Summary MBA Financiering

-
ISBN-13 9789491725807
201 Flashcards & Notes
18 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "MBA Financiering". The author(s) of the book is/are Annemieke Lammers. The ISBN of the book is 9789491725807. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - MBA Financiering

  • 1.1 Inleiding

  • Wat is het doel van ondernemers binnen de bedrijfseconomie?
    Maximaal resultaat behalen met de minimale inzet van de (beschikbare) middelen en mensen.
  • Wat is het doel van investeren?
    Investeringen moeten ertoe leiden dat er (op termijn) meer geldmiddelen de organisatie in stromen dan er aan geldmiddelen is uitgegeven.
  • Welke methoden ondersteunen de investeringsbeslissing?
    de terugverdienperiode, netto contante waarde, gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit en de interne rentevoet.
  • 1.2 Bedrijfseconomisch handelen

  • Wat is het doel binnen de bedrijfseconomie?
    Een maximaal resultaat behalen met de minimale inzet van middelen en mensen.
  • Bedrijfseconomisch handelen betekent door het inzetten van de beschikbare (beperkte) middelen een zo hoog mogelijk resultaat behalen. Omdat de middelen beperkt en eindig zijn ( = schaarste) moeten altijd keuzes worden gemaakt. Immers kunnen de middelen in de meeste gevallen slechts een keer worden besteed. Een naar winst strevend bedrijf wordt een profit bedrijf of een onderneming genoemd. Een bedrijf dat andere doelen dan winst nastreeft noemt men een non-profit bedrijf.
  • 1.3 Strategische doelstellingen

  • Wat zijn visie en strategische doelstellingen?
    Visie geeft antwoord op de vraag hoe de onderneming in de wereld van morgen eruit moet zien. Het geeft dus een lange termijn perspectief, een duidelijke richting. De strategische doelen zijn een vertaling van de visie naar meetbare doelen voor de komende jaren. Ze geven antwoord op de vraag wanneer succes is geboekt.
  • Wat zijn kritische succesfactoren en prestatie-indicatoren?
    Kritische succesfactoren zijn kenmerken van de organisatie die essentieel zijn voor de levensvatbaarheid en het succes. Prestatie-indicatoren zijn meetbare doelen die inzichtelijk maken hoeveel succes is geboekt voor de kritische succesfactoren.
  • Uit welke perspectieven bestaat de Balanced Scorecard?
    • Intern perspectief
    • Klantperspectief
    • Innovatie- en groeiperspectief
    • Financieel perspectief
  • Omschrijf de verschillende perspectieven van de BSC
    • Financieel perspectief: Geen inzicht in de financiële gezondheid van de onderneming. Zijn geldverschaffers bereid om geld te investeren in de onderneming? Voorbeelden van KSF's: groei, continuïteit, overleven. Keuze hangt samen met de conjunctuur. Voorbeelden van PI's: omzetgroei, cashflow, nettowinst, omloopsnelheid van het vermogen.
    • Klantperspectief: Hoe de klanten de onderneming zien. Voorbeelden van KSF's: klanttevredenheid, serviceniveau verhogen. Voorbeelden van de PI's: levertijd en -betrouwbaarheid, klachtenafhandeling.
    • Intern perspectief: Organisatie optimaal laten presteren. Door m.n. efficiënt en effectief maken van de (processen van de) organisatie. Voorbeelden KSF's: optimaal aanwenden bedrijfsmiddelen, kostenreductie. Voorbeelden van PI's: arbeidsproductiviteit, bezettingsgraad, ziekteverzuim, verloop.
    • Innovatie- en groeiperspectief: Hoe de organisatie kan blijven groeien en verbeteren (op de lange termijn).KSF's: versterken marktpositie, productontwikkeling, vergroten deskundigheid personeel, Kennisontwikkeling ICT-infrastructuur. PI's: Marktaandeel, bereikbaarheid website, training-on-the -job.
  • Perspectieven BSC:
    • Financieel perspectief: Geen inzicht in de financiële gezondheid van de onderneming. Zijn geldverschaffers bereid om geld te investeren in de onderneming? Voorbeelden van KSF's: groei, continuïteit, overleven. Keuze hangt samen met de conjunctuur. Voorbeelden van PI's: omzetgroei, cashflow, nettowinst, omloopsnelheid van het vermogen.
    • Klantperspectief: Hoe de klanten de onderneming zien. Voorbeelden van KSF's: klanttevredenheid, serviceniveau verhogen. Voorbeelden van de PI's: levertijd en -betrouwbaarheid, klachtenafhandeling.
    • Intern perspectief: Organisatie optimaal laten presteren. Door m.n. efficiënt en effectief maken van de (processen van de) organisatie. Voorbeelden KSF's: optimaal aanwenden bedrijfsmiddelen, kostenreductie. Voorbeelden van PI's: arbeidsproductiviteit, bezettingsgraad, ziekteverzuim, verloop.
    • Innovatie- en groeiperspectief: Hoe de organisatie kan blijven groeien en verbeteren (op de lange termijn).KSF's: versterken marktpositie, productontwikkeling, vergroten deskundigheid personeel, Kennisontwikkeling ICT-infrastructuur. PI's: Marktaandeel, bereikbaarheid website, training-on-the -job.
  • 1.4 Investeringsselectie

