijk opzicht voorspoedig, gelukkig is.
  • Welvaart en welzijn zijn niet los van elkaar te zien. Als de overheid het welzijn van haar burgers wil bevorderen zal zij de welvaart moeten stimuleren.

  • 1.2 Economische onderverdeling

  • Staatshuishoudkunde:

    - staatshuishoudkunde kennen we ook wel als nationale economie (hoe de inkomsten en uitgaven binnen 1 staat werken)

  • Wat is het verschil tussen absolute en relatieve schaarste?

    Absoluut: er is een daadwerkelijk tekort. Relatief: men moet iets anders opofferen om het product te verkrijgen.

  • Nuttig
    Als een goed of dienst een menselijke behoefte kan bevredigen
  • Waar heeft de algemene economie betrekking op?

    De algemene economie heeft betrekking op de samenhang tussen producten en consumenen en tussen consumenten onderling

  • Schaarste
    Er moeten andere zaken opgeofferd worden om het goed of dienst te kunnen verkrijgen
  • Waar heeft de macro-economie betrekking op?

    de macro economie heeft betrekking op de economische verschijnselendie binnen de gehele samenleving optreed

  • Algemene economie
    Heeft betrekking op de samenhang tussen producten en consumenten en tussen consumenten onderling
  • Waar heeft de micro-economie betrekking op?

    De micro-economie focust zich op markten, hier wordt gekeken naar de keuzehandelingen van afzonderlijke gezinnen en bedrijfen 

  • Macro-economie
    Heeft betrekking op de economische verschijnselen die binnen de gehele samenleving optreden
  • Goederen die nuttig en schaars zijn, worden aangeduid als economische goederen.
  • Waar heeft bedrijfseconomie betrekking op?

    De bedrijfseconomie heeft betrekking op productieorganisaties

  • Micro-economie
    Heeft betrekking op het samenkomen van vraag en aanbod van de economische goederen en diensten en de prijsmechanismen die daarop van toepassing zijn
  • Hoe wordt de nationale economie ook wel genoemd?

    Staatshuishoudkunde.
  • Een productieorganisatie is een samensmelting van een inkoop- en verkoopmarkt. Aan de ene kant verzamelen ze productiemiddelen. Door bewerking binnen de organisatie (productiefactoren: arbeid, kapitaal, natuur, ondernemerschapl)  ontstaat er voor de mens een goed of een dienst, dat via een verkoopmarkt wordt aangeboden.

  • Waar heeft de algemene economie betrekking op?
    Op de samenhang tussen producenten en consumenten en tussen consumenten onderling.
  • Wat zijn schaarste producten?

    goederen of diensten zijn schaars als er sprake is van het opofferen van andere zaken om het goed of de dienst te verkrijgen.

  • Waar heeft de macro-economie betrekking op?
    Heeft betrekking op de economische verschijnselen die binnen de gehele samenleving optreden
  • Wat zijn nuttige producten?

    goederen of diensten zijn nuttig als het een menselijke behoefte kan bevredigen.

  • Waar heeft de micro-economie betrekking op?
    Heeft betrekking op het samenkomen van vraag en aanbod van de economische goederen en diensten en de prijsmechanismen die daarop van toepassing zijn
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • MBA.
  • J van den Hogen
  • 9789041508089 or 9041508082
  • 1e dr.

Summary - MBA.

  • 1.1 Welvaart

  • Het welvaartsgevoel kunnen we samenvatten als het gevoel tussen productie en verlangens, waarbij het verschil tussen beide zo klein mogelijk dient te zijn.

    Met productie bedoelen we in dit geval het kunnen beschikken over grondstoffen, geld, grond, arbeid en organisaties.
  • Productie
    Het kunnen beschikken over grondstoffen, geld, grond, arbeid en organisaties.
  • Welzijn
    De toestand waarbij men in materieel en geestelijk opzicht voorspoedig, gelukkig is.
  • 1.2 Economische onderverdeling

  • Een goed of dienst is nuttig als het een menselijke behoefte kan bevredigen. Een goed of dienst is schaars als er sprake is van het opofferen van andere zaken om het goed of de dienst te verkrijgen.
  • Wat zijn economische goederen?

    Goederen die nuttig en schaars zijn

  • Er zijn vele deelvormen van de economie:
    • nationale economie --> ook wel staatshuishouding
    • algemene economie --> samenhang tussen producenten en consumenten en consumenten onderling
    • macro- economie --> economische verschijnselen die binnen de gehele samenleving optreden
    • micro- economie --> het samenkomen van vraag en aanbod van economische goederen en diensten en de prijsmechanismen die daarop van toepassing zijn (marktvormen)
  • 1.3 Geld- en goederenstromen

  • Consumenten worden ook wel gezinshuishoudingen genoemd, daar waar de organisaties productiehuishoudingen zijn.
  • Wat is de economische kringloop?

