Summary MBA in balans

-
ISBN-10 9041503587 ISBN-13 9789041503589
356 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "MBA in balans". The author(s) of the book is/are J C Hogenbirk S J M van Vlimmeren. The ISBN of the book is 9789041503589 or 9041503587. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - MBA in balans

  • 1 Inleidende begrippen

  • Wat is het doel van kostprijsberekening?
    * Basis vaststellen aanbiedingsprijs
    * Bepalen verkoopwinst a.d.h.v. kostprijs en verkoopprijs
    * Efficiencybeoordeling (vergelijking kostprijs met werkelijke kosten)
    * Bedrijfsvergelijking
    * Waarderen
    * Bepalen welke productiemethode wordt gebruikt
  • Hoe bereken je de actuele waarde?
    Je kijkt naar de gunstigste van de opbrengstwaarden (direct en indirect). Deze vergelijk je met de vervangingswaarde. De laagste van deze twee is de actuele waarde.
  • Wat zijn proportioneel variabele kosten?
    Variabele kosten die recht evenredig stijgen met de productieomvang.
  • Wat zijn degressief variabele kosten?
    Variabele kosten die minder dan evenredig stijgen met de productieomvang.
  • Hoe bereken je de kostprijs?
    C/N + V/W, ofwel:
    totale constante kosten/normale productie + totale verwachte variabele kosten/ verwachte werkelijke productie
  • 2 Kostensoorten

  • Wat is het verschil tussen een economische en technische voorraad?
    Technische voorraad is de voorraad die werkelijk aanwezig is.
    Economische voorraad is de voorraad waarover de onderneming prijsrisico loopt. Begint op moment dat goederen gekocht zijn, eindigt op het moment dat goederen verkocht zijn.
  • Tijdens een productieproces ontstaat onvermijdelijk 10% afval. In een gereedgekomen eindproduct zit 4,5 kg grondstof. De grondstofprijs is € 6,- per kg.
    Bereken de grondstofkosten van 100 gereedgekomen producten.
    Voor een product is nodig:                         100%
    Afval:                                                               10%
    In een product is aan grondstof aanwezig: 90% = 4,5 kg.
    Voor een product is nodig: 100/0 x 4,5 kg = 5 kg.

    Voor 100 producten is dan nodig 100 x 5kg = 500 kg.
    Grondstofkosten bedragen 500 x € 6,- = € 3000,-.
  • In bedrijf X wordt product A vervaardigd in massaproductie. In de kostprijs worden de volgende productiefactoren opgenomen:
    grondstof 4 kg à € 25,-
    lonen 3 uur à € 20,-
    machinekosten 2 uur à € 35,-
    Tijdens de productie ontstaat onvermijdelijk 5% uitval. Deze uitval kan als B-product worden verkocht voor € 70,- per stuk.

    Bereken de standaardkostprijs van 1 eenheid goedgekeurd product.

    Wanneer er 100 producten worden geproduceerd, bedragen de kosten:
    Grondstofkosten: 100 x 4 kg à € 25,- = € 10.000,-
    Loonkosten: 100 x 3 uur à € 20,- =        €  6.000,-
    Machinekosten: 100 x 2 uur à € 35,- =  €   7.000,-
                                                                     ----------
                                                                       € 23.000,-
    Van deze 100 producten kunnen er 5 verkocht worden voor € 70,-. De opbrengt is:                                               €      350,-
                                                                      ----------
    Kosten 95 goedgekeurde producten      € 22.650,-

    Kostprijs per product: € 22.650,-/95 = € 238,42
  • 3 De kosten van duurzame productiemiddelen

  • Wat is afschrijven?
    Het in de boekhouding tot uitdrukking brengen van de waardevermindering van duurzame productiemiddelen.
  • Op welke manieren kun je afschrijven?
    1. Afschrijven met een vast percentage van de aanschafwaarde:
    Aanschafprijs (A) - restwaarde (R) / n (economische waarde): A-R/n.
    Bijv.: De aanschafprijs was 60.000, de restwaarde 3.000 en de economische levensduur 6 jaar. Het jaarlijks af te schrijven bedrag is dan:
    60.000 - 3.000 / 6 jaar = 9.500,-.
    Het afschrijvingspercentage is dan: 9.500,- / 60.000 x 100% = 15,83%


    2. Afschrijven met een vast percentage van de boekwaarde:
    Bijv.: Aanschafwaarde was 100.000,-, afschrijven met 30% per jaar:
    Aanschafprijs:                                            100.000,-
    Afschrijving 1e jaar 30% van 100.000,-:    30.000,-
    Boekwaarde 2e jaar                                     70.000,-
    Afschrijving 2e jaar 30% van 70.000,-        21.000,-
    Boekwaarde 3e jaar                                     49.000,- ...... etc.