  • Hoe wordt de cashflow van een investeringsproject berekend?
    Eerst vindt een investering plaats. Dit is een negatieve cashflow. Vervolgens levert het investeringsproject gedurende de looptijd een (hopelijk) positieve cashflow op. Aan het einde van project vinden vaak desinvesteringen plaats. Dit levert ook een positieve cashflow op.

    In het kort: Cashflow = -investering + cashflow gedurende looptijd + desinvesteringen.
  • Snelle berekening cashflow: winst na belastingen + afschrijvingen.

    Voorwaarde: kosten/opbrengsten gelijk aan uitgaven/ontvangsten.
    • Groei van de onderneming moet leiden tot grotere cashflow dan de initiële investering.
    • Werkkapitaal zijn voorraden en debiteuren.
    • Investeren in werkkapitaal is belangrijk omdat het even kan duren voordat ze in liquide vorm terug in de onderneming aanwezig zijn.
    • Cashflow van een investeringsproject is het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven. Als ontvangsten en opbrengst, en kosten on uitgaven aan elkaar gelijk lopen, is dit de winst na belasting + de afschrijvingen. Wordt ook wel kasstroom uit operationele activiteiten genoemd.
    • Berekening cashflow: - investering + cashflow gedurende looptijd + desinvesteringen
  • Op welke wijze kan bij de investeringsselectie een project worden beoordeeld?
    Op basis van:
    • terugverdienperiode
    • gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
    • netto contante waarde
    • de interne rentevoet
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarom kan de beurswaarde van een obligatie hoger zijn dan de nominale waarde?
Als de actuele rente lager is dan de couponrente van de obligatie, kan het aantrekkelijk zijn voor een belegger om de obligatie te kopen, zelfs tegen een hogere waarde.
Welke kortlopende verplichtingen zijn terug te vinden op de balans nadat de winstverdeling is vastgelegd en administratief is verwerkt?
  • Nog te betalen dividend (preferent of gewoon)
  • nog te betalen dividendbelasting
Verklaar waarom RTV = brutowinstmarge x omloopsnelheid van het totale vermogen.
brutowinstmarge = bedrijfsresultaat/omzet x 100%
omloopsnelheid van het totale vermogen = omzet/ gemiddeld geïnvesteerd totaal vermogen

Deze twee breuken met elkaar vermenigvuldigen resulteert in  een breuk waarbij zowel in de teller als de noemer omzet voorkomt. Daarom mag omzet uit de functie geëlimineerd worden. dit resulteert in: RTV = bedrijfsresultaat/gemiddeld geïnvesteerd vermogen.
Wat is rentabiliteit?
De verhouding tussen de opbrengsten (winst, interest) en het geïnvesteerde vermogen.
Met welke kengetallen kan de solvabiliteitspositie worden bepaald?
  • solvabiliteitspercentage = (liquidatiewaarde activa/vreemd vermogen) x 100%
  • solvabiliteitsratio = eigen vermogen/totaal vermogen
  • debt ratio = vreemd vermogen/ totaal vermogen
  • interest coverage ratio = bedrijfsresultaat/interestkosten
Wat is solvabiliteit?
De mate waarin de onderneming in staat is het totale vreemd vermogen terug te betalen.
Welke middelen worden gebruikt om de liquiditeitspositie te beoordelen?
Alle liquide middelen (geld) of activa die op korte termijn liquide gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld: voorraden en debiteuren.
Wat zegt de liquiditeitspositie over de onderneming?
In hoeverre een onderneming in staat is aan alle kortlopende verplichtingen te voldoen.
Welke drie categorieën ratio's zijn er?
Ratio's met betrekking tot liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit.
Vanuit welke drie perspectieven worden de ratio's vergeleken?
  • historische analyse (= vergelijking met voorgaande jaren)
  • bedrijfsvergelijking (= vergelijking met andere bedrijven)
  • budgetvergelijking (= vergelijking met de BSC of het (master)budget)