    Gezinshuishoudingen leveren arbeid, natuur en kapitaal aan de organisaties. In ruil daarvoor ontvangen de gezinshuishoudingen geld en daarmee worden de gezinshuishoudingen weer consument, want met dat geld kunnen zij goederen open van de productiehuishoudingen.

  • De geldstroom die van productiehuishoudingen naar gezinshuishoudingen loopt, noemen we het verdiende inkomen. De andere geldstroom, van gezinshuishoudingen naar productiehuishoudingen, noemen we het bestede inkomen.
  • 1.4 Bedrijfseconomie

  • Wat verstaan we onder bedrijfskunde?

    de wetenschap die er haar werk an maakt de markten en de totale organisatie van bedrijven te bestuderen.

  • Wat zijn de organisatorische aspecten van de bedrijfseconomie?

    • corporate governance (de ethiek van de onderneming)
    • logistieke processen
    • oraganisatie-indeling en -verdeling, managementstructuren
    • kwaliteitsvraagstukken
  • Financieringsbehoefte (als kenmerk van de bedrijfseconomie):

    • corporate finance (benodigde middelen om de productieprocessen te financieren
    • het beheren van alle geldstromen in het bedrijf (cashmanagement)
    • totale investeringsbeleid met de communicatiestromen tussen organisatie en geldverschaffers
  • Interne bedrijfshuishouding (als kenmerk van de bedrijfseconomie):

    • administratieve processen
    • management rapportages
    • controlerende activiteiten
  • Commerciële economie (als kenmerk van de bedrijfseconomie):

    • marketingactiviteiten
    • public relations
  • Een bedrijfseconomische organisatie is een profitorganisatie.
    Non-profitorganisaties hebben niet als doelstelling het maken van winst, maar het zonder winstoogmerk bevredigen van behoeften van de mens.
  • 1.5 Ondernemingsdoelstellingen

  • De drie voornaamste ondernemingsdoelstellingen:

    1. marktwaarde
    2. marktaandeel
    3. winst- en omzetgroei
  • De marktwaarde is de waarde die de organisatie vertegenwoordigt naar de buitenwereld. Deze waarde wordt in economische zin bepaald door te kijken naar haar beurskoers per aandeel, vermenigvuldigd met het aantal uitstaande aandelen.
  • Het marktaandeel geeft aan welk aandeel in  de afzetmarkt de organisatie heeft. Hoe meer producten en/of diensten de organisatie kan afzetten, hoe groter de waarborg is dat zij aan haar continuïteitseis (voortbestaanseis) kan voldoen.
  • Een principieel bedrijfseconomisch uitgangspunt is het streven naar vergroting van marktaandeel, winstgroei en omzetgroei, waardoor automatisch een grotere marktpositie met een hogere totale marktwaarde voor de organisatie wordt bereikt.
  • Winst is het verschil tussen opbrengsten en kosten, eventueel gecorrigeerd met belastingafdrachten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Geef een voorbeeld van indirecte arbeidskosten.
salariskosten toezichthoudend personeel, kosten personeelsafdeling, kantinekosten
Geef een voorbeeld van indirecte materiaalkosten.
inkoopkosten, kosten voorraadadministratie
Geef een voorbeeld van indirecte en tevens variabele kosten.
de variabele kosten van een machine waarop meer soorten producten worden voortgebracht
Geef een voorbeeld van directe en tevens vaste kosten.
de vaste kosten van een machine die speciaal in gebruik is voor de fabricage van één bepaald soort product.
Beschrijf in het kort het verschil tussen massaproductie en stukproductie.
Bij stukproductie wordt rekening gehouden met de wensen van de individuele afnemer. Bij massaproductie niet. Het onderscheid heeft dus geen betrekking op de geproduceerde kwantiteit.
Geef een omschrijving van de term indirecte kosten.
kosten waarvoor geen directe relatie met de kostenveroorzakers is te leggen, of waarvoor die relatie wel is te leggen, maar waarvan de kosten voor het leggen van die relatie niet opwegen regen de baten die ermee zijn te behalen
Wat verstaat men onder massaproductie?
is productie voor onbekende afnemers
Wat verstaat men onder stukproductie?
productie afgestemd op de wensen van een bekende afnemer
Geef een voorbeeld van indirecte arbeidskosten.
Loonkosten fabrieksbazen, loonkosten personeelsadministratie
Geef een voorbeeld van indirecte materiaalkosten.
magazijnkosten