    3. Afschrijven volgens de annuïteitenmethode:
    Een deel bestaat uit interest en een deel uit afschrijving. De afschrijvingsbedragen stijgen, maar het totale bedrag blijft hetzelfde.

    4. Afschrijven met een gelijkmatig stijgend of dalend bedrag.

  • Hoe bereken je de interestkosten van duurzame productiemiddelen?
    1. Jaarlijks interest berekenen over de halve aanschafprijs.
    Bijv.: De aanschafprijs was 60.000,-, interest 4% over de halve aanschafprijs. 4% van 30.000,- is € 1.200,- per jaar.

    2. Jaarlijks interest berekenen over het gemiddeld geïnvesteerde vermogen:
    Bijv.: Machine was 100.000,-, restwaarde 10.000,- en economische levensduur 9 jaar. Interest 6% van het gemiddelde. Gemiddelde is A+R/2:
    100.000 + 10.000 = 110.000/2 = 55.000,-.
    6% van 55.000 = 3.300,- per jaar.


    3. Jaarlijks interest berekenen over het gemiddeld geïnvesteerde vermogen aan het begin van het eerste jaar en het begin van het laatste jaar:
    Bijv.: Machine was 22.000,-, restwaarde 2.000,-, economische levensduur 5 jaar. Interest 8% van het gemiddeld geïnvesteerde vermogen begin eerste jaar en begin laatste jaar.
    Jaarlijks moet er afgeschreven worden: 22.000 - 2.000/5 = 4.000.
    Begin laatste jaar is het geïnvesteerde vermogen: 22.000
    Afschrijving 4 jaar x 4.000                                         16.000
    Waarde begin laatste jaar                                            6.000
    Gemiddeld geïnvesteerd vermogen:
    22.000 + 6.000 / 2 = 14.000,-.
    Interest 8% van 14.000,- = € 1120,-

    4. Jaarlijks interest berekenen over het geïnvesteerde vermogen aan het begin van dat jaar.
    Bijv.: Machine was 64.000,-, levensduur is 5 jaar, dan heeft hij nog een waarde van 4.000,-. Interest 6% per jaar.
    Afschrijving per jaar: 64.000 - 4.000/5 = 12.000,-.
    1e jaar: 6% van 64.000                  3480,-
    2e jaar: 6% van (64.000-12.000)  3120,-
    3e jaar: 6% van (52.000-12.000)  2400,- etc., tot 5 jaar.  


Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is merit-rating?
Wanneer een werknemer zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de onderneming, ontvangt hij een premie.
Bijv door kennis of verantwoordelijkheidsgevoel onderscheiden van andere werknemers.
Wat is werkclassificatie?
Op een bepaalde manier waarderen van een functie. Hoe hoger gewaardeerd, hoe hoger het loon.
Waardering adhv functie.
Gevolgen:
- loopbaanplanning
- opstellen functieomschrijving
- mogelijkheid tot aanbrengen loonverschillen per functie
Wat is gainsgaring?
Medewerkers meedelen in de voordelen die worden bereikt wanneer de werknemer doelmatig werkt (bijv minder afval/uitval, goed onderhouden van productiemiddelen0
Wat is profitsharing?
Wanneer de werknemers delen in de winst van de onderneming (tantièmes voor personeel)
Wat houdt het premieloonstelsel in?
Hier is sprake van wanneer de werkgever en de werknemer het voordeel van het sneller werken door de werknemer, samen delen.
= Halseystelsel = basistijd voor een prestatie is basisloon, bespaarde tijd is bonus.
Wat houdt het Bedeau-stelsel in?
Gaat uit van B-punten = standaardprestatie per minuut (=B)
1 uur = 60 b-punten
minder = standaard loon
meer = standaard loon + extra loon per B-punt
Wanneer is tijdloon noodzakelijk?
- bij precisiearbeid
- als kostbare grondstoffen of duurzame productiemiddelen gebruikt worden
- als de individuele werknemer geen invloed uit kan oefenen op het tempo van de productie
- wanneer de werknemer verschillende werkzaamheden moet verrichten, waardoor hij niet in zijn tempo kan komen
- als er geen prestatie-eenheid vast te stellen is
Wat versta je onder stukloon?
Betaling obv aantal geleverde prestaties.
Voordeel:
- Loonkosten staan per product vast
- Snelle werknemer verdient meer dan langzame
Nadelen:
- garandeert niet een hoge kwaliteit, meer gericht op kwantiteit.  Kwaliteitscontrole is nodig
- bij niet kunnen werken, grote gevolgen voor inkomen van werknemer
Wat zijn de nadelen van tijdloon?
- controlemiddel is nodig over kwaliteit van productie van werknemer
- er is geen stimulans om prestaties te verhogen
Wat zijn de voordelen van tijdloon?
- eenvoudig
- kwaliteit van werk kan hoog zijn omdat niet gehaast hoeft te worden
- werknemer heeft geen zorgen over hoogte inkomen